|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen 45,
zesde lid, van de Ziektewet, 47,
vijfde lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,
39, vijfde
lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 29,
vijfde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 27,
negende lid, van de Werkloosheidswet
en 14, zesde lid, van de Toeslagenwet;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen;
b. CWI: Centrale
organisatie werk en inkomen;
c. ZW: Ziektewet;
d. WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. Wajong: Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
f. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. WW: Werkloosheidswet;
h. TW: Toeslagenwet;
i. Wazo: Wet arbeid en zorg;
j. Wet SUWI: Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
k.
Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
l. WGA-uitkering:
werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk
7 van de Wet WIA;
m. plan van aanpak: het plan van
aanpak, bedoeld in artikel 26, eerste lid
van de Wet WIA;
n. reïntegratievisie: de
reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a,
eerste lid, van de Wet SUWI;
o. reïntegratieplan: het
reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a,
derde lid, van de Wet SUWI;
p. maatregel: weigering van de uitkering als bedoeld in de artikelen
45,
eerste lid, van de ZW, 88
van de Wet WIA, 45 en
46 van de WAZ,
37 en 38 van de Wajong,
25 en 28 van de
WAO, 27, derde en
vierde lid, van de WW
en een
weigering van de toeslag als bedoeld in artikel
14, eerste lid, van de TW;
q. verzekerde: de persoon,
bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8a
en
64 van de ZW, 7, 10
en 18 van de Wet WIA, 3 van de WAZ,
3 van
de Wajong, 3 tot en met 7b
juncto 23, eerste lid, en 81 van de WAO, de werknemer, bedoeld in de
artikelen 3 tot en met 8 en 53 van de WW, degene die aanspraak maakt op
toeslag ingevolge de TW, zijn
echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, de werknemer en de
gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6 van
de Wazo, en de zelfstandige en
beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst,
bedoeld in artikel 3:17 van de Wazo.
Art.
1a. Grondslag
Dit besluit berust mede op de artikelen 90,
derde lid, en 131, tweede lid, van de Wet
WIA.
Art. 2.
Algemene bepaling
Per wet wordt een maatregel opgelegd met inachtneming van dit besluit.
De verplichtingen waarop een maatregel van toepassing is, zijn per wet
ingedeeld in categorieën en opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Art. 3.
Maatregelen eerste categorie
-1. Tenzij volstaan wordt met een
waarschuwing, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het
niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de
eerste categorie van de ZW, respectievelijk de Wet
WIA,
de WAZ, de
Wajong, de WAO,
de WW
en de TW:
a. 5% over de te late termijn
indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 7, respectievelijk 56
kalenderdagen wordt overschreden;
b. 10% over de te late termijn
indien het gestelde tijdstip met meer dan 7, respectievelijk 56
kalenderdagen, doch niet meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen
wordt overschreden;
c. 20% over de te late termijn met
een maximum van 52 weken indien het gestelde tijdstip met meer dan 28,
respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van
de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft,
bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%, 5%,
10% in plaats van 5%, 10%, 20%.
-3. Voor de vaststelling van het aantal
kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, blijven ten aanzien van de
verplichting opgenomen in:
a. de eerste categorie, onder 1º, 2º,
4º tot en met 8º en 11º, van de WW en de eerste categorie van de ZW, de
Wet WIA, de
WAZ,
de Wajong, de WAO en de TW, buiten toepassing dagen, niet zijnde
zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van het UWV zijn gesloten;
b. de eerste categorie, onder 3º, van
de WW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen,
waarop kantoren van de CWI zijn gesloten;
c. de eerste categorie van de WW,
buiten toepassing dagen waarop ingevolge die wet geen recht bestaat op
een uitkering.
Art. 4.
Maatregelen tweede categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel
bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting
opgenomen in de tweede categorie van de ZW, de
Wet WIA, de WAZ, de
Wajong, de WAO,
de WW
en de TW: 5% gedurende vier weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van
de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft,
bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%.
Art. 5.
Maatregelen derde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel
bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting
opgenomen in de derde categorie van de ZW, de
Wet WIA, de WAZ, de
Wajong, de WAO en
de WW: 10% gedurende acht weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van
de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft,
bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 5%.
Art. 6.
Maatregelen vierde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel
bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting
opgenomen in de vierde categorie van de ZW, de
Wet WIA, de WAZ, de
Wajong, de WAO en
de WW: 20% gedurende zestien weken.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van
de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft,
bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
-3. In afwijking van het eerste
respectievelijk tweede lid bedragen de hoogte en de duur van de
maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
opgenomen in de vierde categorie, onder 3º, van de WW:
a. 10% gedurende zestien weken,
respectievelijk 5% gedurende zestien weken, indien de verzekerde onvoldoende
meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat
vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende zestien weken,
respectievelijk 10% gedurende zestien weken, indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding
of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering
over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in
het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting;
d. gehele weigering van de uitkering
over de volledige of resterende duur indien de verzekerde volhardt in
het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting beschikbaar te
zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet werk en bijstand, en mee te werken aan het verkrijgen van
die voorzieningen.
-4. In afwijking van het eerste
respectievelijk tweede lid bedragen de hoogte en de duur van de
maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
opgenomen in de vierde categorie, onder 4º, van de WAO, WAZ en Wajong, de verplichting opgenomen in de vierde categorie, onder 5º, van de
ZW en de verplichting opgenomen in de vierde categorie, onder 6º,
van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de
verplichting, genoemd in de vierde categorie, onder 5º,
van de ZW:
a. 10% gedurende zestien weken,
respectievelijk 5% gedurende zestien weken, indien de verzekerde onvoldoende
meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat
vertraging in de opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor
zijn inschakeling in de arbeid is ontstaan;
b. 30% gedurende zestien weken,
respectievelijk 10% gedurende zestien weken, indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding
of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering
over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of
scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in
het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
-5. Onder baanzekerheid als bedoeld in het
derde en vierde lid wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans
op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk
te stellen is met een baangarantie.
-6. In afwijking van het eerste
respectievelijk tweede lid bedragen de hoogte en de duur van de
maatregel een blijvend gehele weigering van de uitkering indien de
verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de
verplichting opgenomen in de vierde categorie, onder 1º, van de WAO, de
WAZ en de Wajong.
