|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 101
van de Werkloosheidswet;
Besluit:
§ 1. Algemeen
Art. 1.
Begrippen
In dit reglement wordt
verstaan onder:
a. werknemer: werknemer in
de zin van de Werkloosheidswet;
b. werkgever: werkgever in
de zin van de Werkloosheidswet;
c. UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen;
d. uitkering: uitkering in
de zin van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
e. wijzigingsformulier: een
door het UWV aan de werknemer ter beschikking gesteld formulier, waarop deze wijziging van de voor
de beoordeling van het recht op uitkering noodzakelijke gegevens vermeldt;
f. inkomstenformulier: een
door het UWV aan de werknemer periodiek ter beschikking gesteld
formulier waarop deze de
voor de beoordeling van het recht op uitkering noodzakelijke gegevens vermeldt. Dit formulier kan
ook worden verstrekt onder de benaming werkbriefje;
g. DigiD: de voorziening,
bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Tijdelijk
besluit nummergebruik overheidstoegangsvoorziening.
§ 2.
Controlevoorschriften
Art. 2.
Aangifte van
werkloosheid en aanvraag van werkloosheidsuitkering
-1. De werknemer doet
aangifte van zijn werkloosheid en dient de aanvraag in op een daarvoor
door het UWV beschikbaar gesteld
formulier. De werknemer vult dit formulier volledig in. Tenzij de werknemer de aangifte en
aanvraag via DigiD doet, ondertekent hij deze.
-2. De werknemer legt
desgevraagd aan het UWV een verklaring over waarin hij voor zover hij
dat kan beoordelen de juistheid
bevestigt van de bij de aanvraag geleverde gegevens die afkomstig zijn van de werkgever of de
werkgevers bij wie hij voorafgaand aan het intreden van zijn werkloosheid werkzaam was.
Art. 3.
Gegevensverstrekking werknemer
-1. De werknemer doet op het
wijzigingsformulier onverwijld en uit eigen beweging opgave van de feiten en
omstandigheden
waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de uitkering.
-2. Indien het UWV
daarom
verzoekt, vult de werknemer een inkomstenformulier in. De werknemer stuurt dit
inkomstenformulier aan het UWV binnen een door het UWV aangegeven
redelijke termijn.
-3. Gedurende de periode
waarover de werknemer deze inkomstenformulieren invult, is hij ontheven van de verplichting, bedoeld
in het eerste lid, voor zover deze verplichting ziet op de gegevens die op het inkomstenformulier
uitgevraagd worden.
-4. Ingevulde
wijzigingsformulieren en inkomstenformulieren worden door de werknemer
ondertekend, tenzij de werknemer deze
verstuurt via DigiD.
Art. 4.
Overige
controlevoorschriften
-1. De werknemer ten aanzien
van wie aangifte van werkloosheid is gedaan:
a. verschijnt op verzoek van
het UWV op een aangewezen plaats en tijd;
b. is aanwezig op zijn woon-
of verblijfplaats op door het UWV aan te wijzen uren;
c. maakt controle door een
daartoe door het UWV gemachtigde persoon mogelijk;
d. neemt, indien hij niet
bereikbaar is op zijn woon- of verblijfplaats, de aanwijzingen in acht
die zijn achtergelaten door de
in onderdeel c van dit lid bedoelde persoon;
e. geeft van een wijziging
in zijn woon- of verblijfplaats onverwijld kennis aan het UWV;
f. verleent op verzoek van
het UWV inzage en verstrekt tegen kostprijs informatie voor zover deze betekenis kan hebben voor
het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering of het bedrag van de uitkering dat
aan de werknemer wordt betaald.
-2. De werknemer bewaart de
in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde informatie tot het einde van het
kalenderjaar volgend op het
kalenderjaar waarop de informatie betrekking heeft.
-3. De werknemer is verplicht
ten behoeve van de uitvoering van de Werkloosheidswet
het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a en f, en het bepaalde in het tweede lid ook na te komen als
het recht op uitkering (geheel of
gedeeltelijk) is beëindigd.
