|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 94,
eerste lid, van de Werkloosheidswet en artikel
105, eerste lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen;
Besluit:
Art.
1.
De maxima van de lasten die in een boekjaar ten laste van de
wachtgeldfondsen komen, bedoeld in artikel 94
van de Werkloosheidswet, worden voor het jaar
2006 vastgesteld op de percentages, bedoeld in
bijlage 1 bij dit besluit.
Art.
2.
Het Besluit vaststelling lastenplafonds
wachtgeldfondsen 2005 wordt ingetrokken.
Art.
3.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ in werking met ingang van 1
januari 2006.
1. Goedkeuring is verleend
bij Besluit van 30 november 2005, Stcrt. 2005, 238, red.
Art.
4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling lastenplafonds
wachtgeldfondsen 2006.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 8 november 2005.
De Raad van bestuur UWV,
de voorzitter,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[8 november 2005]
Volgens artikel 94, eerste lid, van de Werkloosheidswet stelt
UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] jaarlijks de lastenplafonds vast voor de
wachtgeldfondsen. Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) financiert de
lasten die uitkomen boven het lastenplafond. Hiermee wordt voorkomen dat
een in moeilijkheden verkerend wachtgeldfonds in een negatieve spiraal
terechtkomt.
Het lastenplafond bestaat uit een vast gedeelte
en een variabel gedeelte. Het vaste gedeelte bedraagt voor iedere sector
3,75% van het premieplichtig loon. Dit percentage dient te worden
geïnterpreteerd als de maximaal door de sector te dragen "basiswerkloosheid".
Het variabele deel ligt tussen de 0% en 2% van het premieplichtig loon,
afhankelijk van het gemiddelde lastenpercentage over vier jaren. Het
betreft een sectorspecifieke opslag voor sectoren die een hoger
gemiddeld risico hebben. Het gemiddelde lastenpercentage over de laatste
vier gerealiseerde jaren bepaalt in welke klasse de sector wordt
ingedeeld.
Tabel: klasse-indeling
lastenplafonds 2006:
| Het
gemiddelde lastenpercentage over de periode 2001-2004 |
Vast
deel lastenplafond |
Variabel
deel lastenplafond |
Lastenplafond
|
| Kleiner
dan 2,00%: |
3,75%
|
0,00%
|
3,75%
|
| Tussen
2,00% en 3,75%: |
3,75%
|
0,75%
|
4,50%
|
| Tussen
3,75% en 5,75%: |
3,75%
|
1,25%
|
5,00%
|
| Groter
dan 5,75%: |
3,75%
|
2,00%
|
5,75%
|
Toepassing van deze systematiek leidt tot de in
bijlage 1 gegeven lastenplafonds voor 2006. Dit besluit behoeft op grond
van artikel 116, derde lid, van de Werkloosheidswet
goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
De Raad van bestuur UWV,
de voorzitter,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
1
Lastenplafonds
wachtgeldfondsen 2006
Sector:
lastenplafond (in %)
1. Agrarisch bedrijf:
4,50
2. Tabakverwerkende industrie: 3,75
3. Bouwbedrijf: 3,75
4. Baggerbedrijf: 3,75
5. Hout- en emballage-industrie, houtwaren-
en
borstelindustrie: 3,75
6. Timmerindustrie: 3,75
7. Meubel- en orgelbouwindustrie: 3,75
8. Groothandel hout, zagerijen, schaverijen en
houtbereiding: 3,75
9. Grafische industrie: 3,75
10. Metaalindustrie: 3,75
11. Elektrotechnische industrie: 3,75
12. Metaal- en technische
bedrijfstakken: 3,75
13. Bakkerijen: 3,75
14. Suikerverwerkende industrie: 3,75
15. Slagersbedrijven: 3,75
16. Slagers overig: 3,75
17. Detailhandel en ambachten: 3,75
18. Reiniging: 3,75
19. Grootwinkelbedrijf: 3,75
20. Havenbedrijven: 3,75
21. Havenclassificeerders: 3,75
22. Binnenscheepvaart: 3,75
23. Visserij: 3,75
24. Koopvaardij: 3,75
25. Vervoer KLM: 3,75
26. Vervoer NS: 3,75
27. Vervoer posterijen: 3,75
28. Taxi- en ambulancevervoer: 3,75
29. Openbaar vervoer: 3,75
30. Besloten busvervoer: 3,75
31. Overig personenvervoer te land en in de lucht:
4,50
32. Overig
goederenvervoer te land en in de lucht: 3,75
33. Horeca algemeen: 3,75
34. Horeca catering: 3,75
35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke
belangen: 3,75
38. Banken: 3,75
39. Verzekeringswezen en ziekenfondsen:
3,75
40. Uitgeverij: 3,75
41. Groothandel I: 3,75
42. Groothandel II: 3,75
43. Zakelijke dienstverlening I: 3,75
44. Zakelijke
dienstverlening II: 3,75
45. Zakelijke
dienstverlening III: 3,75
46. Zuivelindustrie: 3,75
47. Textielindustrie: 3,75
48. Steen-, cement-, glas- en keramische industrie:
3,75
49. Chemische industrie: 3,75
50. Voedingsindustrie: 3,75
51. Algemene industrie: 3,75
52. Uitzendbedrijven: 5,00
53. Bewakingsondernemingen: 3,75
54. Culturele instellingen: 4,50
55. Overige takken van bedrijf en beroep:
3,75
56. Schildersbedrijf: 5,00
57. Stukadoorsbedrijf: 4,50
58. Dakdekkersbedrijf: 4,50
59. Mortelbedrijf: 3,75
60. Steenhouwersbedrijf: 3,75
61 t/m 67. Overheid: 4,50
68. Railbouw: 3,75
69. Telecommunicatie: 3,75
|
|