|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voert ter zake van
niet-betaalde werkzaamheden door
werknemers met een uitkering op grond van
de Werkloosheidswet een beleid als weergegeven in de
bijlage van dit
besluit.
Art. 2.
Het Besluit van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen van 18
augustus 1997 (Stcrt. 1997,
163), alsmede alle besluiten van de
bedrijfsverenigingen die betrekking hebben op het verrichten van niet-betaalde
werkzaamheden door werknemers met een WW-uitkering, worden ingetrokken.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking op 1 oktober 1998.
Art. 4.
Dit besluit kan worden
aangehaald als: Besluit niet-betaalde
werkzaamheden WW-gerechtigden.
Dit besluit zal met de
bijlage worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Amsterdam, 19 augustus 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
I
De werkloze werknemer is op
grond van artikel 25 WW verplicht
aan de uitvoeringsinstelling alle
feiten en omstandigheden mee te delen,
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat deze van invloed kunnen
zijn op het recht op uitkering. De
uitvoeringsinstelling toetst deze informatie aan
het wettelijk kader.
Voor het verrichten van
niet-betaalde werkzaamheden betekent dit
het volgende. De werkloze werknemer is
verplicht bij de uitvoeringsinstelling
melding te maken van door hem
ondernomen niet-betaalde werkzaamheden voor zover deze niet-betaalde werkzaamheden
van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering. De
werkloze werknemer is niet verplicht
al zijn niet-betaalde activiteiten en bezigheden
bij de uitvoeringsinstelling te
melden, maar alleen voor zover deze van
invloed kunnen zijn op het recht op
uitkering. Niet-betaalde werkzaamheden
die worden verricht op uren/dagdelen
die voor de betrokken werknemer
voorheen golden als vrije tijd, zijn van de
meldingsplicht en toets niet uitgezonderd.
Ook niet-betaalde
werkzaamheden die reeds vóór het ontstaan van
werkloosheid naast een betaalde functie
werden verricht, zijn van de
meldingsplicht en toets niet uitgezonderd.
Deze toets zal doorgaans niet behoeven te
leiden tot een oordeel dat afwijkt van
de oude praktijk, waarbij werd
aangenomen dat deze activiteiten niet in
strijd waren met de wettelijke verplichtingen
van de werknemer, en zal daarom in
beginsel geen gevolgen behoeven te
hebben voor de voortzetting van deze
activiteiten en de omvang van de WW-uitkering. Gaat het om niet-betaalde
werkzaamheden in de zin van dit besluit, dan
is er geen bezwaar tegen voortzetting
daarvan. Gaat het om werkzaamheden
niet zijnde niet-betaalde
werkzaamheden in de zin van dit besluit, dan
zal het per definitie gaan om
werkzaamheden waarmee bij de vaststelling
en de omvang van het recht op WW rekening dient te worden gehouden:
deze werkzaamheden zijn terug te vinden in het GAA [gemiddeld aantal
arbeidsuren, red.]. Voortzetting van de
bedoelde werkzaamheden zal daarom
niet van invloed kunnen zijn op
omvang van het WW-recht. Slechts wanneer de
werkloze werknemer besluit deze werkzaamheden uit te breiden, zal dit
leiden tot een vermindering van de
werkloosheid en tot een beperking van het
recht op uitkering.
II
De niet-betaalde
werkzaamheden dienen door de
uitvoeringsinstelling getoetst te worden aan
artikel 20 WW: het recht op uitkering
eindigt ofwel als de werknemer de hoedanigheid
van werknemer verliest
(onderdeel a) ofwel als de werknemer niet langer werkloos is (onderdeel
b).
Artikel 20, eerste lid,
onderdeel b
Het begrip
"niet langer
werkloos" ziet op het verlies aan
arbeidsuren en de beschikbaarheid voor arbeid.
Aan hand van de feiten en
omstandigheden van het concrete geval, waartoe
onder andere de houding en het
gedrag van de betrokkene werknemer
gerekend worden, zal dit beoordeeld
moeten worden.
