|
Het bestuur van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 24, eerste
lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voert ter zake van de plicht
van werknemers die op grond van
de Werkloosheidswet de plicht hebben om
sollicitatieactiviteiten te ondernemen
een beleid als weergegeven in de
bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Besluiten van
bedrijfsverenigingen met betrekking tot de plicht van werknemers op grond van de
WW om sollicitatieactiviteiten te ondernemen,
welke besluiten krachtens artikel
7 van de Invoeringswet Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 gelden als besluiten van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen, worden ingetrokken.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking op 1 april 1998.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit sollicitatieplicht werknemers WW.
Amsterdam, 14 januari 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
In de
WW is bepaald dat de
werknemer voorkomt dat hij werkloos
wordt of blijft doordat hij in
onvoldoende mate tracht passende arbeid
te verkrijgen.
Van de werknemer die op
grond van de WW de plicht heeft om te
solliciteren mag dan ook verlangd worden
dat hij er alles aan doet om zijn
werkloosheid te voorkomen of op te heffen
door het verrichten van concrete sollicitatieactiviteiten. Onder concrete
sollicitatieactiviteiten wordt onder andere verstaan: het versturen van een open
of gerichte sollicitatiebrief; de
inschrijving bij een uitzendbureau; een (spontaan) sollicitatiebezoek aan een werkgever; het
voeren van een sollicitatiegesprek
en dergelijke. Een sollicitatieactiviteit
dient te allen tijde verifieerbaar te
zijn.
Er wordt met betrekking tot
de sollicitatieplicht geen onderscheid gemaakt tussen jongere en oudere
werknemers.
Sollicitatieplicht
werknemers voorafgaande aan recht op uitkering
Van de werknemer wiens
dienstbetrekking rechtsgeldig is opgezegd
wordt verlangd dat hij vanaf de
datum van opzegging sollicitatieactiviteiten ontwikkelt.
Van de werknemer wiens
(tijdelijke) dienstverband op een andere
wijze dan door opzegging eindigt, wordt
verlangd dat hij sollicitatieactiviteiten ontwikkelt vanaf het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk kan
zijn dat de dienstbetrekking eindigt.
Van de werknemer die een
toezegging of de verwachting heeft om
op korte termijn bij dezelfde of een
andere werkgever het werk te hervatten (bijvoorbeeld
een seizoener), wordt verwacht
dat hij zich minstens ้้n maand v๓๓r
het intreden van zijn werkloosheid
inschrijft bij ้้n of meerdere uitzendbureaus.
Van hem wordt verlangd dat hij
actief op zoek gaat naar opvularbeid van
allerlei aard.
Van de werknemer die WW-uitkering aanvraagt na afschatting
vanuit de AAW/WAO wordt verlangd dat
hij, zodra hem is aangezegd dat
zijn AAW/WAO-uitkering vanwege
afgenomen arbeidsongeschiktheid zal
worden herzien of ingetrokken, sollicitatieactiviteiten ontwikkelt.
Van de werknemer die
ontslag neemt vanwege verhuizing wordt
verlangd dat hij zich op het moment
waarop de nieuwe woonplaats bekend is
laat inschrijven bij het arbeidsbureau in die woonplaats of nabijgelegen
plaats en in ieder geval vanaf het moment
waarop de concrete verhuisdatum
bekend is, sollicitatieactiviteiten ontplooit.
Sollicitatieplicht
werknemers tijdens het ontvangen van WW-uitkering
Van de werknemer die in
aanmerking komt voor een WW-uitkering
wordt in het algemeen verwacht dat
hij ten minste eenmaal per twee weken een
vacaturebank raadpleegt.
Van de werknemer die in
aanmerking komt voor een WW-uitkering
wordt in het algemeen verwacht dat
hij minimaal ้้n concrete sollicitatieactiviteit per week verricht.
Van de werknemer die in
aanmerking komt voor een WW-uitkering
wordt verwacht dat hij ingaat op
een verwijzing van Arbeidsvoorziening [zie Centrale
organisatie werk en inkomen, red.] naar
een werkgever vanwege aldaar
aanwezig passend werk. Laat hij dit
zonder gegronde reden na, dan voldoet hij daardoor niet aan zijn
sollicitatieplicht.
Beoordelingscriteria
Voor de vaststelling of
voldaan is aan de sollicitatieplicht wordt
rekening gehouden met:
het begrip passende arbeid
(o.a. de Richtlijn passende arbeid 1996);
de regionale
arbeidsmarktsituatie;
het aantal beschikbare
vacatures;
eventuele (medische)
beperkingen van de werknemer in het
verrichten van arbeid;
de leeftijd van de
werknemer (in verband met functionele leeftijdseisen);
de sociaal-economische
omstandigheden waarmee de werknemer te
maken heeft.
Beoordelingsmomenten
In de regel vindt na de
eerste betaling van een WW-uitkering per
vier weken een beoordeling plaats of de
werknemer voldoet aan zijn
sollicitatieplicht. Ten aanzien van de eerste
betaling van de WW-uitkering wordt uitgegaan
van de desbetreffende periode.
