|
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie
en afstemming;
Gelet op de artikelen 45, vijfde lid, van de Ziektewet, 20, vierde
lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, 29, vierde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 27, zevende lid, van de Werkloosheidswet
en 14, vijfde lid, van de Toeslagenwet;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. ZW: Ziektewet;
b. WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. Wajong: Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d.
WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
e.
WW: Werkloosheidswet;
f.
TW: Toeslagenwet;
g. Wazo: Wet arbeid en zorg;
h. maatregel: weigering van de uitkering als bedoeld in de artikelen
45,
eerste lid, van de ZW, 45 en
46 van de WAZ,
37 en 38 van de Wajong,
25 en 28 van de
WAO, 27, derde lid, van de WW
en een
weigering van de toeslag als bedoeld in artikel
14, eerste lid, van de TW;
i. verzekerde: degene,
bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8a
en
64 van de ZW, 3 van de WAZ,
3 van
de Wajong, 3 tot en met 7b
juncto 23, eerste lid, en 81 van de WAO, de werknemer, bedoeld in de
artikelen 3 tot en met 8 en 53 van de WW, degene die aanspraak maakt op
toeslag ingevolge de TW, zijn
echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, de werknemer en de
gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6 van
de Wazo, en de zelfstandige en
beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst,
bedoeld in artikel 3:17 van de Wazo.
Art. 2.
Algemene bepaling
Per wet wordt een maatregel opgelegd met inachtneming van dit
besluit. De verplichtingen waarop een maatregel van toepassing is, zijn per
wet ingedeeld in categorieën en opgenomen in de bijlage bij dit besluit. Deze
bijlage maakt deel uit van dit besluit.
Art. 3.
Verplichtingen eerste categorie
-1. Tenzij volstaan wordt met
een waarschuwing, bedraagt de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet
behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de eerste categorie
van de ZW, respectievelijk de WAZ, de
Wajong, de WAO, de WW en de TW:
a. 5% over de te late termijn indien het gestelde tijdstip met niet meer dan
7,
respectievelijk 56 kalenderdagen wordt overschreden;
b. 10% over de te late termijn indien het gestelde tijdstip met meer dan
7,
respectievelijk 56 kalenderdagen, doch niet meer dan 28, respectievelijk 112
kalenderdagen wordt overschreden;
c. 20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken indien het gestelde tijdstip
met meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de
verzekerde daartoe aanleiding
geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%, 5%,
10% in plaats van 5%, 10%, 20%.
-3. Voor de vaststelling van het aantal kalenderdagen, bedoeld in het eerste
lid, blijven ten aanzien van de verplichting opgenomen in:
a. de eerste categorie, onder 1º, 2º en 4º tot en met 8º, van
de WW en de eerste categorie van de ZW, de WAZ, de Wajong, de WAO
en de TW, buiten
toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
zijn gesloten;
b. de eerste categorie, onder 3º,
van de WW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop
kantoren van de Centrale organisatie werk en inkomen zijn gesloten;
c. de eerste categorie van de WW, buiten toepassing dagen waarop ingevolge
die wet geen recht bestaat op een uitkering.
Art. 4.
Verplichtingen tweede
categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk
nakomen van een verplichting opgenomen in de tweede categorie van de ZW, de
WAZ, de Wajong, de
WAO, de WW en de TW: 5% gedurende
vier weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de
verzekerde daartoe aanleiding
geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%.
Art. 5.
Verplichtingen derde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk
nakomen van een verplichting opgenomen in de derde categorie van de ZW, de
WAZ, de Wajong, de
WAO en de WW: 10% gedurende
acht weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de
verzekerde daartoe aanleiding
geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 5%.
Art. 6.
Verplichtingen vierde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk
nakomen van een verplichting opgenomen in de vierde categorie van de ZW, de
WAZ, de Wajong, de
WAO en de WW: 20% gedurende
zestien weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de
verzekerde daartoe aanleiding
geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
-3. In afwijking van het eerste respectievelijk tweede
lid bedragen de hoogte
en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de
verplichting opgenomen in de vierde categorie, onder 3º,
van de WW:
a. 10% gedurende zestien weken, respectievelijk 5% gedurende
zestien weken, indien
de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat,
zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende zestien weken, respectievelijk 10% gedurende
zestien weken, indien
het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde
deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur
indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de
verzekerde blijft volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze
verplichting.
d. gehele weigering van de uitkering
over de volledige of resterende duur indien de verzekerde blijft
volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de Wet
inschakeling werkzoekenden en mee te werken aan het verkrijgen van
die voorzieningen.
-4. In afwijking van het
eerste respectievelijk tweede lid
bedragen de hoogte en de duur van de
maatregel bij het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting
opgenomen in de vierde categorie, onder 4º, van de WAO, WAZ en Wajong:
a. 10% gedurende zestien weken,
respectievelijk 5% gedurende zestien weken, indien de verzekerde
onvoldoende meewerkt aan het bereiken
van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing
die wenselijk wordt geacht voor
zijn inschakeling in de arbeid
is ontstaan;
b. 30% gedurende zestien weken,
respectievelijk 10% gedurende zestien weken, indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid
geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht
voor zijn inschakeling in de arbeid
niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de
uitkering indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid
geeft en de verzekerde blijft volharden
in het niet of niet behoorlijk nakomen
van deze verplichting.
-5. Onder baanzekerheid als
bedoeld in het derde en vierde lid
wordt verstaan een baangarantie of een
zodanige kans op een baan, na
afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een
baangarantie.
-6. In afwijking van het
eerste respectievelijk tweede lid
bedraagt de hoogte en duur van de
maatregel een blijvend gehele weigering
van de uitkering indien de verzekerde blijft volharden in het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting
opgenomen in de vierde categorie, onder 1º, van de WAO, de WAZ en de Wajong.
Art. 7.
Verplichtingen vijfde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk
nakomen van de verplichting opgenomen in:
a. de vijfde categorie, onder 1º,
van de ZW, de WAZ, de Wajong
en de WAO: blijvend gehele weigering van de uitkering;
b. de vijfde categorie, onder 2º,
van de ZW en onder 1º van
de WW, de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou hebben
kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;
c. de vijfde categorie, onder 2º,
3º en
4º, van de WW: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou
komen
indien de verzekerde de bedoelde benadelingshandeling had nagelaten;
d. de vijfde categorie, onder 3º,
van de ZW en onder 5º van
de WW, afhankelijk van de ernst van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde:
1º.
20% gedurende zestien weken;
2º.
30% gedurende zesentwintig weken;
3º.
de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de
verzekerde daartoe aanleiding
geeft, bedraagt de hoogte en duur van de maatregel:
a. bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: 30% gedurende
zesentwintig weken;
b. bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
c. bedoeld in het eerste lid, onderdeel c: 30% van het daar bedoelde deel van de
uitkering;
d. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 1º:
10% gedurende zestien weken;
e. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 2º:
20% gedurende zestien weken;
f. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 3º:
30% gedurende zesentwintig weken.
Art. 8.
Vervallen.
Art. 9.
Niet-nakoming twee of meer
verplichtingen
-1. Indien de verzekerde per wet twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk
nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen niet voortkomt
uit één oorzaak, worden de bij deze verplichtingen na toepassing van dit
besluit vastgestelde maatregelen samengevoegd en zoveel als mogelijk gelijktijdig
gerealiseerd.
-2. Indien de verzekerde per wet twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk
nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak, wordt één
maatregel toegepast overeenkomend met de zwaarste van de bij deze verplichtingen na
toepassing van dit besluit vastgestelde maatregelen.
-3. Indien de verzekerde ter zake van zijn ingetreden werkloosheid meer dan
één verplichting opgenomen in de eerste categorie, onder 1º, 2º en 3º, van
de WW niet of niet behoorlijk is nagekomen en tussen de nakoming van deze verplichtingen
niet meer dan zeven kalenderdagen zijn gelegen, wordt aan de overtreding
van genoemde verplichtingen één oorzaak ten grondslag gelegd.
Art. 10.
