St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  VERZEKERINGSPLICHT  ZEEVARENDEN
 
 

21 april 1999, Stcrt. 1999, 83
Inwerkingtreding: 5 mei 1999

 

  
 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De Nederlandse wetgeving inzake de werknemersverzekeringen wordt van toepassing verklaard op de zeevarende die:
a. de nationaliteit heeft van één der lidstaten van de EU/EER; woonachtig is in één der lidstaten van de EU/EER of Zwitserland; in dienst is bij een Nederlandse werkgever en werkzaam is op een zeeschip dat vaart onder een vlag welke niet behoort tot één van de lidstaten van de EU/EER of Zwitserland; of
b. niet de nationaliteit heeft van de in dit artikel onder a genoemde landen; woonachtig is in één der lidstaten van de EU, uitgezonderd Denemarken; in dienst is van een Nederlandse werkgever en werkzaam is op een zeeschip dat vaart onder een vlag welke niet behoort tot één van de lidstaten van de EU/EER of Zwitserland.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verzekeringsplicht zeevarenden

 

 

Amsterdam, 21 april 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter
.

 

 

 

 

TOELICHTING
[21 april 1999]

 

     Op de persoon met de nationaliteit van een EU/EER-lidstaat [EER: Europese Economische Ruimte, red.] die werkzaamheden aan boord van een schip uitvoert dat onder de vlag van een EU/EER-lidstaat vaart, is de vlag doorslaggevend voor de beoordeling van de toepasselijke wetgeving: de wetgeving van de lidstaat van de vlag waaronder een schip vaart, is van toepassing. Dit beginsel blijft het uitgangspunt voor de beoordeling van de toepasselijke wetgeving indien een schip onder een Europese vlag vaart.

     Echter, in de situatie dat een schip vaart onder een niet-EU/EER-vlag en het een zeevarende betreft die onderdaan is van een EU/EER-staat, woonachtig in een lidstaat en werkzaam voor een werkgever gevestigd in Nederland, zou het niet toepassen van de Europese regelgeving op gespannen voet staan met de beginselen van het Europese recht. U kunt hierbij denken aan een zeevarende met de Engelse nationaliteit, woonachtig in Engeland, werkend voor een Nederlandse werkgever op een schip met een Liberiaanse vlag. Deze zeevarende is noch op basis van de Engelse wetgeving, noch op basis van de Nederlandse wetgeving verzekerd. Ten aanzien van deze beperkte groep zeevarenden wordt aansluiting gezocht bij de wetgeving waar de werkgever gevestigd is.
     Wordt uitgegaan van de toepasselijkheid van de Verordening 1408/71 EG, dan wordt ten aanzien van deze groep personen de naastgelegen aanwijsregel uit titel II gehanteerd, zijnde de vestigingsplaats van de werkgever (artikel 14, tweede lid, onderdeel a).
     Door te kiezen voor de vestigingsplaats van de werkgever (zie het arrest Aldewereld HvJEG C-60/93, 29 juni 1994) is er sprake van gelijke behandeling van zeevarenden met een EU/EER-nationaliteit, werkzaam voor dezelfde werkgever op hetzelfde schip.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x