|
BESLUIT van 23 december 1965, houdende vaststelling van een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de
Ziekenfondswet (Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw)
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid van 1 december 1965,
Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid, Directie Gezondheidszorg,
Hoofdafdeling Gezondheidszorg I, Afdeling MGZ, nr. 130.093;
Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de
Ziekenfondswet;
De Raad van State gehoord (advies van 13 december 1965, nr. 43);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid van 21 december 1965, Directoraat-Generaal van de
Volksgezondheid, Directie Gezondheidszorg, Hoofdafdeling Gezondheidszorg
I, Afdeling MGZ, nr. 131.363;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
Verzekerd is, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel
3 van de
Ziekenfondswet:
a. vervallen;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die op
grond van een uitkeringsregeling wegens werkloosheid of ontslag ter zake
waarvan hij verzekerd was ingevolge onderdeel f, een uitkering
wegens ziekte, zwangerschap of bevalling ontvangt;
e. gedurende ten hoogste achttien maanden, degene die ononderbroken
onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel
e, van de Ziektewet opneemt en direct voorafgaand aan
het verlof verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet.
Als ononderbroken onbetaald verlof worden mede aangemerkt perioden van
onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan één
maand opvolgen;
f. degene die zijn
woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens of anders dan in
aanvulling op de Werkloosheidswet
of de Toeslagenwet
dan wel de voorzieningen en regelingen, bedoeld onder g, x
en aa, een uitkering of wachtgeld ter zake van werkloosheid of
ontslag ontvangt op grond van de arbeidsvoorwaarden verbonden aan de
dienstbetrekking ter zake waarvan hij verzekerd was als
overheidswerknemer in de zin van artikel 1,
onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen dan wel in die hoedanigheid
uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de verplichte
ziekenfondsverzekering geldende loongrens niet verzekerd was.
Met een uitkering als bedoeld in de vorige alinea wordt gelijkgesteld
een overbruggingsuitkering welke aan een gewezen werknemer van de
steenkolenmijnindustrie is toegekend op grond van de regeling inzake
aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de Beschikking
nr. 3-65 van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen
en Staal van 17 februari 1965, welke op 19 april 1967 door de vereniging
"De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg" is vastgesteld;
g. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een uitkering
geniet ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces, mits
hij op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering
wordt toegekend verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
Onder een uitkering ter zake van vervroegde uittreding uit het
arbeidsproces wordt verstaan een uitkering ingevolge een van rijkswege
dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde
regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een
ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces getroffen
regeling voor personen van 55 jaar of ouder waarbij het
uitkeringspercentage op ten minste 70% van het laatstgenoten loon is
vastgesteld;
h. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en de wachtdagen
vervult voor de uitkering van ziekengeld op grond van artikel
46 van de Ziektewet, mits hij op de dag waarop de verzekering
eindigde ter zake waarvan artikel 46 toepassing
vindt verzekerd was op
grond van de Ziekenfondswet;
i. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en ziekengeld
krachtens hoofdstuk
II van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dan wel
arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens hoofdstuk III
van die wet
ontvangt, mits - voor zover de uitkering werd toegekend krachtens hoofdstuk III van
genoemde wet - deze werd berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%;
j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge de
Wet werk en inkomen kunstenaars;
k. degene wiens dienstbetrekking is geëindigd anders dan door opzegging
met inachtneming van de rechtens geldende termijn en die in verband met
de eindiging van die dienstbetrekking recht heeft op inkomsten indien
hij op de dag voorafgaande aan die waarop de dienstbetrekking is
geëindigd verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet,
voor de duur van de bij opzegging rechtens geldende termijn;
l.
degene die werkloos is
en die geen recht heeft op een uitkering ingevolge artikel
16, 17a of
20 van de Werkloosheidswet, en die een vervangende uitkering
ontvangt ingevolge artikel 24C van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het
Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf en die op de dag
voorafgaande aan die met ingang waarvan de vervangende uitkering wordt
toegekend
verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet;
m. gedurende het
kalenderjaar waarop de verklaring ziet, maar uiterlijk tot de eerste dag van de
maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die een verklaring
heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3d,
tweede lid, van de Ziekenfondswet en van wie nadien wordt vastgesteld
dat hij over het jaar waarop
de verklaring ziet niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in
artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet,
tenzij de afgifte van de
verklaring het gevolg is van het feit dat deze persoon de
rijksbelastingdienst of het ziekenfonds ten onrechte niet heeft gemeld dat hij niet langer
voldoet aan de voorwaarden van artikel 3d,
eerste lid, van de Ziekenfondswet.
n. degene die hier te lande zijn woonplaats heeft en wiens
medeverzekering als bedoeld in artikel
4 van de
Ziekenfondswet een einde heeft gevonden door het overlijden
van degene op wiens verzekering de medeverzekering steunde, gedurende
een aaneengesloten periode van zes weken te rekenen van de dag af waarop
het recht op medeverzekering een einde nam;
o. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft, in werkelijke
militaire dienst is ingevolge de Wet
voor het reservepersoneel der krijgsmacht en die langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke
militaire dienst is of geacht kan worden te zullen verblijven, mits één
of meer personen ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel
4 van de
Ziekenfondswet op grond van zijn verzekering in aanmerking
komen voor medeverzekering;
p. degene die behoort tot één of meer door Onze Minister en door
Onze
Minister van Defensie aan te wijzen groepen van personen die kunnen
worden geacht niet langer dan 100 dagen onafgebroken in werkelijke
militaire dienst te zullen verblijven;
q.
