|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de hoofdstukken 6
en 7 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Art. 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de wet: de Algemene wet
bestuursrecht;
b. UWV: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. beschikking: een
beschikking als bedoeld in artikel 1:3,
tweede lid, van de wet;
d. bijzondere gegevens: dit
zijn medische gegevens, strafrechtelijke
gegevens of gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras,
politieke gezindheid of seksuele
leven;
e. bijzondere beschikking:
een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere gegevens ten grondslag ligt;
f. medische beschikking: een
bijzondere beschikking waaraan een
beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;
g. bezwaarschrift: een
bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4
van de wet;
h. belanghebbende: een
belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2
van de wet;
i. werknemer: de
belanghebbende op wiens gegevens de
beoordeling betrekking heeft;
j. werkgever: de
belanghebbende bij een bijzondere beschikking, niet
zijnde de werknemer.
Art. 2.
Ontvangstbevestiging
-1. Op het bezwaarschrift
wordt de datum van ontvangst
aangetekend.
-2. UWV bevestigt de
ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk
binnen vijf werkdagen na ontvangst.
-3. UWV brengt daarnaast
andere belanghebbenden binnen vijf werkdagen na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk
op de hoogte van het
ingediende bezwaar.
Art. 3.
Vertegenwoordiging
-1. Als het bezwaarschrift
is ingediend (mede) namens een natuurlijk of rechtspersoon, kan een
schriftelijke machtiging worden verlangd.
-2. Als UWV een
schriftelijke machtiging verlangt, stelt het de
indiener in de gelegenheid binnen twee weken een machtiging te overleggen.
Eerst na ontvangst van de machtiging wordt het bezwaarschrift verder in
behandeling genomen.
-3. Als een gevraagde
machtiging niet op tijd is verstrekt, wordt
degene namens wie het bezwaarschrift is ingediend schriftelijk verzocht binnen
twee weken de bedoelde machtiging over te leggen dan wel te verklaren dat hij
zelf het bezwaar heeft ingediend, op
straffe van niet-ontvankelijkheid van
het bezwaar.
-4. Als het bezwaarschrift
is ingediend tegen een medische
beschikking, kan UWV verlangen dat binnen tien dagen een machtiging wordt
overgelegd waaruit blijkt dat de gemachtigde
van de werkgever namens de werkgever kennis mag nemen van de medische
gegevens, omdat hij arts of advocaat
is, dan wel van UWV bijzondere
toestemming kan krijgen om kennis te nemen
van stukken die medische gegevens
bevatten met betrekking tot de werknemer,
dan wel de arbodienst van de
werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet en het bezwaar betrekking
heeft op een medische beschikking op
grond van de Ziektewet.
Art. 4. Vormverzuimen
-1. Als niet is voldaan aan
artikel 6:5 van de wet of aan enig ander
wettelijk vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, wordt
de indiener in de gelegenheid gesteld
dit verzuim binnen vier weken te
herstellen.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op
verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met
vier weken.
-3. Bij
overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in
het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan het bezwaar
niet-ontvankelijk worden verklaard.
Art. 5. Vormverzuimen bij
medische beschikkingen
-1. In afwijking van het
bepaalde in artikel 6:5 van de
wet worden de
gronden van bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens op een
aparte bijlage vermeld.
-2. Bij het niet nakomen van
het bepaalde in het eerste lid kan de
indiener in de gelegenheid worden gesteld
zijn verzuim binnen vier weken te
herstellen.
-3. De in het tweede lid genoemde termijn van vier weken kan op
verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met
vier weken.
-4. Bij
overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn, dan wel de in
het derde lid genoemde verlengde termijn, kan het bezwaar
niet-ontvankelijk worden verklaard.
Art. 6. Aanvullende
gronden van bezwaar
-1. Als de indiener verzoekt
om uitstel voor aanvulling van de
gronden van het bezwaar, krijgt hij hiertoe vier weken de gelegenheid.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op
verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met
vier weken.
-3. Bij
overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in
het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan UWV
de beslissing baseren
op het op dat moment voorliggende bezwaar.
Art. 7. Prematuur bezwaar
-1. Als artikel 6:10 van de
wet van toepassing is, stelt UWV de indiener in
de gelegenheid de gronden van zijn bezwaar aan te vullen binnen
vier weken na de dag van
verzending van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op
verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met
vier weken.
-3. Bij
overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in
het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan UWV de beslissing baseren
op het op dat moment voorliggende bezwaar.
Art. 8.
Termijnoverschrijding
-1. UWV stelt de indiener
van een bezwaarschrift dat is
ingediend na afloop van de wettelijke termijn in de gelegenheid zijn zienswijze
over het verzuim binnen vier weken
naar voren te brengen.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op
verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met
vier weken.
-3. Als
op basis van de tijdig naar voren gebrachte zienswijze redelijkerwijs
kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim
is geweest, of bij overschrijding van de in het eerste lid genoemde
termijn, dan wel de in het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan
het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.
Art. 9. Betrokkenheid
andere belanghebbenden dan de indiener
-1. UWV stuurt het
bezwaarschrift, met inachtneming van artikel 14,
aan andere belanghebbenden met de vraag of deze bij de verdere voortgang
van de procedure betrokken willen worden.
-2. De beslissing op bezwaar
wordt toegezonden aan alle belanghebbenden, ook aan degene die niet betrokken wil
worden bij de procedure.
-3. De werknemer wordt in
beginsel ongevraagd bij de verdere
voortgang van de procedure betrokken.
