|
20 maart 2012
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 24,
eerste lid, onderdeel b, ten eerste, van de Werkloosheidswet
en artikel 15, onderdeel b, van de Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen;
Besluit:
Art.
1.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
voert ter zake van de uitvoering van artikel 24,
eerste lid, onderdeel
b, ten eerste, van de
Werkloosheidswet en artikel 15,
onderdeel b, van de Wet inkomensvoorziening
oudere werklozen een beleid als weergegeven in de bijlage
bij dit besluit.
Art.
2.
Het Besluit sollicitatieplicht werknemers
WW 2012 wordt ingetrokken.
Art.
3.
Dit besluit wordt aangehaald als:
Besluit sollicitatieplicht werknemers WW en IOW 2012.
Art.
4.
Indien het bij koninklijke boodschap van 27 oktober 2011
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met
aanpassing van de dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
aan werkgevers en werkzoekenden en de opheffing van de Raad
voor werk en inkomen als publiekrechtelijke rechtspersoon met een
wettelijke taak en van de Werkloosheidswet en
enige andere wetten in verband met de beëindiging
van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van
loonkostensubsidies (Kamerstukken II 33 065), nadat het tot wet is
verheven, in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in
werking.¹
1. Ingevolge artikel
1 van het Besluit van 4 juni 2012, Stb.
2012, 251, is het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met
aanpassing van de dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
aan werkgevers en werkzoekenden en de opheffing van de Raad
voor werk en inkomen als publiekrechtelijke rechtspersoon met een
wettelijke taak en van de Werkloosheidswet en
enige andere wetten in verband met de beëindiging
van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van
loonkostensubsidies bepaald op 1 juli 2012, red.
Dit
besluit wordt met de bijlage en toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 20 maart 2012.
B.J. Bruins,
voorzitter Raad van
bestuur van UWV.
BIJLAGE
1. De
verplichting om in voldoende mate passend werk te vinden
Iedere werkzoekende
die een uitkering WW
of IOW aanvraagt, heeft de verplichting om zich
in te spannen om zo snel mogelijk weer werk te vinden. Dat is de
sollicitatieplicht. Die inspanningsverplichting uit zich in een aantal
activiteiten, dat van iedere werkzoekende wordt verlangd.
Dat betreft allereerst
sollicitatieactiviteiten, omdat sollicitaties de kortste weg naar werk
vormen. Sollicitaties zijn vormvrij: het versturen van een open of
gerichte sollicitatiebrief, de inschrijving bij een uitzend- of
detacheringsbureau, een (spontaan) sollicitatiebezoek aan een werkgever,
het voeren van een sollicitatiegesprek en dergelijke zijn allemaal
sollicitatieactiviteiten. Wel dient een sollicitatieactiviteit te allen
tijde concreet en verifieerbaar te zijn. Ook het solliciteren naar een
functie bij een op dat moment voor de werkzoekende nog anonieme
werkgever (bijvoorbeeld in de situatie dat hij solliciteert via een
uitzendbureau) kan als sollicitatieactiviteit beschouwd worden, mits het
gaat om een concreet arbeidsaanbod waarop wordt gereageerd en deze
sollicitatie verifieerbaar is.
Solliciteren moet in voldoende mate gebeuren.
In beginsel moet iedere werkzoekende ten minste elke vier weken vier
keer solliciteren, omdat UWV het van belang
vindt dat men doorlopend actief zoekt naar werk. UWV kan van deze norm
van vier sollicitaties per vier weken afwijken als daar goede redenen
voor zijn. Wat betreft de aard en soort sollicitaties die de
werkzoekende verricht, wordt rekening gehouden met eventueel aanwezige
medische beperkingen en het begrip passende arbeid (onder andere de Richtlijn
passende arbeid 2008) voor WW-gerechtigden. Voor IOW-gerechtigden
wordt getoetst aan het begrip gangbare arbeid.
UWV
ondersteunt werkzoekenden bij het vinden van passend werk. Dit gebeurt
onder meer door hen te wijzen op passende vacatures. Om een werkzoekende
effectief te kunnen ondersteunen, moet hij UWV in ieder geval informeren
over zijn beroep, over de door hem gevolgde opleidingen en behaalde
diploma’s en over zijn werkervaring. De werkzoekende moet de
aanvullende gegevens op verzoek van UWV verstrekken. Werkzoekenden die
deze extra informatie niet verstrekken, verhinderen dat UWV deze
ondersteuning kan bieden en bemoeilijken daarmee de weg naar werk.