1. tot de eerste dag van de
maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene van
55 jaar of ouder die zijn woonplaats hier te lande heeft en die tengevolge van bedrijfsbeëindiging niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld
in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, indien hij
op de dag voorafgaande aan die waarop die verzekering tengevolge van
bedrijfsbeëindiging is geëindigd verzekerd is op grond van artikel
3d,
eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onder bedrijfsbeëindiging wordt
verstaan het geheel staken van de onderneming en het in verband daarmee
niet langer genieten van winst uit onderneming als bedoeld in
artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet.
De verzekering vangt aan met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar
volgend op het kalenderjaar
waarin de verzekering ingevolge artikel 3d, eerste lid, van
de Ziekenfondswet eindigt. De verzekering eindigt op het tijdstip
waarop betrokkene weer verzekerd wordt ingevolge artikel
3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
2. voor de verzekerde,
bedoeld in het eerste lid, verstrekt de inspecteur van de rijksbelastingdienst
bij voor bezwaar vatbare beschikking een verklaring waaruit blijkt
dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden;
3. artikel 76 van de Ziekenfondswet
is van overeenkomstige toepassing;
r. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van
65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die
een pensioen geniet, berekend naar een invaliditeit van ten minste 45%,
dat is toegekend of geacht wordt te zijn toegekend ingevolge de bij of
krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen. Onder pensioen wordt ten deze niet verstaan het
ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen
vastgestelde bepalingen toegekende uitgestelde
pensioen of het dienovereenkomstige pensioen dat geacht wordt krachtens
die wet te zijn toegekend;
s. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en wiens verplichte
verzekering op grond van de Ziekenfondswet
is geëindigd, zulks indien hij wacht op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van verplichte verzekering
ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits en voor
zolang het ziekenfonds waarbij hij staat ingeschreven het aannemelijk
acht dat hem die arbeidsongeschiktheidsuitkering zal worden toegekend,
doch gedurende ten hoogste dertien weken;
t. tot de eerste dag van de maand waarin betrokkene de leeftijd van 65
jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een
pensioen geniet ten laste van de pensioenkas van de Stichting
"Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in
Limburg", mits hij op 31 december 1972 lid was van het Algemeen
Ziekenfonds van voornoemde Stichting en hij, bij pensionering na
laatstgenoemde datum, in aansluiting aan zijn actief lidmaatschap van
genoemde pensioenkas in het genot van pensioen is gesteld. De in de
vorige volzin bedoelde gepensioneerde die op 31 december 1972 op grond
van een dienstverhouding buiten het mijnbedrijf als verplicht verzekerde
bij een ander ziekenfonds was ingeschreven, wordt niettemin voor de
toepassing van de vorige volzin geacht op dat tijdstip lid te zijn
geweest van voornoemd Algemeen Ziekenfonds;
u. gedurende de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen bedoelde wachttijd, degene die, indien hij op de dag
voorafgaande aan die waarop die bepaling op hem van toepassing werd
verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet;
v. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een toelage
ontvangt krachtens artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
w. vervallen;
x.
1. tot de eerste dag van de
maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die
algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 20 of 21 van de
Wet werk en bijstand;
2. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van
65 jaar bereikt, degene die algemene bijstand ontvangt met toepassing
van artikel 23 van de Wet werk en
bijstand;
y. degene wiens bijstand op
grond van artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en
bijstand tot €|0,00
is verlaagd;
z. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die met ingang van
een dag gelegen op of na de dag van inwerkingtreding van de Wet op de
toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 in het genot is gesteld van een
uitkering ter zake van vervroegde pensionering en die op de dag
voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering wordt toegekend
verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
Onder een uitkering ter zake van vervroegde pensionering wordt verstaan
een uitkering ter zake van pensionering vóór de 65-jarige leeftijd
ingevolge een pensioenregeling die ten doel heeft de verzorging van
werknemers en gewezen werknemers bij ouderdom;
aa. tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van
65 jaar bereikt, degene die zijn woonplaats hier te lande heeft en die
een uitkering ontvangt krachtens de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers dan wel de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen;
bb. degene van 65 jaar of ouder die algemene bijstand ontvangt met
toepassing van de artikelen 22 of 23 van de
Wet werk en bijstand;
cc. vervallen;
dd. vervallen;
ee. vervallen;
ff. degene die zijn woonplaats hier te lande heeft, jonger dan 18 jaar
is en een financiële bijdrage
ontvangt voor het deelnemen aan een voorziening, waaronder begrepen sociale
activering, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel
7, eerste
lid, onderdeel a, van de Wet werk en
bijstand, voor
zover hij uit hoofde
daarvan niet als werknemer in de zin van de Ziektewet wordt aangemerkt.
gg. vervallen;
hh. vanaf de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd
van 65 jaar bereikt, degene die hier te lande woonachtig is en die op de
laatste dag van de daaraan voorafgaande maand op grond van een door
Nederland met één of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale
zekerheid of op grond van een verordening van de Raad van de Europese
Unie dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
als gezinslid aanspraak kon doen gelden op de in beginsel ten laste van
een orgaan van een andere verdragsstaat respectievelijk van een andere
lidstaat van de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte
door een Nederlands ziekenfonds te verlenen verstrekkingen, tenzij
ingevolge de desbetreffende verdragsbepalingen het recht op medische
zorg als gezinslid bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet wordt
beëindigd;
ii.