Recidive
-1. Indien aan de verzekerde schriftelijk is bekendgemaakt dat hem wegens het
niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting een maatregel is
opgelegd
en hij binnen twee jaren na de dag van deze bekendmaking opnieuw dezelfde verplichting niet of niet
behoorlijk is nagekomen, wordt het percentage van de maatregel, bedoeld in de
artikelen 3 tot en met 7, met de helft daarvan verhoogd.
-2. Indien na de schriftelijke bekendmaking dat een maatregel is opgelegd
ter zake
van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie,
onder 1º,
van de WW, dezelfde verplichting binnen twaalf maanden voor de derde maal niet is
nagekomen, wordt de gehele uitkering over de resterende duur geweigerd.
Art. 11.
Samenvoeging van maatregelen
-1. Indien als gevolg van de samenvoeging, genoemd in
artikel 9, eerste lid, of
van de verhoging, genoemd in artikel 10, eerste lid, de maatregel meer dan
30% bedraagt, wordt de hoogte van de maatregel gesteld op 30% en de duur
ervan verlengd met een zodanige periode dat daarmee de volledige samenvoeging dan wel de verhoging
wordt gerealiseerd.
-2. Indien op grond van artikel
27, eerste lid, van de
WW de maatregel wordt opgelegd van 35% gedurende
zesentwintig weken én de verzekerde een maatregel op
grond van dit besluit wordt opgelegd, wordt eerst de maatregel van 35% gedurende
zesentwintig weken gerealiseerd en aansluitend de maatregel op grond van dit besluit.
-3. In afwijking van het tweede lid wordt
eerst een maatregel op grond van dit besluit gerealiseerd indien deze
maatregel een tijdelijke gehele of blijvend gehele weigering van de
uitkering betreft.
Art. 12.
Ingang van de maatregel
De maatregel gaat in op de eerste dag van de overtreding of op de eerste dag
waarover de uitkering wordt toegekend, respectievelijk de eerste dag waarop
recht bestaat op uitkering dan wel op toeslag ingevolge de TW, indien deze
dag later ligt.
Art. 13.
Realisering van de maatregel
-1. Een tijdelijk gedeeltelijke weigering als maatregel, bedoeld in de
artikelen 3
tot en met 7, wordt:
a. bij de ZW gerealiseerd door het uitkeringspercentage van 70, bedoeld in
artikel 29, zesde lid, en 29b, tweede lid, van de ZW, te korten met het aantal
procentpunten van de maatregel en de uitkering, bedoeld in de artikelen
29,
zevende lid, 29a en 29b, derde lid, van de ZW, met het percentage van de
maatregel, met dien verstande dat, indien de uitkering met toepassing van
artikel 31 van de ZW gedeeltelijk niet tot uitbetaling komt, de korting wordt
vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het bedrag dat van de uitkering wordt
betaald en de noemer door het bedrag van de uitkering;
b. bij de WW gerealiseerd door het uitkeringspercentage van 70, bedoeld in
de artikelen 47, 51
¹,
52 ¹ en 52i
van de WW, te korten met het aantal procentpunten
van de maatregel en de uitkering, bedoeld in artikel 64 van de WW, met het percentage van de maatregel;
c. bij de WAO, WAZ
en Wajong gerealiseerd door het percentage van de maatregel te vermenigvuldigen
met de factor: uitkeringspercentage, bedoeld in de artikelen 21, tweede lid, van de WAO,
9, eerste lid, en 24
², derde lid, van de WAZ en
8, eerste lid, van de Wajong, of het uitkeringspercentage, zoals vastgesteld
na toepassing van de artikelen 44 van de WAO,
58 van de WAZ en 50 van de Wajong, gedeeld door 70. Het hiervoor bedoelde uitkeringspercentage
wordt verminderd met het berekende percentage. De verhoging van de uitkering, bedoeld in de
artikelen 22, eerste lid, van de WAO,
10 van de
WAZ en 9 van de Wajong, blijft bij de
realisering van de maatregel buiten beschouwing;
d. bij de TW gerealiseerd door het bedrag aan
toeslag waarop ingevolge de artikelen 8
en 10 van de TW recht
bestaat, te korten met het percentage van de maatregel.
-2. Indien in het dagloon waarnaar de uitkering is berekend de waarde van
een vakantiebon of daarmee overeenkomende aanspraken, bestemd voor
vakantie-, feest-
en/of snipperdagen, is opgenomen, wordt voordat toepassing wordt gegeven aan het
eerste lid het dagloon verminderd met de waarde van de vakantiebon of de daarmee
overeenkomende aanspraken en vermeerderd met het voor de verzekerde geldende
vakantiebijslagpercentage.
1. De artikelen
51 en 52 van de WW
zijn vervallen, red.
2. Artikel 24 van de WAZ
is vervallen, red.
Art. 14.
Vakantie
-1. In de perioden waarin de verzekerde, met inachtneming van de
voorschriften
als bedoeld in artikel 101, tweede lid, onderdeel b, juncto
artikel 26, eerste
lid, onderdeel j, van de WW, vakantie geniet, ontbreekt de verwijtbaarheid ten
aanzien van overtredingen als bedoeld in artikel
24, eerste lid, onderdeel
b, onder 1º en 4º, of artikel 26 van de WW, voor zover de perioden waarin
de verzekerde vakantie geniet in enig kalenderjaar gezamenlijk een periode
van vier weken niet overschrijden.
-2. In afwijking van het bepaalde in het eerste
lid geldt voor:
a. de buitenlandse verzekerde die vakantie geniet in het land van herkomst
een periode van acht weken;
b. de verzekerde, bedoeld in artikel
1,
tweede lid, van het Besluit vrijstelling
verplichtingen WW, een periode van dertien weken.
Art. 15.
Intrekking besluiten
Het Besluit sanctietoepassing WW en het Besluit van de Sociale Verzekeringsraad
van 23 januari 1992, nr. 92343, zoals deze op grond van artikel XLVIII van de Invoeringswet Osv
gelden als regels van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, worden
ingetrokken, maar blijven van toepassing op gedragingen die zich voordoen
vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 16.
Inwerkingtreding
Indien het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel van wet,
houdende wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de nadere
vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de
daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen en de
invordering daarvan (Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid; Kamerstukken II 1994-1995, 23 909), tot wet wordt verheven en in
werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking. Indien dit
besluit na inwerkingtreding van genoemde wet wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, treedt
dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Art. 17.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Maatregelenbesluit Tica.
Dit besluit zal met de toelichting en de
bijlage in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Amsterdam, 6 juni 1996.
J. Ruiter, plv. voorzitter.
BIJLAGE
[8 november 2001, Stcrt. 2001, 227]
De in
artikel 2 bedoelde
verplichtingen worden per wet onderscheiden
in de volgende categorieën:
A. De Ziektewet
1. Eerste categorie
1º. de verzekerde is in
geval van ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid verplicht dit zo
spoedig mogelijk, doch in elk geval
niet later dan op de tweede dag van die
ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever of, indien de verzekerde
geen werkgever heeft als bedoeld
in paragraaf 3 [van de eerste afdeling, red.]
van de ZW, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(artikel 45, eerste lid, onderdeel d, van de ZW
juncto artikel 38a, eerste lid, van de ZW);
2º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op zijn verzoek [mededeling te doen van, red.]
alle feiten en omstandigheden
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
op het recht op of de hoogte van
een door hem aangevraagde of aan hem toegekende ziekengelduitkering (artikel
45, eerste lid, onderdeel i, van
de ZW juncto artikel 49 van de ZW);
3º. de verzekerde is
verplicht op verzoek onverwijld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of de Centrale organisatie werk en inkomen inzage te verstrekken in een op hem betrekking
hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als
bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet (artikel
45, eerste lid,
onderdeel h, van de ZW juncto artikel
55, tweede lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
2. Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de controlevoorschriften, voor zover niet genoemd in de overige
categorieën, op te volgen (artikel 45,
eerste lid, onderdeel e, van de ZW juncto
artikel 39, tweede lid, van de
ZW).
3. Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
te
verschijnen, dan wel ervoor te zorgen dat
het geneeskundig onderzoek door
een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen deskundige kan plaatshebben
(artikel 45, eerste lid, onderdeel c, van
de ZW);
2º. de verzekerde is
verplicht het voorschrift op te volgen van
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zich als werkzoekende
bij de Centrale organisatie werk en inkomen te laten registreren
en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht
toekomt op grond van artikel 25 van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(artikel 45,
eerste lid, onderdeel e, van de ZW juncto
artikel 30, derde lid, van de
ZW);
3º. de verzekerde is
verplicht vragen te beantwoorden die hem
zijn gesteld door of vanwege het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, dan wel zich te laten onderzoeken, of op te laten
nemen ter observatie, bij de
uitvoering van de WAO, de WAZ
onderscheidenlijk de Wajong (artikel
45, eerste
lid, onderdeel f, van de ZW).
4. Vierde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht binnen redelijke termijn
geneeskundige hulp in te roepen en zich
gedurende het gehele verloop van de ziekte
onder behandeling te blijven
stellen, alsmede de voorschriften van de
behandelend arts op te volgen (artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van de ZW);
2º. de verzekerde dient
gedurende de ongeschiktheid tot werken
gedragingen na te laten waardoor zijn
genezing wordt belemmerd (artikel 45, eerste lid, onderdeel b, van
de ZW);
3º. de verzekerde is
verplicht zijn arbeid te hervatten zodra
hij zich hiertoe in staat acht (artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de
ZW juncto artikel 39, tweede lid, van
de ZW);
4º. de verzekerde die in
staat is hem passende arbeid te
verrichten, is verplicht te trachten deze arbeid te verkrijgen (artikel
45, eerste lid,
onderdeel k, van de ZW juncto artikel
30, eerste lid, van de ZW).
5. Vijfde categorie
1º. De verzekerde mag zijn
arbeidsongeschiktheid niet opzettelijk veroorzaken (artikel
45, eerste lid,
onderdeel g, van de ZW);
2º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen, doordat
hij afstand doet van zijn aanspraak op loon onder voortduren van de
dienstbetrekking, instemt met of berust in een eindiging van de
dienstbetrekking of een eindiging van de
dienstbetrekking op een eerder tijdstip dan
bij het sluiten van de
dienstbetrekking was overeengekomen (artikel 45,
eerste lid, onderdeel j, van de ZW);
3º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen door te
handelen of na te laten voor zover
niet genoemd in deze categorie, onder 2º, (artikel 45, eerste lid,
onderdeel j, van de ZW).
B. De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
1. Eerste categorie
1º. de verzekerde die in
aanmerking wenst te komen voor
toekenning dan wel voortzetting van de uitkering dient zijn aanvraag te doen
binnen negen maanden na aanvang van
zijn arbeidsongeschiktheid
onderscheidenlijk uiterlijk dertien weken vóór
het verstrijken van de termijn
waarover de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend onderscheidenlijk dertien weken
vóór het verstrijken van de
verlengde wachttijd ingevolge artikel 19, zevende lid, van de WAO (artikelen
46, onderdeel f, van de WAZ,
38
van de Wajong en 28, onderdeel f,
van de WAO juncto artikelen 35,
vierde lid, van de WAZ, 28, vierde lid,
van de Wajong en 34, derde lid, van
de WAO);
2º. de verzekerde is
verplicht na een schriftelijk verzoek de voor
de uitvoering benodigde informatie binnen
een gestelde termijn te
verstrekken (artikelen 46, onderdeel d, van de WAZ,
38, onderdeel
d, van de Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO juncto artikelen
44 en 70 van de
WAZ, 36 en 62 van de Wajong
en 27 en
80 van de WAO);
3º. de verzekerde is
verplicht te voldoen aan een verzoek om mondeling en schriftelijk en in het
laatste geval binnen een schriftelijk
gestelde termijn inlichtingen te geven
(artikelen 44 van de WAZ,
36 van de Wajong
en 27 van de WAO juncto
artikelen 70 van de WAZ,
62 van de Wajong
en 80 van de WAO);
4º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
op zijn verzoek mededeling te doen van alle feiten of
omstandigheden waarvan het
hem redelijkerwijs duidelijk is
dat zij van invloed kunnen zijn op het
recht op of de hoogte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering of het bedrag dat daarvan wordt uitbetaald
(artikelen 46, onderdeel d, van de WAZ,
38, onderdeel d, van de Wajong en
28, onderdeel
d, van de WAO juncto artikelen 70 van de
WAZ, 62
van de Wajong en 80 van de WAO);
5º. de verzekerde is
verplicht op verzoek onverwijld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of de Centrale organisatie werk en inkomen inzage te verstrekken in een op hem betrekking
hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als
bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet (artikelen 46, onderdeel d,
van de WAZ, 38, onderdeel d, van de Wajong
en 28, onderdeel d,
van de WAO juncto artikel
55,
tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
2. Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de controlevoorschriften, voor zover niet genoemd in de overige
categorieën, op te volgen (artikelen 46,
onderdeel d, van de WAZ, 38, onderdeel d, van de
Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO);
2º. De verzekerde is
verplicht de aanvraag voor de toekenning van de
uitkering vergezeld te doen gaan van een reïntegratieverslag als
bedoeld in artikel 71a van de WAO
(artikel 28, onderdeel
f, van de
WAO
juncto artikel 34a van de WAO).
3. Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht, na tijdig te zijn opgeroepen, te
verschijnen dan wel hetzij de gestelde
vragen te beantwoorden, hetzij zich te
laten onderzoeken door een deskundige, hetzij te voldoen aan het
voorschrift om zich ter observatie te
doen opnemen of te verblijven in een
aangewezen inrichting (artikelen 45,
eerste lid, van de WAZ, 37, eerste lid,
van de Wajong en 25, eerste lid,
van de WAO);
2º. de verzekerde is
verplicht de bij de registratie als werkzoekende
bij de Centrale organisatie werk en inkomen gegeven voorschriften op te
volgen (artikelen 46, onderdeel a,
van de WAZ, 38, onderdeel a, van de Wajong
en 28, onderdeel a,
van de WAO).
4. Vierde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de in het belang van een behandeling
of genezing of tot het behoud, herstel
of ter bevordering van de
mogelijkheid tot het verrichten van arbeid gegeven voorschriften op te volgen
(artikelen 46, onderdeel a, van de WAZ,
38, onderdeel a, van de Wajong en
28, onderdeel
a, van de WAO);
2º. de verzekerde is
verplicht zich onder geneeskundige
behandeling te stellen, dan wel de
voorschriften van de behandelend arts op te
volgen (artikelen 46, onderdeel b,
van de WAZ, 38, onderdeel b, van de Wajong
en 28, onderdeel b,
van de WAO);
3º. de verzekerde is
verplicht gedragingen na te laten waardoor zijn genezing wordt belemmerd,
dan wel voldoende mede te werken om
aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te krijgen (artikelen 46,
onderdeel c, van de WAZ, 38, onderdeel c, van
de Wajong en 28, onderdeel c,
van de WAO);
4º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht
voor zijn inschakeling in de arbeid
(artikelen 46, onderdeel g, van de WAZ,
38, onderdeel
g, van de Wajong en 28, onderdeel g, van de WAO);
5º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan door zijn
werkgever of door die werkgever
aangewezen deskundige gegeven redelijke
voorschriften of getroffen maatregelen die
erop gericht zijn om de
belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten (artikel
28, onderdeel
h,
van de WAO).
5. Vijfde categorie
De verzekerde mag zijn
arbeidsongeschiktheid niet opzettelijk veroorzaken (artikelen 46, onderdeel
e,
van de WAZ, 38, onderdeel e, van de Wajong
en 28, onderdeel e,
van de WAO).