Art. 7.
Maatregelen vijfde categorie
-1. De hoogte en de duur van de maatregel
bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
opgenomen in:
a. de vijfde categorie, onder 1º, van
de ZW, de Wet
WIA,
de WAZ, de Wajong
en de WAO alsmede de vijfde categorie, onder 6º,
van de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de
verplichting, genoemd in de vijfde categorie, onder 1º,
van de ZW: blijvend gehele weigering van de
uitkering;
b. de vijfde categorie, onder 2º, van
de ZW en onder 1º van de WW alsmede de vijfde
categorie, onder 6º, van de WW, voor zover deze laatste verplichting
betrekking heeft op de verplichting, genoemd in de vijfde categorie,
onder 2º, van de ZW, de gehele uitkering voor de duur dat de
verzekerde aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de
dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;
c. de vijfde categorie, onder 2º, 3º
en 4º, van de WW: dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou
komen indien de verzekerde de bedoelde benadelingshandeling had
nagelaten;
d. de vijfde categorie, onder 3º, van
de ZW en onder 5º van de WW alsmede de vijfde categorie, onder 6º, van
de WW, voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de
verplichting, genoemd in de vijfde categorie, onder 3º, van de ZW, afhankelijk van de ernst van de gedraging of
nalatigheid van de verzekerde:
1º. 20% gedurende zestien weken;
2º. 30% gedurende zesentwintig weken;
3º. de gehele uitkering over de volledige
of resterende uitkeringsduur;
e. de
vijfde categorie, onder 2°, van de Wet WIA: de
gehele uitkering voor de duur dat de dienstbetrekking zou hebben kunnen
voortduren, doch ten hoogste voor de duur van het tijdvak, bedoeld in artikel
25, negende lid, van de Wet WIA;
f. de vijfde categorie, onder 3° en
ten 4°, van de Wet WIA: dat deel van de uitkering
dat niet tot uitbetaling zou komen indien de verzekerde de bedoelde
verplichting wel zou zijn nagekomen.
-2. Indien de mate van verwijtbaarheid van
de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft,
bedragen de hoogte en de duur van de maatregel:
a. bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: 30% gedurende
zesentwintig weken;
b. bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
c. bedoeld in het eerste lid, onderdeel c: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering;
d. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
onder 1º: 10% gedurende zestien weken;
e. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
onder 2º: 20% gedurende zestien weken;
f. bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,
onder 3º: 30% gedurende zestien weken;
g. bedoeld in het eerste lid, onderdeel
e: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
h. bedoeld in het eerste lid, onderdeel
f: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering.
Art. 8.
Niet-nakoming twee of meer verplichtingen
-1. Indien de verzekerde per wet twee of
meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet
nakomen van deze verplichtingen niet voortkomt uit één oorzaak, worden
de bij deze verplichtingen na toepassing van dit besluit vastgestelde
maatregelen samengevoegd en zoveel mogelijk gelijktijdig gerealiseerd.
-2. Indien de verzekerde per wet twee of
meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet
nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak, wordt één
maatregel toegepast overeenkomend met de zwaarste van de bij deze
verplichtingen na toepassing van dit besluit vastgestelde maatregelen.
-3. Indien de verzekerde ter zake van zijn
ingetreden werkloosheid meer dan één verplichting opgenomen in de
eerste categorie, onder 1º, 2º en 3º, van de WW niet of niet behoorlijk
is nagekomen en tussen de nakoming van deze verplichtingen niet meer dan
zeven kalenderdagen zijn gelegen, wordt aan de overtreding van genoemde
verplichtingen één oorzaak ten grondslag gelegd.
Art. 9.
Recidive
-1. Indien aan de verzekerde schriftelijk
is bekendgemaakt dat hem wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van
een verplichting een maatregel is opgelegd en hij binnen twee jaren na
de dag van deze bekendmaking opnieuw dezelfde verplichting niet of niet
behoorlijk is nagekomen, wordt het percentage van de maatregel, bedoeld
in de artikelen 3 tot en met 7, met de helft daarvan verhoogd.
-2. Indien na de schriftelijke bekendmaking
dat een maatregel is opgelegd ter zake van het niet of niet behoorlijk
nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, onder 1º,
van de WW dezelfde verplichting binnen twaalf maanden voor de derde maal
niet is nagekomen, wordt de gehele uitkering over de resterende duur
geweigerd.
-3. Voor
de toepassing van het bepaalde in het eerste lid worden de
verplichtingen op grond van artikel 27,
vierde lid, van de WW
geacht dezelfde verplichtingen te zijn als de dienovereenkomstige
verplichtingen op grond van artikel 45 van de
ZW.
Art.
10. Samenvoeging van maatregelen
-1. Indien als gevolg van de samenvoeging,
genoemd in artikel 8, eerste lid, of van de verhoging, genoemd in
artikel 9, eerste lid, de maatregel meer dan 30% bedraagt, wordt de hoogte van
de maatregel gesteld op 30% en de duur ervan verlengd met een zodanige
periode dat daarmee de volledige samenvoeging dan wel de verhoging wordt
gerealiseerd.
-2. Indien op grond van artikel
27, eerste
lid, van de WW het uitkeringspercentage wordt
verlaagd naar 35 én de verzekerde een maatregel op grond van dit
besluit wordt opgelegd, wordt eerst de eerstgenoemde maatregel
gerealiseerd en aansluitend de maatregel op grond van dit besluit.
-3. In afwijking van het tweede lid wordt
eerst de maatregel op grond van dit besluit gerealiseerd indien deze
maatregel een tijdelijk gehele of blijvend gehele weigering van de
uitkering betreft.
Art.
11. Vervallen.
Art.