1. tot de eerste dag van de
maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de
vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel
8, onderdeel f tot en met k, van de Vreemdelingenwet
2000 en die
werknemer is in de zin van de Ziektewet
en wiens loon niet meer bedraagt dan het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet genoemde bedrag;
2. de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, blijft verzekerd indien hij
uit hoofde van het verrichten van arbeid als bedoeld in het eerste lid
recht heeft op betaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek of recht heeft op een
uitkering op grond van de Ziektewet,
de Werkloosheidswet of
de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede indien de
arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken als gevolg
van betaald verlof, staking of uitsluiting;
3. met ingang van de eerste dag van de maand waarin betrokkene de
leeftijd van 65 jaar bereikt, de in het eerste subonderdeel bedoelde
vreemdeling die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand
ingevolge subonderdeel 1 of 2 verzekerd was;
jj.
1. tot de eerste dag van de
maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, de in
Nederland wonende vreemdeling die na rechtmatig in Nederland verblijf te
hebben gehouden in de zin van artikel
8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet
2000:
- vóór de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om
voortgezette toelating, of
- binnen de termijn, genoemd in artikel
69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
2000, of, buiten die
termijn, ingeval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden,
bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de
toelating in de zin van artikel
8, onderdeel a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet
2000, en
die op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan hij niet langer
rechtmatig in Nederland verblijf hield in de zin van artikel
8, onderdeel a tot en met e en I, van de Vreemdelingenwet
2000 verzekerd
was op grond van de Ziekenfondswet,
zolang en voor zover betrokkene het loon of de uitkering waarop de
ziekenfondsverzekering steunde blijft ontvangen;
2. met ingang van de eerste dag van de maand waarin betrokkene de
leeftijd van 65 jaar bereikt, de in het eerste subonderdeel bedoelde
vreemdeling die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand
ingevolge dat subonderdeel verzekerd was;
3. de verzekering op grond van subonderdeel 1 of 2 eindigt zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist,
of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting
ingevolge de Vreemdelingenwet
2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te
blijven;
kk. degene die niet in Nederland woont en een periodieke uitkering
ontvangt ingevolge artikel
4, eerste of vierde lid, of artikel
5 van de Remigratiewet, indien betrokkene met toepassing van een
verordening van de Raad van de Europese Unie of een door Nederland met
één of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid, in
de staat op het grondgebied waarvan hij woont recht kan doen gelden op
verstrekkingen die hem in beginsel worden verleend ten laste van de
middelen van de ziekenfondsverzekering en:
1. de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt; dan wel
2. 65 jaar of ouder is.
Art. 2.
-1. Artikel 1, onderdeel e, k,
u en bb, is niet van toepassing op degene die
op grond van enige andere bepaling verzekerd ingevolge de
Ziekenfondswet is.
-2. Het bepaalde in artikel 1,
onderdeel f, is niet van toepassing indien het overeengekomen
vaste loon in geld waarnaar de uitkering of het wachtgeld is berekend,
dan wel - zodra gedurende 26 weken uitkering werd ontvangen - indien het
bruto ongekorte uitkeringsbedrag, herleid op jaarbasis, meer bedraagt
dan het in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet genoemde bedrag.
Tot het bruto ongekorte uitkeringsbedrag wordt mede gerekend de toeslag
ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing
van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en
arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel,
onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb.
1984, 657).
-3. Vervallen.
-4. Artikel 1, onderdeel o, p en
r, is niet van toepassing op degene wiens
bezoldiging of pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van
de vergoeding in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen wegens het verschuldigd zijn van een
premie krachtens een algemene pensioenwet en van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20
december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van
ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor
overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen
personeel (Stb. 1984, 657), meer bedraagt dan het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet genoemde bedrag per
jaar.
Daarbij wordt het over één of meer gedeelten van een jaar genotene op
jaarbasis herleid en wordt tot het einde van een kalenderjaar geen
rekening gehouden met wijzigingen van de bezoldiging en de uitkering
welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of
hebben plaatsgevonden.
-5. Het bepaalde in artikel 1, onderdeel t, is niet van toepassing op
degene
die een pensioen ten laste van de pensioenkas van de Stichting
"Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg"
geniet, indien de pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip
van de vergoeding, bedoeld in artikel 55 van het Reglement voor het
Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg, op
jaarbasis meer bedraagt dan het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet genoemde bedrag.
Daarbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden
met wijzigingen van de pensioenuitkering welke na 1 november van het
voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
-6. Het bepaalde in artikel 1, onderdeel v, is niet van toepassing op:
a. degene die een toelage ontvangt indien 70% van zijn dagloon ingevolge
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel van zijn dagloon
krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen - herleid
tot jaarloon - meer bedraagt dan het in artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet genoemde bedrag,
tenzij hij op de dag voorafgaande aan die waarop dit het geval is,
verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet.
Hierbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden
met wijzigingen van het dagloon welke na 1 november van het
voorafgaande jaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden;
b. degene die een toelage ontvangt welke minder dan 35% bedraagt van de
grondslag waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop hij recht
heeft dan wel recht zou hebben indien hij voor toekenning van zulk een
uitkering in aanmerking zou komen, is of zou zijn berekend, tenzij hij
op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan de toelage wordt
toegekend verzekerd was op grond van de verplichte verzekering ingevolge
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
-7. Vervallen.
-8. Artikel 1, onderdeel i, voor zover dit betrekking heeft op degene die een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, alsmede onder n, r,
t en v,
is niet van toepassing op degene die deelneemt dan wel op de dag
voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering of pensioen
ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor
ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onderdeel b, van de
Ziekenfondswet.
-9. Artikel 1, onderdeel g, s,
x, z, aa en bb, is niet van toepassing op
degene die deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling
voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onderdeel b, van de
Ziekenfondswet.
-10. Onze Minister
kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen aanwijzen op wie
artikel 1, onderdeel r, niet van toepassing is.
-11. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen, behorende tot de in
artikel 1, onderdeel r, bedoelde personen, aanwijzen die, indien zij de
wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd worden ingevolge de Ziekenfondswet.
In hetgeen verder met betrekking tot de vorige volzin regeling behoeft,
wordt voorzien door Onze Minister.
-12. Artikel 1, onderdeel x, subonderdeel 1, is niet van toepassing indien de in dat
subonderdeel bedoelde
uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand betrekking heeft op de
premie voor een particuliere ziektekostenverzekering, dan wel wordt verleend aan
een zelfstandige als bedoeld in artikel
1, onderdeel b, van het Besluit
bijstandverlening zelfstandigen 2004.
-13. Artikel 1, onderdeel z, is niet van toepassing op degene die uitsluitend
een uitgesteld vervroegd pensioen ontvangt. Onder een uitgesteld
vervroegd pensioen wordt verstaan een vervroegd pensioen uit een
dienstbetrekking die niet onmiddellijk voorafgaande aan de dag van
ingang van dat pensioen is geëindigd. Voor de toepassing van de vorige
volzin wordt de dienstbetrekking geacht voort te duren zolang en voor
zover in het tijdvak gelegen tussen de beëindiging van de
dienstbetrekking en de ingangsdatum van het vervroegde pensioen, in
verband met de beëindiging van bedoelde dienstbetrekking een uitkering
op grond van een socialeverzekeringswet dan wel een uitkering als
bedoeld in artikel 1, onderdeel g of aa, is toegekend.
-14. Artikel 1, onderdeel hh, is niet van toepassing op degene die in het
tijdvak van vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij
de leeftijd van 65 jaar bereikt, minder dan drie jaar verzekerd was
ingevolge de Ziekenfondswet,
dan wel rechthebbende was op verstrekkingen ingevolge de wettelijke regeling
van één of meer andere staten waarmee Nederland een verdrag inzake
sociale zekerheid heeft gesloten of van één of meer andere lidstaten van
de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte. Voor zover
voor de vaststelling van de in de eerste volzin bedoelde periode nodig,
worden de tijdvakken gedurende welke betrokkene aanspraken had op grond
van de in die volzin bedoelde wettelijke regelingen samengeteld, voor
zover deze tijdvakken niet samenvallen. Onze Minister kan bepalen
dat door hem aangewezen categorieën van personen als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel hh, niet behoeven te voldoen aan de in de eerste
volzin bedoelde voorwaarde.
-15. Artikel 1 is niet van toepassing op degene die recht heeft op
medische zorg krachtens een regeling van een op grond van artikel
3, eerste lid, onderdeel d, dan wel artikel
14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding
en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 aangewezen
volkenrechtelijke organisatie.
-16. Het bepaalde in artikel 1 is, tenzij anders bepaald,
niet van
toepassing op degene die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
-17. Artikel 1, onderdeel kk, is niet van toepassing op degene die op de
dag vóór de inwerkingtreding van de Remigratiewet
is geremigreerd.
Art. 2a.
Waar ingevolge dit besluit voor de verzekering als voorwaarde wordt
gesteld dat betrokkene zijn woonplaats hier te lande heeft, is deze
voorwaarde niet van toepassing op degene die buiten het Rijk woont op
het grondgebied van een staat waar hij hetzij krachtens verordening
van de Raad van de Europese Gemeenschappen, hetzij krachtens een
verdrag recht heeft op verstrekkingen welke in beginsel worden
verleend ten laste van de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet.
Art. 3.
-1. Vervallen.
