|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In dit
besluit wordt verstaan onder:
a. UWV:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. dagloon:
het dagloon, bedoeld in het Besluit
dagloonregels werknemersverzekeringen;
c. maatmanloon:
het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de
Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen
en artikel 6, eerste lid en derde lid, onderdeel
b, van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten;
d. polisadministratie:
de polisadministratie, bedoeld in artikel 33
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 2.
Gebruik maken van de polisadministratie
Behoudens
het bepaalde in artikel 3 gebruikt UWV voor besluiten over de
vaststelling van het dagloon en
het maatmanloon de gegevens die aanwezig zijn in de polisadministratie.
Art. 3.
Uitzonderingen
-1. Indien
UWV vaststelt dat de gegevens in de polisadministratie niet kunnen
worden gebruikt, gebruikt UWV
gegevens uit een andere bron.
-2. UWV
gebruikt vooralsnog de gegevens die aanwezig zijn in het Weflex-systeem,
in gevallen waarin de
gegevens over een dienstbetrekking met een uitzendbureau via dat systeem
aan UWV worden
aangeleverd.
Art. 4.
Inwerkingtreding
Dit besluit
treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin het
wordt geplaatst.
Art. 5.
Citeertitel
Dit besluit
wordt aangehaald als: Beleidsregels UWV gebruik polisgegevens.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam,
9 juni 2009.
J.M. Linthorst,
voorzitter Raad van bestuur.
TOELICHTING
[9 juni 2009]
Algemeen
Met deze beleidsregels geeft UWV invulling aan de
Walvis (Wet
administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten) door voor de vaststelling van het dagloon en het
maatmanloon gebruik te maken van de gegevens uit de polisadministratie.
Dit leidt tot een verlaging van de administratieve lasten van werkgevers
en werknemers. Omdat UWV beschikbare gegevens gaat gebruiken, kunnen
werknemers sneller worden geïnformeerd over hun uitkeringsrechten.
De polisadministratie
In de polisadministratie van UWV worden de dienstverband- en
loongegevens van elke werknemer opgenomen.
De werkgever doet per aangiftetijdvak van één maand of vier weken
loonaangifte bij de belastingdienst.
De belastingdienst geeft de individuele werknemersgegevens uit die
loonaangiften door aan
UWV, waarna UWV deze gegevens per aangiftetijdvak per werknemer opneemt
in de polisadministratie.
De gegevensketen van werkgever naar belastingdienst en de doorlevering
van gegevens
door de belastingdienst aan de polisadministratie wordt aangeduid als de
loonaangifteketen.
De
polisadministratie bevat daarmee gegevens over arbeidsverleden,
dienstverbanden en lonen, die ook gebruikt
kunnen worden voor de vaststelling van het dagloon en maatmanloon ingeval werknemers
een
uitkering aanvragen. Door gebruik te maken van deze gegevens is het niet
meer nodig deze gegevens bij
de werkgever uit te vragen. Dat leidt tot vermindering van de
administratieve lasten.
Dagloonvaststelling
Het dagloon
wordt vanaf 2006 op grond van het Besluit
dagloonregels werknemersverzekeringen
(Besluit van
8 oktober 2005, Stb. 2005, 546) vastgesteld op basis van het in de
referteperiode genoten loon. De
referteperiode is doorgaans het jaar voorafgaande aan het
loonaangiftetijdvak waarin de werknemer ziek of
werkloos is geworden. Volgens het dagloonbesluit wordt het loon geacht
te zijn genoten in het
aangiftetijdvak (één maand of vier weken) waarover de werkgever van dat
loon opgave heeft gedaan. Dit
loon is in de polisadministratie opgenomen en beschikbaar voor de
vaststelling van het dagloon.
Maatmanloonvaststelling
Het
maatmanloon wordt op grond van het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten vanaf 1 juli 2008 in
beginsel ook vastgesteld op basis van het in het refertejaar genoten
loon. Hierdoor kunnen de gegevens die
zijn verkregen voor de dagloonvaststelling in de meeste gevallen ook
worden gebruikt voor de maatmanloonvaststelling.
Gebruik
maken van polisgegevens
Door
problemen in de loonaangifteketen maakte UWV
voor de vaststelling van
het dagloon en het maatmanloon
nog geen gebruik van de gegevens uit de polisadministratie. Nu deze
problemen zijn opgelost en
de werking van de loonaangifteketen over 2008 is vastgesteld, heeft UWV
besloten over te gaan tot dagloonvaststelling op basis van polisgegevens. Voor het maatmanloon
wordt zoveel mogelijk
aangesloten bij deze gegevens.
In deze
beleidsregels wordt aangegeven wanneer UWV gebruik maakt van de
polisadministratie en in welke
gevallen niet. In sommige situaties zijn de noodzakelijke gegevens (nog)
niet beschikbaar in de polisadministratie
of om bepaalde, nader aangegeven, redenen niet bruikbaar. In die
gevallen gaat UWV uit van
andere bronnen.