12. Realisering van de maatregel
-1. Een tijdelijk gedeeltelijke weigering
als maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, wordt:
a. bij de ZW
gerealiseerd door het
uitkeringspercentage van 70, bedoeld in artikel
29, zesde lid, en 29b,
tweede lid, van de ZW, te korten met het aantal procentpunten van de
maatregel en de uitkering, bedoeld in de artikelen
29, zevende lid, 29a en 29b, derde lid, van de
ZW, met het percentage van de maatregel,
met dien verstande dat, indien de uitkering met toepassing van artikel
31 van de ZW gedeeltelijk niet tot uitbetaling komt, de korting wordt
vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het
bedrag dat van de uitkering wordt betaald en de noemer door het bedrag
van de uitkering;
b. bij de WW
gerealiseerd door de uitkeringspercentages, bedoeld in het eerste lid
van de artikelen
47, 51 ¹, 52
¹ en
52i van de WW, te korten met het aantal procentpunten van de maatregel en de
uitkering, bedoeld in artikel 64 van de WW, met het percentage van de
maatregel;
c. bij de WAO, de WAZ
en de Wajong gerealiseerd door het percentage van de maatregel te vermenigvuldigen
met de factor: uitkeringspercentage, bedoeld in de artikelen 21, tweede
lid, van de WAO, 9, eerste lid, en 24
², derde lid, van de
WAZ en 8, eerste
lid, van de Wajong, of het uitkeringspercentage, zoals vastgesteld na
toepassing van de artikelen 44 van de WAO, 58 van de
WAZ en 50 van de
Wajong, gedeeld door 70. Het hiervoor bedoelde uitkeringspercentage
wordt verminderd met het berekende percentage. De verhoging van de
uitkering, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, van de WAO, 10 van de
WAZ en 9 van de Wajong, blijft bij de realisering van de maatregel
buiten beschouwing;
d. bij de TW
gerealiseerd door het bedrag aan toeslag waarop ingevolge
de artikelen 8 en 10 van de TW
recht bestaat, te korten met het
percentage van de maatregel;
e. bij de Wet WIA
gerealiseerd door het uitkeringsbedrag te korten met het percentage van
de maatregel, waarbij een verhoging als bedoeld in de artikelen
53 en 63 van de Wet
WIA
buiten beschouwing blijft.
-2. Indien in het dagloon waarnaar de
uitkering is berekend de waarde van een vakantiebon of daarmee
overeenkomende aanspraken, bestemd voor vakantie-, feest- en/of
snipperdagen, is opgenomen, wordt voordat toepassing wordt gegeven aan
het eerste lid het dagloon verminderd met de waarde van de vakantiebon
of de daarmee overeenkomende aanspraken en vermeerderd met het voor de
verzekerde geldende vakantiebijslagpercentage.
1. De artikelen
51 en 52 van de WW
zijn vervallen, red.
2. Artikel 24 van de WAZ
is vervallen, red.
Art.
13. Vakantie
In de perioden waarin de verzekerde,
met inachtneming van de voorschriften als bedoeld in artikel
101,
tweede lid, onderdeel b, juncto artikel
26, eerste lid, onderdeel
j, van
de WW, vakantie geniet, ontbreekt de verwijtbaarheid ten aanzien van
overtredingen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b,
onder 1º en 4º, of artikel 26 van de WW,
voor zover de
perioden waarin de verzekerde vakantie geniet in enig kalenderjaar
gezamenlijk een periode van 20 dagen niet overschrijden.
Art.
14. Intrekking
Het Maatregelenbesluit Tica wordt ingetrokken.¹
1. Volgens de redactie
is artikel 14 ten onrechte komen te vervallen ingevolge artikel I, onderdeel I, van het Besluit van 20 december
2005, Stcrt. 2005, 253.
Art.
15. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Art.
16. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Maatregelenbesluit
UWV.
Dit besluit zal met de
toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Amsterdam, 9 augustus 2004.
J.M. Linthorst, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[9 augustus 2004]
1. Inleiding
Op grond van de artikelen
45
van de ZW,
45 en 46 van de
WAZ,
37 en
38 van de Wajong,
25 en 28 van de WAO,
27 van de WW
en 14 van de TW dient
UWV een maatregel op te
leggen als de verzekerde de verplichtingen, bedoeld in deze artikelen,
niet of niet behoorlijk nakomt. De maatregel bestaat uit een tijdelijke
of blijvende, gehele of gedeeltelijke weigering van de uitkering of de
toeslag en wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate
waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Alleen in
gevallen dat er dringende redenen aanwezig zijn, kan UWV besluiten van
het opleggen van een maatregel af te zien. Daarnaast kan UWV in bepaalde
gevallen afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met een
schriftelijke waarschuwing. Op grond van de genoemde bepalingen stelt
UWV regels met betrekking tot de vaststelling van de maatregel. Deze
regels zijn voor de genoemde wetten in dit besluit vastgelegd.
2. De verplichtingen en de
indeling in categorieën
Naast de verplichtingen die
in de diverse wetten zijn opgenomen, is de werknemer verplicht zich te
houden aan de voorschriften die UWV stelt op grond van die wetten. In de
praktijk zijn deze voorschriften opgenomen in de diverse controlevoorschriften en in het
Uitkeringsreglement WW 2002. In de
bijlage bij dit besluit zijn de verplichtingen uit de wet en de
verplichtingen neergelegd in de controlevoorschriften en het uitkeringsreglement opgenomen. De verplichtingen zijn te onderscheiden
in verplichtingen die erop gericht zijn UWV in staat te stellen het
administratieve proces te stroomlijnen en verplichtingen die betrekking
hebben op de inpassing in het arbeidsproces en het beperken van het
risico, te weten de ongeschiktheid tot werken, de arbeidsongeschiktheid
en de werkloosheid. De verplichtingen gericht op het stroomlijnen van
het administratieve proces bij UWV betreffen die handelingen of
nalatigheden die tot gevolg hebben dat de werkzaamheden van UWV worden
vertraagd, bemoeilijkt of verhinderd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt
tussen verplichtingen die binnen een bepaalde termijn dienen te worden
nagekomen en verplichtingen die betrekking hebben op bereikbaarheid,
aanwezigheid en dergelijke. Het niet nakomen van laatstbedoelde
verplichtingen dient een verzekerde zwaarder te worden aangerekend dan
het niet nakomen van een aan een termijn gebonden verplichting. Dit is
alleen anders indien zo’n termijn langdurig wordt overschreden. Dan
immers ontstaat de situatie dat een verzekerde zich tevens onttrekt aan
controle door UWV. Om die reden voorziet dit besluit in een zwaardere
maatregel naargelang van de duur van de termijnoverschrijding.
