|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op hoofdstuk 6 van de Wet
bescherming persoonsgegevens;
Besluit:
§
1. Definities
Art.
1. Definities en
toepassingsbereik
-1.
Deze regeling is van toepassing op verzoeken om inzage in en correctie
van persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de uitvoering
van de wettelijke taken door UWV.
-2.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
Wbp: de Wet
bescherming persoonsgegevens;
b.
UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2
¹ van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen;
c.
persoonsgegeven: elk gegeven betreffende
een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon;
d.
verwerken van persoonsgegevens: elke
handeling of geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens,
waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren,
bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door
middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van
terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen,
alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;
e.
betrokkene: degene op wie een
persoonsgegeven betrekking heeft;
f.
verantwoordelijke: degene welke alleen of
tezamen met een andere natuurlijk persoon of rechtspersoon het doel van
en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt;
g.
verzoek om inzage: een verzoek van of
namens de betrokkene om aan de verzoeker mede te delen of, en zo ja.
welke de betrokkene betreffende persoonsgegevens worden verwerkt,
conform artikel 35 van de Wbp
en, voor zover het betreft medische gegevens uit een medisch dossier,
conform art. 7:456 Burgerlijk
Wetboek; ²
h.
verzoek om correctie: een verzoek van of
namens de betrokkene om, conform artikel 36 van de Wbp,
persoonsgegevens van de betrokkene te verbeteren, aan te vullen, te
verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor
het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake
dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift
worden verwerkt;
i.
verzoeker: degene die een verzoek om inzage
of correctie indient bij UWV;
j.
legitimatiebewijs: een document als bedoeld
in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht;
k.
derde: ieder,³ niet zijnde de betrokkene,
UWV, de bewerker of enig persoon die onder rechtstreeks gezag van UWV of
de bewerker gemachtigd is om persoonsgegevens te verwerken.
1. Volgens
de redactie dient "artikel 2" te
worden vervangen door: hoofdstuk 5.
2. Volgens
de redactie dient "art. 7:456 Burgerlijk
Wetboek" te worden vervangen door: artikel 456 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek
3. Volgens de redactie dient "ieder" te worden
vervangen door: een ieder.
§
2. Indiening en inbehandelingneming verzoeken
Art.
2. Indiening van
verzoeken
-1.
De betrokkene heeft het recht vrijelijk en met redelijke tussenpozen een
schriftelijk verzoek om inzage in en correctie van zijn persoonsgegevens
in te dienen.
-2.
Een schriftelijk ingediend verzoek wordt gedateerd en ondertekend en
bevat ten minste:
a.
de volledige naam en voorletters en het adres van de betrokkene;
b.
diens geboortedatum;
c.
diens burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer (sofinummer);
d.
een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de betrokkene.
-3.
Een schriftelijk verzoek dat namens de betrokkene wordt ingediend door
een wettelijk vertegenwoordiger of een gemachtigde gaat vergezeld van
een bewijsstuk inzake de wettelijke vertegenwoordiging of van een
originele, door de betrokkene ondertekende schriftelijke machtiging ter
uitoefening van het inzage- of correctierecht door de verzoeker.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt tevens ter
identificatie een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de
verzoeker bijgesloten en vermeldt het verzoek ook de volledige naam,
voorletters en het adres van de verzoeker. Vorenstaande geldt niet als
het verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van de
betrokkene optreedt.
-4.
Een verzoek om correctie kan slechts worden ingediend nadat de
verzoeker inzage heeft genomen in de betreffende gegevens waarop
correctie wordt verzocht. In aanvulling op het tweede en derde lid bevat
een verzoek om correctie de aan te brengen wijzigingen.
-5.
Het verzoek om inzage dan wel correctie moet worden ingediend bij een UWV-vestiging.
Art..
3. Kosten van
verzoeken
Aan een verzoek om inzage en een verzoek om correctie zijn geen kosten
verbonden.
Art.
4. Berichtgeving,
ontvangst en inbehandelingneming
-1.
Binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek verstuurt UWV
een ontvangstbevestiging.
-2.
De ontvangstbevestiging bevat ten minste de naam van een contactpersoon,
een beschrijving van de procedure en de te verwachten behandelingsduur
van het verzoek.
Art.
5. Toets op in
behandeling nemen
-1.
UWV
betrekt bij de behandeling van een verzoek om inzage en/of correctie
slechts die verwerkingen waarvoor het is aan te merken als
verantwoordelijke. Ingeval UWV constateert dat het verzoek mede of
uitsluitend betrekking heeft op gegevens die bij een ander
bestuursorgaan als verantwoordelijke berusten, zendt UWV het verzoek ter
behandeling door naar dat andere bestuursorgaan. De verzoeker krijgt
hiervan, onverminderd het bepaalde in artikel 6,
bericht.
-2.
UWV toetst of een verzoek voldoet aan het bepaalde in artikel
2.
-3.
Indien het verzoek niet voldoet aan het bepaalde in artikel
2, dan wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld zijn verzoek
binnen twee weken aan te vullen. Wordt binnen deze termijn het verzuim
niet hersteld, dan ontvangt de verzoeker een beslissing dat het verzoek
niet in behandeling wordt genomen.
§
3. Procedure uitvoering inzage en correctie
Art.
6. Behandeling van
verzoeken
-1.
De verantwoordelijke (districts)manager van het organisatieonderdeel
waarop het verzoek betrekking heeft en van de UWV-vestiging
waar het verzoek is ingediend, draagt zorg voor afhandeling van een
verzoek om inzage dan wel correctie.
-2.
Indien het verzoek onder verantwoordelijkheid van een manager van een
andere UWV-vestiging dient te worden afgehandeld, wordt het verzoek
onverwijld naar die andere UWV-vestiging doorgezonden. De verzoeker
krijgt, onverminderd het bepaalde in artikel 4, hiervan
bericht.
-3.
Indien voor de uitoefening van het inzage- of correctierecht ook andere
onderdelen van UWV moeten worden ingeschakeld, zet de verantwoordelijke
manager hiertoe de nodige stappen en coördineert hij de uitvoering van
de inzage of correctie.
-4.
Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een medisch
dossier wordt in afwijking van het eerste lid doorgezonden naar het
betrokken onderdeel van Sociaal Medische Zaken (SMZ) en beoordeeld door
de verzekeringsarts krachtens de aanwijzingen van de Richtlijn beheer
medische gegevens vallend onder het medisch beroepsgeheim van de
verzekeringsarts.
-5.
Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een
opsporingsdossier wordt in afwijking van het eerste lid doorgezonden
naar het betrokken onderdeel van directie Handhaving (DHH) en beoordeeld
krachtens de Instructie DHH inzage- en correctierecht.
Art.
7. Uitvoering
inzageverzoek
-1.
UWV
deelt de verzoeker schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van een
verzoek dat voldoet aan het bepaalde in artikel 2 en artikel
5 mee of UWV persoonsgegevens over de betrokkene verwerkt en of dan
wel ¹ in hoeverre het verzoek om inzage wordt ingewilligd.
-2.
Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt UWV binnen de in het eerste
lid bedoelde termijn de volgende gegevens ter beschikking:
a.
een volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerkte gegevens;
b.
een omschrijving van:
1º.
het doel of de doeleinden van de verwerking;
2º.
de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
3º.
de ontvangers of categorieën ontvangers;
c.
alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
-3.
Desgevraagd verschaft UWV tevens informatie over de systematiek van de
geautomatiseerde gegevensverwerking.
-4.
Een verzoek om inzage wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd voor zover
dit noodzakelijk is in het belang van:
a.
de veiligheid van de staat;
b.
de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c.
gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere
openbare lichamen;
d.
het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn
gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld in onderdeel b en c;
of
e.
de bescherming van de
betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen.
-5.