-2. Degene die belast is met de
uitkering van wachtgeld, rente, pensioen of enige andere uitkering
als bedoeld in de artikelen 1, 15 en
15a wordt mede voor de
toepassing van artikel
5 van de
Ziekenfondswet beschouwd als werkgever van degene aan
wie het wachtgeld, de rente, het pensioen of enige andere uitkering
als vorenbedoeld is toegekend.
-3. Degene die belast is met de
uitkering van pensioen of enige uitkering aan de persoon, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, onderdeel b en c, van de
Ziekenfondswet, wordt, voor
zover deze met de inhouding van ziekenfondspremie is belast, mede
voor de toepassing van artikel
5 van de
Ziekenfondswet beschouwd als werkgever van degene aan
wie het pensioen of de uitkering, als vorenbedoeld, is toegekend.
-4. Degene die de bijstand
van de persoon, bedoeld in artikel 1, onderdeel y, heeft verlaagd, wordt voor
de toepassing van artikel 5 van de Ziekenfondswet als diens werkgever
beschouwd.
Art. 3a.
Waar in het vervolg van dit besluit regelen worden gesteld krachtens
welke een procentuele premie wordt geheven, gelden deze regelen
onverminderd hetgeen bij of krachtens artikel 16a
omtrent de daar bedoelde nominale premie is bepaald.
Art. 3b.
Bij de premieheffing ingevolge dit besluit over uitkeringen en
pensioenen, niet zijnde loon als bedoeld in artikel 3,
vijfde lid, van de
Ziekenfondswet, wordt geen
premie geheven over:
a. bedragen die worden
ingehouden als verplichte bijdrage ingevolge een
pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding;
b. eenmalige uitkeringen en
verstrekkingen ter zake van overlijden;
c. uitkeringen en
verstrekkingen tot dekking van op de uitkerings- of
pensioengerechtigde drukkende kosten ter zake van ziekte,
invaliditeit en bevalling;
d. geschenken ter gelegenheid
van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een
jubileum van de inhoudingsplichtige, dan wel de verjaardag en
andere persoonlijke feestdagen van de uitkerings- of
pensioengerechtigde, voor zover de waarde daarvan een bedrag van
€|35,00 per jaar niet overtreft;
e. een tegemoetkoming in de
voor rekening van de vervroegd gepensioneerde komende ziekenfondspremie tot ten hoogste het
bedrag dat
overeenstemt met het werkgeversdeel dat verschuldigd zou zijn als de uitkering als loon zou
worden aangemerkt.
Art. 4.
Vervallen.
Art. 4a.
-1. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in artikel 1, onderdeel d, wordt over de uitkering een premie
geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering is van overeenkomstige toepassing.
-3. Voor de toepassing van dit artikel
is het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet alsmede het bepaalde in
het derde, vierde en vijfde lid van dat artikel van overeenkomstige
toepassing, waarbij de uitkering, bedoeld in het eerste lid, als
loon wordt aangemerkt en het orgaan dat de uitkering doet als
werkgever wordt beschouwd.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen
voorschriften worden gegeven met betrekking tot de vaststelling, de
invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
Art. 5.
-1. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in artikel 1, onderdeel f, wordt van de uitkering en het
wachtgeld welke de verzekerden hebben genoten in het tijdvak
waarover de betaling loopt, een premie geheven tot het krachtens het
eerste lid van artikel
15 van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage. Daarbij wordt
in voorkomend geval mede als uitkering of wachtgeld aangemerkt de
toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984,
houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings-
en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel,
onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel (Stb.
1984, 657).
-2. Voor de toepassing van dit artikel
is het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet alsmede het bepaalde in
het derde, vierde en vijfde lid van dat artikel van overeenkomstige
toepassing, waarbij het orgaan dat de uitkering of het wachtgeld
verleent als werkgever wordt beschouwd en de uitkering en het
wachtgeld als loon worden aangemerkt.
Artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering is
van overeenkomstige toepassing.
Art. 5a.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, wordt van de
uitkering ter zake van vervroegde uittreding, de vakantie-uitkering
daaronder begrepen, een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Bij ministeriële regeling van Onze Minister
kan worden bepaald dat bij de premieberekening een
daarbij aan te geven deel van de uitkering of de vakantie-uitkering
buiten beschouwing blijft.
-3. Indien de uitkering niet of
slechts ten dele wordt uitbetaald wegens samenloop met andere
inkomsten, wordt de uitkering voor de toepassing van dit artikel
geacht ten volle te worden uitbetaald, tenzij de uitkering niet of
slechts ten dele wordt uitbetaald wegens samenloop met loon of
uitkering waarover reeds krachtens een andere bepaling premie voor
de ziekenfondsverzekering verschuldigd is.
-4. Voor de toepassing van dit artikel
is van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel
9, tweede
lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.
-5. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, en artikel
15, derde, vierde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet zijn van
overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat de uitkering doet, wordt
als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
In afwijking van artikel
15, derde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet stort de
Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel,
bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP, de in het eerste lid bedoelde
premie rechtstreeks in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet.
-6. Indien de uitkering wordt gedaan
door de werkgever bij wie degene, bedoeld in artikel
1, onderdeel g, vóór
de uittreding in dienstbetrekking was, is het vijfde lid van
overeenkomstige toepassing.