§ 3.
Vakantievoorschriften
Art. 5.
Melding van
vakantie
-1. De werknemer ten aanzien
van wie aangifte van werkloosheid is gedaan en die voornemens is tijdens de duur van de
uitkering met vakantie te gaan, doet vóór de aanvang van die vakantie op
het wijzigingsformulier
mededeling van de voorgenomen duur van de vakantie en van de periode waarin deze zal
plaatsvinden.
-2. De werknemer doet
onverwijld op het wijzigingsformulier mededeling aan het UWV
van
wijziging van de eerder opgegeven duur
van de vakantie.
§ 4.
Betaling van de
uitkering door tussenkomst van de werkgever
Art. 6.
Bevoegdheid
uitkeringsaanvraag door werkgever
Als de werknemer:
a. werkloos is geworden
uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere
buitengewone natuurlijke omstandigheden;
of
b. werkloos is geworden als
gevolg van een werktijdverkorting waarvoor ingevolge artikel
8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 vergunning is verleend;
en de dienstbetrekking
tijdens die werkloosheid blijft voortbestaan, kan het UWV
toestaan dat
de aangifte en de aanvraag,
bedoeld in artikel 2, namens de werknemer door de werkgever wordt gedaan
en dat de betaling van de
uitkering door tussenkomst van de werkgever plaatsvindt.
Art. 7.
Verplichtingen
werkgever
-1. De werkgever aan wie is
toegestaan aangifte te doen van werkloosheid als bedoeld in artikel
6, houdt een administratie bij
van de dagen waarop en de uren gedurende welke de werknemer of
werknemers namens wie hij
genoemde aangifte heeft gedaan, uitsluitend als gevolg van de in het eerste lid genoemde
omstandigheden niet hebben gewerkt. Deze administratie voldoet aan de door het
UWV daaraan
gestelde eisen.
-2. Het bepaalde in artikel 2
is op de aangifte en de aanvraag als bedoeld in artikel 6 van
overeenkomstige toepassing.
-3. In afwijking van het
bepaalde in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet
wordt de aangifte bij werkloosheid
als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, gedaan op de eerste dag van
werkloosheid.
-4. Als het UWV daarom
verzoekt, zendt de werkgever aan wie de in artikel 6 bedoelde toestemming
is verleend de
inkomstenformulieren van ieder van de werknemers namens wie hij
aangifte van werkloosheid heeft gedaan,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 tegen een door het UWV aan
te geven tijdstip aan het
UWV.
Art. 8.
Sanctie op
overtreding verplichtingen werkgever
Als de werkgever aan wie de
in artikel 7, eerste lid, bedoelde toestemming is
verleend één of meer
verplichtingen, bedoeld in
artikel 7, eerste, derde en vierde lid, niet naar behoren nakomt, kan het
UWV besluiten om de door de
werkgever als voorschot op de uitkering aan de werknemer gedane
betalingen geheel of gedeeltelijk niet
te vergoeden.
§ 5.
Voorwaarden bij
ontvangen van uitkering
Art. 9.
Voorwaarden bij
betaling van voorschotten
-1. De werknemer op wie het
bepaalde in artikel 31 van de Werkloosheidswet
van toepassing is, maakt op verzoek van het UWV
zijn eventuele aanspraak naar burgerlijk recht geldend.
-2. De in het eerste lid
bedoelde werknemer dient, op verzoek van het UWV, zo spoedig mogelijk bij de
bevoegde gemeente een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en
bijstand in.
-3. De in het eerste lid
bedoelde werknemer machtigt het UWV desgevraagd tot het in ontvangst nemen van de gelden die
hij
over de periode waarover voorschotten zijn verleend, ontvangt van degene jegens wie hij zijn
aanspraak naar burgerlijk recht tracht geldend te maken tot ten hoogste het bedrag van de verleende
voorschotten.