Bij de indeling van de
verplichtingen die betrekking hebben op de inpassing in het
arbeidsproces en het beperken van het risico is rekening gehouden met de
mate waarin een bepaald handelen of nalaten heeft bijgedragen aan het
beperken van de ongeschiktheid tot werken, de werkloosheid of de
arbeidsongeschiktheid. De verplichtingen waarop een maatregel van
toepassing is, zijn in de bijlage bij dit besluit opgenomen. Deze
verplichtingen zijn per wet ingedeeld in een vijftal categorieën. De
verplichtingen in de diverse categorieën lopen op naar zwaarte.
Overtreding van een verplichting in de eerste categorie wordt de
belanghebbende minder zwaar aangerekend dan overtreding van een
verplichting in de vijfde categorie.
3. De hoogte en de duur van
de maatregel
Voor de bepaling van de
hoogte en duur van de maatregel is voor zover mogelijk rekening gehouden
met reeds in de verschillende wetten voorgeschreven maatregelen en met
de hoogte van de boete. In beginsel wordt bij het niet nakomen van
termijngebonden verplichtingen en verplichtingen gericht op het
stroomlijnen van het administratieve proces een maatregel opgelegd
waarvan het financiële gevolg voor de betrokkene geringer is dan een
boete die wordt opgelegd bij niet-nakoming van de informatieplicht. In
dit besluit is, gelet op de rechtsgelijkheid, aangegeven welke maatregel
moet worden opgelegd. Tevens is aangegeven welke maatregel wordt
opgelegd indien, gelet op de mate van verwijtbaarheid, de
standaardmaatregel te zwaar wordt geacht. Voor de WW
is bij de
benadelingshandeling deels een andere benadering gekozen. Reden hiervan
is dat in deze categorie een veelheid van gedragingen kan vallen, zodat
niet op voorhand is aan te geven welke maatregel, gelet op de ernst van
het handelen of nalaten, de meest passende is. Hier heeft UWV
enige
vrijheid een passende maatregel op te leggen. Daarnaast is een aantal
maatregelen opgenomen die passend worden geacht bij een aantal
specifieke benadelingshandelingen.
4. Nieuwe wet- en
regelgeving per 1 januari 2004
Met de Wet verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 is met ingang van 1
januari 2004 in artikel 45 van de Ziektewet een tweetal nieuwe
voorschriften opgenomen op overtreding waarvan een maatregel is
gesteld. Deze overtredingen betreffen, kort gezegd, het niet meewerken
aan een scholing of opleiding respectievelijk aan voorschriften of
maatregelen die op reïntegratie zijn gericht. Het UWV
beschouwt deze
overtredingen als behorend tot de vierde categorie, naar analogie van de
indeling van vergelijkbare overtredingen in het kader van de WAZ, de
Wajong en de WAO.
Eveneens met ingang van 1
januari 2004 is de Wet inschakeling werkzoekenden ingetrokken en de
Wet
werk en bijstand in werking getreden. Als gevolg hiervan zijn op twee
plaatsen in het Maatregelenbesluit Tica [Tica:
Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, red.] verwijzingen aangepast. Tevens
is artikel 13 van het Maatregelenbesluit Tica
aangepast aan de wijzigingen
per 1 januari 2004 van de Regeling vrijstelling verplichtingen
WW en de
Vakantieregeling WW.
Voorts zijn de voorschriften
met betrekking tot de identificatieplicht aangepast aan de gewijzigde
tekst van artikel 55 Wet
SUWI (gewijzigd met ingang van 1 januari 2004
door de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003).
Het Maatregelenbesluit UWV
vervangt het Maatregelenbesluit Tica, oorspronkelijk uit 1996 en
laatstelijk gewijzigd bij Besluit van het Lisv van 8 november 2001 (Stcrt.
2001, 227) [Lisv: Landelijk instituut sociale
verzekeringen, red.].
Amsterdam, 9 augustus 2004.
J.M. Linthorst, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
BIJLAGE
De in
artikel 2 van het
Maatregelenbesluit UWV bedoelde verplichtingen worden per wet
onderscheiden in de volgende categorieën:
A. Ziektewet
Eerste categorie
1º. de verzekerde is in
geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid verplicht
dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede
dag van die ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever of, indien de
verzekerde geen werkgever heeft als bedoeld in paragraaf 3 [van de eerste afdeling, red.]
van de ZW,
aan het UWV (artikel 45, eerste lid, onderdeel
d, juncto artikel 38a,
eerste lid, van de ZW);
2º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan het UWV op zijn verzoek alle feiten en omstandigheden waarvan hem
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op
het recht op of de hoogte van een door hem aangevraagde of aan hem
toegekende ziekengelduitkering (artikel 45, eerste lid, onderdeel
i,
juncto artikel 49 van de ZW);
3º. de verzekerde is verplicht op verzoek onverwijld aan het UWV of de CWI
inzage te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig
rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een
geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet
1994 (artikel
45, eerste lid, onderdeel h, van de ZW
juncto artikel 55,
tweede lid, van de Wet SUWI).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de controlevoorschriften, voor zover niet genoemd in de overige
categorieën, op te volgen (artikel 45, eerste lid, onderdeel
e, juncto
artikel 39, tweede lid, van de ZW);
2º. de verzekerde dient op diens
verzoek het reïntegratieverslag te verstrekken aan het UWV
(artikel
45, eerste lid, onderdeel n,
van de ZW).
Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht op verzoek van het UWV te verschijnen, dan wel ervoor te
zorgen dat het geneeskundig onderzoek door een door het UWV aangewezen
deskundige kan plaatshebben (artikel 45, eerste lid, onderdeel
c, van de ZW);
2º. de verzekerde is verplicht het voorschrift op te volgen van het UWV
om zich als werkzoekende bij de CWI te laten registreren en die
registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht
toekomt op grond van artikel 25 van de Wet
SUWI (artikel
45, eerste lid,
onderdeel e, juncto artikel 30, derde lid, van de
ZW);
3º. de verzekerde is verplicht vragen te beantwoorden die hem zijn
gesteld door of vanwege het UWV, dan wel zich te laten onderzoeken, of
op te laten nemen ter observatie, bij de uitvoering van de Wet
WIA,
de WAO, de
WAZ
onderscheidenlijk de Wajong (artikel 45, eerste lid, onderdeel
f, van de ZW);
4º.
de verzekerde is verplicht mee te werken aan het opstellen van het plan
van aanpak en het reïntegratieplan (artikel 45,
eerste lid, onderdeel o, van de ZW).