C. De Werkloosheidswet
1. Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht uiterlijk de eerste werkdag volgend op
de eerste dag van werkloosheid bij de Centrale organisatie werk en inkomen
dan wel het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
aangifte te doen van zijn werkloosheid (artikel
26, eerste lid, onderdeel
a,
van de WW, dan wel artikel
26, vierde en vijfde
lid, van de WW);
2º. de verzekerde is
verplicht binnen één week na het intreden
van zijn werkloosheid bij de Centrale organisatie werk en inkomen
een aanvraag om een uitkering in te
dienen (artikel 26, eerste lid, onderdeel b,
van de WW);
3º. de verzekerde is
verplicht zich tijdig als werkzoekende bij de
Centrale organisatie werk en inkomen
te laten registreren en die
registratie tijdig te doen verlengen, indien hem
daartoe het recht toekomt op grond
van artikel 25, derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (artikel
26, eerste
lid, onderdeel d, van de WW);
4º. de verzekerde is
verplicht vóór elke betaling van de uitkering op een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangegeven tijdstip,
adres en voorgeschreven wijze een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beschikbaar gesteld formulier
betreffende onder meer verrichte
werkzaamheden, genoten inkomsten en
sollicitatieactiviteiten (het werkbriefje) door hem
ondertekend en volledig ingevuld in te dienen (artikel
26, eerste
lid, onderdeel c, van de WW);
5º. de verzekerde is
verplicht zo spoedig mogelijk vóór de aanvang van een voorgenomen vakantie aan
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mededeling te doen van de voorgenomen duur van de
vakantie en de periode waarin deze
zal plaatsvinden (artikel 26,
eerste lid, onderdeel j, van de WW);
6º. de verzekerde is
verplicht terstond aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mededeling
te doen van overschrijding van
de voorgenomen duur van de vakantie (artikel 26, eerste lid, onderdeel j,
van de WW);
7º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op zijn verzoek alle feiten en omstandigheden mee te
delen waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op
uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de
uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de
werknemer wordt betaald (artikel 25
van de WW);
8º. de verzekerde is
verplicht onverwijld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of
de Centrale organisatie werk en inkomen inzage te verstrekken in een
op hem betrekking hebbend document
als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een
geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107
van de Wegenverkeerswet (artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen);
9º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan de Centrale organisatie werk
en inkomen op haar verzoek alle feiten
en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering,
het geldend maken van het recht op
uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering (artikel
29, eerste lid, van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
2. Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de ten behoeve van een doelmatige
controle gestelde voorschriften, voor
zover niet genoemd in de overige
categorieën, op te volgen (artikel 26,
eerste lid, onderdeel c, van de WW);
2º. de verzekerde is
verplicht de voorschriften op te volgen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
stelt in verband met het genieten van vakantie
tijdens de duur van de uitkering, voor zover
niet genoemd in de eerste
categorie (artikel 26, eerste lid, onderdeel j,
van de WW);
3º. de verzekerde is
verplicht te voldoen aan de andere voorwaarden
die het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van artikel
101, tweede lid, van de WW
stelt (artikel 26, eerste lid,
onderdeel h, van de WW);
4º. de verzekerde is
verplicht aan de Centrale organisatie werk en inkomen
de gevraagde gegevens en
bewijsstukken te verstrekken (artikel 28,
tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
3. Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan een voor hem
gewenst onderzoek naar zijn
arbeidsgeschiktheid door een geneeskundige, een psycholoog of een beroepskeuzeadviseur
(artikel 26, eerste lid,
onderdeel g, van de WW).
4. Vierde categorie
1º. de verzekerde voorkomt
dat hij werkloos is of blijft,
doordat hij in onvoldoende mate tracht
passende arbeid te verkrijgen (artikel 24, eerste lid, onderdeel
b, onder 1º,
van de WW);
2º. de verzekerde voorkomt
dat hij in verband met door hem te
verrichten arbeid eisen stelt die het
aanvaarden of verkrijgen van passende
arbeid belemmeren (artikel 24,
eerste lid, onderdeel b, onder 4º, van de WW);
3º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan een scholing of
opleiding die noodzakelijk wordt
geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de Wet inschakeling
werkzoekenden en mee te
werken aan het verkrijgen van die
voorzieningen (artikel 26, eerste lid,
onderdeel f, van de WW);
4º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan de activiteiten
die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling
in de arbeid, bedoeld in
artikel 69 ¹ en de hoofdstukken VI en Xa
van de WW
(artikel 26, eerste lid,
onderdeel e, van de WW).
1. Artikel
69 van de WW
is vervallen, red.
5. Vijfde categorie
1º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen, doordat
hij door de wijze van beëindiging
van de dienstbetrekking
loonaanspraken prijsgeeft (artikel 24,
zesde lid, van de WW);
2º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen, doordat
hij aanspraken op inkomsten die op de
uitkering in mindering hadden kunnen worden gebracht, prijsgeeft (artikel
24, zesde lid, van de WW);
3º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen, doordat
hij geen tijdig gebruik maakt van een
voor hem bestaande mogelijkheid
bij derden zijn aanspraken op loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of bedragen
die de werkgever in verband
met de dienstbetrekking
verschuldigd is aan derden geldend te maken (artikel
24, zesde lid, van de WW);
4º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen, doordat
hij instemt dan wel berust in het niet voldoen door de werkgever van zijn
aanspraken op loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of bedragen
die de werkgever in verband met de
dienstbetrekking verschuldigd is aan derden (artikel
24, zesde lid, van
de WW);
5º. De verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij
door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt
of zou kunnen benadelen door te
handelen of na te laten voor zover
niet genoemd in deze categorie, onder 1º tot en met 4º (artikel 24,
zesde lid, van de WW).
D. De Toeslagenwet
1. Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht binnen de in de Controlevoorschriften
Toeslagenwet gestelde termijn een
aanvraag om toeslag in te dienen (artikel 13 van
de TW);
2º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor gestelde termijn
en op een beschikbaar gesteld
formulier de voor de uitvoering benodigde
informatie te verstrekken (artikel 13 van de TW juncto
artikel 12 van
de TW);
3º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
op verzoek alle feiten en omstandigheden mee te
delen waarvan hem of haar
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij
van invloed kunnen zijn op het recht op
toeslag of op het bedrag van de
toeslag dat wordt betaald (artikel 12
van de TW);
4º. de verzekerde is
verplicht op verzoek onverwijld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
of de Centrale organisatie werk en inkomen inzage te verstrekken in een op hem betrekking
hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als
bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet (artikel
55, tweede lid, van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen);
5º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde
termijn aan de Centrale organisatie werk
en inkomen op zijn verzoek alle feiten
en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering,
het geldend maken van het recht op
uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering (artikel
29, eerste lid, van
de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
2. Tweede categorie
1º. De verzekerde is
verplicht de ten behoeve van een doelmatige
controle gestelde voorschriften, voor
zover niet genoemd in de eerste
categorie, op te volgen (artikel 13 van de TW);
2º. de verzekerde is
verplicht aan de Centrale organisatie werk en inkomen
de gevraagde gegevens en
bewijsstukken te verstrekken (artikel 28,
tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
E. De Wet arbeid en zorg
1. Eerste categorie
1º. De verzekerde is
verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
op zijn verzoek binnen de gestelde termijn alle feiten
en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering of
op de hoogte van de uitkering, het
geldend maken van het recht op
uitkering of op het bedrag van de uitkering dat wordt betaald (artikel
3:16,
eerste lid, onderdeel g, artikel 3:27,
eerste lid, onderdeel f, en artikel 7:15 van de Wazo);
2º. De verzekerde is
verplicht op verzoek onverwijld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
inzage te verstrekken in een op hem betrekking
hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als
bedoeld in artikel 107, eerste lid, van
de Wegenverkeerswet (artikel 3:16, eerste lid, onderdeel f, van de Wazo
juncto artikel 45, eerste lid,
onderdeel h, van de ZW en artikel
3:27,
eerste lid, onderdeel e, van de Wazo juncto
artikel 46, onderdeel
d, van de WAZ juncto artikel
55, tweede
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen).
2. Tweede categorie
De verzekerde is verplicht
de ten behoeve van een doelmatige
controle gestelde voorschriften, voor
zover niet genoemd in de eerste
categorie, op te volgen (artikel 3:16, eerste
lid, onderdeel f, van de Wazo, artikel
3:27, eerste lid, onderdeel e, van de Wazo
juncto artikel 3:28 Wazo).