Kwaliteit
van de gegevens
Samen met de belastingdienst hanteert UWV
controlemechanismen (onder meer plausibiliteits- en volledigheidscontroles)
in de loonaangifteketen ter bewaking en verbetering van de kwaliteit van
de gegevens. Ingeval UWV de gegevens in de polisadministratie niet kan gebruiken voor
de vaststelling van het
dagloon of het maatmanloon, zal UWV dit melden aan de belastingdienst.
UWV maakt
met de belastingdienst afspraken over de terugkoppeling door de belastingdienst
naar werkgevers
over geconstateerde fouten in hun loonaangifte. Doel daarvan is om
toekomstige loonaangiftes
te verbeteren en daarmee ook de bruikbaarheid van de polisgegevens.
In de
toekomst zullen de loongegevens worden opgenomen in het Digitaal
Verzekeringsbericht waardoor ook
werknemers direct toegang tot hun in de polisadministratie opgenomen
loongegevens krijgen.
Indien één of meer loongegevens naar hun oordeel niet juist zijn, kunnen
zij UWV verzoeken de gegevens
te corrigeren.
Artikelsgewijs
Artikel
2.
Gebruik maken van de polisadministratie
UWV
gebruikt
voor de vaststelling van het dagloon voor de Ziektewet (ZW),
Werkloosheidswet (WW), Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO) en Wet
arbeid en zorg (Wazo) de gegevens die in de polisadministratie aanwezig
zijn. Uit deze hoofdregel
vloeit voort dat voor de dagloonvaststelling geen initiële
gegevensuitvraag meer bij de werkgever of
de werknemer zal plaatsvinden ten aanzien van gegevens die in de
polisadministratie aanwezig
zijn.
Voor de
vaststelling van het maatmanloon wordt zoveel mogelijk aangesloten bij
de (loon)gegevens die voor de
dagloonvaststelling zijn verkregen.
Omdat voor
deze wijziging een aanpassing van de verschillende processen nodig is,
zal UWV dit beleid voor
de verschillende wetten gefaseerd invoeren, waarbij het streven is om de
gegevensuitvraag op zo kort
mogelijke termijn te reduceren.
Gegeven ontbreekt
Als in de polisadministratie gegevens ontbreken die nodig zijn om de
uitkering (tijdig) te kunnen vaststellen, zal UWV
op een andere manier
aan die gegevens moeten komen. UWV doet hiervoor nader onderzoek en
gebruikt dan de hieruit verkregen gegevens. Hierbij kan worden gedacht
aan:
1. Tijdvakken die niet zijn opgenomen in de polisadministratie:
- Enerzijds gaat dit om gegevens over de laatste twee aangiftetijdvakken.
- De gegevens over de laatste twee aangiftetijdvakken kunnen ontbreken
omdat de werkgever over die tijdvakken nog geen loonaangifte heeft
gedaan of omdat deze loonaangifte nog niet is opgenomen in de
polisadministratie. Op dit punt heeft de Minister van SZW wetgeving
aangekondigd, waardoor het refertejaar met twee aangiftetijdvakken wordt
verlegd, zodat het dagloon en het maatmanloon niet meer (mede) op de
laatste twee tijdvakken worden gebaseerd (t-2). Hiermee kan nadere
uitvraag van die gegevens komen te vervallen.
- Anderzijds gaat dit om gegevens over aangiftetijdvakken die liggen
vóór 2006.
- Deze tijdvakken zijn niet opgenomen in de polisadministratie. De
gegevens kunnen in uitzonderingssituaties nodig zijn voor de
vaststelling van het dagloon en het maatmanloon.
2. Gegevens die geen onderdeel uitmaken van de loonaangifte:
Alleen gegevens die onderdeel uitmaken van de loonaangifte door de
werkgever worden in de polisadministratie opgenomen. In bepaalde
specifieke situaties heeft UWV voor de uitkeringsvaststelling een
gegeven nodig dat geen onderdeel uitmaakt van de loonaangifte en dus
niet in de polisadministratie beschikbaar is. Dit geldt bijvoorbeeld
voor het overeengekomen loon dat UWV in bepaalde gevallen nodig heeft
voor de vaststelling van de uitkering. In dergelijke gevallen zal UWV
gebruik maken van een andere gegevensbron of nader onderzoek doen.
3. Overige ontbrekende gegevens:
In de polisadministratie kunnen gegevens over één of meerdere tijdvakken
ontbreken, terwijl die gegevens - gelet op de overige beschikbare
gegevens - wel aanwezig hadden moeten zijn. Een werkgever kan
bijvoorbeeld over een tijdvak geen aangifte hebben gedaan of een
aangifte blijkt technisch niet verwerkbaar. Indien UWV bij de
vaststelling van het dagloon of het maatmanloon constateert dat
noodzakelijke gegevens ontbreken, zal UWV uiteraard nader onderzoek doen
naar deze gegevens.
