|
REGELING van de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 1986, nr. 86/8052, houdende
regels gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren
De
Sociale Verzekeringsraad;
Overwegende, dat het wenselijk is voor de
berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel
16, tweede
lid, van de Werkloosheidswet, uren waarin geen arbeid is verricht
gelijk te stellen met arbeidsuren en uren waarin arbeid is verricht
buiten beschouwing te laten;
Overwegende voorts, dat er thans geen
aanleiding is regels te stellen voor de berekening van het verlies van
arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet,
met betrekking tot wisselende arbeidspatronen;
Gelet op artikel 16, vierde lid, van de
Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566);
Besluit:
Art.
1.
-1. Voor de berekening van het aantal
arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet, worden met arbeidsuren gelijkgesteld:
a. uren waarvoor de werknemer zonder te
werken loon heeft ontvangen;
b. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper- of
compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar
een schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen of een
aanspraak hierop heeft verkregen;
c. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen
geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft
ontvangen;
d. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding
wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens
niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beëindiging
van de dienstbetrekking;
f. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere
dan de normale werktijd;
g. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een
vorstuitkeringsreglement dan wel een uitkering op grond van artikel
18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
h. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk IV
van de Werkloosheidswet heeft;
i. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid;
j. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor
de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving dan wel
vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen
of verkregen;
k. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt en waarover hij een uitkering heeft ontvangen op grond van
hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en
zorg.
-2. Indien de periode van ziekte of
arbeidsongeschiktheid dan wel de periode waarover uitkering als bedoeld
in het eerste lid, onderdeel k, is ontvangen, gelet op het
arbeidspatroon van de werknemer, aansluit op een periode waarin de
werknemer in dienstbetrekking werkzaam was, is het aantal uren dat op
grond van het eerste lid, onderdeel i respectievelijk k, gelijkgesteld
wordt gelijk aan:
a. het aantal arbeidsuren dat de werknemer zou
hebben gewerkt indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt zou zijn
geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op grond
waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel k, en hij op een vast aantal arbeidsuren werkzaam was;
b. het gemiddeld aantal arbeidsuren dat de
werknemer zou hebben gewerkt indien hij niet ziek of arbeidsongeschikt
zou zijn geworden dan wel zich geen situatie zou hebben voorgedaan op
grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel k, en hij niet op een vast aantal arbeidsuren werkzaam
was.
Het gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in onderdeel b, wordt
berekend over de periode, bedoeld in artikel 16
van de Werkloosheidswet,
met dien verstande dat buiten aanmerking blijven de in die periode
gelegen dagen waarop hij tengevolge van ziekte of
arbeidsongeschiktheid dan wel de situatie op grond waarvan hij recht
heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, niet
werkzaam was.
Art. 2.
Indien een schadeloosstelling, schadevergoeding of
betaling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b,
c, d of e, niet
over een bepaalde periode is berekend, bepaalt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op welke periode deze betrekking heeft.
Art. 3.
-1. Indien de berekening van het aantal
arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet, als gevolg van een bepaalde wijze van invulling van
arbeidsduurverkorting, geen juist beeld geeft van het verrichte
arbeidspatroon, worden zo nodig in afwijking van de voorgaande
artikelen:
a. uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren;
b. uren waarin de werknemer heeft
gewerkt
buiten beschouwing gelaten; of
c. zowel uren waarin de werknemer niet heeft
gewerkt, gelijkgesteld met arbeidsuren als uren waarin de werknemer
heeft gewerkt buiten beschouwing gelaten.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt
de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een
periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek
meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis
vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de
toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met gewerkte uren. Indien
de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting
heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per
week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten
beschouwing gelaten.
Art. 4.
-1. Indien de uitkomst van de berekening van het
aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet, ten aanzien van de werknemer die in ploegendienst of
volgens andere vormen van werkroosters heeft gewerkt, gelet op zijn
arbeidspatroon geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, worden
zo nodig in afwijking van de voorgaande artikelen niet-gewerkte uren
zodanig gelijkgesteld met gewerkte uren, dan wel worden gewerkte uren
zodanig buiten beschouwing gelaten, dat het gemiddeld aantal
arbeidsuren overeenkomt met het aantal uren van dat arbeidspatroon.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing indien voor de berekening van het aantal arbeidsuren,
bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, uren waarin
de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van compensatieverlofdagen,
op grond van artikel 1 zijn gelijkgesteld met gewerkte uren.
Art. 4a.
-1. Voor de berekening van het aantal
arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet, worden zo nodig in afwijking van de voorgaande
artikelen buiten beschouwing gelaten de uren waarin de werknemer
overwerk heeft verricht.
-2. Onder overwerk als bedoeld in het eerste lid
wordt niet verstaan:
a. de uren waarin de werknemer krachtens
arbeidsovereenkomst of CAO verplicht was arbeid te verrichten en die
uren zonder die verplichting als overuren zouden moeten worden
aangemerkt;
b. de uren waarin de werknemer meer dan de normale
arbeidstijd arbeid heeft verricht en die uren inherent zijn aan de
functie; of
c. in het kader van verkorting van
de werktijd als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, van het Besluit deeltijd WW tot
behoud van vakkrachten, het gedurende een periode van 52
kalenderweken direct voorafgaand aan het intreden van voornoemde
verkorting van de werktijd verrichten van gemiddeld minimaal vijf extra
uren arbeid per kalenderweek ten opzichte van de overeengekomen
wekelijkse arbeidsduur.
Art. 4b.
Vervallen.
Art. 4c.
-1. Voor de berekening van het aantal
arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de
Werkloosheidswet, worden buiten beschouwing gelaten de arbeidsuren
waarin bereikbaarheidsdiensten zijn verricht.
-2. Het eerste lid van dit artikel is niet van
toepassing indien voor de arbeidsuren waarin bereikbaarheidsdiensten
zijn verricht een vergoeding is ontvangen die ten minste gelijk is aan
de voor de betreffende werknemer geldende vergoeding voor het
verrichten van zijn overige arbeid.
-3. Voor de toepassing van dit besluit wordt
onder bereikbaarheidsdiensten verstaan: het buiten de gebruikelijke
werktijden en/of plaats beschikbaar zijn om op aanwijzing door of
namens de werkgever direct arbeid te verrichten.
Art. 4ca.
Artikel 4b zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005 tot wijziging van
de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren blijft
van toepassing op de werknemer die op die datum:
a. in een cyclus werkzaam is als bedoeld in
dat artikel 4b; en
b. niet werkt, maar geen relevant
arbeidsurenverlies heeft als bedoeld in dat artikel 4b.
Art. 4d.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling
gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren.
Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat
de Werkloosheidswet in werking treedt, zijnde 1 januari 1987.
Zoetermeer, 18 december 1986.
De Sociale Verzekeringsraad,
L.P. de Jong, voorzitter,
G.J. van der Hoeven, algemeen secretaris.
|
|