Art. 10. Inschakeling van
bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige
-1. Beoordeling van de
medische aspecten van het bezwaar vindt plaats
door een bezwaarverzekeringsarts die niet bij de voorbereiding van de
bestreden beschikking betrokken is.
-2. De
bezwaarverzekeringsarts geeft - zo
nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe
ingeschakelde deskundige - een oordeel over het medische aspect van het
bezwaar.
-3. Als in het
bezwaarschrift arbeidskundige gronden zijn aangevoerd,
beoordeelt een bezwaararbeidsdeskundige, die niet bij de
voorbereiding van de bestreden beschikking
betrokken is, de arbeidskundige aspecten.
-4. De bezwaararbeidsdeskundige geeft - zo nodig na een eigen
onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige -
een oordeel
over het arbeidskundige aspect van
het bezwaar.
-5. UWV
betrekt het oordeel
van de bezwaarverzekeringsarts
en/of -arbeidsdeskundige bij de
beslissing op bezwaar.
Art. 11. Mediation
-1. UWV beoordeelt of een
geschil zich leent voor mediation.
-2. Als een tijdens de bezwaarschriftprocedure ingezette mediation niet
slaagt, wordt de behandeling van het bezwaarschrift voortgezet door een
medewerker die niet betrokken was bij
de mediation.
-3. Gegevens die tijdens de
mediation zijn uitgewisseld tussen UWV
en belanghebbende mogen bij de voortzetting van de
bezwaarschriftprocedure alleen worden gebruikt als
belanghebbende hiermee heeft ingestemd.
Art. 12.
Beslissingsautoriteit
Als de bestreden beschikking
is genomen door een
beslissingsautoriteit als bedoeld in artikel
30c,
tweede lid, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, wordt het
bezwaarschrift niet behandeld door die
beslissingsautoriteit.
Art. 13. De hoorzitting
-1. Als een belanghebbende
heeft aangegeven gehoord te willen worden, of
als UWV belang heeft bij het horen van de belanghebbende, stelt UWV in
overleg met de belanghebbende datum
en tijd vast waarop de hoorzitting
plaatsvindt.
-2. De afgesproken datum en
tijd worden schriftelijk bevestigd. Als belanghebbende telefonisch
onbereikbaar is, wordt de hoorzitting door UWV eenzijdig gepland en
wordt belanghebbende schriftelijk uitgenodigd.
-3. Als de belanghebbende of een
gemachtigde, niet zijnde een professioneel rechtshulpverlener, verzoekt
om een geplande hoorzitting uit te stellen, neemt UWV daarover
telefonisch contact op en stelt UWV, zo nodig, in overleg een nieuwe
datum en tijd vast voor de hoorzitting.
-4. Als een professioneel
rechtshulpverlener verzoekt om een geplande hoorzitting uit te stellen,
honoreert UWV dit verzoek als volgens UWV sprake is van een valide reden
voor het uitstel.
-5. UWV kan van een gemachtigde verlangen
dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging
overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de
gemachtigde advocaat, procureur of een andere algemeen erkende
rechtshulpverlener is.
-6. Het horen van belanghebbenden geschiedt
met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de
wet door één of meer medewerkers van UWV.
-7. Als één van de in
artikel 7:3 van de wet genoemde
gevallen zich voordoet, beslist UWV of van het horen van belanghebbenden
wordt afgezien.
Art. 14. Hoorzitting bij
bezwaar tegen bijzondere
beschikkingen
-1. In aanvulling op artikel
13 geldt bij bezwaar tegen bijzondere
beschikkingen het bepaalde in dit artikel.
-2. Als de werknemer geen
toestemming heeft verleend als bedoeld
in artikel 16, wordt de hoorzitting gesplitst in een deel waarin bijzondere
gegevens van de werknemer worden behandeld
en een deel waarin de overige
aspecten van het bezwaar aan de orde worden
gesteld.
-3. De werkgever heeft geen
toegang tot het deel van de hoorzitting
waarin de bijzondere gegevens over zijn werknemer worden behandeld.
-4. Het derde lid is bij
medische beschikkingen niet van toepassing op de gemachtigde van de werkgever
die arts of advocaat is dan wel van UWV bijzondere toestemming heeft gekregen
om kennis te nemen van stukken
die medische gegevens bevatten met
betrekking tot de werknemer. In geval
van medische beschikkingen op grond van
de Ziektewet is het derde lid
evenmin van toepassing op de arbodienst
van de werkgever die
eigenrisicodrager is voor de Ziektewet.
Art. 15. Toezending en
inzage
-1. Voorafgaand aan de
hoorzitting kan UWV op verzoek alle op de
zaak betrekking hebbende stukken kosteloos
aan belanghebbenden sturen.
-2. Onverminderd het
bepaalde in het eerste lid liggen het
bezwaarschrift en alle andere op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de
hoorzitting één week ter
inzage voor belanghebbenden op een door
UWV te bepalen plaats en tijdstip.
-3. Belanghebbenden worden
op de terinzagelegging gewezen in de uitnodiging voor de hoorzitting, genoemd
in artikel 13.
-4. Belanghebbenden kunnen
van de in het tweede lid bedoelde
stukken, voor zo ver niet reeds toegezonden, kosteloos afschriften krijgen.
Art. 16. Toezending en
inzage bij bezwaren tegen bijzondere
beschikkingen
-1. De werkgever heeft in
afwijking van het bepaalde in artikel 15,
eerste en tweede lid, slechts recht op inzage in dan wel kennisname of
toezending van enig stuk dat bijzondere
gegevens bevat, als de werknemer hiervoor
schriftelijk toestemming heeft gegeven
aan UWV.