Van
de werkzoekende wordt verwacht dat hij ingaat op een verwijzing van UWV
naar een werkgever als daar passend werk aanwezig is. Ook moet hij zich
als werkzoekende inschrijven bij ten minste één uitzend- of
detacheringsbureau en gehoor geven aan alle oproepen van UWV om deel te
nemen aan workshops die zijn kans op werk vergroten, aan
competentietests, speeddates met werkgevers en/of uitzendbureaus en aan
banenmarkten. Op aangeven van UWV informeert de werkzoekende ook naar
mogelijkheden om in het buitenland te kunnen werken.
Om
werkgevers in staat te stellen om geschikte werknemers te vinden voor
openstaande vacatures is iedere werkzoekende ook verplicht direct bij
inschrijving bij UWV een actueel cv te
plaatsen op Werk.nl. Een cv op Werk.nl vergroot de kans dat
werkzoekenden gevonden kunnen worden door werkgevers met vacatures. Om
te voorkomen dat werkgevers reageren op verouderde cv’s, blijft een cv
maar een beperkte tijd vindbaar op Werk.nl, tenzij de werkzoekende op
tijd aangeeft dat het cv actief moet blijven. Hij is dan ook niet alleen
verplicht om het cv te plaatsen, maar ook om dit cv actief te houden.
Daarnaast moet de werkzoekende ervoor zorgen dat hij bereikbaar is voor
een geïnteresseerde werkgever. Dat kan door het vermelden van zijn
mailadres en telefoonnummer in het cv.
De werkzoekende heeft zelf de keuze zijn cv met
of zonder persoonlijke gegevens op Werk.nl te publiceren. Bij cv’s
zonder persoonlijke gegevens is de werkzoekende wel bereikbaar via het
mailadres, maar wordt dit niet direct getoond in het cv, maar is alleen
versleuteld beschikbaar via een "alias". Dit zorgt ervoor dat
de werkzoekende wel kan worden benaderd, maar dat tot de persoon
herleidbare gegevens niet worden gepubliceerd.
De verplichting om een cv op Werk.nl te
plaatsen, geldt niet voor mensen die hiertoe niet in staat zijn.
Samengevat dient iedere werkzoekende:
- in principe ten minste elke vier weken vier keer te solliciteren;
- informatie te verstrekken over beroep, opleiding en werkervaring;
- zich in te schrijven bij een uitzend- of detacheringsbureau;
- gehoor te geven aan oproepen van UWV voor
activiteiten die de kans op werk vergroten;
- zijn cv te plaatsen op Werk.nl.
2.
Verantwoording over de sollicitatieplicht en gevolgen bij overtreding
Iedere vier weken
moet een werkzoekende een overzicht geven van alle afgehandelde taken
die hij de afgelopen weken heeft uitgevoerd. Een overzicht van
uitgevoerde activiteiten plaatst hij in zijn elektronische werkmap.
Werkzoekenden die niet in staat zijn tot het gebruik van de
elektronische werkmap, leggen in het contact met UWV
hun sollicitatieactiviteiten voor.
UWV beoordeelt aan de hand van deze opgave en
aan de hand van periodieke monitor-/evaluatiegesprekken of de
werkzoekende in voldoende mate aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
Het zonder deugdelijke grond niet nakomen van de sollicitatieplicht is
een overtreding van artikel
24, eerste lid, onderdeel
b, ten eerste, van de
WW dan wel van artikel 15, onderdeel b,
IOW
en leidt tot een maatregel.
3. Voor wie
geldt de verplichting
Sollicitatieplicht
geldt voor iedere werkzoekende zodra hij recht heeft op een uitkering in
het kader van de WW
of IOW.
Voor overheidswerknemers is de ex-werkgever
verantwoordelijk voor de re-integratie. Op grond van die
verantwoordelijkheid kan de overheidswerkgever UWV
adviseren een afwijkende norm vast te stellen voor het aantal te
verrichten sollicitaties. Een afwijkend aantal sollicitaties kan aan de
orde zijn als de werkzoekende in het kader van zijn re-integratie al
voldoende concrete taken uit te voeren heeft.
Behalve op werknemers die daadwerkelijk aanspraak maken op een WW-
of IOW-uitkering
geldt de sollicitatieplicht ook voor werknemers die weten dat zij op
korte termijn werkloos zullen worden. De verplichtingen gelden vanaf het
moment dat het voor de werknemer duidelijk is dat werkloosheid dreigt.