Als de administratie persoonsgegevens van een derde bevat die naar
verwachting bezwaar zal hebben tegen verstrekking ervan aan de
betrokkene, stelt UWV die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar
voren te brengen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige
inspanning kost. UWV beslist naar aanleiding van hetgeen door die derde
naar voren is gebracht of één van de in de lid 4 genoemde ²
uitzonderingsgronden van toepassing is.
-6.
De beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om
inzage vermeldt op welke gronden van lid 4 ³ een beperking van de
inzage heeft plaatsgevonden.
1. Volgens
de redactie dient "en of dan wel" te worden vervangen
door: dan wel.
2. Volgens de redactie dient "één van de in de lid 4
genoemde uitzonderingsgronden" te worden vervangen door: één van
de uitzonderingsgronden, genoemd in het vierde lid,.
3. Volgens de redactie dient "op welke gronden van lid
4" te worden vervangen door: op welke gronden, genoemd in het
vierde lid,.
Art.
8. Uitvoering
correctieverzoek
-1.
UWV
kan een verzoek om correctie slechts honoreren voor zover de opgenomen
gegevens feitelijk onjuist zijn of voor het doel of doeleinden van de
verwerking onvolledig of niet ter zake dienend ¹ dan wel anderszins in
strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt.
-2.
UWV deelt de
betrokkene schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek
mee of, dan wel in hoeverre, aan het verzoek om correctie wordt voldaan.
Een weigering is met redenen omkleed.
-3.
UWV voert een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of
afscherming zo spoedig mogelijk uit.
-4.
Indien de persoonsgegevens zijn vastgelegd op een gegevensdrager waarin
geen wijzigingen kunnen worden aangebracht, treft UWV de voorzieningen
die nodig zijn om de gebruiker(s) van de gegevens te informeren over de
onmogelijkheid van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming,
ondanks het feit dat er grond is voor aanpassing van de gegevens op
grond van artikel 36 van de Wbp.
-5.
Indien de gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verbeterd,
aangevuld, verwijderd of afgeschermd, brengt UWV derden aan wie de
gegevens voorafgaand daaraan zijn verstrekt zo spoedig mogelijk op de
hoogte van de aangebrachte wijzigingen, tenzij dit onmogelijk blijkt of
onevenredige inspanning kost.
-6.
Indien de verzoeker
daarom vraagt, doet UWV opgave van de derden aan wie de wijzigingen zijn
medegedeeld.
1. Volgens
de redactie dient na "dienend" te worden ingevoegd:
zijn.
§
4. Slotbepalingen
Art.
9.¹
Bezwaar en bemiddeling
-1.
UWV
wijst verzoeker in zijn beslissing op de mogelijkheid bezwaar aan te
tekenen tegen besluiten die het op grond van deze regeling neemt.
-2.
UWV wijst verzoeker
in de beslissing op bezwaar op de mogelijkheid daartegen beroep aan te
tekenen dan wel een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College
bescherming persoonsgegevens.
1.
Volgens de redactie dient artikel 9 te luiden als volgt:
Art. 9. Bezwaar, beroep en bemiddeling
-1. In het besluit op het verzoek om inzage of correctie wijst UWV
de verzoeker op de mogelijkheid bezwaar te maken
bij UWV tegen een op
grond van deze regeling genomen besluit.
-2. In het besluit op bezwaar wijst UWV de verzoeker op de mogelijkheid
tegen dat besluit beroep in te stellen bij de rechtbank
dan wel een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College
bescherming persoonsgegevens.
Echter, gelet op de voor ieder bestuursorgaan geldende wettelijke
verplichting, bedoeld in de artikelen 3:45
en 6:23 van
de Algemene wet bestuursrecht, in zijn
besluiten de rechtsmiddelen te vermelden, kan worden volstaan met:
Art. 9. Bemiddeling
Behoudens het bepaalde in artikel 6:23
van de Algemene wet bestuursrecht
wijst UWV in het besluit op bezwaar op de mogelijkheid een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College
bescherming persoonsgegevens.
Art.
10. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als 'Regeling inzage- en
correctierecht UWV'.¹
1.
