St-AB.nl

 

 

 
                   

 
vorige

 

WET  OP  DE  ZORGTOESLAG  (Wzt)
x
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

 

 

 
MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
-
Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag
- Regeling vaststelling standaardpremie 2006
- Regeling vaststelling standaardpremie 2007
- Regeling vaststelling standaardpremie 2008
- Regeling vaststelling standaardpremie 2009
- Regeling vaststelling standaardpremie 2010
- Regeling vaststelling standaardpremie 2011
- Regeling vaststelling standaardpremie 2012
- Regeling vaststelling standaardpremie 2013

Vervallen nadere regelgeving:
- Besluit wijziging percentages drempel- en toetsingsinkomen (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
- Ziekenfondswet (vervallen)
- Zorgverzekeringswet

 

 

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 762.
Handelingen II 2004-2005, blz. 2291-2322, 2323-2332, 2336-2365, 2506-2506, 2506-2507.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 762 (A, B, C, D, E, F, G, H, I).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1183-1263, 1301-1304.

Geschiedenis:
Staatsblad 2005, 369Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 691Staatsblad 2006, 547Staatsblad 2007, 490Staatsblad 2007, 540Staatsblad 2008, 516Staatsblad 2009, 356Staatsblad 2009, 486Staatsblad 2011, 111Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2012, 204Staatsblad 2012, 669.

 

 

WET van 16 juni 2005, Stb. 2005, 369, houdende regels inzake de aanspraak op een financiële tegemoetkoming in de premie van een zorgverzekering vanwege een laag inkomen (Wet op de zorgtoeslag). Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb. 2005, 649).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat personen voor wie de premie voor een zorgverzekering in verhouding tot hun inkomen een te zware last vormt, een financiële tegemoetkoming kunnen krijgen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisMvTversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525Stb. 2005, 691Stb. 2009, 356Stb. 2011, 111Stb. 2011, 288Stb. 2012, 204]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is geregeld, verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. zorgverzekering: de schadeverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet;
c. verzekerde: de persoon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, of in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet, vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin hij 18 jaar wordt, met uitzondering van de verzekerde, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van die wet;
d. premie: een premie als bedoeld in afdeling 3.3.1 van de Zorgverzekeringswet;
e. zorgtoeslag: een tegemoetkoming in een premie dan wel in een bestuursrechtelijke premie als bedoeld in artikel 18d of 18e van de Zorgverzekeringswet;
f. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand;
g. de standaardpremie: het op grond van artikel 4 vastgestelde bedrag;
h. de normpremie: de aan de hand van het drempelinkomen en het toetsingsinkomen van de verzekerde berekende premie voor een zorgverzekering in het berekeningsjaar.
-2. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van de draagkracht op basis van het inkomen en het vermogen.

 

Art. 2. [Hoogte zorgtoeslag]  [GeschiedenisMvTversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525Stb. 2007, 540Stb. 2008, 516]
-1. Indien de normpremie voor een verzekerde in het berekeningsjaar minder bedraagt dan de standaardpremie in dat jaar, heeft de verzekerde aanspraak op een zorgtoeslag ter grootte van dat verschil. Voor een verzekerde met een partner wordt daarbij tweemaal de standaardpremie in aanmerking genomen; in dat geval worden de verzekerde en zijn partner voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben.
-2. De normpremie bedraagt een percentage van het drempelinkomen in het berekeningsjaar, vermeerderd met een percentage van het toetsingsinkomen van de verzekerde in dat jaar voor zover dat toetsingsinkomen het drempelinkomen te boven gaat. Voor een verzekerde met een partner wordt daarbij het gezamenlijke toetsingsinkomen in aanmerking genomen.
-3. De percentages worden voor verzekerden met een partner vastgesteld op 5% van het drempelinkomen, vermeerderd met 5% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat en voor een verzekerde zonder partner op 2,7% van het drempelinkomen, vermeerderd met 5% van het toetsingsinkomen voor zover dat boven het drempelinkomen uitgaat. Deze percentages kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. [Bwpdt] [Bpdtz]
-4. In afwijking van het eerste lid bedraagt de aanspraak op een zorgtoeslag voor een verzekerde met een partner die geen verzekerde is 50% van het op grond van het eerste lid berekende bedrag.
-5. In afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde met een partner die niet heeft voldaan aan de voor hem op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet geldende verplichting zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren geen aanspraak op een zorgtoeslag.
-6.
De aanspraak op een zorgtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlijk bepaald.
-7. Bij regeling van Onze Minister kunnen omtrent het bepaalde in het vijfde lid nadere regels worden gesteld.
-8. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