Vierde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht binnen redelijke termijn geneeskundige hulp in te roepen en
zich gedurende het gehele verloop van de ziekte onder behandeling te
blijven stellen, alsmede de voorschriften van de behandelend arts op te
volgen (artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van de
ZW);
2º. de verzekerde dient gedurende de ongeschiktheid tot werken
gedragingen na te laten, waardoor zijn genezing wordt belemmerd en
voldoende mee te werken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te
verkrijgen (artikel
45, eerste lid, onderdeel b, van de ZW);
3º. de verzekerde is verplicht zijn arbeid te hervatten zodra hij zich
hiertoe in staat acht (artikel 45, eerste lid, onderdeel
e, juncto
artikel 39, tweede lid, van de ZW);
4º. de verzekerde die in staat is hem passende arbeid te verrichten, is
verplicht te trachten deze arbeid te verkrijgen (artikel
45, eerste lid,
onderdeel k, juncto artikel 30, eerste lid, van de
ZW);
5º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid
(artikel 45, eerste lid, onderdeel l, van de
ZW);
6º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan door zijn werkgever of
een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke
voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de
verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten en om
voldoende reïntegratie-inspanningen te verrichten (artikel
45, eerste lid, onderdeel m, van de ZW);
7º.
de verzekerde komt de verplichtingen na die zijn opgenomen in het plan
van aanpak en het reïntegratieplan (artikel 45,
eerste lid, onderdeel p, van de ZW).
Vijfde categorie
1º. de verzekerde mag zijn
arbeidsongeschiktheid niet opzettelijk veroorzaken (artikel
45, eerste
lid, onderdeel g, van de ZW);
2º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds
of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen, doordat hij afstand doet van zijn aanspraak op loon onder
voortduren van de dienstbetrekking, instemt met of berust in een
eindiging van de dienstbetrekking of een eindiging van de
dienstbetrekking op een eerder tijdstip dan bij het sluiten van de
dienstbetrekking was overeengekomen (artikel 45, eerste lid, onderdeel
j,
van de ZW);
3º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds
of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen door te handelen of na te laten voor zover niet genoemd in deze
categorie, onder 2º (artikel 45, eerste lid, onderdeel
j, van de ZW).
B. Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Eerste categorie
1º. de verzekerde die in
aanmerking wenst te komen voor toekenning van de uitkering dient zijn
aanvraag te doen binnen de daarvoor vastgestelde termijn (artikelen 46,
onderdeel f, van de WAZ,
38, onderdeel f, van de Wajong
en 28, onderdeel f, van de WAO
juncto artikelen 35,
vierde lid, van de WAZ,
28, vierde lid, van de Wajong
en 34, derde lid, en 34a,
vierde lid, van de WAO);
2º. de verzekerde is verplicht na een schriftelijk verzoek de voor de
uitvoering benodigde informatie binnen een gestelde termijn te
verstrekken (artikelen 46, onderdeel d, van de
WAZ,
38, onderdeel
d, van
de Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO
juncto artikelen 44 en
70 van
de WAZ,
36 en 62 van de
Wajong en 27 en
80 van de WAO);
3º. de verzekerde is verplicht te voldoen aan een verzoek om mondeling
en schriftelijk en in het laatste geval binnen een schriftelijk gestelde
termijn inlichtingen te geven (artikelen 44 van de
WAZ,
36 van de Wajong
en 27 van de WAO juncto artikelen 70 van de
WAZ,
62 van de Wajong
en 80
van de WAO);
4º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan het UWV op zijn verzoek mededeling te doen van alle feiten of
omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is dat zij van
invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering of het bedrag dat daarvan wordt
uitbetaald (artikelen 46, onderdeel d, van de
WAZ,
38, onderdeel
d, van
de Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO
juncto artikelen 70 van de WAZ,
62 van de Wajong en 80 van de WAO);
5º. de verzekerde is verplicht op verzoek onverwijld aan het UWV of de CWI
inzage te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig
rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een
geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet
1994 (artikelen 46, onderdeel d, van de WAZ,
38, onderdeel
d, van de Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO
juncto artikel 55, tweede lid, van de Wet
SUWI);
6º. de verzekerde die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, is verplicht de reden daarvan
onmiddellijk mede te delen aan het reïntegratiebedrijf (artikelen 46,
onderdeel j, van de WAZ, 38,
onderdeel j, van de Wajong en 28,
onderdeel k, van de WAO).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de controlevoorschriften, voor zover niet genoemd in de
overige categorieën, op te volgen (artikelen 46, onderdeel
d, van de WAZ,
38, onderdeel
d, van de Wajong en 28, onderdeel d, van de WAO);
2º. De verzekerde is verplicht de aanvraag voor de toekenning van de
uitkering vergezeld te doen gaan van een reïntegratieverslag als
bedoeld in artikel 71a van de WAO
(artikel 28, onderdeel f, van de WAO
juncto artikel 34a van de WAO)
Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht, na tijdig te zijn opgeroepen, te verschijnen dan wel hetzij
de gestelde vragen te beantwoorden, hetzij zich te laten onderzoeken
door een deskundige, hetzij te voldoen aan het voorschrift om zich ter
observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting
(artikelen 45, eerste lid, van de WAZ,
37, eerste lid, van de Wajong
en 25, eerste lid, van de WAO);
2º. de verzekerde is verplicht de bij de registratie als werkzoekende
bij de CWI gegeven voorschriften op te volgen (artikelen 46, onderdeel
a, van de WAZ,
38, onderdeel
a, van de Wajong en 28, onderdeel a, van de WAO);
3º.
de verzekerde is verplicht mee te werken aan het opstellen van de
reïntegratievisie en het reïntegratieplan (artikelen 46,
onderdeel h, van de WAZ, 38,
onderdeel h, van de Wajong
en 28,
onderdeel i, van de WAO).
