|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 97b, tiende
lid, van de Werkloosheidswet;
Besluit:
Art. 1.
Een besluit inzake verhaal
op de overheidswerkgever, bedoeld
in artikel 97b, eerste lid, van de WW,
van de uitkering, premies,
tegemoetkoming en vergoeding, bedoeld in
dat lid, alsmede van de
loonsuppletie, bedoeld in artikel 130b
van
de WW, bevat in ieder geval de
volgende gegevens:
a. de dagtekening van het
besluit;
b. de naam van de
overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97b,
eerste lid, WW;
c. een specificatie, voor zover mogelijk, van de bedragen die worden
verhaald;
d. voor zover mogelijk, de
perioden waarop deze bedragen
betrekking hebben;
e. de termijn waarbinnen de
werkgever de bedragen die worden
verhaald, moet betalen;
f. de wijze waarop de
werkgever moet betalen;
g. de wijze waarop het
besluit bij gebreke van tijdige betaling
zal worden ten uitvoer gelegd;
h. de wijze waarop bezwaar
ingesteld kan worden;
i. de mededeling dat bij
gebreke van tijdige betaling de bedragen
worden verhoogd met de wettelijke
rente en de op de invordering
betrekking hebbende kosten.
Art. 2.
-1. De uitvoeringsinstelling
zendt, zodra is vastgesteld welke
bedragen over een bepaalde periode
aan de werknemer zullen worden
uitbetaald, een factuur aan de werkgever
ter zake van de bedragen die over die
periode worden verhaald. Indien de
bedragen die over een bepaalde
periode zijn verhaald hoger of lager zijn
dan de werkgever over die periode
werkelijk verschuldigd was, wordt het
te veel of te weinig betaalde verrekend
bij de eerstvolgende factuur.
-2. Indien de
uitvoeringsinstelling met een andere
uitvoeringsinstelling is overeengekomen dat het
verhaal door deze andere
uitvoeringsinstelling zal geschieden, dan doet de
eerste uitvoeringsinstelling de voor het verhaal benodigde gegevens ten
spoedigste toekomen aan deze andere uitvoeringsinstelling, die terstond aan de
werkgever de in het eerste
lid bedoelde factuur verstrekt.
-3. De termijn waarbinnen de
werkgever het bedrag moet betalen,
bedraagt veertien kalenderdagen na
dagtekening van de factuur, bedoeld in
het eerste lid.
Art. 3.
-1. Bij gebreke van tijdige
betaling stuurt de
uitvoeringsinstelling de werkgever een schriftelijke
aanmaning.
-2. In de aanmaning, bedoeld
in het eerste lid, komt tot
uitdrukking:
a. dat de werkgever in
gebreke is;
b. welke bedragen aan
wettelijke rente en op de invordering betrekking hebbende kosten de werkgever
verschuldigd is;
c. dat de werkgever binnen
veertien kalenderdagen na dagtekening
van de aanmaning alsnog moet
betalen;
d. welke maatregelen worden
genomen indien de werkgever niet
betaalt binnen de termijn, bedoeld
onder c.
Art. 4.
Indien het bij koninklijke boodschap van 3 mei 2000 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging
van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in
verband met de wijze van
financiering van de uitkeringen op grond van de Ziektewet en de
Werkloosheidswet voor overheidswerknemers
alsmede enkele andere wijzigingen (Aanpassingswet
OOW; Kamerstukken II 1999-2000,
27 093) tot wet wordt
verheven en in werking treedt, treedt dit
besluit op hetzelfde tijdstip in
werking.
Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit verhaal op
overheidswerkgever bij werkloosheid werknemer.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 29 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[29 november 2000]
In de
Aanpassingswet OOW
wordt een nieuw artikel 97b in de WW opgenomen, dat het verhaal
op de overheidswerkgever regelt.
In het eerste en tweede lid is bepaald wat
moet worden verhaald en welke
bedragen in mindering op het te verhalen bedrag gebracht moeten
worden. Tevens is in het vijfde lid
bepaald dat het besluit waarbij de
uitkering, premies, tegemoetkoming, vergoeding
of loonsuppletie worden
verhaald, de termijn of de termijnen
waarbinnen moet worden betaald
vermeldt, alsmede de wijze waarop het besluit
bij gebreke van betaling zal
worden ten uitvoer gelegd. Ingevolge
het tiende lid [elfde lid, red.] van artikel 97b
WW
kan
het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] nadere regels stellen met
betrekking tot het verhaal. Dit besluit
strekt hiertoe.
