|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen 22a
en 30, tweede lid, van de Werkloosheidswet,
30a en 47a, derde lid, van de Ziektewet,
30,
36a en 50, derde lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
11, 18 en 55, derde lid, van
de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 10,
16 en 47, derde
lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten, 11a
van de
Toeslagenwet en 20
en 34 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten;
Besluit:
Art. 1.
Het UWV hanteert bij de
toepassing van de wettelijke regelingen inzake opschorting, schorsing en
intrekking of herziening van uitkeringsbeslissingen het beleid zoals vermeld in
de bijlage bij deze regeling.
Art. 2.
De besluiten: Besluit
herziening en intrekking uitkeringen (gepubliceerd in Stcrt. 1997,
245,
laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 22
april 1998, Stcrt. 1998, 89)
en Besluit schorsing, opschorting en
voorschotverstrekking ZW 1999 (gepubliceerd in Stcrt. 1998, 237)
worden ingetrokken per datum inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 3.
Deze regeling is van
toepassing op opschortings- en schorsingsbeslissingen en herzienings- en
intrekkingsbeslissingen die zijn afgegeven op of na inwerkingtreding van de
regeling.
Art. 4.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Art. 5.
Deze regeling zal met de bijlage en toelichting in de
Staatscourant worden geplaatst.
Art. 6.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen.
Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
1. Inleiding
Deze regeling bevat beleid
inzake schorsing, opschorting, herziening of intrekking van uitkeringen.
2. Schorsing of opschorting
De uitbetaling van een
uitkering wordt geschorst of
opgeschort indien en zodra daartoe op grond
van de wet de mogelijkheid bestaat.
Op grond van artikel 30,
tweede lid, WW wordt de betaling van de uitkering opgeschort of
geschorst
indien het UWV op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het
gegronde vermoeden heeft
dat:
a. het recht op uitkering
niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere
uitkering bestaat; of
c. de werknemer een
verplichting, hem op grond van de
artikelen 24, 25 of 26 WW
opgelegd, niet is
nagekomen.
Op grond van artikel 47a,
derde lid, ZW wordt de betaling van het
ziekengeld opgeschort of geschorst
indien het UWV van oordeel is of
het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op ziekengeld
niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere
ziekengelduitkering bestaat;
c. artikel 44, eerste lid,
van toepassing is of de verzekerde of zijn
wettelijk vertegenwoordiger een
verplichting als bedoeld in artikel 30, 31,
45 of 49 niet of niet behoorlijk is
nagekomen.
Op grond van artikel 50,
derde lid, WAO, respectievelijk
55,
derde lid, WAZ, respectievelijk
47,
derde lid, Wajong
wordt de betaling van
de uitkering opgeschort of geschorst
indien het UWV op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het
gegronde vermoeden heeft
dat:
a. het recht op uitkering
niet of niet meer bestaat;
b. recht op een lagere
uitkering bestaat; of
c. degene aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend of zijn wettelijke
vertegenwoordiger een verplichting, genoemd in de
artikelen 25, 28 of
80 WAO,
respectievelijk 45, 46 of
70 WAZ,
respectievelijk 37, 38 of
62 Wajong,
niet of niet
behoorlijk is nagekomen.
De navolgende procedure
wordt gevolgd:
In gevallen waarin het UWV duidelijke aanwijzingen of gegronde vermoedens heeft dat er geen recht,
recht op een lagere uitkering bestaat
of in gevallen waarin één van de
verplichtingen, genoemd in de artikelen 24, 25,
26 WW, respectievelijk
30, 31, 45 of
49 ZW, respectievelijk
25, 28, 80 WAO, respectievelijk
45, 46,
70 WAZ, respectievelijk
37, 38
of 62 Wajong, niet of niet
behoorlijk is nagekomen, wordt de
betaalbaarstelling van de uitkering per eerstvolgende betaaldatum geheel of
gedeeltelijk (dit kan volledige schorsing
met voorschotverstrekking zijn) geschorst of opgeschort.
Van de schorsing of
opschorting wordt onverwijld mededeling gedaan aan belanghebbende.
Belanghebbende wordt, indien
de uitbetaling is geschorst of opgeschort wegens het niet of niet
behoorlijk nakomen van verplichtingen - tenzij er sprake is van
onherstelbaar niet- of niet behoorlijke nakoming -, een termijn gesteld waarbinnen alsnog de noodzakelijke inlichtingen
of medewerking worden verwacht. Deze termijn is niet langer dan één maand
na de datum waarop gegevens verstrekt hadden moeten worden of de
medewerking gegeven had moeten worden. Alleen indien daartoe
aanleiding bestaat, kan een langere
termijn worden gesteld die niet meer bedraagt dan drie maanden.