Vierde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de in het belang van een behandeling of genezing of tot het
behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid gegeven voorschriften op te volgen (artikelen 46,
onderdeel a, van de WAZ,
38, onderdeel
a, van de Wajong en 28, onderdeel a, van de WAO);
2º. de verzekerde is verplicht zich onder geneeskundige behandeling te
stellen, dan wel de voorschriften van de behandelend arts op te volgen
(artikelen 46, onderdeel b, van de WAZ,
38, onderdeel
b, van de Wajong en 28, onderdeel b, van de WAO);
3º. de verzekerde is verplicht gedragingen na te laten waardoor zijn
genezing wordt belemmerd, dan wel voldoende mede te werken om aanpassing
aan zijn ziekte of gebrek te krijgen (artikelen 46, onderdeel
c, van de WAZ,
38, onderdeel
c, van de Wajong en 28, onderdeel c, van de WAO).
4º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid
(artikelen 46, onderdeel g, van de WAZ,
38, onderdeel
g, van de Wajong en 28, onderdeel g, van de WAO);
5º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan door zijn werkgever of
een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke
voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de
belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten, en om
voldoende reïntegratie-inspanningen te verrichten (artikel
28,
onderdeel h, van de WAO);
6º.
de verzekerde komt de verplichtingen na die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie en het reïntegratieplan (artikelen 46,
onderdeel i, van de WAZ, 38,
onderdeel i, van de Wajong
en 28,
onderdeel j, van de WAO).
Vijfde categorie
1º. de verzekerde mag zijn
arbeidsongeschiktheid niet opzettelijk veroorzaken (artikelen 46,
onderdeel e, van de WAZ,
38, onderdeel
e, van de Wajong en 28, onderdeel e, van de WAO).
C. Werkloosheidswet
Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van
werkloosheid bij de CWI dan wel het UWV aangifte te doen van zijn
werkloosheid (artikel 26, eerste lid, onderdeel a, dan wel
artikel 26,
vierde en vijfde lid, van de WW):
2º. de verzekerde is verplicht binnen één week na het intreden van
zijn werkloosheid bij de CWI een aanvraag om een uitkering in te dienen
(artikel 26, eerste lid, onderdeel b, van de WW);
3º. de verzekerde is verplicht zich tijdig als werkzoekende bij de CWI
te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien
hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel
25, derde lid, van de Wet SUWI (artikel
26, eerste lid, onderdeel d, van de WW);
4º. de verzekerde is verplicht vóór elke betaling van de uitkering,
op een door het UWV aangegeven tijdstip, adres en voorgeschreven wijze,
een door het UWV beschikbaar gesteld formulier betreffende onder meer
verrichte werkzaamheden, genoten inkomsten en sollicitatieactiviteiten
(het werkbriefje) door hem ondertekend en volledig ingevuld in te dienen
(artikel 26, eerste lid, onderdeel c, van de WW);
5º. de verzekerde is verplicht zo spoedig mogelijk vóór de aanvang van
een voorgenomen vakantie aan het UWV mededeling te doen van de
voorgenomen duur van de vakantie en de periode waarin deze zal
plaatsvinden (artikel 26, eerste lid, onderdeel j, van de WW);
6º. de verzekerde is verplicht terstond aan het UWV mededeling te doen
van overschrijding van de voorgenomen duur van de vakantie (artikel
26,
eerste lid, onderdeel j, van de WW);
7º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan het UWV op zijn verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht
op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag
van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald (artikel 25 van de WW);
8º. de verzekerde is verplicht onverwijld aan het UWV of de CWI inzage
te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs
dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig
rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet
1994 (artikel
55, tweede lid, van de Wet SUWI);
9º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan de CWI op haar verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht
op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering (artikel
29, eerste
lid, van de Wet SUWI);
10º.
De verzekerde die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn
reïntegratieverplichtingen niet naleeft, is verplicht de reden daarvan
onmiddellijk mede te delen aan het reïntegratiebedrijf (artikel
26, eerste lid, onderdeel m,
van de WW);
11º. de verzekerde is verplicht
gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten
van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel
20, zesde en zevende lid, van de WW
de verplichtingen als genoemd in deze bijlage in het onderdeel
A. Ziektewet onder Eerste categorie na te komen (artikel
27, vierde lid, van de WW).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de ten behoeve van een doelmatige controle gestelde
voorschriften, voor zover niet genoemd in de overige categorieën, op te
volgen (artikel 26, eerste lid, onderdeel c, van de WW);
2º. de verzekerde is verplicht de voorschriften op te volgen die het UWV
stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van
de uitkering, voor zover niet genoemd in de eerste categorie (artikel
26,
eerste lid, onderdeel j, van de WW);
3º. de verzekerde is verplicht te voldoen aan de andere voorwaarden die
het UWV op grond van artikel 101, tweede lid, van de WW
stelt (artikel 26, eerste lid, onderdeel h, van de WW);
4º. de verzekerde is verplicht aan de CWI de gevraagde gegevens en
bewijsstukken te verstrekken (artikel 28, tweede lid, van de
Wet SUWI);
5º. de verzekerde is verplicht
gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten
van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel
20, zesde en zevende lid, van de WW
de verplichtingen als genoemd in deze bijlage in het onderdeel
A. Ziektewet, onder Tweede categorie na te komen (artikel
27, vierde lid, van de WW).
Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn
arbeidsgeschiktheid door een geneeskundige, een psycholoog of een
beroepskeuzeadviseur (artikel 26, eerste lid, onderdeel g, van de WW);
2º.
de verzekerde is verplicht mee te werken aan het opstellen van de
reïntegratievisie en het reïntegratieplan (artikel 26, eerste lid, onderdeel
k, van de WW);
3º. de verzekerde is
verplicht gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel
20, zesde en zevende lid, van de WW
de verplichtingen als genoemd in deze bijlage in het onderdeel
A. Ziektewet, onder Derde categorie na te komen (artikel
27, vierde lid, van de WW).