Volgens de redactie dient artikel 10 te luiden als volgt:
Art. 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inzage- en
correctierecht UWV.
Art.
11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het ¹ wordt geplaatst.
1. Volgens
de redactie dient "het" te worden vervangen door: zij.
Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam,
28 juli 2009.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[28 juli 2009]
[Algemeen,
red.]
Algemeen
De Wet
bescherming persoonsgegevens
(Wbp) kent de betrokkene een aantal rechten toe waardoor hij controle
kan uitoefenen op het gebruik van zijn persoonsgegevens door een
verantwoordelijke. Nu UWV voor diverse
verwerkingen van persoonsgegevens is aan te merken als verantwoordelijke
in de zin van de Wbp (deze zijn - tenzij zij vallen onder het
Vrijstellingsbesluit [lees: Vrijstellingsbesluit
Wbp, red.] - aangemeld bij het College
bescherming persoonsgegevens), zal de betrokkene zijn rechten ook
richting UWV kunnen uitoefenen. Zo komt hem het recht op inzage en het
recht op correctie toe. In een aantal gevallen heeft de betrokkene zelfs
een wettelijke plicht om correctieverzoeken in te dienen. Op grond van artikel
33c van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) heeft de
betrokkene, indien hij heeft vastgesteld, of redelijkerwijs kon
verwachten, dat hem betreffende gegevens niet, niet juist of niet
volledig zijn opgenomen in de polisadministratie van UWV, de
verplichting om terstond een correctieverzoek in te dienen bij UWV.
De inzage- en correctieregeling UWV heeft
enerzijds tot doel de betrokkenen een houvast te geven bij het
uitoefenen van deze rechten. Anderzijds verschaft de regeling
duidelijkheid over de procedure die UWV hanteert bij het afhandelen van
dergelijke verzoeken.
Wijze van
inzage
De
regeling die UWV heeft vastgesteld, sluit
aan bij de regeling uit de Wbp.
Dat betekent dat zij alleen van toepassing is op schriftelijke verzoeken
om inzage of correctie. In de praktijk kan een betrokkene op een
eenvoudigere - zij het niet volledige - manier inzage in zijn
geautomatiseerde (digitale) gegevens krijgen. Desgevraagd kan hij dan -
in persoonlijke contacten met bepaalde medewerkers van UWV - op een
beeldscherm meekijken in de gegevens die het UWV over hem heeft
opgenomen. Omdat een medewerker van UWV niet geautoriseerd is voor alle
systemen die binnen UWV worden ingezet, betekent dit wel dat de
betrokkene op dat moment geen volledig inzicht kan worden gegeven. Om de
belangen van eventuele derden te beschermen, krijgt hij op dat moment
verder alleen inzage in die gegevens die niet ook persoonsgegevens van
derden bevatten.
Desgevraagd kan de betrokkene die gebruik maakt
van het hier beschreven "informele inzagerecht" een uitdraai
van de verwerkte gegevens ontvangen.
De regeling in de Wbp
beschrijft een zogenaamd open verzoek om inzage. De verzoeker vraagt of
de verantwoordelijke gegevens over hem verwerkt, en zo ja, welke
gegevens.
Is er sprake van een open verzoek, dan wordt
aan de betrokkene een overzicht van de verwerkte gegevens verstrekt, wat
het doel is van het gebruik van deze gegevens en aan wie de gegevens
eventueel zijn verstrekt. Ook moet de betrokkene geïnformeerd worden
over de herkomst van zijn gegevens (artikel 7 Wbp).
Het inzage- en correctierecht is van toepassing
op zowel papieren als digitale gegevensverwerkingen.
In de praktijk ontvangt UWV voornamelijk
gerichte inzageverzoeken. De verzoeker vraagt concreet inzage in
bijvoorbeeld zijn WAO- en/of medisch dossier,
zijn WW-dossier of zijn
arbeidsbemiddelingsdossier, waarbij vaak direct om een kopie van het
dossier wordt verzocht. Ook naar aanleiding van een afgehandeld open
verzoek kan de betrokkene uiteraard een meer gericht verzoek indienen.