TOELICHTING
[6 juni 1996, Stcrt. 1996. 141;
zie ook hierna de toelichting bij het wijzigingsbesluit van 8 november
2001, Stcrt. 2001, 227]
Algemeen
1. Inleiding
Met de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid zijn onder meer in de ZW, de AAW, de WAO, de
WW en de TW de bepalingen
inzake de weigering van de uitkering of toeslag aangepast. Op grond van de gewijzigde artikelen
45 van
de ZW, 16 en 19 van de AAW, 25 en
28 van de WAO, 27 van de
WW en 14 van de TW dienen
de bedrijfsverenigingen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV), red.] een maatregel op te leggen als de verzekerde de verplichtingen,
bedoeld in deze artikelen, niet of niet behoorlijk nakomt. De maatregel houdt in een
tijdelijke of blijvende, gehele of gedeeltelijke weigering van de uitkering of de
toeslag en wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de
verzekerde de gedraging verweten kan worden. Alleen in gevallen dat er dringende
redenen aanwezig zijn, kan de bedrijfsvereniging besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
Op grond van de aangepaste bepalingen stelt het Tica [Tijdelijk
instituut voor coördinatie en afstemming, de rechtsvoorganger van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), dat met ingang van 1
januari 2002 is opgevolgd door het UWV, red.] regels met betrekking
tot de vaststelling van de maatregel. Deze regels zijn voor de genoemde wetten
in dit besluit vastgelegd.
Op het niet nakomen van de inlichtingenplicht, zoals bedoeld in de artikelen
31 en 49 van de ZW, 78 van de AAW,
80 van de WAO, 25 van de
WW en 12 van de TW, wordt een
boete opgelegd. Voor de regels hieromtrent wordt verwezen naar het Boetebesluit
Tica [zie Boetebesluit
socialezekerheidswetten, red.].
Indien de vorenbedoelde inlichtingenplicht, achteraf bezien, niet is overtreden,
maar de inlichtingen op verzoek niet binnen de door de bedrijfsvereniging
vastgestelde termijn zijn gegeven, wordt een maatregel opgelegd. Gezien het ordekarakter van dergelijke
termijnbepalingen acht de wetgever bij een dergelijke overtreding de maatregel
meer geëigend. De inlichtingenplicht, voor zover dit betreft de op verzoek
gevraagde inlichtingen, die niet of niet behoorlijk is nagekomen binnen de
door de bedrijfsvereniging daarvoor gestelde termijn is opgenomen in dit
besluit. Indien sprake is van een samenloop van oplegging van een boete en
maatregel, is in de verschillende wetten bepaald dat oplegging van de maatregel
achterwege blijft.
2. De verplichtingen en de indeling in categorieën
Naast de verplichtingen die in de diverse
wetten zijn opgenomen, is de werknemer
verplicht zich te houden aan de voorschriften die de bedrijfsvereniging stelt op grond
van die wetten. In de praktijk zijn deze voorschriften opgenomen in de controlevoorschriften
en de uitkeringsreglementen WW [zie Uitkeringsreglement WW
2002, red.], die door de bedrijfsverenigingen worden vastgesteld. In de
bijlage bij dit besluit
zijn de verplichtingen uit de wet en de voorschriften die zijn opgenomen in de
controlevoorschriften en de uitkeringsreglementen opgenomen.
De verplichtingen zijn te onderscheiden in verplichtingen die
erop gericht zijn
de bedrijfsvereniging in staat te stellen het administratieve proces te stroomlijnen
en verplichtingen die betrekking hebben op de inpassing in het arbeidsproces
en het beperken van het risico, te weten de ongeschiktheid tot werken, de
arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid.
De verplichtingen die zijn gericht op het stroomlijnen van het administratieve
proces bij de bedrijfsverenigingen betreffen
die handelingen of nalatigheden die voorkomen dat de werkzaamheden van de bedrijfsverenigingen worden
vertraagd, bemoeilijkt of verhinderd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in verplichtingen die binnen
een bepaalde termijn dienen te worden nagekomen en verplichtingen die betrekking hebben
op de bereikbaarheid, aanwezigheid en dergelijke. Het niet nakomen van laatstbedoelde
verplichtingen dient een verzekerde zwaarder te worden aangerekend dan het niet
nakomen van een aan een termijn gebonden verplichting. Dit is alleen anders indien zo’n
termijn langdurig wordt overschreden. Dan immers ontstaat de situatie dat een
verzekerde zich tevens onttrekt aan controle door de bedrijfsvereniging. Om die reden
voorziet dit besluit in een zwaardere maatregel naargelang de duur van de
termijnoverschrijding.
Bij de indeling van de verplichtingen
die betrekking hebben op de inpassing in het arbeidsproces en het beperken
van het risico is rekening gehouden met de mate waarin een bepaald handelen
of nalaten heeft bijgedragen aan het beperken van de ongeschiktheid tot werken, de werkloosheid of de
arbeidsongeschiktheid.
De verplichtingen waarop een maatregel
van toepassing is, zijn in de bijlage
bij dit besluit opgenomen. Deze verplichtingen zijn per wet ingedeeld in
een vijftal categorieën. Voor wat betreft de categorie-indeling is voor zover
mogelijk aansluiting gezocht bij het Besluit sanctietoepassing Werkloosheidswet
(Stcrt. 1994, 61), dat bij de inwerkingtreding van onderhavig besluit zal worden ingetrokken.
De verplichtingen in de diverse categorieën
lopen op naar zwaarte. Overtreding van verplichtingen in de eerste categorie wordt de belanghebbende
minder zwaar aangerekend dan overtreding van een verplichting in de vijfde
categorie.
Voor de indeling in categorieën wordt
verwezen naar het deel van de toelichting opgenomen onder "Bijlage".
3. De hoogte en de duur van de maatregel
Voor de bepaling van de hoogte en duur van de maatregel is voor zover mogelijk
rekening gehouden met reeds in de verschillende wetten voorgeschreven maatregelen
en met de hoogte van de boete. In beginsel wordt bij het niet nakomen van
termijngebonden verplichtingen en verplichtingen die gericht zijn op het stroomlijnen van
het administratieve proces een maatregel opgelegd waarvan het financiële gevolg
voor de betrokkene geringer is dan een boete die wordt opgelegd bij niet-nakoming
van de informatieplicht.
In dit besluit is, gelet op de rechtsgelijkheid, aangegeven welke maatregel
moet worden opgelegd. Tevens is aangegeven welke maatregel wordt opgelegd
indien, gelet op de mate van verwijtbaarheid, de standaardmaatregel te zwaar wordt geacht.
Voor de WW is bij de benadelingshandeling deels een andere benadering gekozen.
Reden hiervan is dat in deze categorie een veelheid van gedragingen kunnen vallen,
zodat niet bij voorbaat is aan te geven welke maatregel, gelet op de ernst van
het handelen of nalaten, de meest passende is. Hier wordt de bedrijfsverenigingen enige
vrijheid gegeven een passende maatregel op te leggen. Daarnaast is een aantal
maatregelen opgenomen die passend worden geacht bij een aantal specifieke
benadelingshandelingen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat, nu de bedrijfsvereniging verplicht
is een maatregel op te leggen, het de bedrijfsvereniging niet langer vrij staat
om in voorkomende gevallen in plaats van een maatregel een waarschuwing te
geven. De mogelijke maatregelen zijn limitatief in de wet opgesomd en de
waarschuwing hoort daar niet bij [zie Besluit
waarschuwing, red.].
Artikelsgewijs
Artikel 2
Dit artikel bepaalt dat de bedrijfsvereniging de maatregel oplegt met inachtneming
van de bepalingen in dit besluit. Uitdrukkelijk is bepaald dat een maatregel wordt opgelegd per
wet. Dit heeft tot gevolg dat de bepalingen ter
zake van het niet nakomen van twee
of meer verplichtingen, de recidive en de samenvoeging van maatregelen ook
betrekking hebben op één wet.
