|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 58, derde lid, van de Werkloosheidswet
en artikel 74, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
De premie voor het kalenderjaar 2006 voor de vrijwillige
werkloosheidsverzekering op grond van de Werkloosheidswet
wordt vastgesteld op 5,43%.
Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 en vervalt
met ingang van 1 januari 2007.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit premievaststelling vrijwillige
werkloosheidsverzekering 2006.
Dit
besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Amsterdam, 29 november
2005.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[29 november 2005]
WW-uitkeringen
aan vrijwillig verzekerden komen voor rekening van de wachtgeldfondsen
en het Algemeen Werkloosheidsfonds [AWf, red.]. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) stelt de premie voor de vrijwillige
werkloosheidsverzekering vast.
De WW-premie voor verplicht verzekerden bestaat
uit twee delen: wachtgeldpremie en AWf-premie. Verplicht verzekerden
betalen over het dagloon wachtgeldpremie. De AWf-premie wordt geheven na
aftrek van een franchise. UWV streeft naar een situatie waarin de vrijwillig
verzekerden gemiddeld evenveel WW-premie betalen als verplicht
verzekerden.
Vrijwillig verzekerden betalen over het gehele dagloon
WW-premie. Omdat voor verplicht verzekerden bij de AWf-premie een
franchise geldt, is de procentuele AWf-premie voor de vrijwillig
verzekerden verlaagd.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|