-2. UWV verstrekt de
werknemer hiertoe een machtigingsformulier.
-3. De toestemming kan
schriftelijk - en tijdens de hoorzitting
mondeling - worden ingetrokken. Intrekking van
eerder verleende toestemming werkt
niet terug.
-4. De
toestemming omvat:
a. alle op de zaak betrekking
hebbende bijzondere gegevens, met inbegrip van de gegevens die in de
loop van de procedure worden ontvangen en/of opgemaakt;
b. de toegang van de werkgever tot
het gedeelte van de hoorzitting als bedoeld in artikel 14,
derde lid.
-5. Als UWV over bepaalde stukken - gelet
op de inhoud daarvan - twijfelt of de toestemming mede deze stukken
omvat, vraagt UWV of de toestemming ook deze stukken omvat.
-6. In afwijking van het bepaalde in dit
artikel is de toestemming niet vereist voor inzage in en kennisname door
of toezending van medische gegevens aan de gemachtigde van de werkgever
als bedoeld in artikel 14,
vierde lid.
Art. 17. Openbaarheid van
de hoorzitting
-1. De hoorzitting is niet
openbaar.
-2. Belanghebbenden kunnen
onder opgaaf van redenen verzoeken
anderen de hoorzitting geheel of gedeeltelijk te laten bijwonen.
-3. UWV beslist op dit
verzoek.
Art. 18. Tolken
-1. Bij de hoorzitting kan
op verzoek van belanghebbenden of op
aanwijzing van UWV gebruik worden gemaakt
van de diensten van een tolk.
-2. UWV beslist op een
verzoek om gebruik te mogen maken van
een tolk.
-3. UWV zorgt voor de
beschikbaarheid en vergoeding van de tolk.
Art. 19. Intrekking van
het bezwaar
Als de indiener zijn bezwaar
intrekt, wordt dit schriftelijk
bevestigd en aan andere belanghebbenden meegedeeld.
Art. 20. Verslag van de
hoorzitting
-1. Het verslag van de
hoorzitting wordt op verzoek kosteloos aan
belanghebbenden toegezonden. Toezending
geschiedt in beginsel gelijktijdig met
de beslissing op bezwaar.
-2. Het verslag vermeldt de
namen van de aanwezigen en hun
hoedanigheid. Het houdt een korte vermelding in van al hetgeen over en weer is
gezegd en van al hetgeen voor het
overige ter zitting is voorgevallen, voor zover
dit voor de zaak relevant is.
-3. Het verslag verwijst
naar de stukken die ter zitting zijn
overgelegd.
-4. Het verslag wordt
ondertekend door de voorzitter van de
hoorzitting.
-5. Als artikel 14
toepassing heeft gevonden en de hoorzitting is
gesplitst, wordt het verslag gesplitst in een verslag van het deel waarin de
bijzondere aspecten zijn behandeld en een
verslag waarin de overige aspecten van het
bezwaar zijn behandeld. Artikel 16 van
dit reglement is dan van overeenkomstige toepassing.
Art. 21. Nader
onderzoek / nieuwe hoorzitting
-1. Als na afloop van de hoorzitting blijkt dat een nader
onderzoek wenselijk is, worden de resultaten van dat onderzoek in
afschrift aan belanghebbenden toegezonden als de uitkomst van dit
onderzoek van aanmerkelijk belang is voor de beslissing op bezwaar.
Artikel 16 van dit reglement is
van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien:
a. na de hoorzitting, of
nadat door belanghebbende is afgezien
van een hoorzitting, feiten of omstandigheden bekend geworden zijn die van
aanmerkelijk belang kunnen zijn voor de beslissing op bezwaar; of
b. een vooraankondiging van
de beslissing op bezwaar aan
belanghebbende is gezonden en belanghebbende
daartegen bezwaren kenbaar heeft gemaakt;
wordt belanghebbende in de
gelegenheid gesteld daarover te worden
gehoord.
-3. Op de nieuwe hoorzitting
als bedoeld in het tweede lid zijn de
bepalingen in dit reglement die betrekking
hebben op de hoorzitting van
overeenkomstige toepassing.
Art. 22. Verdaging
-1. Als de beslissing op
bezwaar niet kan worden genomen binnen de
daarvoor geldende wettelijke termijn, verdaagt UWV
de beschikking voor ten
hoogste vier weken. Belanghebbenden
worden schriftelijk geïnformeerd
over de verdaging.
-2. Als verdere vertraging optreedt in de afgifte van de
beslissing op bezwaar, wordt de beschikking opnieuw verdaagd voor zover
de indiener van het bezwaarschrift daarmee heeft ingestemd en andere
belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad of ermee
instemmen.
Art. 23. Geneeskundige
geschillen Ziektewet
Voor geschillen van geneeskundige aard omtrent het al dan niet
voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken in het kader van de Ziektewet geldt in afwijking van het bepaalde in:
- artikel 3, tweede en derde lid: een termijn van één week;
- artikel 3, vierde lid: een termijn van vijf dagen;
- artikel 4, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 6, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 7, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 8: een termijn van één week;
- artikel 13, vierde en vijfde lid: een termijn van één dag;
- artikel 15, tweede lid: een termijn van twee dagen.
Art. 24. Beslissing op
bezwaar
-1. De beslissing op bezwaar
betreft alle op de bestreden beschikking
ingediende bezwaarschriften.
-2. De beslissing op bezwaar
wordt genomen door iemand die niet
betrokken was bij het nemen van de bestreden beschikking.