Artikelen 3 tot en met 8
Deze artikelen regelen per categorie de hoogte en de duur van de maatregel
indien de werknemer een verplichting niet of niet behoorlijk nakomt.
Bij het niet nakomen van een in de eerste categorie opgenomen verplichting
wordt bij een termijnoverschrijding van maximaal 56 kalenderdagen een maatregel
van 5% over de duur van de termijnoverschrijding opgelegd. Naarmate de duur van de
overschrijding toeneemt, wordt de maatregel verhoogd tot maximaal 20%,
met dien verstande dat de maatregel maximaal 20% over 52 weken bedraagt.
Het hogere percentage geldt dan voor de volledige "te late termijn". Bij een
termijnoverschrijding van 100 dagen bijvoorbeeld is de maatregel 10% gedurende 100 dagen. Voor een oplopend percentage is gekozen omdat termijnoverschrijdingen van langere
duur in toenemende mate gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de arbeidsbemiddeling
en de controle door de bedrijfsvereniging. De aansluitende perioden en daarbij behorende
percentages van de maatregel zijn voor zover mogelijk afgestemd op de bij de overige
categorieën behorende hoogte en duur van de maatregel.
Bij overtreding van een verplichting uit de eerste categorie in de
ZW worden
kortere termijnen gehanteerd. Hiervoor is gekozen omdat bij de ZW een snelle
beoordeling van de aanspraak op ziekengeld noodzakelijk is. Dit heeft tot
gevolg dat de hoogte van de maatregel sneller oploopt dan bij een termijnovertreding
in de overige wetten. Bij het niet nakomen van de verplichtingen in de tweede tot en met de
vierde categorie bedraagt de maatregel een vast percentage met een vaste duur.
In artikel 6, derde lid, onderdeel a en b, is een nadere
differentiatie
aangebracht bij het niet nakomen van de scholingsverplichting in de WW. Indien
het niet nakomen van deze verplichting alleen heeft geleid tot vertraging van de
scholing is een lichtere maatregel, dan de standaardmaatregel bij het niet
nakomen van de scholingsverplichting, aangewezen. Een zwaardere maatregel
is aangewezen als het gaat om het niet aanvangen of afbreken van een scholing
met baanzekerheid. Tevens is in artikel 6, derde lid, bepaald welke maatregel van toepassing is
- in afwijking
van het tweede lid van artikel 6 - indien er in
deze situaties sprake is van verminderde verwijtbaarheid. In het vierde lid is een
omschrijving gegeven van het criterium baanzekerheid. Niet altijd wordt bij het aangaan
van een scholing een "harde" baangarantie afgegeven. De kans op een baan kan bij
een gunstig resultaat van de scholing evenwel zo groot zijn dat in feite van
een baangarantie kan worden gesproken. De omschrijving stelt die situatie
dan ook op één lijn met een baangarantie.
Bij het niet nakomen van de verplichtingen
in de vijfde categorie wordt in beginsel een vaste maatregel opgelegd bij een aantal specifieke gedragingen.
Voorts zijn in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, drie maatregelen aangegeven
waarbij de ernst van de gedraging bepalend is voor de vraag welke wordt toegepast.
De artikelen 3 tot en met 7 voorzien
tevens in een lagere maatregel per categorie indien sprake is van verminderde
verwijtbaarheid. In artikel 8 is bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd
indien iedere mate van verwijtbaarheid ontbreekt.
Er is niet nader gespecificeerd wanneer
er sprake is van een lichtere mate van verwijtbaarheid of het ontbreken van
verwijtbaarheid, nu dit volledig afhankelijk is van de relevante omstandigheden
en van de belangenafweging in het concrete geval. Teneinde enige invulling
te geven aan dit begrip kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de intentie
waarmee de verzekerde zijn verplichting niet is nagekomen. Deze intentie kan
variëren van het bewust opzettelijk een verplichting negeren tot het
"domweg"
vergeten zijn. Voorts kan ook gedacht
worden aan bijzondere psychische factoren. Het is mogelijk dat de geestelijke
toestand van de verzekerde maakt dat hem zijn nalaten of handelen niet verweten
kan worden. Ook kan gedacht worden aan herstel uit eigen beweging. Voordat
het uitvoeringsorgaan vaststelt dat de betrokkene een verplichting niet is nagekomen,
kan de verzekerde overgaan tot herstel van zijn verzuim. Ten slotte kan er in een
concreet geval sprake zijn van overige bijzondere omstandigheden. De hiervoor
genoemde omstandigheden kunnen dan ook aanleiding zijn om een mindere mate van
verwijtbaarheid dan wel geen verwijtbaarheid aan te nemen.
Artikel 9
In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de toepassing van maatregelen
dient plaats te vinden indien sprake is van samenloop van overtredingen.
Indien het niet nakomen van verschillende verplichtingen niet uit één oorzaak
voortkomt, worden de bij die verplichtingen na toepassing van dit besluit vastgestelde maatregelen
bij elkaar opgeteld. Vervolgens dienen de maatregelen zoveel als mogelijk gelijktijdig
gerealiseerd te worden. Dit laatste komt er derhalve op neer dat de bij de
overtredingen vastgestelde percentages bij elkaar opgeteld dienen te worden,
zodat gelijktijdige realisering mogelijk is.
De samenvoeging van een maatregel van 10% gedurende
acht weken met een
maatregel van 20% gedurende zestien weken leidt dus tot een periode waarover een
maatregel wordt opgelegd van zestien weken, waarbij gedurende de eerste
acht weken het
percentage van de maatregel 30 bedraagt en 20 gedurende de daaropvolgende
acht weken.
Indien er evenwel sprake is van één oorzaak waardoor verschillende verplichtingen
worden overtreden, wordt één maatregel opgelegd overeenkomend met de zwaarste
maatregel.
Tot slot is voor de WW bepaald dat bij samenloop van een te late aangifte,
aanvraag en inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale
organisatie werk en inkomen, red.] wordt uitgegaan van één oorzaak. Dit
vloeit voort uit het feit dat de aanvraagprocedure veelal start met een inschrijving bij
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Is de werknemer daarmee te laat, dan zal
dat in het algemeen ook een te late aangifte en te late aanvraag met zich
meebrengen. Er is echter wel een beperking aangebracht in die zin dat de
periode tussen de aangifte, aanvraag en inschrijving niet langer dan
zeven kalenderdagen
mag zijn. Duidelijk is dat uitgaande van één oorzaak dan met één maatregel wordt volstaan.
Artikel 10
In het eerste lid is bepaald dat bij recidive het percentage van de maatregel
met de helft wordt verhoogd. Uitdrukkelijk is gekozen voor een verhoging
van het percentage van de maatregel en niet voor een verlenging van de duur.
Hiermee wordt een uniform recidivebegrip gehanteerd in de besluiten van de
Sociale Verzekeringsbank, het ministerie van SZW en het Tica.
Bij de TW wordt een maatregel opgelegd bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een
verplichting door degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot of zijn
wettelijk vertegenwoordiger. De maatregel wordt opgelegd en bekendgemaakt aan de
toeslaggerechtigde. Er is sprake van recidive indien door de toeslaggerechtigde,
zijn echtgenoot of zijn wettelijk vertegenwoordiger binnen twee jaren na
voornoemde bekendmaking opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk
wordt nagekomen. Hierbij is het dus niet van belang wie van deze personen de verplichting de eerste keer
niet of niet behoorlijk is nagekomen. In het tweede lid is voor de WW
bepaald dat indien
de werknemer blijft volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
om te trachten passende arbeid te verkrijgen, de gehele uitkering over de resterende
duur wordt geweigerd. Hiervan is sprake indien de werknemer voor de vierde keer
binnen één jaar deze verplichting niet of niet behoorlijk nakomt.
Artikel 11
Indien het percentage van de maatregel als gevolg van een samenvoeging van
maatregelen of een verhoging van de maatregel bij recidive meer dan 30 bedraagt, wordt
dit percentage gemaximeerd op 30, waarna de uitkeringsduur naar rato wordt verlengd
om zodoende de gehele maatregel te realiseren.
Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de WW
is de bedrijfsvereniging verplicht
de uitkering geheel te weigeren bij verwijtbare werkloosheid en bij het niet
behouden van passende arbeid. Indien de niet-nakoming van deze verplichtingen
de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten, wordt een maatregel opgelegd van 35%
gedurende zesentwintig weken, waarmee samenloop met een maatregel op grond van dit besluit
kan ontstaan. In dat geval wordt de maatregel op grond van dit besluit
geëffectueerd
na afloop van de wettelijk op te leggen maatregel. Dit is geregeld in het
tweede lid van artikel 11.
Artikel 12
De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van overtreding.
Indien echter het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting is aangevangen voordat
recht op uitkering is ontstaan, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de dag
waarover de uitkering wordt toegekend of het recht op uitkering of toeslag ontstaat.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de aanvraag in het kader van de AAW
en de
WAO. Deze aanvraag moet reeds worden ingediend voordat het recht op uitkering
ontstaat. Wordt de aanvraag te laat ingediend, dan wordt de maatregel opgelegd op
het moment dat het recht op uitkering is ontstaan.
Artikel 13
In dit artikel is aangegeven op welke wijze de procentuele maatregel wordt
gerealiseerd. Bij een procentuele maatregel wordt het uitkeringspercentage
verlaagd met het aantal procentpunten van de maatregel. Het percentage van
de maatregel wordt berekend over de uitkering indien de uitkering is gesteld
op meer dan 70% van het dagloon of als het een uitkering betreft op grond
van hoofdstuk IV van de WW.
Bij de AAW
en WAO wordt een afwijkende systematiek gehanteerd. Deze wetten kennen
verschillende uitkeringspercentages, welke gerelateerd zijn aan de mate van
arbeidsongeschiktheid. Hierdoor leidt het eenvoudigweg verlagen van het uitkeringspercentage tot
onevenredigheid in de maatregelen. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk.
• Belanghebbende is 80-100% arbeidsongeschikt; dagloon ƒ200,-; maatregel
20%:
- Uitkering zonder maatregel: 70% x ƒ200,- = ƒ140,-.
- Uitkering met maatregel: (70%-20%) x dagloon = 50% x ƒ200,- = ƒ100,-.
• Belanghebbende is 45-55% arbeidsongeschikt; dagloon ƒ200,-; maatregel
20%:
- Uitkering zonder maatregel: 35% x ƒ200,- = ƒ70,-.
- Uitkering met maatregel: (35%-20%) x dagloon = 15% x ƒ200,- = ƒ30,-.
De ongewenste consequentie van een rechtstreekse verlaging van het uitkeringspercentage met
x procentpunten
wordt opgelost door op een meer indirecte wijze de maatregel op het uitkeringspercentage in mindering te
brengen.
Dit kan gebeuren door het percentage van de maatregel te vermenigvuldigen
met de factor "uitkeringspercentage gedeeld door 70", waarna dit laatste
percentage in mindering wordt gebracht op het uitkeringspercentage.
Het volgende voorbeeld moge één en ander
verduidelijken.
• Belanghebbende is 80-100% arbeidsongeschikt; dagloon ƒ200,-; maatregel
20%:
- Uitkeringspercentage is 70:
Maatregel-kortingspercentage: 20% x 70/70 = 20.
- Gesanctioneerd uitkeringspercentage 50%:
Uitkering WAO bedraagt 50% x ƒ200,- = ƒ100,-.
• Belanghebbende is 45-55% arbeidsongeschikt; dagloon ƒ200,-; maatregel
20%:
- Uitkeringspercentage 35%:
Maatregel-kortingspercentage: 20% x 35/70 = 10%.
- Gesanctioneerd uitkeringspercentage 25%:
Uitkering WAO
bedraagt 25% x ƒ200,- = ƒ50,-.
Ingevolge de artikelen 13 van de AAW
en
22 van de
WAO kan de arbeidsongeschiktheidsuitkering worden
verhoogd tot maximaal 100% indien de betrokkene in een althans voorlopig
blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, welke geregeld oppassing
en verzorging nodig maakt. In deze gevallen bedraagt de factor niet
"uitkeringspercentage
gedeeld door 70", omdat de maatregel dan hoger wordt dan de in het besluit gestelde maatregelpercentages.
De factor wordt in die gevallen gemaximeerd op 70/70.
Bij de ZW wordt de maatregel
aangepast indien de uitkering gedeeltelijk
niet tot uitbetaling komt doordat de betrokkene inkomen uit arbeid heeft.
Hiermee wordt bereikt dat wordt aangesloten bij de uitkering die daadwerkelijk
wordt ontvangen.
In de TW
is bepaald dat de bedrijfsvereniging de toeslag tijdelijk of blijvend,
geheel of gedeeltelijk weigert. In dit artikel wordt dit uitgewerkt door het
bedrag aan toeslag te korten met het percentage van de maatregel.
Artikel 14
Bij de
WW kan de werknemer gedurende een bepaalde periode vakantie genieten met
behoud van het recht op uitkering. In dit artikel is bepaald dat er geen maatregel wordt
opgelegd indien de werknemer een verplichting niet nakomt tijdens het genieten van
vakantie. Als voorwaarde hierbij geldt dat de werknemer voldoet aan de voorschriften
die de bedrijfsvereniging op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel
j, van de WW stelt. Daarnaast mogen de perioden waarin de werknemer vakantie geniet niet een, in dit
artikel geregelde, termijn overschrijden. Een vergelijkbare bepaling was reeds
opgenomen in het Besluit inzake vaststelling regels vakantieperiode met behoud van
recht op uitkering (Stcrt. 1992, 19). In onderhavig besluit is (in
artikel 15) geregeld dat dit
besluit kan vervallen, nu deze regeling daarin is opgenomen.
Artikel 15
Nu één regeling is
getroffen
voor de vaststelling van de maatregel voor de verschillende wetten kan het bestaande
besluit met betrekking tot de sanctieoplegging in de WW
vervallen.
Artikel 16
Vóór de inwerkingtreding van dit besluit is aangesloten bij de datum van
inwerkingtreding van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale
zekerheid (WAB) [Wet BMT, red.]. Hierbij is uitgegaan van publicatie van het besluit in
de Staatscourant vóór datum inwerkingtreding van de WAB. Indien publicatie
van dit besluit pas mocht plaatsvinden na de inwerkingtreding van de WAB, treedt dit besluit in werking twee
dagen na publicatie in de Staatscourant.
Bijlage
Ter wille van de leesbaarheid zijn in de
bijlage bij dit besluit alle verplichtingen
opgenomen waaraan de verzekerde zich dient te houden en waarop een maatregel van
toepassing is. Het betreft hier zowel de verplichtingen uit de wetten als de voorschriften
uit de controlevoorschriften en de uitkeringsreglementen WW
[zie Uitkeringsreglement WW 2002, red.].
Met de redactie van de voorschriften, voor zover afzonderlijk benoemd in dit
besluit, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de redacties zoals deze in de
FBV-modellen-controlevoorschriften ZW, AAW, WAO
en TW en het FBV-model-uitkeringsreglement voor de WW zijn
opgenomen [FBV: Federatie van Bedrijfsverenigingen, red.]. Een overname van de letterlijke tekst van deze modellen is
niet steeds mogelijk. Tevens kunnen de bedrijfsverenigingen in hun controlevoorschriften en uitkeringsreglement
van het model afwijken, waardoor ook in die situatie de tekst in dit besluit zal afwijken van de letterlijke
tekst van één of meerdere controlevoorschriften of uitkeringsreglementen.
Naar de mening van het Tica heeft dat geen consequenties voor de toepasbaarheid
van dit besluit, aangezien de intentie van de verplichting door een (in het
algemeen geringe) tekstuele afwijking niet verandert.