-7. Onze Minister kan voorschriften
geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de
afdracht en de verantwoording van de premie.
Art. 6.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, die in het genot zijn
van een ziekengeld krachtens hoofdstuk II of een uitkering krachtens
hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen, wordt van het ziekengeld onderscheidenlijk de uitkering
een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, alsmede artikel
15, derde, vierde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet en artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat het ziekengeld
onderscheidenlijk de uitkering verleent, wordt als werkgever
beschouwd. Het ziekengeld wordt als loon aangemerkt.
-2. Een toeslag ingevolge de Toeslagenwet,
genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, wordt tot het
ziekengeld gerekend.
-3. Als uitkering worden tevens
aangemerkt een toeslag ingevolge de Toeslagenwet
en aanspraken krachtens een andere wettelijke regeling waarmee bij
de vaststelling van het bedrag van de uitkering rekening werd
gehouden, voor zover over het bedrag van die aanspraken niet reeds
premie wordt geheven.
-4. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stort de premie in de Algemene Kas, bedoeld
in artikel 1q van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven
met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en
de verantwoording van de premie.
Art. 7.
-1. Een verzekerde als bedoeld in artikel
1, onderdeel e, is naast de jaarlijkse nominale premie, bedoeld
in artikel 16a, eerste lid, een premie verschuldigd die op een door
Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
tezamen te bepalen bedrag wordt vastgesteld. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
-2. De in het eerste lid bedoelde
premie wordt bij de verzekerde geïnd door het ziekenfonds waarbij
hij staat ingeschreven.
-3. Als werkgever wordt beschouwd de
werkgever bij wie de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, op de
datum van aanvang van het onbetaald verlof in dienstbetrekking was.
Art. 8. Vervallen.
Art. 9.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de
Ziekenfondswet, voor zover zij
recht hebben op een uitkering ingevolge de Algemene
nabestaandenwet,
wordt een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
De premie wordt per maand berekend over de uitkering met inbegrip
van de vakantie-uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft
krachtens de Algemene nabestaandenwet, onder toepassing van artikel
18 van die wet. Indien de uitkering slechts ten dele wordt toegekend
in verband met samenloop met een uitkering ingevolge de sociale
wetgeving van een andere mogendheid, wordt de uitkering voor de
vaststelling van de verschuldigde premie geacht ten volle te worden
uitbetaald.
-2. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet is van overeenkomstige
toepassing. De Sociale verzekeringsbank wordt als werkgever
beschouwd.
-3. De Sociale verzekeringsbank houdt
de door de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in
op de uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de
Algemene nabestaandenwet.
-4. De Sociale verzekeringsbank stort
de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven
met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en
de verantwoording van de premie.
Art. 10.
Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onderdeel h,
n, s
en u, is alleen een nominale premie verschuldigd als bedoeld in
artikel 16a.
Art. 10a.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, wordt van de
uitkering die zij hebben genoten in het tijdvak
waarover de betaling loopt een premie geheven tot een door Onze Minister
en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
tezamen te bepalen percentage. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
-2. Het bepaalde krachtens artikel
15, derde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet is van
overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat de uitkering doet, wordt
als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
-3. Onze Minister kan voorschriften
geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de
afdracht en de verantwoording van de premie.
-4. De ingevolge het
eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien na
de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in
artikel 16 van de
Wet werk en inkomen kunstenaars, de verleende uitkering,
bedoeld in artikel 15 van die
wet, geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.
Art. 10b.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, geschiedt de
procentuele premiebetaling door betaling ineens van een jaarlijks
door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid vast te stellen bedrag, welk bedrag gebaseerd is op
de geschatte opbrengst aan procentuele premie van de betreffende
categorie van verzekerden indien zij een loongerelateerde uitkering
zouden hebben ontvangen.
-2. Als werkgever van de verzekerde,
bedoeld in artikel 1, onderdeel k, wordt beschouwd de werkgever bij wie
de verzekerde op de dag voorafgaande aan de eindiging van zijn
dienstbetrekking in dienstbetrekking stond.
Art. 10c.
-1. Degenen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel l, zijn over de uitkering een premie verschuldigd tot het
krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswet
vastgestelde
percentage.
-2. Artikel 9, tweede lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering is van overeenkomstige
toepassing, waarbij de uitkering, bedoeld in het eerste lid, als loon wordt
aangemerkt.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel is het bepaalde krachtens artikel
15, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet
van overeenkomstige toepassing, waarbij de
uitkering, bedoeld in het eerste lid, als loon wordt aangemerkt en het orgaan dat
de uitkering doet als werkgever wordt beschouwd.
-4. Onze Minister kan
voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de
invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
Art. 11.
-1. Onze Minister
en Onze Minister van
Defensie stellen de premie vast, verschuldigd voor de verzekering
van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onderdeel o en p.
-2. Onze beide voornoemde Ministers
stellen daarbij tevens vast naar welke regelen de premie wordt
berekend, wie de premie verschuldigd is en welk orgaan deze int.