Art. 25. Beslissing op
bezwaar bij bijzondere beschikkingen
-1. De motivering van de
beslissing op bezwaar vindt, voor zover
deze betrekking heeft op bijzondere gegevens, plaats op een aparte
bijlage.
-2. De bijlage als bedoeld
in het eerste lid wordt niet aan de werkgever
verstrekt, tenzij de werknemer toestemming heeft verleend als bedoeld in
artikel 16.
-3. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van
medische beschikkingen verstrekt aan een persoon als bedoeld in artikel
14, vierde lid.
Art. 26. Termijnen en
tijdigheid
-1. Wanneer aan een verzoek
van UWV aan de indiener of andere
belanghebbenden een termijn is verbonden,
gaat deze termijn in op de dag na
verzending van de hiertoe strekkende
mededeling.
-2. Een (gevraagd)
schriftelijk document of verklaring heeft UWV op
tijd ontvangen als deze vóór het eind van
de gestelde termijn is ontvangen.
Hierbij geldt dat een per post ontvangen
stuk tijdig is als het uiterlijk op de
laatste dag van de termijn per post is bezorgd
en binnen één week hierna is
ontvangen.
Art.
27. Uitzonderingen
Dit reglement is niet van toepassing op bezwaarschriften gericht tegen
beschikkingen genomen op grond van:
- de Wet arbeid
vreemdelingen;
- de Wet sociale werkvoorziening;
- artikel 30b van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (weigering
registratie);
- artikel 14 van de Wet vermindering afdracht ¹ (verklaring
startkwalificatie); en
- de Regeling indicatiestelling
no-riskpolis en premiekorting UWV.
1. Volgens de redactie
dient "Wet vermindering afdracht" te worden vervangen door: Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Art.
28. Intrekking
eerdere reglement
Het Reglement behandeling bezwaarschriften
UWV 2007 wordt ingetrokken.
Art.
29. Citeertitel
Dit reglement wordt
aangehaald als: Reglement behandeling
bezwaarschriften UWV 2009.
Art.
30. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de
tweede dag na dagtekening van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst
en werkt het terug tot en met 1 januari 2009.
Amsterdam, 13 januari 2009.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[13 januari 2009]
Algemeen
In
dit reglement geeft UWV aan hoe invulling wordt gegeven aan de
bezwaarschriftprocedure uit de Algemene wet
bestuursrecht (Awb). Bij de
opstelling is ervoor gekozen om de dwingendrechtelijke voorschriften
uit die wet niet op te nemen,
tenzij dit de overzichtelijkheid en de
leesbaarheid vergroot.
Dit reglement vervangt het Reglement behandeling
bezwaarschriften UWV 2007. De aanpassing betreft slechts een
technische aanpassing in verband met de samenvoeging van CWI
en UWV per 1 januari 2009.
Artikelsgewijs
Artikel 1
Artikel 1,
onderdeel
d, definieert
bijzondere gegevens. Bij de opsomming
van die bijzondere gegevens is aansluiting gezocht bij de bijzondere
persoonsgegevens in de Wet
bescherming persoonsgegevens. Een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere
gegevens ten grondslag ligt, is een
bijzondere beschikking (artikel 1, onderdeel e).
Een medische beschikking (artikel 1, onderdeel f)
is een nader omschreven bijzondere beschikking. Als de werkgever
belanghebbende is, kunnen tegen dergelijke
beschikkingen zowel de werknemer als de
werkgever bezwaar indienen. Omdat de bijzondere persoonsgegevens
een extra privacybescherming behoeven,
gelden voor deze beschikkingen een
aantal afwijkende of aanvullende eisen, die op verschillende plaatsen in
het reglement terugkomen. Deze hebben als
doel het beschermen van de privacy
van de werknemer. Voor zover deze gegevens
niet bepalend zijn voor de
beschikking, worden deze in het kader van
toezending en inzage zoveel mogelijk
verwijderd of onleesbaar gemaakt.
Artikel 2
Beslissend voor de
beoordeling van de ontvankelijkheid van het
bezwaarschrift is de datum van ontvangst. Op alle bezwaarschriften wordt
daarom de datum van ontvangst
aangetekend. Artikel 6:14 Awb
schrijft daarom ook
voor dat de ontvangst van het
bezwaarschrift schriftelijk wordt
bevestigd. Dit geldt voor alle bezwaarschriften,
dus ook voor bezwaarschriften die bij een niet-bevoegd bestuursorgaan zijn
ingediend. Om deze reden is dit
voorschrift opgenomen in het reglement.
Wanneer tegen een
beschikking door meerdere belanghebbenden
bezwaar kon worden gemaakt, deelt UWV daarnaast ook andere belanghebbende
mee dat er bezwaar is
aangetekend tegen de beschikking. Deze zullen
veelal ook separaat worden benaderd met
de vraag of zij betrokken willen
worden bij de verdere behandeling van de
procedure. Dit is uitgewerkt in artikel 9.
Artikel 3
De in het eerste tot en met
derde lid bedoelde machtiging wordt
niet gevraagd van een advocaat of procureur en in beginsel ook niet van
andere algemeen erkende rechtshulpverleners,
zoals vakbonden, werkgeversorganisaties en
rechtsbijstandsverzekeraars.
De in het vierde lid
bedoelde machtiging kan gevraagd worden aan de gemachtigde van de werkgever,
bedoeld in artikel 14, vierde lid,
van dit reglement.
Artikel 4
Voor het herstel van
verzuimen krijgt de indiener vier weken de tijd.