Bij het besluit (bevattend
termijnstelling) wordt medegedeeld dat de uitkering wordt ingetrokken
of herzien indien binnen de gestelde termijn niet of niet behoorlijk aan
de verplichting wordt voldaan.
Komt belanghebbende zijn
verplichtingen alsnog na, dan wordt de uitbetaling hervat, met
toepassing van een boete of maatregel, al naargelang de overtreding.
3. Herziening of intrekking
Ten onrechte of tot een te
hoog bedrag uitkering verleend:
Toedoen of
redelijkerwijs duidelijk
Indien door toedoen van belanghebbende ten onrechte of tot een te
hoog bedrag uitkering is verstrekt, vindt intrekking of herziening
plaats met terugwerkende kracht tot en
met de datum van toekenning. Is aan
belanghebbende als gevolg van of mede als gevolg van het niet nakomen
van één van de
inlichtingenverplichtingen of één van de medewerkingsverplichtingen geheel of gedeeltelijk ten
onrechte uitkering toegekend, dan
wordt de beslissing tot toekenning
herzien of ingetrokken met ingang van
de datum waarop de uitkering
zou zijn ingetrokken of herzien als
belanghebbende wel tijdig en juist aan zijn mededelingsverplichting zou
hebben voldaan.
Indien het belanghebbende
redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat hem ten onrechte uitkering
werd verstrekt, wordt in beginsel de beslissing herzien of ingetrokken met
terugwerkende kracht tot het moment waarop het belanghebbende
redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn
dat ten onrechte of tot een te hoog
bedrag werd verstrekt.
Niet redelijkerwijs
duidelijk
Ingeval het belanghebbende
niet redelijkerwijs duidelijk was
of kon zijn dat ten onrechte of tot
een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt, wordt de beslissing herzien
of ingetrokken met ingang van de datum waarop het UWV
belanghebbende voor het eerst kenbaar heeft
gemaakt dat hem ten onrechte of te
veel is verstrekt.
Indien aan belanghebbende
over een periode waarover ten
onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering
is verstrekt een andere uitkering wordt
verstrekt, wordt de beslissing over eerstbedoelde uitkering ingetrokken of herzien met ingang van de
datum waarop de andere uitkering
wordt verstrekt. De ten onrechte
of tot een te hoog bedrag verstrekte
uitkering wordt met de andere
uitkering verrekend; voor zover een hoger bedrag
is verstrekt dan het bedrag van
de andere uitkering, wordt het meerdere
niet teruggevorderd.
Niet voldoen aan
verplichtingen, recht kan niet worden vastgesteld
Procedure:
In gevallen waarin het UWV
duidelijke aanwijzingen of sterke
vermoedens heeft dat er geen recht of
recht op een lagere uitkering bestaat,
wordt de betaalbaarstelling van de uitkering per omgaande (eerstvolgende
betaalbaarstelling) geheel of gedeeltelijk geschorst of opgeschort (zie
de hierboven uiteengezette procedure bij schorsing of opschorting).
Aan belanghebbende wordt bij
intrekking wegens het niet
of niet behoorlijk nakomen van verplichtingen, zowel indien de uitbetaling
is geschorst of opgeschort als
indien dit niet heeft plaatsgevonden,
een termijn gesteld waarbinnen alsnog de
noodzakelijke inlichtingen of medewerking worden verwacht. Deze
termijn is niet langer dan één maand na de
datum waarop gegevens verstrekt
hadden moeten worden of de
medewerking gegeven had moeten worden.
Alleen indien daartoe aanleiding
bestaat, kan een langere termijn
worden gesteld die niet meer
bedraagt dan drie maanden.
Bij dit besluit (bevattend
termijnstelling) wordt medegedeeld dat de uitkering wordt ingetrokken
of herzien indien binnen de gestelde
termijn niet of niet behoorlijk aan
de verplichting wordt voldaan.
Komt belanghebbende zijn
verplichtingen alsnog na, dan wordt de uitbetaling hervat, met toepassing van
een boete of maatregel, al naargelang de overtreding.
Indien belanghebbende binnen
de gestelde termijn zijn
verplichtingen niet of niet behoorlijk
nakomt en daardoor het recht niet kan
worden vastgesteld, wordt de
uitkering ingetrokken. De intrekking vindt plaats met ingang van de datum
vanaf welke het recht niet meer
kan worden vastgesteld.
Indien belanghebbende alsnog
voldoet aan zijn verplichtingen en om toekenning (hervatting) van
uitkering vraagt, wordt dit opgevat als een verzoek om terug te komen
van het herzienings- of intrekkingsbesluit.