Is er sprake van een gericht verzoek, dan wordt
op één van de volgende wijzen inzage gegeven:
1. De betrokkene ontvangt kopieën van alle hem betreffende stukken, als
het gaat om een papieren dossier.
2. De betrokkene ontvangt een begrijpelijk papieren overzicht/uitdraai
van de gegevens bij geautomatiseerde verwerkingen, dat wil zeggen
digitale dossiers.
3. De betrokkene wordt gevraagd ter plekke zijn dossier in te komen
zien. In sommige situaties kan het wenselijk zijn een toelichting aan de
betrokkene te geven bij inzage in zijn medisch dossier. Bij inzage in
dikke dossiers kan UWV deze administratief minder belastende wijze
toepassen. Het is uiteindelijk de keuze van de betrokkene of hij het
dossier ter plekke wil inzien of kopieën wil ontvangen.
Artikelsgewijs
Artikel
2 (indiening van verzoeken)
Dit artikel bevat de vereisten die aan een verzoek om inzage en/of
correctie worden gesteld. Het verzoek dient in elk geval die
zoeksleutels te bevatten waarmee UWV de
betrokkene in zijn systemen terug moet kunnen vinden. Voor zover hier
het burgerservicenummer wordt gevraagd, dient dit uitsluitend
voor dit doel.
Is de betrokkene
jonger dan 16 jaar of onder curatele gesteld, dan moet het verzoek, op
grond van artikel 38, tweede lid, Wbp,
door de wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan. Het antwoord wordt
in dat geval ook gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger. Een
wettelijke vertegenwoordiger die een verzoek indient, dient zich te
legitimeren en aan te kunnen tonen dat hij als zodanig bevoegd is het
verzoek namens de betrokkene in te dienen.
Indien de betrokkene zich laat
vertegenwoordigen, dient hierbij een door de betrokkene ondertekende
machtiging, een kopie van zijn legitimatiebewijs alsmede een kopie van
het legitimatiebewijs van de gemachtigde te worden overlegd. Als het
verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van de
betrokkene optreedt, geldt de voorwaarde van het overleggen van een
machtiging en kopie van een legitimatiebewijs van de gemachtigde niet.
Artikel
3 (kosten van verzoeken)
Hoewel de
wet de mogelijkheid biedt om een vergoeding te vragen, brengt UWV
geen kosten in rekening bij een verzoek om inzage en een verzoek om
correctie.
Artikel
5 (toets op in behandeling nemen)
Indien de betrokkene inzage in en/of correctie van zijn persoonsgegevens
wenst, moet hij zich tot de verantwoordelijke van de betreffende
verwerking wenden. De verantwoordelijke is de aangewezen instantie om
zijn verzoek in behandeling te nemen.
Artikel
6 (behandeling van verzoeken)
Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een medisch
dossier wordt doorgezonden naar het betrokken onderdeel van Sociaal
Medische Zaken (SMZ) en beoordeeld door de verzekeringsarts krachtens de
aanwijzingen van de Richtlijn beheer medische gegevens vallend onder het
medisch beroepsgeheim van de verzekeringsarts.
Een verzoek om inzage in of correctie van
gegevens uit een opsporingsdossier wordt doorgezonden naar het betrokken
onderdeel van directie Handhaving (DHH) en beoordeeld krachtens de
Instructie DHH inzage- en correctierecht.
Artikelen
7 en 8 (procedure verzoek om inzage en
correctie)
Deze artikelen sluiten volledig aan bij de hierover handelende artikelen
in de Wbp.
Als gegevens zijn gecorrigeerd, dient de betrokkene een belang te hebben
bij het, na verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van de
gegevens, inlichten van derden aan wie de gegevens hieraan voorafgaand
zijn verstrekt. Ontbreekt dit belang, dan kan gesproken worden van een
onevenredige inspanning voor UWV om deze
derden op de hoogte te brengen van de aangebrachte wijzigingen en kan de
mededeling derhalve achterwege blijven.
Voorzitter
Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|