-4. De in het eerste lid
bedoelde werknemer machtigt het UWV desgevraagd tot het in ontvangst nemen van de bijstand
ingevolge de Wet werk en bijstand die hij van de in het tweede lid
bedoelde gemeente ontvangt, indien en
voor zover deze bijstand betrekking heeft op de periode waarover voorschotten zijn verleend
tot ten hoogste het bedrag van de verleende voorschotten.
-5. Het UWV kan aan de
betaling van voorschotten als bedoeld in artikel 31 van de
Werkloosheidswet andere voorschriften
verbinden.
§
6.
Samenloop met inkomsten
uit of in verband met arbeid
Art. 10.
Aftrek loon
zonder werken
-1. Onverminderd hetgeen
elders bij of krachtens de Werkloosheidswet is bepaald omtrent
loondoorbetaling wordt op de uitkering geheel
in mindering gebracht loon uit dienstbetrekking dat de werknemer geniet zonder
hiervoor te werken.
-2. Het tweede en zesde lid
van artikel 34 van de Werkloosheidswet
zijn van overeenkomstige toepassing.
§
7.
Slotbepalingen
Art. 11.
Intrekking vorig
reglement
Het Uitkeringsreglement WW 2002 wordt ingetrokken.
Art.
12. Inwerkingtreding
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juni 2008 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele andere wetten
in verband met de evaluatie van deze wet, de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen en deregulering (Kamerstukken II 2007-2008, 31 514,
nr. 2) tot wet is verheven en artikel VI van
die wet in werking treedt, treedt dit besluit,
onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,¹ op hetzelfde tijdstip in
werking. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt
geplaatst, wordt uitgegeven na het in de vorige volzin bedoelde
tijdstip, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt het terug tot en met genoemd tijdstip.
1. Goedkeuring is verleend
bij Besluit van 18 december 2008, Stcrt. 2008, 253, red.
Art.
13. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitkeringsreglement WW 2009.
Amsterdam, 11 november
2008.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[11 november 2008]
Algemeen
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
[hierna: UWV, red.] is op grond van artikel 101
Werkloosheidswet [hierna: WW, red.] verplicht een
uitkeringsreglement vast te stellen. Het vorige uitkeringsreglement
dateerde van 2002. Inmiddels zijn er een
tweetal ontwikkelingen die nopen tot herziening van het vorige
reglement:
- wijziging in de
dienstverlening van UWV als gevolg van het streven de administratieve
lasten van de werknemer te verlichten
en de uitvoering van de WW door UWV te vereenvoudigen;
- de wijziging van de
uitvoeringsorganisatie met ingang van 1 januari 2009 als gevolg van de samenvoeging van de
CWI met het UWV.
De overige wijzigingen zijn
van technische aard.
Artikelsgewijs
Artikel 1.
Begrippen
In artikel 1 wordt een
aantal in het Uitkeringsreglement voorkomende begrippen gedefinieerd.
Strikt genomen is het niet
noodzakelijk aan te geven wat onder "werkgever" en "werknemer"
wordt verstaan, maar voor alle duidelijkheid
is dit wel gebeurd.
Dit artikel introduceert ook
twee voor de uitvoering van de WW nieuwe begrippen: het
wijzigingsformulier en het inkomstenformulier.
Bij de toelichting op artikel 3 zal op deze begrippen nader
ingegaan worden.
Het begrip DigiD is ook
nieuw. UWV onderkent dat de administratieve belasting van zowel de
werknemer als van UWV zelf
wordt verlicht als de werknemer voor zijn gegevensaanlevering gebruik kan maken van internet. Om
elektronische toegang tot de overheid te regelen, is de persoonlijke inlogcode DigiD ontwikkeld.
Als een werknemer met behulp van DigiD gegevens aanlevert aan UWV, zet hij als het ware een
elektronische handtekening. UWV stelt dan ook als voorwaarde bij elektronische
gegevensaanlevering zoals
hier aan de orde, dat de werknemer deze aanlevering doet met behulp van DigiD.
