|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 24, eerste
lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
voert ter zake van de
uitvoering van artikel 24, eerste lid, onderdeel
b, ten eerste, van de
Werkloosheidswet een beleid als weergegeven
in de bijlage bij dit besluit.
Art.
2.
Het Besluit sollicitatieplicht werknemers
WW 2007 wordt ingetrokken.
Art.
3.
Indien het bij koninklijke
boodschap van 24 juni 2008 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen en enkele andere wetten in verband met de evaluatie van deze
wet, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering (Kamerstukken
31 514) tot wet is verheven en die wet in
werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.¹
1. Bij Besluit
van 29 december 2008, Stb. 2008, 601, is het tijdstip van
inwerkingtreding van genoemde wet bepaald op 1
januari 2009, red.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit sollicitatieplicht
werknemers WW 2009.¹
1. Het gelijkluidende Besluit sollicitatieplicht
werknemers WW 2009 van 20 augustus 2009 (Stcrt. 2009, 13049) is
ingevolge artikel I van het Besluit van 2 november 2009, Stcrt.
2009, 17039, met ingang van 12 november 2009 en terugwerkend tot en met
2 september 2009 ingetrokken, red.
Dit besluit wordt met de
toelichting en bijlage in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 2 december 2008.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
Bij de toepassing van
artikel 24, eerste
lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet
hanteert UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] de volgende uitgangspunten.
1. De
sollicitatieplicht: afspraken op maat
Op
grond van artikel 31 van de Wet
SUWI wordt van iedere werkloze werknemer de kans op werk beoordeeld.
Op basis van die beoordeling maakt UWV
afspraken met de individuele werknemer over welke activiteiten van hem
worden verwacht. Dat betreft allereerst sollicitatieactiviteiten omdat
sollicitaties de kortste weg naar werk vormen.
Sollicitaties zijn vormvrij: het versturen van
een open of gerichte sollicitatiebrief, de inschrijving bij een
uitzendbureau, een (spontaan) sollicitatiebezoek aan een werkgever, het
voeren van een sollicitatiegesprek en dergelijke zijn allemaal
sollicitatieactiviteiten. Wel dient een sollicitatieactiviteit te allen
tijde concreet en verifieerbaar te zijn. Ook het solliciteren naar een
functie bij een - op dat moment voor de werknemer nog anonieme -
werkgever (bijvoorbeeld in de situatie dat de werknemer solliciteert via
een uitzendbureau of door UWV wordt verwezen) kan als
sollicitatieactiviteit beschouwd worden, mits het gaat om een concreet
arbeidsaanbod waarop wordt gereageerd en deze sollicitatie verifieerbaar
is. Van de werknemer wordt verwacht dat hij ingaat op een verwijzing van
UWV naar een werkgever als daar passend werk aanwezig is of naar een
banenmarkt. Als de werknemer zonder gegronde reden niet ingaat op een
verwijzing, dan voldoet hij daardoor niet aan zijn sollicitatieplicht.
Solliciteren moet in voldoende mate gebeuren.
Wat voldoende is, hangt af van de individuele omstandigheden. Hierbij
wordt rekening gehouden met de regionale arbeidsmarktsituatie en het
aantal beschikbare vacatures, de mogelijkheden van de werknemer en
eventueel aanwezige medische beperkingen en het begrip passende arbeid
(onder andere de Richtlijn
passende arbeid 2008).
UWV bepaalt in samenspraak met de werknemer het
aantal activiteiten dat van hem kan worden verlangd. Bij het eerste
contact tussen UWV en de werknemer worden deze afspraken gemaakt. Deze
worden vastgelegd in een re-integratievisie en blijven van kracht tot
het moment dat een andere afspraak gemaakt wordt.
UWV
kan ook andere inspanningen verlangen van de werknemer, naast of in
plaats van sollicitaties, zoals het volgen van een opleiding, van
workshops of door het verrichten van vrijwilligerswerk. Ook deze
afspraken worden vastgelegd in een re-integratievisie.
Wanneer tijdens de werkloosheid geen afspraken zijn gemaakt over de
invulling van de sollicitatieplicht, dient de werknemer gemiddeld één
keer per week te solliciteren.
2. Invulling
sollicitatieplicht zodra werkloosheid dreigt
De bovengenoemde
invulling van de sollicitatieplicht geldt vanaf het moment dat deze is
vastgelegd in de re-integratievisie tussen de werknemer en UWV.
Echter, ook voordat de re-integratievisie is opgesteld, kunnen al
activiteiten verlangd worden. Deze activiteiten mogen verlangd worden
vanaf het moment dat het voor de werknemer duidelijk is dat werkloosheid
dreigt. Enkele voorbeelden:
- Van de werknemer van wie de dienstbetrekking rechtsgeldig is opgezegd,
wordt verlangd dat hij vanaf de datum van opzegging sollicitatieactiviteiten
ontwikkelt.
- Van de werknemer van wie het (tijdelijke) dienstverband op een andere
wijze dan door opzegging eindigt, wordt verlangd dat hij sollicitatieactiviteiten
ontwikkelt vanaf het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk kan
zijn dat de dienstbetrekking eindigt.