Vierde categorie
1º. de verzekerde voorkomt
dat hij werkloos is of blijft, doordat hij in onvoldoende mate tracht
passende arbeid te verkrijgen (artikel 24, eerste lid, onderdeel b,
onder 1º, van de WW);
2º. de verzekerde voorkomt dat hij in verband met door hem te
verrichten arbeid eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van
passende arbeid belemmeren (artikel 24, eerste lid, onderdeel b,
onder 4º,
van de WW);
3º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan een scholing of
opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel
7,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken
aan het verkrijgen van die voorzieningen (artikel
26, eerste lid,
onderdeel f, van de WW);
4º. de verzekerde is verplicht mee te werken aan de activiteiten die
bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, bedoeld in de hoofdstukken VI en Xa
van de WW
(artikel 26, eerste
lid, onderdeel e, van de WW);
5º.
de verzekerde komt de verplichtingen na die zijn opgenomen in de
reïntegratievisie en het reïntegratieplan (artikel
26, eerste lid,
onderdeel l, van de WW);
6º.
de verzekerde is verplicht gedurende de eerste dertien weken van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als
bedoeld in artikel 20, zesde en zevende lid,
van de WW
de verplichtingen als genoemd in deze bijlage in het onderdeel
A. Ziektewet, onder Vierde categorie na te komen (artikel
27, vierde lid, van de WW).
Vijfde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het
Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds
voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij
door de wijze van beëindiging van de dienstbetrekking loonaanspraken
prijsgeeft (artikel 24, vijfde en tiende lid, van de WW);
2º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen, doordat hij aanspraken op inkomsten die op de uitkering in
mindering hadden kunnen worden gebracht, prijsgeeft (artikel
24, vijfde lid, van de WW);
3º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen, doordat hij geen tijdig gebruik maakt van een voor hem
bestaande mogelijkheid bij derden zijn aanspraken op loon, vakantiegeld,
vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de
dienstbetrekking verschuldigd is aan derden geldend te maken (artikel
24, vijfde lid, van de WW);
4º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen, doordat hij instemt met dan wel berust in het niet voldoen
door de werkgever van zijn aanspraken op loon, vakantiegeld,
vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de
dienstbetrekking verschuldigd is aan derden (artikel
24, vijfde lid, van
de WW);
5º. de verzekerde is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door
zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen
benadelen door te handelen of na te laten voor zover niet genoemd in deze
categorie, onder 1º tot en met 4º (artikel 24,
vijfde lid, van de WW);
6º.
de verzekerde is verplicht gedurende de eerste dertien weken van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als
bedoeld in artikel 20, zesde en zevende lid,
van de WW
de verplichtingen als genoemd in deze bijlage in het onderdeel
A. Ziektewet, onder Vijfde categorie na te komen (artikel
27, vierde lid, van de WW).
D. Toeslagenwet
Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht binnen de in de Controlevoorschriften
Toeslagenwet gestelde termijn een
aanvraag om toeslag in te dienen (artikel 13 van de TW);
2º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor gestelde termijn en
op een beschikbaar gesteld formulier de voor de uitvoering benodigde
informatie te verstrekken (artikel 13 van de TW
juncto artikel 12 van de TW);
3º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan het UWV op zijn verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat
wordt betaald (artikel 12 van de TW);
4º. de verzekerde is verplicht op verzoek onverwijld aan het UWV of de CWI
inzage te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig
rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een
geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet
1994 (artikel 55, tweede lid, van de Wet
SUWI);
5º. de verzekerde is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn
aan de CWI op haar verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht
op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering (artikel
29, eerste
lid, van de Wet SUWI).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de ten behoeve van een doelmatige controle gestelde
voorschriften, voor zover niet genoemd in de eerste categorie, op te
volgen (artikel 13 van de TW);
2º. de verzekerde is verplicht aan de CWI de gevraagde gegevens en
bewijsstukken te verstrekken (artikel 28, tweede lid, van de
Wet SUWI).
E. Wet arbeid en zorg
Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht aan het UWV op zijn verzoek binnen de gestelde termijn alle
feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op
uitkering of op de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het
recht op uitkering of op het bedrag van de uitkering dat wordt betaald (artikel
3:16, eerste lid, onderdeel g, artikel
3:27, eerste lid, onderdeel f, en
artikel 7:15 van de Wazo);
2º. de verzekerde is verplicht op verzoek onverwijld aan het UWV inzage
te verstrekken in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs
dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig
rijbewijs als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
1994 (artikel 3:16, eerste lid, onderdeel
f, van de Wazo juncto artikel
45, eerste lid, onderdeel h, van de ZW
en artikel 3:27, eerste lid, onderdeel e, van de
Wazo juncto artikel 46, onderdeel
d, van de WAZ
juncto artikel 55, tweede lid, van de Wet
SUWI).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht de ten behoeve van een doelmatige controle gestelde
voorschriften, voor zover niet genoemd in de eerste categorie, op te
volgen (artikel 3:16, eerste lid, onderdeel
f, van de Wazo, artikel
3:27, eerste lid, onderdeel e, van de Wazo
juncto artikel 3:28 van de Wazo).
F. Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen
Eerste categorie
1º. de verzekerde is
verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn aan het UWV
op zijn
verzoek alle informatie te verstrekken waarvan het hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat die van invloed kan zijn op het recht op
uitkering, de hoogte van de uitkering
of de betaling van de uitkering,
waaronder mede is begrepen informatie
in het kader van reïntegratie (artikel 27, eerste
lid, van de Wet WIA);
2º. de verzekerde is
verplicht op verzoek onverwijld inzage te geven
aan het UWV in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en
met 3º, van de Wet
op de identificatieplicht (artikel
27, tweede lid, onderdeel e, van de Wet
WIA);
3º. de verzekerde die bij
deelname aan een reïntegratietraject
zijn reïntegratieverplichtingen niet naleeft, is verplicht de reden daarvan
onmiddellijk mede te delen aan het
reïntegratiebedrijf (artikel 27, vierde lid, van
de Wet WIA);
4º. de gedeeltelijk
arbeidsgeschikte die op een proefplaats bij een
werkgever onbeloonde werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel
37,
eerste lid, van de Wet WIA is verplicht
daarvan onverwijld mededeling te doen aan het
UWV (artikel 37, derde lid, van
de Wet WIA);
5º. de verzekerde is
verplicht zijn aanvraag voor een uitkering tijdig in
te dienen (artikel 64, derde en
vijfde lid, van de Wet WIA).