De uitkering wordt niet
eerder hervat dan met ingang van de dag
waarop de belanghebbende alsnog aan
zijn verplichtingen voldoet. Als belanghebbende echter alsnog voldoet
aan zijn verplichtingen voordat de termijn van bezwaar tegen de
herziening of intrekking is verlopen, of voordat op het bezwaar is
beslist, wordt de betaling met terugwerkende kracht hervat, voor zover
alsnog het recht kan worden vastgesteld en aan alle overige voorwaarden
voor betaling is voldaan.
Dringende redenen
In die gevallen waarin de
toekenningsbeslissing in beginsel wordt herzien of ingetrokken met
terugwerkende kracht kunnen dringende
redenen ertoe leiden dat wordt
herzien of ingetrokken met ingang van
de datum waarop het UWV belanghebbende op de hoogte
heeft gesteld van de onterechte
verstrekking. In de gevallen waarin de toekenningsbeslissing in beginsel wordt
herzien of ingetrokken met
ingang van de datum waarop het UWV belanghebbende op de hoogte heeft gesteld van de onterechte
verstrekking, kunnen
dringende redenen ertoe leiden dat
wordt herzien of ingetrokken met
inachtneming van een korte
uitlooptermijn. Deze termijn wordt in beginsel
daarbij gesteld op niet langer dan
twee maanden.
In zeer uitzonderlijke
omstandigheden kan op grond van dringende redenen intrekking of herziening
geheel achterwege blijven.
Over de beoordeling of
sprake is van een dringende reden
wordt geen algemene regel gegeven. De
dringende redenen kunnen slechts aan
de orde komen indien als gevolg van bijzondere aspecten van het individuele
geval onaanvaardbare
gevolgen optreden.
4. Toepassing van artikel 11
WAZ, 10 Wajong of 30 WAO
Bij toepassing van artikel
11 WAZ, 10 Wajong
of 30 WAO, nadat
reeds uitkering is toegekend,
wordt in beginsel een uitlooptermijn
in acht genomen van twee maanden en bij verblijf in het buitenland,
indien bij intrekking of verlaging van
uitkering wegens afname van de
arbeidsongeschiktheid een uitlooptermijn van zes maanden zou worden gehanteerd, zes
maanden.
Ingeval de uitkering is
toegekend doordat belanghebbende zijn
verplichtingen niet is nagekomen, wordt de uitkering ingetrokken of
herzien met ingang van de datum
waarop de uitkering correct zou zijn
vastgesteld, ingetrokken of herzien
indien belanghebbende wel aan zijn
verplichtingen zou hebben voldaan.
TOELICHTING
[18 april 2000]
Uitgaande van de wettelijke
bepalingen inzake schorsing en
opschorting van uitkering acht het Lisv [Landelijk instituut sociale
verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] het gewenst duidelijk herkenbaar
beleid hierover vast te stellen.
Het Besluit herziening en intrekking
uitkeringen (gepubliceerd in Stcrt. 1997, 245, laatstelijk gewijzigd bij
Besluit van 22 april 1998, Stcrt. 1998, 89) betrof beleid over herziening en intrekking. Uitgegaan wordt van
voornoemd besluit. De nadere
uitwerking heeft als resultaat een nieuwe
Regeling schorsing, opschorting,
herziening en intrekking uitkeringen.
Onder verplichtingen als
bedoeld in de artikelen 24, 25,
26 WW, respectievelijk
30, 31, 38,
45, 49
ZW, respectievelijk
25, 28, 80
WAO, respectievelijk
45, 46, 70
WAZ, respectievelijk
37, 38, 62
Wajong worden ingevolge de wet
verstaan:
Verplichtingen ZW
Artikel 30, eerste lid, ZW:
verplichting - behoudens
deugdelijke grond tot weigering - passende arbeid trachten te verkrijgen en,
indien daartoe in de gelegenheid gesteld,
te verrichten.
Artikel
30, derde lid, ZW:
verplichting zich als
werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale
organisatie werk en inkomen, red.] te laten registreren en die
registratie tijdig te doen verlengen ingevolge
artikel 69 Arbeidsvoorzieningswet
1996 [zie artikel 25 Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.].