- Van de werknemer die een toezegging of de verwachting heeft om op
korte termijn bij dezelfde of een andere werkgever het werk te hervatten
(bijvoorbeeld een seizoenwerker), wordt verwacht dat hij zich minstens
één maand vóór het intreden van zijn werkloosheid inschrijft bij
één of meerdere uitzendbureaus. Van hem wordt verlangd dat hij actief
op zoek gaat naar opvularbeid van allerlei aard.
- Van de werknemer die WW-uitkering aanvraagt na
afschatting vanuit de WAO/Wet
WIA wordt verlangd dat hij, zodra hem is aangezegd dat zijn
uitkering vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid zal worden herzien of
ingetrokken, sollicitatieactiviteiten ontwikkelt.
- Van de werknemer die ontslag neemt vanwege verhuizing wordt verlangd
dat hij zich op het moment waarop de nieuwe woonplaats bekend is, laat
inschrijven als werkzoekende bij UWV in die woonplaats of nabijgelegen
plaats en in ieder geval vanaf het moment waarop de concrete
verhuisdatum bekend is sollicitatieactiviteiten ontplooit.
3.
Uitzondering: de overheidswerknemer
Met de
overheidswerknemer worden geen individuele afspraken op maat gemaakt met
betrekking tot zijn re-integratie. De reden hiervoor is dat niet UWV,
maar de overheidswerkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie van
deze werknemers (artikel 72a WW).
De overheidswerknemer voldoet aan de sollicitatieplicht wanneer hij
gemiddeld ten minste één keer per week solliciteert. Op verzoek van de
overheidswerkgever of de overheidswerknemer kan UWV een afwijkende norm
vaststellen.
4. Invulling
sollicitatieplicht bij voorbereiding op zelfstandige arbeid
Voor de werkloze
werknemer bestaat op grond van artikel 77a
WW de mogelijkheid om werkzaamheden in de
uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een
beroep te verrichten. Als op voorhand niet uit te sluiten is dat een
werknemer in de toekomst structureel met deze werkzaamheden in zijn
bestaan kan voorzien, kan UWV met de
werknemer afspreken dat het voorbereiden op deze mogelijkheid gedurende
enige tijd als invulling van de sollicitatieplicht beschouwd zal worden.
De duur van deze periode wordt door UWV na overleg met de werknemer
vastgesteld.
5. Grondslag voor het
opleggen van een maatregel
Het
zonder deugdelijke grond niet nakomen van de sollicitatieplicht is een
overtreding van artikel 24, eerste lid,
onderdeel b, ten eerste, WW. Wanneer de
werknemer zich zonder deugdelijke grond niet aan de afspraken in de
re-integratievisie houdt, kan zowel sprake zijn van een overtreding van
de sollicitatieplicht als van een overtreding van de verplichting om te
voldoen aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de
re-integratievisie (artikel 26, eerste lid,
onderdeel l, WW).
Als zowel de sollicitatieplicht als de
verplichtingen uit de re-integratievisie door eenzelfde tekortkoming
verwijtbaar overtreden zijn, zal UWV ervan
uitgaan dat alleen artikel 26, eerste lid,
onderdeel l, WW overtreden is, zodat geen
sprake zal zijn van een dubbele maatregeloplegging.
TOELICHTING
[2 december 2008]
Tegenover het recht op WW staan verplichtingen
voor de werknemer. Eén van de belangrijkste verplichtingen luidt dat de
werknemer moet voorkomen dat hij in onvoldoende mate tracht passende
arbeid te vinden. Dit laatste wordt aangeduid als de sollicitatieplicht.
In dit besluit wordt aangegeven hoe de
sollicitatieplicht voor iedere werknemer wordt ingevuld. Door deze
werkwijze wordt iedere werknemer op individueel niveau begeleid naar
werk.
De laatste jaren heeft de WW zich ontwikkeld
tot een "brug naar werk" tussen twee banen. Meer dan voorheen
ligt de nadruk op een zo snel mogelijke terugkeer naar werk van de
werkloze werknemers. In deze ontwikkeling past een meer individuele
benadering van de werkloze werknemers. In dit besluit is aangegeven hoe UWV
invulling geeft aan deze individuele benadering.
In
de Beleidsregels sollicitatieplicht werknemers WW 2007 [lees: In het Besluit
sollicitatieplicht werknemers WW 2007, red.] wordt een
onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden van CWI [Centrale
organisatie werk en inkomen, red.] en UWV
bij de begeleiding naar werk van werkloze werknemers. Dit onderscheid
vervalt met de fusie tussen CWI en UWV. Om die reden treden gelijk met
deze fusie de Beleidsregels sollicitatieplicht werknemers WW 2009 [lees:
Om die reden treedt gelijk met de fusie het Besluit sollicitatieplicht
werknemers WW 2009, red.] in werking. Ten
opzichte van de beleidsregels van 2007 [lees: het besluit van 2007, red.]
is het onderscheid tussen CWI en UWV vervallen en is een passage
toegevoegd over de sollicitatieplicht van de overheidswerknemers. Voorts
is verduidelijkt dat de werknemer verplicht is op een verwijzing naar
een banenmarkt in te gaan.
De
Beleidsregels sollicitatieplicht werknemers WW 2009 treden [lees: Het
Besluit
sollicitatieplicht werknemers WW 2009, treedt, red.] in werking
zodra het wetsvoorstel in werking treedt dat de taken van CWI en UWV
samenvoegt. De vóór deze inwerkingtreding door CWI
gemaakte afspraken worden vanaf dat moment als afspraken van UWV
beschouwd.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|