TOELICHTING
[14 januari 1998]
Het Lisv
[Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV), red.] heeft geconstateerd
dat diverse bedrijfsverenigingen (BV-en) [met ingang van 1 maart 1997 zijn ingevolge de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 de bedrijfsverenigingen opgeheven en is
het Lisv ervoor in de plaats getreden, red.]
en uitvoeringsinstellingen (uvis)
uiteenlopende richtlijnen hanteren met
betrekking tot de plicht van werknemers
in de zin van de WW te voorkomen
dat men "in onvoldoende mate
tracht passende arbeid te verkrijgen"
(verder te noemen: de sollicitatieplicht)
Aangezien er geen aanleiding
is voor een divers beleid inzake de
sollicitatieplicht van werknemers in de zin van
de WW leek het het Lisv gewenst
om in deze tot een algemeen beleid
te komen. Te meer nu de re๏ntegratie
van uitkeringsgerechtigden ้้n van de belangrijkste sociale doelstellingen is
van het huidige kabinet.
Met het onderhavige besluit
wordt daarin voorzien.
Bij de inrichting van het
besluit is onderscheid gemaakt tussen
werknemers die dreigen werkloos te
worden en diegenen die reeds werkloos
zijn en in aanmerking komen voor een
WW-uitkering.
Sollicitatieplicht voor
werknemers voorafgaande aan recht op uitkering
In het algemeen wordt van
werknemers die werkloos dreigen te
worden verlangd dat zij sollicitatieactiviteiten ontwikkelen vanaf het moment dat zij op de hoogte zijn
van de
dreigende werkloosheid. Door zo vroegtijdig mogelijk
sollicitatieactiviteiten
te
ontwikkelen kan immers voorkomen worden
dat een beroep moet worden gedaan op
een WW-uitkering.
Sollicitatieplicht
werknemers tijdens het ontvangen van WW-uitkering
Van werknemers die reeds
werkloos zijn en een WW-uitkering
ontvangen, wordt in het algemeen
verlangd dat zij minimaal ้้n sollicitatieactiviteit per week verrichten. Duidelijk
is dat het hier een minimuminspanningsvereiste betreft.
Dit betekent niet dat een
uitkeringsgerechtigde zich kan beperken tot ้้n sollicitatieactiviteit per week indien
zich daarnaast meerdere passende mogelijkheden voordoen om te solliciteren.
Doen zich meerdere passende mogelijkheden voor om te solliciteren, dan wordt van de
uitkeringsgerechtigde verwacht dat hij daarop reageert voor zover hem deze mogelijkheden
redelijkerwijze bekend kunnen zijn.
Het voldoen aan het minimuminspanningsvereiste wil dus niet zeggen dat de uitkeringsgerechtigde
voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Evenmin
kan gesteld worden dat het niet voldoen
aan het minimuminspanningsvereiste
betekent dat de uitkeringsgerechtigde
niet voldoet aan zijn sollicitatieplicht.
Op grond van de individuele
omstandigheden van het geval zal
geconcludeerd moeten worden of de uitkeringsgerechtigde voldoet aan zijn
sollicitatieplicht. Hiervoor is geen objectieve (getals)norm aan te geven.
Voor de vaststelling of de
uitkeringsgerechtigde heeft voldaan aan zijn sollicitatieplicht kan derhalve zowel in
positieve als in negatieve zin van het minimuminspanningsvereiste
worden afgeweken.
In het geval een
uitkeringsgerechtigde een verwijzing van
Arbeidsvoorziening naar een werkgever vanwege
aldaar aanwezig passend werk zonder gegronde reden afslaat, dan
heeft hij niet voldaan aan zijn
sollicitatieplicht, ook al heeft hij andere sollicitatieactiviteiten ontwikkeld.
Beoordelingscriteria
Bij de beoordeling of
voldaan is aan de sollicitatieplicht dient
rekening gehouden te worden met een aantal
criteria, namelijk:
het begrip passende arbeid
(o.a. de Richtlijn passende arbeid 1996);
de regionale
arbeidsmarktsituatie;
het aantal beschikbare
passende vacatures;
eventuele (medische)
beperkingen van de werknemer in het
verrichten van arbeid;
de leeftijd van de
werknemer (in verband met functionele leeftijdseisen).
De Richtlijn passende arbeid
1996 geeft een aantal uit de
jurisprudentie afgeleide objectieve normen, die
aangeven wat in de regel van een
werkloze werknemer kan worden verlangd in
relatie tot het aanvaarden van een
werkaanbod. In de richtlijn zijn de
volgende criteria opgenomen: de aard van het
werk, het vroegere beroep van de
werknemer, de beloning voor het werk en
de van de werknemer te verlangen reisduur.
Bij de vaststelling of er
zich passende vacatures voor de werkloze
werknemer hebben voorgedaan dient met
deze richtlijn rekening te worden gehouden.
Tevens is daarvoor van belang te
weten of de werknemer medische
beperkingen heeft in het verrichten van
bepaalde arbeid.
Beoordelingsmomenten
Na de eerste betaling wordt
in de regel per vier weken (= per
werkbriefje) beoordeeld of de
uitkeringsgerechtigde voldoet aan zijn
sollicitatieplicht. De periode waarover de eerste
betaling plaatsvindt kan van geval
tot geval verschillen. Daarom is geregeld dat de vaststelling of voldaan is
aan de sollicitatieplicht voor wat betreft de eerste betaling van de uitkering
WW gekoppeld is aan de periode waarover
die betaling plaatsvindt.
Inwerkingtreding besluit
De bepalingen in het Besluit
sollicitatieplicht werknemers WW vormen voor een deel de weergave van de
huidige uitvoeringspraktijk, maar betreffen voor een ander deel nieuwe
richtlijnen. Daarom is voorzien in een
implementatietermijn voor de uitvoeringsinstellingen van zon twee maanden. Het besluit
treedt per 1 april 1998 in werking.
Nadere inlichtingen over dit
besluit kunnen worden verkregen bij
het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red,].
Amsterdam, 14 januari 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|