 

Art. 2a. [Vermogenstoets]  [GeschiedenisStb. 2012, 204Stb. 2012, 669]
-1. In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op een zorgtoeslag indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende in het berekeningsjaar meer bedraagt dan €|80 000,00, dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan €|80 000,00. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
-2. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
-3. Indien er aanleiding is om het bedrag, bedoeld in het eerste lid, te verhogen op een andere wijze dan op grond van het tweede lid, wordt het bedrag vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.
-4. Het overeenkomstig het eerste of tweede lid aangepaste bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in het eerste lid.
-5. Indien een verhoging als bedoeld in het derde lid wordt toegepast, vindt deze verhoging plaats nadat het tweede lid toepassing heeft gevonden.

 

Art. 3. [Berekening standaardpremie in buitenland wonende niet-verzekerde]  [Geschiedenisversie 16 juni 2005Stb. 2007, 490Stb. 2007, 540Stb. 2009, 486 + bis]
-1. De standaardpremie voor een persoon als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet is, in afwijking van artikel 4, gelijk aan het met toepassing van dat artikel bepaalde bedrag vermenigvuldigd met het getal dat wordt berekend uit de verhouding tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekeringen in het woonland van deze persoon en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale zorgverzekeringen in Nederland.
-2. Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks uiterlijk in november per land het in het eerste lid bedoelde verhoudingsgetal vastgesteld.
-3. De standaardpremie voor een partner van een persoon als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet wordt overeenkomstig het eerste lid vastgesteld, tenzij deze partner een persoon is als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet.

 

Art. 4. [Nadere regelgeving vaststelling standaardpremie]  [GeschiedenisMvTversie 16 juni 2005Stb. 2006, 547Stb. 2007, 490 + bisStb. 2009, 356]
Onze Minister stelt uiterlijk vijftien dagen voorafgaande aan het berekeningsjaar bij regeling de standaardpremie voor het berekeningsjaar vast die wordt gevormd door de geraamde gemiddelde premie voor een verzekerde voor een zorgverzekering in het berekeningsjaar te vermeerderen met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar verwachting in dat jaar betaalt ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet, met dien verstande dat bij het geraamde gemiddelde bedrag verzekerden die recht hebben op een uitkering als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet, niet worden meegerekend. [Rvs06] [Rvs07] [Rvs08] [Rvs09] [Rvs10] [Rvs11] [Rvs12] [Rvs13]

 

Art. 5. [Uitvoering en financiering]  [GeschiedenisMvTversie 16 juni 2005Stb. 2009, 356Stb. 2011, 111]
-1. De Belastingdienst/Toeslagen is belast met de uitvoering van deze wet.
-2. In afwijking van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen betaalt de Belastingdienst/Toeslagen in opdracht van het College zorgverzekeringen, bedoeld in de Zorgverzekeringswet, de zorgtoeslag of het voorschot op de zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie, bedoeld in artikel 18d of 18e van de Zorgverzekeringswet, aan dat college uit.
-3. De zorgtoeslag komt ten laste van het Rijk.

 

Art. 6. [Evaluatiebepaling]  [Geschiedenisversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525]
Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, in het bijzonder van de bij of krachtens deze wet vastgestelde percentages ter bepaling van de normpremie.

 

Art. 7. [Inwerkingtreding]  [Geschiedenisversie 16 juni 2005]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Ingevolge artikel 3 van het Besluit van 9 december 2005, Stb. 2005, 649, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2006, red.

 

Art. 8. [Citeertitel]  [Geschiedenisversie 16 juni 2005]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de zorgtoeslag.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 juni 2005

 

BEATRIX

 

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst

De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus

 

Uitgegeven de zesentwintigste juli 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x