St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2006

 

BESLUIT  ORIËNTATIEPERIODE  EN  DE  WW

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2007
(art. 3 BswW07)

 
 

22 april 1998, Stcrt. 1998, 84
Inwerkingtreding: 1 augustus 1998
(T.a.v. art. 24:1bWW)

 

  
 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de oriëntatieperiode een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
De Circulaire C 773 van 13 mei 1986 van de Federatie van Bedrijfsverenigingen en de besluiten van bedrijfsverenigingen met betrekking tot de oriëntatieperiode en de WW, welke besluiten krachtens artikel 7 van de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gelden als besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 1998. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 juli 1998, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit oriëntatieperiode en de WW.

 

 

Amsterdam, 22 april 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

     In de WW is bepaald dat de werknemer voorkomt dat hij werkloos is of blijft doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen. Van de werknemer die op grond van de WW de plicht heeft om te solliciteren wordt verwacht dat hij er alles aan doet om de werkloosheid te voorkomen of op te heffen door het verrichten van concrete sollicitatieactiviteiten. In het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW is neergelegd wat onder deze sollicitatieplicht moet worden verstaan.
     In aanvulling op dit besluit wordt voor WW-uitkeringsgerechtigden die zich oriënteren op de mogelijkheden van het gaan uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf het volgende beleid gevoerd.
     Onder oriëntatiefase wordt verstaan de periode die voorafgaat aan de daadwerkelijke start van het ondernemerschap waarin betrokkene zich oriënteert op de mogelijkheden van het gaan uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf (marktmogelijkheden, financieringsmiddelen, vestigingseisen e.d.). Deze oriënterende activiteiten kunnen gedurende drie maanden op één lijn worden gesteld met sollicitatieactiviteiten. De WW-uitkering kan worden voortgezet onder uitdrukkelijke aantekening dat de werkloze werknemer zich beschikbaar blijft stellen voor de arbeidsmarkt, geen productieve arbeid verricht (bijvoorbeeld orders verwerven) en blijft voldoen aan de overige uitkeringsvoorwaarden en controlevoorschriften. Na een gemotiveerd verzoek kan de termijn van drie maanden worden verlengd. Op het moment dat de oriëntatiefase overgaat in het daadwerkelijk starten van het eigen bedrijf dient het uitkeringsrecht te worden beëindigd.

 

 

 

TOELICHTING
[22 april 1998]

 

     Reeds geruime tijd wordt een beleid inzake de zogenaamde oriëntatieperiode gevolgd. Met een oriëntatieperiode wordt betrokkene in staat gesteld de mogelijkheden tot het uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf te verkennen, zonder dat hij meteen alle WW-rechten verliest. Een oriëntatieperiode past in het beleid gericht op het bevorderen van de reïntegratie.
     In 1986 heeft de Federatie van Bedrijfsverenigingen de Circulaire C 773: Toepassing WW bij het starten van een bedrijf door werkloze werknemers, opgesteld. Bij Besluit van 2 april 1997 (Stcrt. 1997, 74) is deze circulaire aangemerkt als voorschrift van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) aan de uitvoeringsinstellingen. Ingevolge dit voorschrift kan de WW-uitkering gedurende de oriëntatiefase worden voortgezet. De uitvoeringsinstellingen volgen in het algemeen dit voorschrift, behoudens ingeval bedrijfsverenigingen specifiek beleid hebben vastgesteld. Enkele bedrijfsverenigingen hebben eigen beleid vastgesteld. Dit beleid komt in grote lijnen met het algemene beleid overeen. In een aantal gevallen is nader invulling gegeven aan enkele aspecten, bijvoorbeeld aan de termijn die kan gelden als oriëntatieperiode, de mogelijkheid tot verlenging van de oriëntatieperiode en de vraag wie (en op welk moment) voor de oriëntatieperiode in aanmerking kan komen.
     In het door het Lisv overgenomen beleid van de Federatie van Bedrijfsverenigingen wordt niet nader ingegaan op de personenkring, de maximumduur van de oriëntatieperiode en de mogelijkheid van verlenging van een oriëntatieperiode. Ook is niet exact aangegeven in hoeverre oriënterende activiteiten kunnen worden aangemerkt als sollicitatieactiviteiten. Evenmin is aangegeven wanneer de oriëntatiefase overgaat in het daadwerkelijke starten van het eigen bedrijf (behalve het verrichten van productieve arbeid, bijvoorbeeld orders verwerven).
     Op dit moment ontbreken de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens om te beoordelen of het gewenst dan wel noodzakelijk is om nadere criteria op te stellen ter zake van de hiervoor genoemde aspecten.
     Om die reden is besloten een nieuwe richtlijn op te stellen die overeenkomt met het bestaande Lisv-voorschrift, met dien verstande dat de maximale duur van de oriëntatieperiode wordt gesteld op drie maanden, met de mogelijkheid tot verlenging na een gemotiveerd verzoek. De Circulaire C 773 en het bestaande beleid van de bedrijfsverenigingen worden ingetrokken. Hiermee wordt bereikt dat er één beleid wordt gevoerd voor alle sectoren. Tevens is besloten deze richtlijn na één jaar te evalueren. Deze evaluatie zal gericht zijn op de uitvoerbaarheid en de noodzaak/behoefte tot nadere invulling van de richtlijn.

 

Nadere inlichtingen over dit besluit kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 22 april 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x