De termijn die geldt voor het nemen van
de beslissing op bezwaar wordt dan
opgeschort. Op verzoek verlengt UWV
de termijn van vier weken nog één keer. Voorwaarde is wel dat het
verzoek wordt ingediend vóór afloop van de termijn. In beginsel
verlengt UWV de termijn met één week. Slechts in bijzondere gevallen
zal UWV de termijn met vier weken verlengen.
Artikel 5
In afwijking van
artikel 6:5 Awb
schrijft artikel 108 Wet
WIA
(zie ook
artikel 129c WW),
88e WAO
en 75e ZW voor dat de gronden die
betrekking hebben op medische gegevens op een
aparte bijlage moeten worden vermeld.
In de volgende situaties is
een niet-ontvankelijkverklaring niet aan de orde als het bezwaarschrift
ongesplitst wordt ingediend:
- de werknemer is de enige
belanghebbende bij de medische beschikking;
- het bezwaarschrift bevat
uitsluitend medische gronden;
- het bezwaarschrift is door
of namens de werkgever ingediend;
- de werknemer heeft
toestemming gegeven voor verstrekking
van medische gegevens aan de werkgever;
- de werknemer heeft geen
professioneel gemachtigde.
In de eerste vier situaties
zou een splitsing van het bezwaarschrift niet
zinvol zijn. In de laatste situatie
is het ongewenst om het bezwaar van de
werknemer die zich niet laat bijstaan niet-ontvankelijk te verklaren als de inhoud van het bezwaarschrift
aanwijzingen bevat dat de werknemer niet
in staat zal zijn een splitsing in zijn
bezwaarschrift aan te brengen. Voor zoveel
als mogelijk zal UWV
- gegeven het
laagdrempelige karakter van de procedure - in een dergelijk geval zelf tot de
bedoelde splitsing overgaan.
Als het bezwaarschrift is
ingediend door een professionele
rechtshulpverlener, zal UWV de indiener altijd
in de gelegenheid stellen om de
gronden van het bezwaar die betrekking
hebben op medische gegevens alsnog op
een aparte bijlage te vermelden. Als splitsing van het bezwaarschrift
niet mogelijk is binnen de door UWV gegeven termijn, zal UWV op verzoek
de termijn nog één keer verlengen. Voorwaarde is wel dat het verzoek
voor verlenging wordt ingediend vóór afloop van de termijn. Als binnen
de (verlengde) termijn geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot
splitsing, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij
één van de hiervoor genoemde situaties aan de orde is waarin splitsing
niet zinvol is.
Artikel 6
Het kan voorkomen dat
uitstel wordt gevraagd voor de aanvulling
van de gronden waarop het bezwaar steunt. Om in deze behoefte te voorzien,
is artikel 6 opgenomen. Het uitstel
bedraagt vier weken. Op verzoek verlengt UWV
de termijn van vier weken nog één
keer. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór afloop
van de termijn. In beginsel verlengt UWV de termijn met één week.
Slechts in bijzondere gevallen zal UWV de termijn met vier weken
verlengen.
Zijn de gronden niet
binnen de (verlengde) termijn aangevuld,
dan vormt het aanvankelijk ingediende
bezwaarschrift de basis voor de
bezwaarschriftprocedure.
Artikel 7
Artikel 6:10
Awb regelt dat
een bezwaarschrift dat is
ingediend vóór bekendmaking van de beschikking in behandeling moet worden
genomen als de beschikking al wel was
genomen of, als het nog niet was genomen, als de indiener redelijkerwijs kon
menen dat de beschikking wel was
genomen.
Het is wel zinvol de
indiener van een prematuur bezwaarschrift in
de gelegenheid te stellen zijn zienswijze te geven op de beschikking, aangezien
in deze situatie de indiening van
het bezwaarschrift is voorafgegaan aan de
bekendmaking van de beschikking waartegen zijn bezwaar zich richt. De
indiener van een prematuur bezwaarschrift
krijgt hiervoor evenveel tijd als
iedere andere indiener van een
bezwaarschrift die om uitstel heeft verzocht.
Artikel 8
Een te laat ingediend
bezwaarschrift wordt niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaard. De indiener krijgt de gelegenheid om aan
te geven of er sprake is van een
verschoonbare termijnoverschrijding en dus voor toepassing van artikel 6:11
Awb. De termijn die UWV
hiervoor geeft, kan op verzoek nog eenmaal
worden verlengd. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór
afloop van de termijn. In beginsel verlengt UWV de termijn met één
week. Slechts in bijzondere gevallen zal UWV de termijn met vier weken
verlengen. Wordt de (verlengde) termijn overschreden, dan kan het
bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard.
Artikel 9
UWV
heeft op grond van
artikel 2 van het reglement andere
belanghebbenden over het ingediende bezwaar geïnformeerd. Aan deze andere
belanghebbenden zal UWV vragen of zij bij de
verdere voortgang van de procedure
willen worden betrokken en wie in
dat geval als contactpersoon moet
worden aangeschreven. Als deze belanghebbende positief reageert op een
dergelijke vraag, heeft hij recht op
inzage in alle op de zaak betrekking
hebbende stukken, dan wel ontvangt hij op
verzoek afschriften van deze
stukken. De stukken worden gezonden aan de
opgegeven contactpersoon. Met name bij
het zenden van stukken naar een
werkgever is het in het belang van de
privacy van de betrokkene dat de stukken
alleen worden ontvangen door de persoon
die belast is met de behandeling
ervan. In het geval een werkgever
weigert om een contactpersoon op te geven,
kan UWV bepalen dat de stukken
niet worden verzonden, maar ter inzage
worden gelegd.