Ter zake van het verhaal
wordt onderscheid gemaakt tussen
het besluit tot verhaal van de WW-uitkering, premies, tegemoetkoming,
vergoeding of loonsuppletie (artikel 1)
en de periodiek te verstrekken
facturen (artikel 2).
In artikel 1 is aangegeven
welke gegevens in ieder geval in
het besluit tot verhaal dienen te worden
opgenomen. Bij onderdeel c wordt
aangegeven of de te verhalen bedragen
een WW-uitkering, premies,
tegemoetkoming, vergoeding of loonsuppletie betreft. Tevens wordt voor
zover mogelijk de hoogte van het
bedrag aangegeven. Veelal is het
niet mogelijk een specificatie van het
bedrag en de exacte periode waarover
verhaal plaats zal vinden aan te
geven. Bijvoorbeeld in geval van
verhaal van een WW-uitkering zal het
bedrag van de verstrekte WW-uitkering
regelmatig variëren, bijvoorbeeld door
tussentijdse (gehele of gedeeltelijke)
werkhervatting. Ook de periode waarover de uitkering wordt ontvangen,
zal kunnen variëren. Om die
reden is in onderdeel c en d de zinsnede "voor
zover mogelijk" opgenomen.
In artikel 2 is bepaald dat
de overheidswerkgever over elke afzonderlijke betalingsperiode een factuur
ontvangt, in de regel voorafgaand aan
de uitbetaling van de uitkering
aan de werknemer. Tevens is bepaald
dat de overheidswerkgever binnen
veertien kalenderdagen na dagtekening
van de factuur dient te betalen. Achtergrond van deze bepaling is dat met
een snelle inning wordt voorkomen dat er een grote liquiditeitsbuffer
voor het Uitvoeringsfonds voor de
overheid noodzakelijk zal zijn. De
overheidswerkgever kan de uitvoeringsinstelling machtigen tot automatische
incasso van de verschuldigde
bedragen. Naar verwachting zal hiervan in
aanzienlijke mate gebruik wordt gemaakt.
De incasso zal doorgaans
ongeveer gelijktijdig met de uitbetaling van de uitkering aan de werknemer
kunnen plaatsvinden. Indien het
daadwerkelijk te verhalen bedrag afwijkt
van het bedrag op de
voorschotdeclaratie, wordt dit bij de
eerstvolgende afrekening verrekend.
Indien de
uitvoeringsinstelling met een andere
uitvoeringsinstelling is overeengekomen dat het
verhaal door deze andere
uitvoeringsinstelling zal geschieden, dan doet de
eerste uitvoeringsinstelling de voor het verhaal benodigde gegevens ten
spoedigste toekomen aan deze andere uitvoeringsinstelling, die terstond aan de
werkgever de in het eerste
lid bedoelde factuur verstrekt.
In het tweede lid van
artikel 2 is een bepaling is opgenomen
voor de situatie dat een andere
uitvoeringsinstelling dan het USZO bevoegd is om de WW-uitkering vast te
stellen. Dit zal in een beperkt aantal
gevallen van samenloop van WW-rechten
kunnen voorkomen. Aangezien het
uitvoeringsproces van de andere uitvoeringsinstellingen niet is ingericht op
het verhalen van
WW-uitkeringen op overheidswerkgevers, geven
deze er de voorkeur aan om deze taak
over te dragen aan het USZO. Het
USZO is bereid om deze taak voor de
andere uitvoeringinstellingen uit
te voeren. Het is zaak dat door elke
uitvoeringsinstelling wordt onderkend wanneer er sprake is van een
WW-recht waarbij een overheidswerkgever
betrokken is, en dat in die gevallen
wordt zorggedragen voor een voortvarend verhaal op deze werkgever.
In artikel 3 is een regeling
getroffen ingeval de werkgever niet
tijdig betaalt. De aanmaningskosten
worden in rekening gebracht op
grond van artikel 97b, achtste lid, van de WW. Indien ook na het
verzenden van de aanmaning niet wordt
betaald, worden op grond van artikel 97b, zesde, zevende en achtste
lid, van de WW verdere
incassomaatregelen getroffen.
Amsterdam, 29 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|