|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 58, derde
lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
De premie voor het
kalenderjaar 2002 voor de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel
58, derde
lid, van de Werkloosheidswet, wordt
vastgesteld op 4,63%.
Art. 2.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2002 en vervalt met ingang van 1 januari
2003.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit premie vrijwillige verzekering Werkloosheidswet 2002.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Amsterdam, 29 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[29 november 2001]
WW-uitkeringen aan
vrijwillig verzekerden komen voor rekening van de wachtgeldfondsen en het
Algemeen Werkloosheidsfonds. Het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] stelt de premie voor de
vrijwillige verzekering WW vast. De premie is gebaseerd op de vastgestelde
WW-premiepercentages voor verplicht verzekerden. De WW-premie bestaat uit twee
delen: wachtgeldpremie en AWf-premie. Verplicht verzekerden
betalen over het dagloon wachtgeldpremie. De AWf-premie wordt geheven na
aftrek van een franchise.
Vrijwillig verzekerden
betalen over het dagloon WW-premie. Omdat voor verplicht verzekerden
bij de AWf-premie een franchise
geldt, is de procentuele AWf-premie voor
de vrijwillig verzekerden verlaagd.
Tot en met het jaar 2001 is
de premie voor de vrijwillige verzekering WW vastgesteld per sector. Over
het algemeen betreft dit relatief kleine
groepen van vrijwillig verzekerden WW. Op basis van een
wetswijziging (Verzamelwet sociale
verzekeringen 2001 [Verzamelwet SZW-wetten, red.],
artikel III) wordt met
ingang van het jaar 2002 één
premie voor de vrijwillige verzekering WW vastgesteld.
Amsterdam, 29 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|