Enkele voorbeelden:
- van de werknemer van wie de dienstbetrekking rechtsgeldig is opgezegd,
wordt verlangd dat hij vanaf de datum van opzegging sollicitatieactiviteiten
ontwikkelt;
- van de werknemer van wie het (tijdelijke) dienstverband op een andere
wijze dan door opzegging eindigt, wordt verlangd dat hij sollicitatieactiviteiten
ontwikkelt vanaf het moment dat het hem redelijkerwijs duidelijk kan
zijn dat de dienstbetrekking zal eindigen;
- van de werknemer die een toezegging of de verwachting heeft om op
korte termijn bij dezelfde of een andere werkgever het werk te hervatten
(bijvoorbeeld een seizoenwerker), wordt verwacht dat hij zich minstens
één maand vóór het intreden van zijn werkloosheid inschrijft bij
één of meerdere uitzendbureaus. Van hem wordt verlangd dat hij actief
op zoek gaat naar opvularbeid van allerlei aard;
- van de werknemer die WW-uitkering aanvraagt na afschatting vanuit de WAO/Wet
WIA wordt verlangd dat hij, zodra hem is aangezegd dat zijn
uitkering vanwege afgenomen arbeidsongeschiktheid zal worden herzien of
ingetrokken, sollicitatieactiviteiten ontwikkelt;
- van de werknemer die ontslag neemt vanwege verhuizing wordt verlangd
dat hij sollicitatieactiviteiten ontwikkelt in de buurt van zijn nieuwe
woonplaats vanaf het moment waarop de concrete verhuisdatum bekend is.
- Van al deze werknemers verwacht UWV dat
zij ten minste één concrete sollicitatie hebben verricht in de periode
direct voorafgaand aan werkloosheid.
4. Invulling
sollicitatieplicht bij voorbereiding op zelfstandige arbeid
Voor de werkloze
werknemer bestaat op grond van artikel 77a
WW de
mogelijkheid om werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de
zelfstandige uitoefening van een beroep te verrichten. Als op voorhand
niet uit te sluiten is dat een werknemer in de toekomst structureel met
deze werkzaamheden in zijn bestaan kan voorzien, kan UWV
met de werknemer afspreken dat de noodzakelijke voorbereidingen op deze
mogelijkheid gedurende enige tijd als invulling van de
sollicitatieplicht beschouwd zal worden. De duur van deze zogenaamde
oriëntatieperiode bedraagt maximaal zes weken.
5.
Overgangsrecht
Dit besluit is van
toepassing op degenen die op of na de datum van inwerkingtreding van dit
besluit recht krijgen op een IOW-
of WW-uitkering.
UWV
zal degenen die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit al
een WW- of IOW-uitkering ontvangen, informeren over de frequentie
waarmee verantwoording moet worden afgelegd over de sollicitatieplicht.
Totdat de uitkeringsgerechtigde hierover bericht heeft ontvangen, geldt
de eerder met UWV hierover gemaakte afspraak, c.q. de eerder geldende
algemene norm van vier sollicitaties per vier weken.
TOELICHTING
[20 maart 2012]
UWV
heeft net als alle publieke domeinen te maken met grote bezuinigingen
die nodig zijn om de overheidstekorten terug te dringen. Het kabinet wil
naar een kleinere, efficiëntere overheid. Het resultaat van deze
bezuinigingen voor UWV is onder andere dat er geen re-integratiemiddelen
meer voor WW-gerechtigden
beschikbaar zijn en dat het aantal medewerkers drastisch teruggebracht
wordt.
Als gevolg van deze veranderingen wijzigt UWV
de komende jaren de dienstverlening aan WW-gerechtigden ingrijpend. Het
uitgangspunt wordt dat UWV de WW-gerechtigden met elektronische
dienstverlening ondersteunt bij het vinden van werk.
Werkzoekenden zijn allereerst zelf
verantwoordelijk voor het zo snel mogelijk vinden van een baan;
ondersteuning wordt voor zover mogelijk digitaal aangeboden en is er
slechts voor mensen die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt.
Ook handhaving geschiedt voornamelijk digitaal.
Deze veranderingen vragen om een nauwkeurige omschrijving van wat
werknemers van UWV kunnen verwachten en wat van hen verwacht wordt.
Daarvoor wordt het besluit sollicitatieplicht werkzoekenden WW [lees: Besluit
sollicitatieplicht werknemers WW 2012, red.] aangepast aan de
nieuwe werkwijze. Het besluit is van toepassing voor alle werkzoekenden WW,
bij zowel de digitale als de persoonlijke dienstverlening. Nieuw is ook
dat dit besluit van toepassing is op werknemers met een IOW-uitkering.
In artikel 32e
Wet SUWI is de elektronische dienstverlening
door UWV verankerd. In dit artikel is ook een uitzondering opgenomen
voor werknemers die niet in staat zijn om via de elektronische werkmap
te communiceren. UWV zal in voorkomende gevallen aan de hand van de
omstandigheden aangeven op welke wijze de communicatie met de
werkzoekende dan gevoerd zal worden.
B.J. Bruins,
voorzitter Raad van
bestuur van UWV.
|