|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 86, eerste
lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
Het deel van de premie,
bedoeld in artikel 86, eerste lid, van
de Werkloosheidswet, dat ten
gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, wordt
voor het jaar 2002 voor alle takken
van het bedrijf en beroep
vastgesteld op 4,13% van het loon van de werknemer.
Art. 2.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit premie Algemeen Werkloosheidsfonds 2002.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
Amsterdam, 27 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[27 juni 2001]
De Werkloosheidswet wordt
deels sectoraal gefinancierd
(wachtgeldfondsen) en deels landelijk (Algemeen Werkloosheidsfonds).
Daarnaast is krachtens de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen (OOW) het overheidspersoneel
sinds 1 januari 2001 onder de
werking van de Werkloosheidswet gebracht. De betaling van de
WW-uitkeringen aan overheidspersoneel geschiedt
via het Uitvoeringsfonds voor de overheid. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] heeft als fondsbeheerder van het Algemeen
Werkloosheidsfonds de wettelijke taak het deel van
de premie voor de Werkloosheidswet dat
ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds vast te
stellen. Artikel 1 van dit besluit
strekt hiertoe. De premie is voor 2002
vastgesteld op 4,13%. Bij de
premievaststelling is verondersteld dat de premie wordt betaald na aftrek van
een franchise van ƒ122,- per dag.
Bij de premievaststelling is
rekening gehouden met de Regeling
reservevorming Algemeen Werkloosheidsfonds (Staatscourant 18 december
2000, 245) [zie Regeling
reservevorming Algemeen Werkloosheidsfonds 2002, red.]. Deze regeling biedt de
mogelijkheid om een reserve dekking
werkloosheidslasten te hanteren. Deze reserve maakt de premie
minder afhankelijk van conjunctuurschommelingen. De hoogte van de reserve is
gemaximeerd tot een reserveplafond. De hoogte van het
reserveplafond eind 2002 is berekend op ƒ4,928 mln. Bij de vaststelling van de
AWf-premie voor 2002 is een reserve
aangehouden ter hoogte van dit
reserveplafond. Dit besluit behoeft op grond
van artikel 124 van de Werkloosheidswet goedkeuring van de
Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Amsterdam, 27 juni 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|