|
BESLUIT van 13 september 1991, houdende
vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel
42,
tiende lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet (Besluit gelijkstelling loondagen Werkloosheidswet)
¹
1. Redactie:
ingevolge artikel VI, onderdeel E, van het Besluit van 2 december 2005, Stb.
2005, 620, is de citeertitel van het onderhavige besluit vervangen door:
Besluit gelijkstelling loondagen Werkloosheidswet en Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 2 mei 1991, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr.
SZ/SVW/2171;
Gelet op op artikel 17b, zevende lid, Werkloosheidswet;
De Raad van
State gehoord (advies van 27 augustus 1991, nr. W.12.91.0263);
Gezien het
nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4
september 1991, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid nr.
SZ/HSV/WR/SVW/91/4283;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
-1. Voor de toepassing van artikel
42, tweede lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid,
aanhef en onder a, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen worden dagen waarover de werknemer:
a. van zijn werkgever geen loon doch vakantiegeld heeft ontvangen;
of
b. tijdens dienstbetrekking vakantiebonnen of daarmee overeenkomende
aanspraken bestemd voor die dagen heeft verkregen;
gelijkgesteld met dagen waarover loon is
ontvangen.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de in
onderdeel b van dat lid bedoelde vakantiebonnen of daarmee overeenkomende
aanspraken bestemd zijn voor dagen waarover recht op uitkering op grond van hoofdstuk
II van de Werkloosheidswet
dan wel hoofdstuk 7 van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen bestaat of over
dagen waarin
dat recht wegens vakantie of het in aanmerking nemen van deze aanspraken wordt
onderbroken.
Art. 2. Voor de toepassing van
artikel 42,
tweede lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid,
aanhef en onder a, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen worden dagen waarover een werknemer geen loon heeft
ontvangen wegens werkstaking of uitsluiting gelijkgesteld met dagen waarover
loon is ontvangen.
Art. 3. -1.
Voor de toepassing van artikel
42, tweede lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet wordt de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige
verzekering op grond van die wet, geacht loon te hebben ontvangen over
tijdvakken waarover premie is betaald.
-2. Voor de toepassing van artikel
15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die is
toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van die
wet geacht loon te hebben ontvangen over tijdvakken waarover premie
is betaald.
-3. Voor de toepassing van artikel
15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt de persoon die was
toegelaten tot de vrijwillige verzekering op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze
wet luidde op de dag voorafgaand aan de dag waarop artikel
15 van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen in werking is getreden, geacht loon te hebben
ontvangen over tijdvakken waarover premie is betaald.
Art.
3a.
Voor de toepassing van artikel
42, tweede lid, onderdeel a, van de
Werkloosheidswet en artikel 15, eerste lid,
aanhef en onder a, van de Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen wordt:
a. de werknemer die uitsluitend als
gevolg van ploegendienst op minder dan vijf dagen per week arbeid
verrichtte, geacht over het tijdvak waarin hij in ploegendienst werkzaam
was, over vijf dagen per week loon te hebben genoten;
b. arbeid in een aaneengesloten
nachtdienst op twee dagen verricht, gerekend als arbeid op één dag;
c. het aantal dagen waarover de
werknemer gemiddeld per werkweek loon heeft genoten, geacht niet meer
dan vijf te bedragen.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking met
ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het
is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1991.
Art. 5. Dit besluit kan worden aangehaald
onder de titel "Besluit gelijkstelling loondagen Werkloosheidswet en Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen".
Art. 6.
Vervallen.
Lasten en bevelen dat
dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad
van State.
's-Gravenhage, 13 september 1991
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
E. ter Veld
Uitgegeven de derde oktober 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|