Artikel 2.
Aangifte van
werkloosheid en aanvraag van werkloosheidsuitkering
De in dit artikel opgenomen
bepalingen zijn aanvullende bepalingen op de administratieve
verplichtingen die op de werknemer rusten
krachtens artikel 26, eerste lid, onderdeel
a, b, c en d, van de WW
en zijn van
belang voor de administratieve stroomlijning van het proces van verwerking van de aanvraag.
De werknemer doet aangifte
van werkloosheid en dient een aanvraag voor een uitkering in. De werknemer moet de aanvraag
indienen op een speciaal daartoe beschikbaar gesteld formulier, waarop de gewenste gegevens voor
het beoordelen van het recht op uitkering moeten worden vermeld. De werknemer kan hierbij
kiezen
voor het doen van de aanvraag op papier of elektronisch via internet.
Als de werknemer de aanvraag op
papier doet, wordt verlangd dat hij het aanvraagformulier ondertekent. Als hij de aanvraag
elektronisch doet, moet hij gebruik maken van DigiD.
De werkgever is verplicht UWV
alle informatie te verschaffen over de door
werknemers voor hem verrichte werkzaamheden. In sommige sectoren van het
bedrijfs- en
beroepsleven is de werkgever ook verplicht de werknemer een overzicht
van werkzaamheden te verschaffen. Van de
werknemer moet verlangd kunnen worden de juistheid en volledigheid van de door
werkgever verstrekte gegevens te bevestigen. Het tweede lid verplicht de
werknemer hieraan mee te
werken.
Artikel 3.
Gegevensvertrekking werknemer
De werknemer is verplicht om
tijdens de duur van de uitkering spontaan of op verzoek gegevens te verstrekken die van invloed
kunnen zijn op recht, duur en hoogte van de WW-uitkering.
De werknemer moet hiervoor
gebruik maken van de volgende formulieren: het wijzigingsformulier en het inkomstenformulier.
Op het wijzigingsformulier
geeft hij alle wijzigingen op waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk
moet zijn dat zij van invloed
kunnen zijn op recht, duur en hoogte van de WW-uitkering. Het
wijzigingsformulier moet de werknemer zo spoedig
mogelijk insturen. Door het tijdig insturen van het wijzigingsformulier voldoet
de werknemer aan zijn spontane mededelingsplicht.
Er kan aanleiding zijn om de
werknemer te verzoeken om tot nader order periodiek een
inkomstenformulier te sturen. Hierbij moet
vooral gedacht worden aan werknemers die tijdens een uitkeringsperiode in wisselende omvang werken.
UWV geeft per
inkomstenformulier aan vóór welke datum deze verstuurd moet worden.
Als de werknemer ziek wordt, eindigt
de periode waarover inkomstenformulieren moeten worden ingestuurd niet automatisch. Deze
eindigt pas als het UWV dit aangeeft.
Door het tijdig insturen van
het inkomstenformulier voldoet de werknemer aan zijn verplichting om op verzoek bepaalde gegevens te
leveren. De spontane inlichtingenverplichting blijft echter gelden voor wijzigingen die zich
voordoen en die niet op het inkomstenformulier worden uitgevraagd. Deze
zal de werknemer zo spoedig
mogelijk via een wijzigingsformulier moeten melden.
Ook hier is voorgeschreven
dat de werknemer zowel het wijzigingsformulier als het
inkomstenformulier ondertekent, tenzij hij deze
met behulp van zijn DigiD aanlevert.
Het kan overigens na
inwerkingtreding van dit besluit nog steeds voorkomen dat de werknemer verzocht wordt periodiek een
werkbriefje in plaats van een inkomstenformulier in te leveren. Dit werkbriefje heeft dezelfde
status als het inkomstenformulier, maar wordt verstrekt onder de
benaming werkbriefje.