Tweede categorie
1º. de verzekerde is
verplicht tot naleving van de door het UWV
vastgestelde controlevoorschriften (artikel 27, tweede
lid, onderdeel d, van de Wet WIA);
2º. de verzekerde is
verplicht zijn aanvraag voor een uitkering vergezeld
te doen gaan van een reïntegratieverslag als bedoeld in artikel
25,
derde lid, van de Wet WIA (artikel 65 van
de Wet WIA).
Derde categorie
1º. de verzekerde is
verplicht te voldoen aan elke oproep van het UWV
of van één of meer door het UWV aangewezen personen om aanwezig te zijn
op een door of vanwege het UWV te
bepalen plaats voor beantwoording
van vragen, het meewerken aan onderzoek
of het naleven van de
controlevoorschriften (artikel 27, tweede lid,
onderdeel a, van de Wet WIA);
2º. de verzekerde is
verplicht vragen te beantwoorden die door het
UWV of door één of meer door het
UWV aangewezen personen in verband met het recht op uitkering op grond
van de Wet WIA worden gesteld (artikel
27, tweede lid, onderdeel b, van de Wet
WIA);
3º. de verzekerde is
verplicht mee te werken door zich te laten
onderzoeken door het UWV of door één of meer daartoe door het UWV aangewezen
personen (artikel 27, tweede lid,
onderdeel c, van de Wet WIA);
4º. de verzekerde die een
aanvraag voor een uitkering heeft
ingediend of een recht heeft op een uitkering op grond van de Wet
WIA
is verplicht
te voldoen aan het voorschrift gegeven
door het UWV of de door hem daartoe
aangewezen deskundige om zich ter
observatie te doen opnemen of te
verblijven in een aangewezen inrichting (artikel
27, vijfde lid, van de Wet WIA);
5º. de verzekerde is
verplicht mee te werken aan het opstellen van
de reïntegratievisie en het reïntegratieplan (artikel
29, tweede lid, onderdeel d, van
de Wet WIA);
6º. de verzekerde die zijn
resterende verdiencapaciteit als
bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet
WIA
niet volledig benut en die recht heeft op
een WGA-uitkering, is verplicht zich als
werkzoekende bij de Centrale organisatie
werk en inkomen te laten
registreren, indien hem daartoe het recht
toekomt op grond van artikel 25, eerste lid,
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en het UWV hem dit
opdraagt (artikel 30, tweede lid, van
de Wet WIA).
Vierde categorie
1º. de verzekerde voorkomt
het ontstaan van arbeidsongeschiktheid of
verminderde arbeidsgeschiktheid en beperkt het bestaan van
arbeidsongeschiktheid of verminderde
arbeidsgeschiktheid, voor zover dit redelijkerwijs van hem verwacht mag worden
(artikel 28, eerste lid, van de Wet
WIA);
2º. de verzekerde is
gedurende de wachttijd alsmede het verlengde
tijdvak, bedoeld in artikel 24,
eerste lid, en het tijdvak, bedoeld in artikel
25, negende lid, van de Wet WIA,
verplicht:
a. mee te werken aan door
zijn werkgever of door een door die
werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen
maatregelen die erop gericht zijn om hem
in staat te stellen passende arbeid
te verrichten;
b. voldoende
reïntegratie-inspanningen te verrichten;
c. een naar algemene
medische maatstaven adequate behandeling te
ondergaan voor zijn ziekte of gebrek (artikel 28,
tweede lid, van de Wet WIA);
3º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van passende
arbeid te behouden of te verkrijgen (artikel 29,
eerste lid, van de Wet WIA);
4º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
zich geneeskundig te laten behandelen of
aanwijzingen van een arts op te volgen
indien het UWV of het
reïntegratiebedrijf in opdracht van het UWV daartoe
opdracht geeft en zijn genezing niet
te belemmeren (artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, van de Wet WIA);
5º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
mee te werken aan activiteiten of werkzaamheden gericht op zijn inschakeling
in de arbeid die het UWV wenselijk acht
voor verkrijging van mogelijkheden tot
verrichten van passende arbeid (artikel 29, tweede lid, onderdeel
b, van de Wet WIA);
6º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
mee te werken aan aanpassing van de arbeidsplaats en aan persoonsgebonden
voorzieningen die het UWV verstrekt voor
verkrijging van mogelijkheden tot
verrichten van passende arbeid en zo nodig
te trachten die aanpassing en die voorzieningen te verkrijgen (artikel
29,
tweede lid, onderdeel c, van de Wet WIA);
7º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering moet voldoen
aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie en het
reïntegratieplan (artikel 29, tweede lid,
onderdeel e, van de Wet WIA);
8º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
in voldoende mate te trachten passende arbeid te verkrijgen (artikel
30,
eerste lid, onderdeel b, van de Wet WIA);
9º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
geen eisen te stellen in verband met door hem te verrichten arbeid die het
aanvaarden of verkrijgen van passende
arbeid belemmeren (artikel 30, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet WIA).
Vijfde categorie
1º. de verzekerde mag zijn
arbeidsongeschiktheid niet opzettelijk veroorzaken (artikelen
28, eerste lid,
en 88, tweede lid, van de Wet
WIA);
2º. de verzekerde is
tijdens het tijdvak waarover hij recht op loon
heeft als bedoeld in artikel 25,
negende lid, van de Wet WIA, verplicht
verweer te voeren tegen een beëindiging van
de dienstbetrekking, dan wel niet in te stemmen met beëindiging van de
dienstbetrekking (artikel 88, eerste lid,
onderdeel d, van de Wet WIA);
3º. de verzekerde die recht
heeft op een WGA-uitkering is verplicht
passende arbeid te verrichten indien
hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld (artikel
30, eerste lid, onderdeel a, van
de Wet WIA);
4º. de verzekerde die recht
heeft op een loongerelateerde uitkering
van de WGA-uitkering is verplicht zich in al zijn gedragingen te richten op
het voorkomen van verwijtbaar verlies van
passende arbeid (artikel 30, derde
lid, van de Wet WIA).
|
|