|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 58, derde lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
De premie voor het kalenderjaar 2003 voor de vrijwillige verzekering,
bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Werkloosheidswet,
wordt vastgesteld op 4,33%.
Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en vervalt
met ingang van 1 januari 2004.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit premievaststelling vrijwillige
verzekering WW 2003.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
gepubliceerd.
Amsterdam, 2 december
2002.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[2 december 2002]
WW-uitkeringen
aan vrijwillig verzekerden komen voor rekening van de wachtgeldfondsen
en het Algemeen Werkloosheidsfonds [AWf, red.]. UWV [Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, red.] stelt de premie voor de
WW-vrijwillige verzekering vast.
De WW-premie voor verplicht verzekerden bestaat
uit twee delen: wachtgeldpremie en AWf-premie. Verplicht verzekerden
betalen over het dagloon wachtgeldpremie. De AWf-premie wordt geheven na
aftrek van een franchise. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen streeft naar een situatie waarin de vrijwillig
verzekerden gemiddeld evenveel WW-premie betalen als verplicht
verzekerden. Vrijwillig verzekerden betalen over het gehele dagloon
WW-premie. Omdat voor verplicht verzekerden bij de AWf-premie een
franchise geldt, is de procentuele AWf-premie voor de vrijwillig
verzekerden verlaagd. Indien de AWf-premie voor verplicht verzekerden of
de vervangende wachtgeldpremie wijzigt, zal UWV een nieuwe premie voor
vrijwillig verzekerden vaststellen.
Amsterdam, 2 december
2002.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV.
|