Als de belanghebbende niet
reageert of aangeeft dat hij niet wil
worden betrokken bij de verdere procedure, ontvangt hij alleen de beslissing op
bezwaar.
Overigens hoeft deze
procedure niet volgtijdelijk plaats te
vinden op de mededeling zoals die op
grond van artikel 2 wordt verstuurd. Zo
mogelijk kunnen de mededeling uit
artikel 2 en de vraag op grond van artikel 9 gelijktijdig
- dus direct na ontvangst
van het bezwaarschrift - plaatsvinden.
In het derde lid is
opgenomen dat degene die het onderwerp is
van de bestreden beschikking in
beginsel ongevraagd bij de procedure wordt
betrokken. Dit geldt in ieder geval
indien bezwaar is gemaakt tegen een beschikking ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet
WIA. Deze bepaling ziet op
de situatie dat de werkgever bezwaar
heeft gemaakt tegen de WAO-/WIA-beschikking gericht aan zijn werknemer. In een dergelijk geval wordt
ervan uitgegaan dat de werknemer - gelet op de voor hem spelende belangen
- in ieder geval betrokken wil worden
bij de verdere procedure.
Voor de beschikkingen in het
kader van de Ziektewet
geldt dat
de werknemer lang niet altijd ook een materieel belang bij de beschikking
heeft. UWV heeft er daarom voor gekozen
om in deze gevallen de werknemer
niet ongevraagd bij de bezwaarprocedure te betrekken. Als de werknemer
niet spontaan wordt betrokken bij de
procedure, zal hij in ieder geval zelf
de afweging kunnen maken of hij
betrokken wil worden. Hij wordt immers altijd
geïnformeerd over het bezwaar van de
werkgever en hij wordt ook altijd in de gelegenheid gesteld aan te
geven of hij betrokken wil worden.
Artikel 10
Als de primaire beschikking
(mede) is gebaseerd op een medisch
oordeel, schakelt UWV voor de beoordeling van
deze aspecten een bezwaarverzekeringsarts in. Dit is een
verzekeringsarts die in bezwaarzaken adviseert en
niet betrokken is geweest bij de
voorbereiding van de primaire beschikking. Als alleen medische bezwaren naar voren
worden gebracht, wordt in beginsel
geen bezwaararbeidsdeskundige ingeschakeld voor een arbeidskundige
toets. Dit betekent niet dat er geen
arbeidskundige toets van de beschikking
plaatsvindt. In deze gevallen zal de
medewerker die het bezwaar behandelt een
globale arbeidskundige toets uitvoeren en alleen
bij twijfel aan het primaire
arbeidskundige oordeel een bezwaararbeidsdeskundige inschakelen.
Als in het bezwaarschrift
(ook) arbeidskundige gronden zijn
aangevoerd, wordt wel een bezwaararbeidsdeskundige ingeschakeld. Dit is een arbeidsdeskundige die in
bezwaarzaken adviseert en niet betrokken
is bij de voorbereidingen van de
primaire beschikking.
Als het bezwaar zich in meer
algemene zin richt tegen de aan het
medisch en/of arbeidskundige oordeel ten grondslag liggende beleid, zal UWV
overigens van de inschakeling van een bezwaarverzekeringsarts en/of arbeidsdeskundige
af kunnen zien.
Het oordeel van de
bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige wordt
uiteindelijk betrokken bij de totstandkoming van de beslissing op het bezwaar.
Artikel 11
In een beperkt aantal
bezwaarzaken biedt UWV de belanghebbende(n)
aan een mediationtraject in te zetten. UWV beoordeelt spontaan welke
zaken zich daarvoor lenen. Als de
mediation niet tot het door belanghebbende(n)
gewenste resultaat leidt, wordt de
bezwaarprocedure voortgezet. De behandeling
van het bezwaarschrift wordt in dat
geval overgedragen aan een andere medewerker, die niet betrokken was bij
de mediation. Op deze manier wordt bereikt
dat de bezwaarzaak met een frisse
blik wordt beoordeeld, op dezelfde
manier als zaken waarin geen
mediationtraject is gevolgd. In dat kader past
ook dat de gegevens die tijdens het
mediationtraject zijn verkregen niet gebruikt
mogen worden in de bezwaarzaak.
Alleen als belanghebbende daarvoor
expliciet toestemming heeft gegeven, mogen deze gegevens wel in de bezwaarzaak
gebruikt worden.
Artikel 12
In de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) is
geregeld dat een
beslissingsautoriteit de beschikkingen neemt over het ontstaan en
de herleving van het recht op
een zogenaamde IVA-uitkering (inkomensverzekering voor volledig en duurzaam
arbeidsongeschikten [lees: inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten, red.]). Zoals
de naam van deze uitkering al zegt,
komen alleen werknemers die volledig en
duurzaam arbeidsongeschikt zijn in
aanmerking voor een IVA-uitkering. De
vaststelling van het recht op deze
uitkering is met bijzondere waarborgen
omkleed door in artikel 30c, tweede lid, van
de Wet SUWI te regelen dat
UWV
bij
uitsluiting deze beschikkingen laat
nemen door een
beslissingsautoriteit. Deze functie is binnen UWV belegd bij de
afdelingen bezwaar en beroep, aangezien
deze afdelingen een zekere
onafhankelijkheid hebben ten opzichte van de
primaire afdelingen die de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen
uitvoeren.