Artikel 4.
Overige
controlevoorschriften
In dit artikel zijn een
aantal controlemaatregelen die de werknemer moet opvolgen,
geconcretiseerd. Het voorschrift in onderdeel
a om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen, is bedoeld om controle op de naleving van de
verplichtingen van de werknemer mogelijk te maken; daartoe behoren in
elk geval ook de verplichtingen
van de werknemer met betrekking tot activiteiten gericht op
re-integratie. Dat de werknemer verplicht
is op een door UWV aangewezen plaats en tijd
te verschijnen, heeft in dit verband alleen betrekking op
de uit de WW voortvloeiende verplichtingen, zoals bijvoorbeeld de
aanvraag.
De bepaling inzage te
verschaffen in voor recht, hoogte of duur van de uitkering relevante
informatie heeft in elk geval
betrekking op de verificatie van inkomsten en sollicitatieactiviteiten,
waar dit gewenst is.
Aan zijn verplichtingen om
tegen kostprijs kopieën te verstrekken, kan de werknemer ook voldoen
door de desbetreffende documenten
ter beschikking te stellen aan UWV, zodat kopieën kunnen worden vervaardigd. Het begrip
informatie is niet beperkt tot gegevens op papier. Hieronder vallen ook digitale gegevens.
De termijn die de werknemer
verplicht wordt de op het recht op uitkering betrekking hebbende gegevens te bewaren, is in
het tweede lid beperkt tot het eind van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de
gegevens betrekking hebben. Met andere woorden: bewijzen van
sollicitatieactiviteiten verricht op enig moment in
2009 in het kader van de op de werknemer rustende
sollicitatieverplichtingen dienen tot 1 januari 2011
bewaard te blijven.
In het derde lid worden drie
van deze controlevoorschriften, ten behoeve van de uitvoering van de WW, ook van
toepassing verklaard op de werknemer die geen uitkering meer ontvangt. Voor een zorgvuldige
controle kan het noodzakelijk zijn na (tijdelijke) beëindiging van het
recht op uitkering inzage te hebben
in bepaalde gegevens.
Artikel 5.
Melding van
vakantie
Met betrekking tot de
verplichtingen van de werknemer in verband met vakantie is alleen
opgenomen dat de werknemer de vakantie
dient te melden. De werknemer behoeft dan ook geen toestemming van UWV
voor die vakantie.
Afgezien is van de mogelijkheid om vakantie te weigeren wegens het
schaden van kansen op de arbeidsmarkt. Dit, omdat andere bepalingen dit reeds borgen. Te denken
valt aan de bepaling dat de werknemer
voorkomt dat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te
verkrijgen. Dit artikel 5 dient
uitsluitend controledoeleinden.
Met betrekking tot de termijn waarbinnen de werknemer mededeling moet doen van zijn
vakantie
is slechts opgenomen dat de
werknemer dit voor zijn vakantie moet doen. Gelet op deze termijn is het
kenbaar maken van een
beslissing over de gevolgen van het opnemen van de vakantie voor het
recht op WW-uitkering voorafgaande
aan de vakantie niet mogelijk. De werknemer doet er goed aan zich over deze gevolgen aan de
hand van de informatie die beschikbaar is gesteld door UWV een beeld te vormen alvorens met vakantie
te gaan. Een te lange vakantie leidt namelijk tot uitsluiting van het
recht op WW-uitkering over de te
veel opgenomen vakantiedagen. Dit gelet op het bepaalde in artikel 19
van de WW en de daarop gebaseerde
vakantieregeling.
Artikel 6.
Bevoegdheid
uitkering door tussenkomst werkgever
In het eerste lid wordt
omschreven in welke twee situaties toegestaan kan worden dat aangifte
van werkloosheid, aanvraag van
een uitkering en eventuele betaling daarvan, door tussenkomst van de werkgever kan geschieden.
Toestemming wordt alleen verleend als de werknemer nog in dienst is bij de werkgever.