Hierbij kunnen voorschriften worden gegeven ten aanzien van de
vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van
de premie. Voorts kan voor één of meer van de hier bedoelde groepen
worden bepaald dat de premiebetaling zal geschieden door betaling
ineens van een jaarlijks door Onze Minister en Onze Minister van
Defensie vast te stellen bedrag.
Art. 11a.
-1. De verzekerde, bedoeld in artikel
1, onderdeel m of onderdeel q, is premie verschuldigd overeenkomstig het in artikel
15a, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage
over het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid, van de
Ziekenfondswet.
-2. Voor de toepassing van het eerste
lid wordt ten aanzien van degene die krachtens artikel
1, onderdeel m of
onderdeel q,
verzekerd is en die tevens ingevolge artikel
3 van de
Ziekenfondswet verzekerd is, de reeds uit hoofde van artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet betaalde procentuele premie in mindering
gebracht tot maximaal de ingevolge het eerste lid verschuldigde
premie.
-3. Artikel 15a, tweede,
derde, vijfde en zesde lid, van de Ziekenfondswet
zijn van overeenkomstige toepassing.
-4. De ontvanger van de rijksbelastingdienst
stort de ingevolge dit artikel ontvangen
bedragen in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet.
Art. 11b.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, wordt van het uit te
betalen pensioen een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid
wordt mede als uit te betalen pensioen aangemerkt:
a. de bestanddelen van het pensioen
ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ter zake van ziekten of gebreken, de
invaliditeitsverhoging, de bijzondere invaliditeitsverhoging, de
tropenverhoging, de overlijdensuitkering, de aanpassing aan algemene
bezoldigingswijzigingen en de toeslag op het pensioen ter zake van
ziekten of gebreken beneden de leeftijd van 65 jaar;
b. de toeslag, bedoeld in artikel 10
van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van
uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en
arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel,
onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel.
-3. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet en artikel 9, tweede lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
is van overeenkomstige
toepassing. Onze Minister van Defensie wordt als werkgever beschouwd
en het pensioen wordt als loon aangemerkt.
-4. Onze Minister
van Defensie houdt
de door de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in
op het pensioen.
-5. De in het vierde lid bedoelde
minister stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene
Kas, bedoeld in artikel 1q van de
Ziekenfondswet. Onze Minister
en Onze Minister van
Defensie tezamen kunnen voorschriften geven met betrekking tot de
vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van
de premie.
Art. 12.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel t, wordt van het
pensioen, de vakantie-uitkering daaronder begrepen, een premie
geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Indien het pensioen slechts ten
dele wordt uitbetaald wegens samenloop met wettelijke uitkeringen
dan wel in verband met samenloop met uitkeringen ingevolge de
sociale wetgeving van een andere mogendheid, wordt het pensioen voor
de toepassing van het eerste lid geacht ten volle te zijn uitbetaald, voor zover over het bedrag van die aanspraken niet reeds
premie wordt geheven.
-3. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet en artikel 9, tweede lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
zijn van overeenkomstige
toepassing. Het orgaan dat de pensioenuitkering doet, wordt als
werkgever beschouwd en het pensioen wordt als loon aangemerkt.
-4. Het orgaan dat de
pensioenuitkering doet, houdt de door de verzekerde ingevolge dit
artikel verschuldigde premie in op het pensioen.
-5. Het in het vierde lid bedoelde
orgaan stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene
Kas, bedoeld in artikel 1q van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven
met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en
de verantwoording van de premie.
Art. 12a.
-1. Voor de verzekering op grond van
de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen dan wel de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van degenen,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de
Ziekenfondswet, alsmede voor de
verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onderdeel v, wordt van de
uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering welke de verzekerde
heeft genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie
geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Voor de toepassing van het eerste
lid worden mede als uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering
aangemerkt de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel
26 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
artikel
22 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten,
de toelage, bedoeld in artikel
58, eerste en derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet,
de toeslag op grond van de Toeslagenwet,
alsmede het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering of
genoemde vakantie-uitkering wordt beperkt in verband met samenloop
met een uitkering op grond van de sociale wetgeving van een andere mogendheid.
-3. Voor de toepassing van dit artikel
is het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet van overeenkomstige
toepassing, waarbij het orgaan dat de
arbeidsongeschiktheidsuitkering doet als werkgever wordt beschouwd.
-4. Voor de toepassing van dit artikel
is artikel 9, tweede en tiende lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering van overeenkomstige toepassing.
Voor een verzekerde die tevens verzekerd is krachtens artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van de
Ziekenfondswet uit hoofde van
een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een verplichte
verzekering ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden voor de toepassing van de
vorige volzin de uitkeringen, bedoeld in dit artikel, samengeteld.
-5. Het orgaan dat de
arbeidsongeschiktheidsuitkering doet, houdt de door de verzekerde
ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op de uitkering.
-6. Het in het vijfde lid bedoelde
orgaan stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene
Kas, bedoeld in artikel 1q van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven
met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en
de verantwoording van de premie.
-7. Voor de toepassing van het eerste
lid wordt ten aanzien van degene die naast een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de sociale wetgeving van
een andere mogendheid met toepassing van Verordening (EEG) nr.