Artikel 13
In de artikelen
128 van de Werkloosheidswet,
72c van de Ziektewet,
87a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, 95b
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 69b
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 37a
van de Toeslagenwet en artikel
113 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen is geregeld dat in afwijking
van artikel 7:3 van de Algemene wet
bestuursrecht van het horen
kan worden afgezien als de
belanghebbende niet binnen een door UWV
gestelde
redelijke termijn verklaart dat hij
gebruik wil maken van het recht te
worden gehoord. UWV geeft belanghebbende de
gelegenheid om te laten weten of hij
gehoord wil worden of niet. Als een belanghebbende niet reageert, gaat UWV
ervan uit dat hij niet gehoord wil
worden, tenzij anderszins blijkt dat
belanghebbende wel gehoord wil worden,
bijvoorbeeld uit het bezwaarschrift.
Als een belanghebbende heeft
aangegeven gehoord te willen worden,
biedt UWV ook de mogelijkheid telefonisch gehoord te worden. Een
telefonisch contact met belanghebbende waarin
hij zijn bezwaren alvast mondeling
toelicht, wordt niet gelijkgesteld met
telefonisch horen. Als een
belanghebbende kiest voor telefonisch horen, zijn
in beginsel bij dit horen een hoorder en
een verslaglegger aanwezig. Ook wordt op verzoek van belanghebbende een
verslag van de telefonische hoorzitting aan
belanghebbende toegestuurd. Als meerdere belanghebbenden gehoord
(willen) worden, zal het telefonisch horen
met behulp van een vergadertelefoon plaatsvinden. Belanghebbenden moeten
immers op grond van artikel 7:6, eerste
lid, Awb
in elkaars aanwezigheid
worden gehoord.
UWV kan op verzoek uitstel verlenen voor een
geplande hoorzitting. Als het verzoek wordt gedaan door een
belanghebbende zelf of een gemachtigde die geen professioneel
rechtshulpverlener is, zal UWV over dit verzoek contact opnemen.
Volhardt de belanghebbende of zijn gemachtigde in dit verzoek, dan zal
dit verzoek in het algemeen gehonoreerd worden. Als het verzoek om
uitstel is gedaan door een professioneel rechtshulpverlener, verleent
UWV in beginsel geen uitstel, tenzij UWV van oordeel is dat er sprake is
van een valide reden. Van een valide reden is in ieder geval geen sprake
als er vervanging mogelijk is van de professioneel rechtshulpverlener.
Artikel 14
De hoorzitting tijdens een
bezwaarprocedure tegen bijzondere
beschikkingen zoals die in dit reglement zijn gedefinieerd, wordt gesplitst in een
gedeelte waarin de bijzondere
gegevens worden behandeld en een gedeelte
waarin de niet-bijzondere aspecten van
het bezwaar worden behandeld.
Slechts als de werknemer schriftelijk
heeft ingestemd met kennisname door de
werkgever van de stukken die
bijzondere gegevens bevatten (paar
woorden vervallen), heeft de werkgever ook
toegang tot het gedeelte van de hoorzitting waarin de bijzondere gegevens aan
de orde komen. De toestemming is
verder uitgewerkt in artikel 14 van het reglement.
Sommige gemachtigden van de
werkgever hebben geen toestemming
nodig om toegelaten te worden bij het deel van de hoorzitting waarin
medische gegevens aan de orde komen. Het
betreft hier een gemachtigde van de
werkgever die arts of advocaat is, dan wel
van UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van
stukken die medische gegevens bevatten
met betrekking tot de werknemer. Als het
bezwaar zich richt tegen een
medische beschikking op grond van de Ziektewet, heeft de arbodienst van een werkgever
die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet ook geen toestemming nodig. In
het algemeen zal UWV professionele
rechtshulpverleners bijzondere toestemming geven.
Artikel 16
In het kader van de
privacybescherming geldt een afwijkende
regeling voor inzage, kennisname en/of toezending
van stukken die bijzondere
persoonsgegevens bevatten. Slechts met
schriftelijke toestemming van de werknemer
kan de werkgever kennis nemen van
dergelijke stukken. Om zoveel als
mogelijk te voorkomen dat een werkgever
zijn werknemer onder druk zet om
deze toestemming te geven, bepaalt het tweede lid dat UWV
de werknemer
benadert met de vraag of toestemming
wordt gegeven. Hierbij wordt de
werknemer duidelijk gemaakt wat zijn
rechten zijn en welke gegevens na
eventueel verleende toestemming aan zijn
werkgever bekend zullen worden
gemaakt.
Als de werknemer geen
toestemming verleent om zijn werkgever
kennis te laten nemen van stukken die bijzondere gegevens bevatten, heeft dit
tot gevolg dat de werkgever of diens
gemachtigde geen kennis kan nemen van de
stukken, tenzij de gemachtigde arts
of advocaat is, dan wel van UWV
bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van de stukken die
medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. In geval van
medische beschikkingen op grond van
de Ziektewet kan ook de arbodienst van de
werkgever die eigenrisicodrager is
voor de Ziektewet kennisnemen van de
stukken die medische gegevens
bevatten. Hiermee is toepassing gegeven aan de bijzondere bepalingen in
verband met medische beschikkingen in de WAO,
Wet WIA en ZW.
Tenzij de werknemer een
eerder gegeven toestemming intrekt - welke intrekking uiteraard niet terug kan werken
- zal de toestemming
betrekking hebben op alle stukken die op de
bestreden beschikking zijn gebaseerd,
inclusief de tijdens de bezwaarprocedure
ontvangen en opgestelde stukken (met
inbegrip van de beslissing op bezwaar).