Artikel 7.
Verplichtingen
werkgever
De op de werkgever rustende
administratieve verplichtingen bij uitkering door tussenkomst van de
werkgever zijn in dit
artikel vastgelegd.
Artikel 8.
Sanctie bij
overtreding verplichtingen werkgever
Op grond van dit artikel kan
UWV besluiten bij overtreding daarvan de gedane betalingen geheel of
gedeeltelijk niet te
vergoeden. Als in dat geval reeds een dergelijke vergoeding is gedaan,
wordt deze door UWV teruggevorderd op
grond van het bepaalde in artikel 36 van de WW.
Artikel 9.
Voorwaarden bij
betaling van voorschotten
Deze regeling in de eerste
vier leden ziet op de situatie dat de werknemer over de periode waarover
hij WW-uitkering aanvraagt
(mogelijk) recht heeft op onverminderde loondoorbetaling. Vooralsnog
wordt dit recht echter door de
werkgever niet erkend. Er bestaat dan van rechtswege (mogelijk) geen
recht op WW-uitkering. De
werknemer is alleen gehouden de verplichtingen van dit artikel op te
volgen als UWV expliciet daarom
verzoekt.
Als UWV gebruik maakt van
haar bevoegdheid als bedoeld in het vijfde lid om andere voorschriften
te verbinden aan het verstekken
van een voorschot, deelt UWV deze voorwaarden uiteraard aan de betreffende werknemer mede.
Artikel 10.
Aftrek loon
zonder werken
Het eerste lid ziet op de
situatie dat een werknemer, terwijl hij uitkering ontvangt, loon geniet
uit een dienstbetrekking zonder
daarvoor te werken. Dit is een aanvulling op het bepaalde in artikel
20,
eerste lid, onderdeel b, van de WW (in samenhang met het derde en vierde lid van artikel
20 van de WW).
Als een werknemer, terwijl hij uitkering ontvangt, gaat werken, eindigt
het recht op uitkering over het
aantal uren werkhervatting. Aan deze bepalingen kan alleen toepassing worden gegeven indien er
feitelijk werkzaamheden worden verricht. In de wet is niet voorzien in
de situatie dat een werknemer inkomsten heeft uit een dienstbetrekking zonder dat hij feitelijk
werkzaamheden vervult, behoudens de
regeling op grond van artikel 20, zesde lid, van de
WW waarin uren waarin de
werknemer zonder te werken loon heeft ontvangen, worden gelijk gesteld
met arbeidsuren. Het eerste lid
van artikel 10 maakt anticumulatie in deze gevallen mogelijk.
Deze bepaling zal met name
van belang zijn in situaties waarin de werknemer bij zijn werkgever niet
meer werkt, terwijl de
werkgever nog wel een gedeelte van het loon doorbetaalt, bijvoorbeeld
90% van zijn oude loon. Tijdens
de periode van gedeeltelijke loondoorbetaling kan er dan een recht op WW-uitkering bestaan. Er is
dan immers arbeidsurenverlies en de werknemer heeft zijn recht op onverminderde
loondoorbetaling verloren. Als deze bepaling er niet zou zijn, zou de
werknemer naast het gedeeltelijke loon van
bijvoorbeeld 90% van zijn oude loon aanspraak kunnen maken op een volledige WW-uitkering.
Gelet op het tweede lid
heeft het bovenstaande alleen maar betrekking op loon over dezelfde
periode. Verder is van deze aftrek
uitgezonderd het loon uit een andere dienstbetrekking, terwijl die
andere dienstbetrekking vervuld is
naast de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden.
Artikelen
11, 12 en 13.
Slotbepalingen
Het Uitkeringsreglement 2009
treedt in werking op het moment waarop de regeling in werking treedt die ertoe strekt de
CWI en het UWV samen te voegen. Dit reglement zal ook van toepassing zijn op
werknemers die op die datum
een lopend recht op WW-uitkering hebben.
De voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|