Artikel 20, eerste lid,
onderdeel a
De hoedanigheid van
werknemer gaat verloren als de
niet-betaalde werkzaamheden in het economisch verkeer
worden verricht en met de
werkzaamheden het verkrijgen van enig geldelijk voordeel wordt beoogd dan wel volgens
de in het maatschappelijk
verkeer geldende normen redelijkerwijs mag
worden verwacht. Dit leidt in elk geval tot
de volgende opsomming:
Niet-betaalde werkzaamheden
die leiden tot het verlies van de
hoedanigheid van werknemer als bedoeld in
artikel 20, eerste lid:
- de niet-betaalde
werkzaamheden worden verricht in een bedrijf of
hebben een bedrijfsmatig karakter;
- de niet-betaalde
werkzaamheden leiden tot vervanging of
verdringing van reguliere betaalde arbeid;
- de niet-betaalde
werkzaamheden zijn onderdeel van de reguliere
werkzaamheden van de instelling en leveren
een economisch voordeel voor de
instelling op;
- de niet-betaalde
werkzaamheden zijn onderdeel van de reguliere
werkzaamheden van de instelling en gelden
in het maatschappelijk verkeer als
activiteiten waarvoor beloning mag worden verwacht;
- de niet-betaalde
werkzaamheden zijn gericht op het tot stand brengen van een
dienstbetrekking;
- de niet-betaalde
werkzaamheden vinden weliswaar hun oorsprong
in en hebben het karakter van een
liefhebberij, maar leveren niettemin
economisch voordeel op aan de betrokken
werkloze werknemer;
- de niet-betaalde
werkzaamheden zijn werkzaamheden waarvoor (al
dan niet onder andere omstandigheden)
subsidie wordt of kan worden
verkregen.
Niet-betaalde werkzaamheden
die niet leiden tot het verlies van
de hoedanigheid van werknemer als bedoeld
in artikel 20, eerste lid:
- de niet-betaalde
werkzaamheden behoren tot het traditionele
vrijwilligerswerk. Bij traditioneel
vrijwilligerswerk gaat het om onverplichte
activiteiten binnen een organisatie die
een ideële doelstelling heeft
of een maatschappelijk nut nastreeft, welke
activiteiten doorgaans een aanvullend
karakter hebben op bestaande
maatschappelijke voorzieningen. Deze
organisatie is voor haar activiteiten
overwegend afhankelijk van de inzet van
onbetaalde medewerkers. De te
verrichten activiteiten worden niet beloond en worden normaal gesproken niet door
betaalde werknemers verricht;
- de niet-betaalde
werkzaamheden gelden in het maatschappelijk
verkeer niet als activiteiten waarvoor
beloning mag worden verwacht.
III
Wanneer aan een werknemer
als gevolg van strafrechttoepassing
dienstverlening als taakstraf is opgelegd,
welke de werknemer geacht wordt uit
te voeren in de periode dat hij een WW-uitkering geniet, wordt hier als volgt
mee omgegaan.
Bedoelde werkzaamheden
voldoen naar hun aard aan de criteria
voor toegestane niet-betaalde werkzaamheden, zoals deze hiervoor zijn
geformuleerd. Aan personen die een
werkkring hebben wordt doorgaans de
gelegenheid geboden deze als taakstraf opgelegde dienstverlening buiten de
normale arbeidsuren te verrichten.
Ratio daarvan is dat onnodige
maatschappelijke uitsluiting op deze wijze
kan worden voorkomen. Voor werknemers
met een WW-uitkering geldt deze
beperking feitelijk niet. Voor zover de betreffende werknemer beschikbaar blijft
voor de arbeidsmarkt en naast de
uitvoering van de taakstraf
sollicitatieactiviteiten onderneemt, zijn er geen
beperkingen aan de dagdelen waarop de
dienstverlening wordt verricht. Wanneer een nieuwe dienstbetrekking
wordt gevonden, gaat dit voor op de
dienstverlening en zal de dienstverlening
buiten de arbeidsuren moeten
plaatsvinden.
IV
Niet-betaalde werkzaamheden
kunnen een belangrijke rol spelen
bij de reïntegratie van werkloze werknemers. Met inachtneming van de hier
geformuleerde beleid zal aan de werknemer zoveel ruimte geboden worden
als het wettelijk kader toestaat.
Nadere informatie kan bij
het Landelijk instituut sociale
verzekeringen worden ingewonnen: postbus
74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
Amsterdam, 19 augustus 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|