Als UWV twijfelt of een verleende
toestemming zich uitstrekt tot een
bepaald stuk, zal hij niet eerder overgaan tot
inzage, kennisname of toezending aan de werkgever dan na gerichte toestemming
van de werknemer.
Artikel 18
Deze bepaling regelt dat
UWV,
al dan niet op verzoek, beslist of
gebruik wordt gemaakt van een tolk. Onder tolk wordt verstaan alle tolken die de
communicatie tijdens de hoorzitting
vergemakkelijken, dus niet alleen de
tolk/vertaler, maar bijvoorbeeld ook de
tolk Nederlandse gebarentaal of een tolk voor doofblinde mensen.
Artikel 20
Deze bepaling gaat over het
verslag van de hoorzitting. Ten behoeve
van dit verslag kunnen geluidsopnamen
gemaakt worden van de hoorzitting.
Als er sprake is geweest van
een bezwaar tegen een bijzondere
beschikking waarvoor de procedure is toegepast dat de hoorzitting is
gesplitst, maakt UWV twee verslagen. De
werkgever heeft alleen recht op kennisname van hetgeen tijdens het
niet-bijzondere gedeelte van de hoorzitting
aan de orde is geweest, tenzij de
werknemer eerder heeft ingestemd met
kennisname door zijn werkgever.
Artikel 21
In het tweede lid, onderdeel
b,
wordt gesproken over een vooraankondiging.
Met een vooraankondiging wordt een belanghebbende in bepaalde gevallen
geïnformeerd over de inhoud van de nog te nemen beslissing op bezwaar.
De belanghebbende krijgt
gelegenheid op de vooraankondiging te
reageren en hij kan ook (opnieuw) gehoord
worden.
Artikel 22
In afwijking van de
hoofdregel uit de Awb dat een bestuursorgaan
binnen zes weken beslist op het bezwaarschrift, bevatten de socialewerknemersverzekeringswetten artikelen waarin een
afwijkende termijn is opgenomen. Met uitzondering van geschillen
van geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet
die een kortere termijn
kent, zijn de termijnen in het socialezekerheidsrecht langer dan de in de
hoofdregel genoemde periode van zes
weken. In het algemeen bedraagt de
beslistermijn dertien weken.
Dit artikel van het
reglement bevat een regeling voor die situaties
dat de beschikking niet op tijd kan worden genomen.
Artikel 23
Omdat voor geschillen van
geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet
een veel kortere termijn
geldt waarbinnen een beslissing op het
bezwaarschrift moet zijn genomen, zijn de
andere termijnen die in dit reglement worden genoemd sterk verkort.
Artikel 25
In het eerste lid is
opgenomen dat de beslissing op bezwaar
betrekking heeft op alle op de bestreden beschikking ingediende bezwaarschriften.
Deze regeling ziet voornamelijk op de
mogelijkheid dat bezwaarschriften zijn
ingediend door zowel de werknemer als
de werkgever.
Artikel 26
Op een aantal plaatsen in
het reglement is invulling gegeven aan de
termijnen die aan de belanghebbende kunnen worden gesteld. Het begin van deze
termijnen is gelegen op de dag na
verzending van de desbetreffende
mededeling, hetgeen in overeenstemming is met de regeling van artikel 6:8
Awb voor de aanvang van de termijn voor
het indienen van het bezwaar(- of
beroep)schrift.
Bepalend voor de vraag of
een melding of een stuk tijdig is
ontvangen, is de dag van ontvangst (ontvangsttheorie). Een melding of een stuk
is tijdig ontvangen als het vóór het einde van
de termijn is ontvangen [lees: Een stuk is
tijdig ontvangen als het vóór het einde van
de termijn is ontvangen, red.]. Aan die
verplichting kan op verschillende manieren
worden voldaan, middels afgifte (ontvangsttheorie), verzending per fax
(ontvangsttheorie), elektronisch bericht
(ontvangsttheorie) of per post. Een per post
ontvangen melding of stuk die uiterlijk op de
laatste dag van de termijn ter post
is bezorgd, is ook tijdig mits binnen één
week ontvangen (bij indiening per post: mix
verzend- en ontvangsttheorie). Het poststempel is bepalend voor
de verzenddatum. In het geval de datum poststempel ontbreekt (zoals
bij een portvrije enveloppe) of
onleesbaar is, wordt ervan uitgegaan dat
het stuk tijdig is verzonden als het stuk
niet is gedagtekend op een datum na de laatste
dag van de termijn, mits het stuk
niet later dan één week na afloop van de
termijn is ontvangen. In het geval UWV oordeelt dat de termijn is overschreden, zal de enveloppe worden
bewaard en worden toegevoegd
aan het dossier.
Artikel
27
In
dit artikel wordt geregeld dat het reglement niet van toepassing is op
bezwaarprocedures die zich richten tegen beslissingen genomen op grond
van de in dit artikel genoemde (bepalingen van) wetten en regelingen.
Deze bezwaarprocedures zijn namelijk vooralsnog niet zonder meer
vergelijkbaar met de overige door UWV
gevoerde bezwaarprocedures.
Artikel 29 [Artikel
30, red.]
In
het algemeen deel van de toelichting is aangegeven
dat de wijzigingen van het reglement samenhangen met een technische
aanpassing van het reglement in verband met de samenvoeging van CWI
en UWV. Aangezien die samenvoeging formeel
met ingang van 1 januari 2009 plaatsvindt, is voor de inwerkingtreding
van dit reglement aansluiting gezocht bij die datum. Aangezien het om
een technische aanpassing gaat, zal inwerkingtreding met terugwerkende
kracht geen problemen opleveren.
Voorzitter
Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|