Nader onderzoek
UWV zal zich bij nader onderzoek naar de polisgegevens in eerste
instantie richten op gegevensbronnen waar UWV al
over beschikt. Mogelijk is het benodigde gegeven in een ander systeem
van UWV
opgenomen, kan het worden gehaald uit documenten waarover UWV beschikt,
zoals een CAO of een
arbeidsovereenkomst of kan het worden afgeleid uit de gegevens waarover
UWV wel beschikt.
In situaties
waarin UWV het benodigde gegeven niet kan halen uit de bronnen waarover
UWV beschikt,
zal UWV alsnog nadere uitvraag doen. UWV zal de nadere uitvraag doen bij
degene die het beste
opheldering kan geven over het ontbreken of de juistheid van het
benodigde gegeven. Zo zal het UWV voor de
WW zich voor nadere uitvraag meestal eerst wenden tot de werknemer en
zal het UWV voor de ZW
en de WIA zich meestal eerst wenden tot de werkgever.
Artikel
3.
Uitzonderingen
Eerste lid: polisgegeven kan
niet worden gebruikt
Als UWV heeft vastgesteld dat een gegeven in de polisadministratie niet
kan worden gebruikt, zal UWV niet van dat gegeven in de
polisadministratie uitgaan. Hierbij kunnen de volgende situaties worden
onderscheiden:
a. UWV heeft het gegronde vermoeden dat een gegeven onjuist is;
b. de werknemer toont aan dat een gegeven onjuist is;
c. het gegeven kan niet zonder aanvullende informatie worden gebruikt;
1º. UWV heeft het gegronde vermoeden dat een gegeven onjuist is:
UWV gaat in principe uit van de juistheid van de gegevens die de
werkgever heeft aangegeven en die in de polisadministratie zijn
opgenomen. Er zijn echter situaties denkbaar waarin de gegevens die in
de polisadministratie zijn opgenomen - in hun onderlinge samenhang
bezien - redelijkerwijs niet juist kunnen zijn. In dergelijke gevallen
zal UWV via nader onderzoek nagaan of de opgegeven gegevens juist zijn.
Is dat niet het geval, dan zal UWV uitgaan van de uit het onderzoek
verkregen gegevens;
2º. de werknemer toont aan dat een gegeven onjuist is:
De werkgever kan bij de loonaangifte een fout maken doordat hij in het
tijdvak waarover hij het loon moet aangeven geen loon of niet het
juiste bedrag aan genoten loon opgeeft. De werkgever zal dan alsnog een
gecorrigeerde loonaangifte moeten doen.
Om te voorkomen dat de werknemer wordt
benadeeld door een foutieve loonaangifte van de werkgever, kan UWV
alsnog met dit loon rekening houden als de werknemer aantoont dat hij
het loon in de referteperiode heeft genoten, maar dat de werkgever in de
referteperiode geen aangifte over dat loon heeft gedaan.
De werknemer kan ook aantonen dat andere
gegevens in de polisadministratie niet juist zijn of ontbreken. Zo kan
de werknemer met bewijsstukken (bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst)
aantonen dat de datum aanvang of einde van het dienstverband niet juist
in de polisadministratie is opgenomen. UWV gaat dan uit van de gegevens
waarvan de werknemer heeft aangetoond dat ze wel juist zijn;
3º. het gegeven kan niet zonder aanvullende informatie worden gebruikt:
Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin UWV in de
referteperiode een uitkering via de werkgever betaalbaar heeft gesteld
en de werkgever hierop een aanvulling heeft verstrekt. In dat geval is
in het loon dat de werkgever aan zijn werknemer betaalt, naast een
bedrag aan loonwaarde, ook een bedrag aan uitkering en een bedrag aan
aanvulling op die uitkering opgenomen. De werkgever geeft dit loon ook
als één bedrag op in de loonaangifte. Voor de vaststelling van
uitkeringen is het bedrag van de loonwaarde nodig zonder het bedrag van
de uitkering en het bedrag van de aanvulling. Het bedrag van de
loonwaarde is niet apart opgenomen in de polisadministratie. Dat
betekent dat UWV nader onderzoek moet doen naar de loonwaarde van de
arbeid als de werkgever over een aangiftetijdvak heeft opgegeven dat er
sprake is van een aanvulling op een uitkering.
Tweede lid: gebruik van het
Weflex-systeem
Voor de vaststelling van de uitkering van uitzendkrachten maakt UWV
vooralsnog gebruik van de gegevens die de uitzendbureaus wekelijks
aanleveren via het zogenaamde Weflex-systeem. Door deze
weekaanleveringen beschikt UWV direct over voor de uitkeringsverzorging
actuele en noodzakelijke gegevens (de gegevens over de laatste twee
aangiftetijdvakken inbegrepen). Daarnaast bevat het Weflex-systeem
aanvullende gegevens die niet in de polisadministratie zijn opgenomen.
UWV streeft ernaar ook voor deze groep
uitzendkrachten over te gaan op het gebruiken van polisgegevens. Voor
deze overgang is in ieder geval noodzakelijk dat de aangekondigde
wetgeving over t-2 is gerealiseerd (zie de
toelichting op artikel 2,
onder 1).
J.M.
Linthorst,
voorzitter Raad van bestuur.
|