In de eerste categorie zijn de termijngebonden verplichtingen en in de tweede
categorie de overige controle- en medewerkingsverplichtingen, zoals bereikbaarheid en
aanwezigheid, opgenomen. Bedoelde verplichtingen stellen de bedrijfsverenigingen in
staat het administratieve proces te stroomlijnen. In de derde en vierde categorie zijn de
verplichtingen opgenomen die betrekking hebben op de inpassing in het arbeidsproces
en het beperken van het risico, te weten de ongeschiktheid tot werken, de
arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid. Bij de indeling van deze verplichtingen is
rekening gehouden met de mate waarin een bepaald handelen of nalaten heeft
bijgedragen aan het beperken van het respectievelijke risico. Anders dan de
ZW, de
AAW, de WAO en WW kent de TW geen verplichtingen die betrekking hebben op de
inpassing in het arbeidsproces en het beperken van het risico.
Bij de verplichtingen, opgenomen in de derde categorie,
onder 2º,
en de vierde categorie, onder 1º,
van de AAW en de WAO, is bepaald dat een maatregel kan worden opgelegd wanneer de
belanghebbende de verplichting zonder deugdelijke grond niet nakomt. Heeft de belanghebbende wel een deugdelijke
grond, dan is het opleggen van een maatregel niet mogelijk.
In de vijfde categorie zijn de benadelingshandelingen
en het opzettelijk veroorzaken van de arbeidsongeschiktheid opgenomen.
Bij de benadelingshandeling die is
opgenomen in de vijfde categorie, onder 1º, van
de WW kan gedacht worden aan de situatie dat de beëindiging van de dienstbetrekking de
werknemer niet verweten kan worden - en dat hij derhalve niet verwijtbaar werkloos is
geworden - doch dat hem wel aan te rekenen is dat de dienstbetrekking eerder
wordt beëindigd dan strikt noodzakelijk is. Dit kan bijvoorbeeld het geval
zijn indien een bedrijf dat om bedrijfseconomische redenen moet inkrimpen, zijn werknemers het aanbod
doet om eerder dan strikt noodzakelijk te vertrekken in ruil voor een som geld
of een aanvulling op de uitkering. Aangezien niet in alle gevallen eenduidig
vastgesteld zal kunnen worden over welke periode de werknemer had kunnen
blijven werken, kan de bedrijfsvereniging in deze gevallen uitgaan van de
periode waarin de werknemer vermoedelijk had kunnen blijven werken.
Bij de benadelingshandeling opgenomen
in de vijfde categorie, onder 2º,
van de WW kan gedacht worden aan de situatie dat de dienstbetrekking niet
verwijtbaar eindigt, doch dat bepaalde aanspraken, bijvoorbeeld op VUT-uitkering,
worden prijsgegeven. De onder 3º en 4º opgenomen
verplichtingen hebben betrekking op twee specifieke benadelingshandelingen in het kader
van hoofdstuk IV van de WW.
Amsterdam, 6 juni 1996.
J. Ruiter, plv. voorzitter.
TOELICHTING
bij het
Besluit van 8 november 2001 tot wijziging van het Maatregelenbesluit
Tica, Stcrt. 2001, 227
Met
de Invoeringswet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet SUWI) per 1 januari 2002 worden de verschillende socialeverzekeringswetten redactioneel aangepast aan de nieuwe
uitvoeringsstructuur. In dit wijzigingsbesluit zijn deze redactionele
wijzigingen opgenomen. Tevens is rekening gehouden met de wijzigingen
die zijn opgenomen in de Verzamelwet SZW-wetten
2001, de Wet arbeid en
zorg en de Wet verbetering poortwachter. Deze wijzigingen betreffen
voornamelijk de bijlage van het besluit. Ter bevordering van de
leesbaarheid is de bijlage opnieuw vastgesteld. Naast deze redactionele
aanpassingen zijn er ook enkele nieuwe verplichtingen van toepassing,
die hieronder worden toegelicht.
In de Wet verbetering poortwachter worden in de
arbeidsongeschiktheidswetten de bepaling inzake het opvolgen van de
voorschriften inzake bevordering van de "arbeidsgeschiktheid"
vervangen door voorschriften tot behoud, herstel of bevordering van de
"mogelijkheid tot het verrichten van arbeid". Deze bepaling, die was
opgenomen in de vierde categorie, onder 1º, bij de
arbeidsongeschiktheidswetten, is dienovereenkomstig gewijzigd.
Nieuw is de bepaling dat bij het blijven
volharden in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting
de uitkering blijvend wordt geweigerd. Dit is geregeld in het zesde lid
van artikel 6 van het Maatregelenbesluit Tica.
Ingevolge artikel 28, onderdeel h, van de WAO
dient de werknemer mee te werken aan - door zijn werkgever of door die
werkgever aangewezen deskundige - gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop
gericht zijn om passende arbeid te verrichten. Deze verplichting is
toegevoegd aan de in de bijlage opgenomen vierde categorie bij de
arbeidsongeschiktheidswetten.
In de arbeidsongeschiktheidswetten is de
verplichting opgenomen om mee te werken aan een wenselijk geachte
scholing of opleiding. De maatregel is opgenomen in het nieuwe artikel
6, vierde lid, van het Maatregelenbesluit Tica. Daarbij is aangesloten bij de
gedifferentieerde maatregel die reeds van toepassing was op de
scholingsverplichting in de WW.
In de Wet verbetering poortwachter is tevens de
verplichting opgenomen, in artikel 71a
van de WAO,
om bij de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering een
reïntegratieverslag te voegen. Deze verplichting is toegevoegd in de bijlage, tweede categorie van de arbeidsongeschiktheidswetten. In de
Invoeringswet SUWI worden de onderdelen e en f van artikel
26, eerste
lid, van de WW gewijzigd. Beide onderdelen zijn
gericht op de bevordering van inschakeling in de arbeid en opgenomen in
de bijlage, in de vierde categorie van de WW. Ingevolge de Wet
SUWI
dient de werknemer bij de aanvraag van een WW-uitkering en toeslag en
bij de aangifte van werkloosheid inlichtingen, gegevens en bewijsstukken
te verstrekken aan de Centrale organisatie werk en inkomen. In de
bijlage zijn deze verplichtingen toegevoegd aan de eerste en tweede categorie
van de WW en de TW.
Tevens is in de WW de aangifteverplichting
zodanig gewijzigd dat de verzekerde verplicht is de aangifte van
werkloosheid te doen bij de Centrale organisatie werk en inkomen. In
bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken en wordt aangifte gedaan
bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bijvoorbeeld bij
een aangifte als bedoeld in artikel 18 of artikel 61 van de WW.
Dit is geregeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de WW
en in artikel 26, vierde en vijfde lid, van de WW.
De omschrijving van de aangifteverplichting in de bijlage
is hierop
aangepast.
Daarnaast is in de bijlage, eerste categorie
van de arbeidsongeschiktheidswetten, de bepaling inzake de
aanvraagtermijnen aangevuld met de nieuwe aanvraagtermijn van dertien weken
voor het verstrijken van de verlengde wachttijd.
Aan de omschrijving van de benadelingshandeling
in de ZW en de WW wordt - naast het reeds
genoemde Algemeen Werkloosheidsfonds en wachtgeldfonds - het
Uitvoeringsfonds voor de overheid toegevoegd. Dit is geregeld in de
Verzamelwet SZW-wetten 2001. De redactie van de in de bijlage
opgenomen
bepalingen is hierop aangepast.
In de Wet arbeid en zorg is het recht op
uitkering in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg
opgenomen. Ingevolge artikel 3:16 van deze wet is
artikel 45 van de
Ziektewet en het daarop berustende Maatregelenbesluit Tica van
overeenkomstige toepassing. Het betreft het opleggen van een maatregel
bij het niet nakomen van bepaalde verplichtingen. Een soortgelijke
regeling is getroffen voor de zelfstandige en beroepsbeoefenaar op
arbeidsovereenkomst. Ingevolge artikel 3:27, eerste lid, onderdeel e, van de
Wet arbeid en zorg zijn bepaalde verplichtingen van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van overeenkomstige
toepassing. Volledigheidshalve is in artikel 1 opgenomen dat ook deze
personen vallen onder het begrip verzekerde in het kader van het Maatregelenbesluit
Tica en is een nieuwe categorie E in de bijlage opgenomen,
waarin verplichtingen zijn opgenomen.
|
|