Artikel
31, eerste lid, en 45, eerste
lid, onderdeel i, ZW:
verplichting bij aanspraak
op ziekengeld naast loon, inkomsten uit
arbeid anders dan in
dienstbetrekking of ouderdomspensioen, hiervan
vóór de uitkering van ziekengeld op
door het Lisv in reglement te bepalen
wijze mededeling te doen en binnen
daarvoor vastgestelde termijn.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel a,
ZW:
verplichting binnen
redelijke termijn geneeskundige hulp in te
roepen, zich gedurende het gehele verloop
van de ziekte onder behandeling te
stellen en de voorschriften van de behandelend arts op te volgen.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel b, ZW:
verplichting zich gedurende
de ongeschiktheid tot werken niet schuldig te maken aan gedragingen
waardoor zijn genezing wordt
belemmerd.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel c, ZW:
verplichting behoudens
deugdelijke grond gevolg te geven aan
een verzoek ingevolge de ZW, gedaan door het
Lisv, om te verschijnen.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel c, ZW:
verplichting medewerking te
verlenen opdat het geneeskundig
onderzoek door een door het Lisv aangewezen deskundige kan plaatsvinden.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel d, ZW:
verplichting het
voorschrift, gegeven in artikel 38a, eerste lid, ZW,
om in geval van ongeschiktheid tot
het verrichten van de arbeid wegens ziekte dit zo spoedig mogelijk, in ieder geval
niet later dan op de tweede
dag van die ongeschiktheid te melden
aan de werkgever of het Lisv.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel e, ZW:
verplichting zich te houden
aan de in artikel 39, tweede lid, ZW door
het Lisv opgestelde controlevoorschriften.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel f, ZW:
verplichting bij samenloop
van uitkering de verplichtingen ingevolge
de artikelen 25 of 28 WAO,
45
of 46 WAZ,
37 of 38
Wajong na te
komen.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel g, ZW:
verplichting ongeschiktheid
tot werken niet opzettelijk te
veroorzaken.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel h, ZW:
verplichting op verzoek
onverwijld aan de in het eerste lid
genoemde rechtspersonen inzage te
verstrekken in een op hem betrekking
hebbend document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, van
de Wegenverkeerswet, voor zover dit
redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering
van wetten door de desbetreffende
rechtspersoon.
Artikel
45, eerste lid, onderdeel j, ZW:
verplichting het AWf of
wachtgeldfonds niet te benadelen anders
dan bedoeld in artikel 31, eerste lid, of
49 ZW.
Artikel 49 ZW:
verplichting aan de uitvoeringsinstelling [zie UWV,
red.], op haar verzoek of
onverwijld uit eigen beweging, alle
feiten en omstandigheden waarvan
verzekerde redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
op het recht op of de hoogte van
een door hem aangevraagde of aan
verzekerde toegekende
ziekengelduitkering, mede te delen
Verplichtingen WW
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a, WW:
verplichting tot het
voorkomen van verwijtbare werkloosheid.
Artikel
24, eerste lid, onderdeel b,
ten eerste tot
en met ten vierde, WW:
verplichting in voldoende
mate trachten passende arbeid te
verkrijgen, te aanvaarden of te behouden en
geen eisen te stellen die dit
belemmeren.
Artikel
24, zesde lid, WW:
verplichting het AWf of
wachtgeldfonds niet te benadelen anders dan bedoeld onder artikel 25 WW.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel a,
WW:
verplichting uiterlijk de
eerste werkdag volgend op de eerste
werkloosheidsdag bij Lisv aangifte te doen
van de werkloosheid.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel b,
WW:
verplichting binnen één week
na het intreden van de werkloosheid
bij Lisv een aanvraag om uitkering in
te dienen.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel c,
WW:
verplichting de
voorschriften op te volgen die het Lisv ten
behoeve van doelmatige controle
voorstelt.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel d, WW:
verplichting tot
inschrijving (tijdige registratie en verlenging
daarvan) als werkzoekende bij Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel e, WW:
verplichting inlichtingen
van belang voor de uitvoering van de WW
en de daarop berustende bepalingen te
verstrekken op verzoek van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel f, WW:
verplichting tot deelneming
aan een noodzakelijk geachte
opleiding of scholing.
Artikel
26, eerste lid, onderdeel g, WW:
verplichting mee te werken
aan een wenselijk geacht onderzoek
naar de arbeidsongeschiktheid door
arts, psycholoog of beroepskeuze adviseur.
Artikel
26, eerste lid,
onderdeel h, WW:
verplichting zich te houden
aan de voorwaarden van het Uitkeringsreglement WW 1997
[zie Uitkeringsreglement WW 2002, red.], die
het Lisv op grond van artikel
101, tweede lid, WW
stelt.
Artikel
26, eerste lid,
onderdeel i, WW:
verplichting de in hoofdstuk
VI WW opgelegde verplichtingen in
het kader van reïntegratie(maatregelen) na te komen.
