|
REGELING van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 1986, nr. 86/8025, houdende
regels gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken
De Sociale
Verzekeringsraad;
Overwegende, dat het wenselijk is regels te
stellen over het gelijkstellen van weken waarin geen arbeid is verricht
in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, met
weken als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de
Werkloosheidswet;
Overwegende voorts, dat het wenselijk is regels te
stellen over het meer keren in aanmerking nemen van weken waarin arbeid
is verricht;
Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de
Werkloosheidswet (Stb. 1986, 566);
Besluit:
Art. 1.
Met weken waarin als werknemer arbeid is verricht als bedoeld in artikel
17 van de Werkloosheidswet of artikel
58, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen worden gelijkgesteld:
a. weken waarvoor de werknemer
zonder te werken loon heeft ontvangen;
b. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt als gevolg van vakantie-, snipper- of
compensatieverlofdagen, voor zover hij voor die dagen geen loon maar een
schadeloosstelling wegens loonderving heeft ontvangen of een aanspraak
hierop heeft verkregen;
c. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt als gevolg van feestdagen, voor zover hij voor die dagen
geen loon maar een schadeloosstelling wegens loonderving heeft
ontvangen;
d. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt en waarvoor hij schadeloosstelling of schadevergoeding
wegens het beëindigen van de dienstbetrekking heeft ontvangen;
e. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt en waarvoor hij een betaling heeft ontvangen wegens
niet-genoten compensatie- of periodiek verlof bij de beëindiging van de
dienstbetrekking;
f. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt als gevolg van ploegendienst of andere vormen van
werkroosters;
g. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere
dan de normale werktijd;
h. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt en waarvoor hij een uitkering op grond van een
vorstuitkeringsreglement dan wel een uitkering op grond van artikel
18 van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
i. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt en waarover hij recht op uitkering op grond van hoofdstuk
IV van de Werkloosheidswet heeft;
j. weken waarin de werknemer niet
heeft gewerkt als gevolg van een verplichte bedrijfssluiting en waarvoor
de werknemer geen loon of inkomsten wegens loonderving dan wel
vakantiebonnen of daarmee overeenkomende aanspraken heeft ontvangen of
verkregen.
Art. 2.
Indien een schadeloosstelling, schadevergoeding of betaling, als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel b, c,
d of e,
niet over bepaalde weken is berekend, bepaalt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op welke weken deze betrekking heeft.
Art. 3.
Vervallen.
Art. 4.
-1. Voor de vaststelling van het aantal
weken
waarin als werknemer arbeid is verricht als bedoeld in artikel
17 van de Werkloosheidswet worden weken meer dan één keer
in aanmerking genomen, indien:
a. zich tijdens een recht op uitkering opnieuw
werkloosheid als bedoeld in artikel 16 van de
Werkloosheidswet
voordoet; of
b. een recht op uitkering geheel of
gedeeltelijk is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid
als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet voordoet, voor
zover op dat moment het totale verlies van arbeidsuren groter is dan
het verlies van arbeidsuren op het moment waarop het eerstgenoemde
recht is ontstaan.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing in
gevallen waarin het recht op uitkering geheel of gedeeltelijk is
geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid als bedoeld in artikel 16
van de Werkloosheidswet voordoet, indien:
a. de werknemer op het moment waarop het
geheel of gedeeltelijk geëindigde recht ontstond al zijn
arbeidsuren in dienstbetrekking had verloren; of
b. het aantal resterende arbeidsuren in
dienstbetrekking op het moment waarop zich opnieuw werkloosheid
voordoet gelijk is aan dan wel groter is dan het aantal resterende
arbeidsuren in dienstbetrekking op het moment waarop het geheel of
gedeeltelijk geëindigde recht ontstond.
Art. 4a.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling
gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken.
Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat
de Werkloosheidswet in werking treedt, zijnde 1 januari 1987.
Zoetermeer, 18 december 1986.
De Sociale Verzekeringsraad,
L.P. de Jong, voorzitter,
G.J. van der Hoeven, algemeen secretaris.
|
|