Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Werkloosheidswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

DAGLOONBESLUIT  WERKNEMERSVERZEKERINGEN
 
 

22 mei 2013, Stb. 2013, 185
Inwerkingtreding: 1 juni 2013
(T.a.v. artt. 15:2 ZW, 17a:3 en 45:2 WW, 13:3 en 58:3 Wet WIA en 14:2 WAO)

 

 

 

 
BESLUIT van 22 mei 2013, houdende regels in verband met het vaststellen van het dagloon op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Dagloonbesluit werknemersverzekeringen)

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 februari 2013, nr. IVV/2013/10006;
     Gelet op de artikelen 15, tweede lid, van de Ziektewet, 17a, derde lid, en 45, tweede lid, van de Werkloosheidswet, 13, derde lid, en 58, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 14, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 april 2013, nr. W12.12.0048/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 mei 2013, nr. 2013-000055455;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. Definities
-1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel n maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft dan wel, indien de werkgever over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald van n maand of vier weken of herleid tot n maand of vier weken;
b. arbeidsongeschikt(heid): arbeidsongeschikt(heid) als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO of volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet WIA;
c. arbeidsurenverlies: het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW;
d. gebroken aangiftetijdvak: een aangiftetijdvak dat deels binnen en deels buiten het refertejaar, bedoeld in artikel 2 of artikel 13, valt;
e. het UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. minimumjeugdloonpercentage: een percentage als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de WML;
g. minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de
WML, gedeeld door 21,75;
h. uitkering: een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA, de WAO of de Wazo;
i. verlof: een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wazo;
j. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
k. WAO-dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de WAO;
l. WAO-vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de WAO;
m. Wazo: Wet arbeid en zorg;
n. Wazo-dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 3:13 van de Wazo;
o. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
p. WIA-dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA;
q. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
r. WML: Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
s. WW: Werkloosheidswet;
t. WW-dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de WW;
u. ziek/ziekte: ongeschikt(heid) tot het verrichten van zijn of haar arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de ZW;
v. ZW: Ziektewet;
w. ZW-dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW.
-2. Voor de toepassing van dit besluit is maandag de eerste dag van de kalenderweek en zijn de eerste vijf dagen van de kalenderweek dagloondagen.

 

 

HOOFDSTUK  2

Bepalingen voor vaststelling van dagloon ZW en WW

 

Art. 2. Refertejaar voor ZW en WW
-1. Onder refertejaar wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van n jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden.
-2. In afwijking van het eerste lid eindigt het refertejaar op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door ontbinding door de kantonrechter, wederzijds goedvinden van partijen of opzegging zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en:
a. de werknemer een schadeloosstelling of vergoeding wegens de beindiging van de dienstbetrekking heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt; en
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen vr het einde van het refertejaar, bedoeld het eerste lid.
-3. Bij het vaststellen van het ZW-dagloon van de persoon wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW eindigt het refertejaar, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geindigd.
-4. Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt het refertejaar, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden, indien het opeenvolgende verlies van arbeidsuren heeft plaatsgevonden in dezelfde dienstbetrekking.

 

Art. 3. Loonbegrip voor ZW en WW
-1. Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in het refertejaar uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden, met dien verstande dat niet onder loon worden begrepen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WW | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x