Artikel
26, eerste lid,
onderdeel j, WW:
verplichting de
voorschriften van het Lisv, opgesteld in verband
met het genieten van vakantie
tijdens de duur van de uitkering, op te
volgen.
Artikel 25 WW:
verplichting aan het Lisv op
verzoek of onverwijld uit eigen
beweging alle feiten en omstandigheden
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed kunnen
zijn op het recht op uitkering, het
geldend maken van het recht op uitkering, hoogte of duur van de uitkering, of op
het bedrag van de uitkering dat
aan de werknemer wordt betaald,
mede te delen.
Verplichtingen
WAO, WAZ en Wajong
Artikelen 25, eerste lid, WAO,
45,
eerste lid, WAZ en
37, eerste lid, Wajong:
verplichting gevolg te geven
aan een oproep.
Artikelen 25, eerste lid, onderdeel a,
WAO,
45, eerste lid, onderdeel a, WAZ
en 37, eerste
lid, onderdeel a, Wajong:
verplichting gevolg te geven
aan het verzoek vragen te
beantwoorden die zijn gesteld door het Lisv of de
door hem daartoe aangewezen deskundige.
Artikelen 25, eerste lid, onderdeel b,
WAO,
45, eerste lid, onderdeel b, WAZ
en 37, eerste lid, onderdeel b, Wajong:
verplichting mede te werken
aan geneeskundig onderzoek door
de door het Lisv daartoe
aangewezen deskundige.
Artikelen 25, eerste lid, onderdeel c,
WAO,
45, eerste lid, onderdeel c, WAZ
en 37, eerste
lid, onderdeel c, Wajong:
verplichting te voldoen aan
het voorschrift, gegeven door het Lisv of de
door hem daartoe aangewezen
deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te
verblijven in een aangewezen inrichting.
Artikelen 28, onderdeel a,
WAO,
46, onderdeel a, WAZ
en 38, onderdeel a, Wajong:
verplichting behoudens
deugdelijke grond de door het Lisv of de
door hem daartoe aangewezen
deskundige in het belang van een
behandeling of genezing of tot behoud, herstel of ter bevordering van de
arbeidsgeschiktheid dan wel tot inschrijving bij
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
gegeven voorschriften op te volgen.
Artikelen 28, onderdeel b,
WAO,
46, onderdeel b, WAZ
en 38, onderdeel b, Wajong:
verplichting zich, zolang
als het Lisv of de door hem daartoe
aangewezen deskundige te kennen heeft
gegeven dit noodzakelijk te achten,
onder geneeskundige behandeling te stellen en de
voorschriften/aanwijzingen van de behandelend arts op te
volgen.
Artikelen 28, onderdeel c,
WAO,
46, onderdeel c, WAZ
en 38, onderdeel c, Wajong:
verplichting zich te
onthouden van gedragingen waardoor
verzekerdes genezing wordt belemmerd en
voldoende mede te werken om aanpassingen, waardoor weer (geheel of gedeeltelijk) gewerkt kan
worden, niettegenstaande ziekte of gebrek, te
verkrijgen.
Artikelen 28, onderdeel d,
WAO, 46, onderdeel d,
WAZ en 38, onderdeel d,
Wajong:
verplichting de
controlevoorschriften behoorlijk binnen de door
het Lisv daarvoor vastgestelde
termijn na te komen, zoals:
- verplichting gevolg te
geven aan het verzoek zich op deugdelijke
wijze te legitimeren;
- verplichting het
inlichtingenformulier te retourneren;
- verplichting van de als
zelfstandige werkende
uitkeringsgerechtigde de jaarstukken in leveren.
Artikelen 28, onderdeel e,
WAO,
46, onderdeel e, WAZ
en 38, onderdeel e, Wajong:
verplichting zich te
onthouden van opzettelijke veroorzaking
van de arbeidsongeschiktheid.
Artikelen 28, onderdeel f,
WAO,
46, onderdeel f, WAZ
en 38, onderdeel f, Wajong:
verplichting zich te houden
aan de voorschriften in verband met
het tijdig aanvragen van uitkering of
verlenging van uitkering.
Artikelen 80 WAO,
70 WAZ en 62 Wajong:
verplichtingen van
verzekerde, diens wettelijke
vertegenwoordiger, alsmede de instelling of inrichting
waaraan in het kader van de wet
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald, aan het Lisv, op zijn
verzoek of onverwijld uit eigen
beweging, alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed
kunnen zijn op het recht op uitkering,
de hoogte van de uitkering, het
geldend maken van het recht op uitkering
of op het bedrag van de uitkering dat
wordt betaald.
Nadere inlichtingen kunnen
worden verkregen bij het Landelijk
instituut sociale verzekeringen,
postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|