1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van
de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen,
alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap
verplaatsen (PbEG L 149), of een door Nederland met één of meer
andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid een
aanvullende uitkering ingevolge de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ontvangt, de
som van de uitkering ingevolge de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de sociale wetgeving van
die andere mogendheid als grondslag voor de berekening van de
verschuldigde ziekenfondspremie aangemerkt.
Art. 12b.
Vervallen.
Art. 13.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in de artikelen 1, onderdeel x, subonderdeel 1,
aa en ff, en 15c, eerste lid, wordt van de uitkering
onderscheidenlijk vergoeding, herleid tot een brutobedrag, die zij
hebben genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie
geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede lid, en artikel
15, derde, vierde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet zijn van
overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat de uitkering doet, wordt
als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
-3. Onze Minister
kan voorschriften
geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de
afdracht en de verantwoording van de premie.
-4. De ingevolge het eerste lid
afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien de in de
vorm van een geldlening als bedoeld in artikel 50 van de Wet werk en
bijstand verstrekte bijstand wordt afgelost.
Art. 13a.
-1. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in de artikelen 1, onderdeel x, subonderdeel 2, en
15c, tweede lid,
is door de werkgever een door Onze Minister
vast te stellen premie verschuldigd, welke wordt gebaseerd op de landelijk gemiddelde
jaarlijkse kosten van een ziekenfondsverzekerde. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
-2. Voor de toepassing van dit artikel
is artikel
15, derde en vijfde lid, van de
Ziekenfondswet van
overeenkomstige toepassing.
-3. Onze Minister kan voorschriften
geven met betrekking tot de invordering, de afdracht en de
verantwoording van de premie.
Art. 13b.
Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel
1, onderdeel
y,
wordt geen premie geheven.
Art. 13c.
-1. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in artikel 1, onderdeel kk, subonderdeel 1, wordt over de bruto
periodieke uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft ingevolge artikel
4, eerste of vierde lid, of ingevolge artikel
5 van de Remigratiewet, een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, eerste volzin, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage. Indien de periodieke uitkering slechts ten
dele wordt uitbetaald wegens samenloop met wettelijke uitkeringen,
wordt de uitkering voor de vaststelling van de verschuldigde premie
geacht ten volle te zijn uitbetaald, voor zover over het bedrag van
die andere wettelijke uitkeringen niet reeds premie wordt geheven.
-2. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in artikel 1, onderdeel kk, subonderdeel 2, wordt over de bruto
periodieke uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft ingevolge artikel
4, eerste of vierde lid, of artikel
5 van de Remigratiewet, een premie geheven tot het krachtens
artikel 14, tweede lid, vastgestelde percentage. De tweede volzin
van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
-3. Het bepaalde krachtens artikel
15, tweede en vierde lid, van de
Ziekenfondswet is van
overeenkomstige toepassing. De Sociale verzekeringsbank
wordt als
werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
-4. De Sociale verzekeringsbank houdt
de voor de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in
op de uitkering.
-5. De Sociale verzekeringsbank stort
de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q, eerste lid, van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan
voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de
invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
-6. De ingevolge dit artikel
afgedragen premie wordt niet teruggevorderd van de Algemene Kas
indien de periodieke uitkering, anders dan in verband met
overlijden, ten volle wordt teruggevorderd.
Art. 14.
-1. Degenen, bedoeld in de artikelen
1, onderdeel bb, hh, ii, subonderdeel 3, jj,
subonderdeel 2, en kk, subonderdeel 2, 15b
en 15c,
derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en in
artikel 3c van de
Ziekenfondswet, zijn een premie verschuldigd over het
ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering waarop zij
aanspraak hebben krachtens de Algemene
Ouderdomswet, alsmede over hun inkomsten uit of in verband met het
verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven. Onze Minister
bepaalt welke inkomsten worden beschouwd als inkomsten uit of in verband
met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
-2. Over het
ouderdomspensioen, de toeslag, de vakantie-uitkering en de tegemoetkoming waarop
de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet of
de Tijdelijke regeling tegemoetkoming
AOW-ers, is een premie
verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie
wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met
inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd
over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de
Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in
artikel 32 in verbinding
met artikel 18 van die
wet.
[Rvppsz03] [Rvppsz04]
[Rvppsz05]
-3. Over de inkomsten van de verzekerde uit of in verband met het
verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt een premie
geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
-4. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in de
artikelen 1, onderdeel bb, hh, ii, subonderdeel 3, jj,
subonderdeel 2, en kk, subonderdeel 2, 15b
en 15c,
derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en in
artikel 3c van de
Ziekenfondswet, wordt:
a. de in het tweede lid bedoelde premie door de Sociale verzekeringsbank ingehouden op het ouderdomspensioen en de toeslag
waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet,
welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan
bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast
te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie
geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
b. de in het derde lid bedoelde premie op de inkomsten uit of in verband
met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven, voor
zover die inkomsten bestaan uit door Onze Minister aan te wijzen
uitkeringen, ingehouden door het orgaan dat die uitkeringen betaalbaar
stelt, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet; Onze Minister kan in afwijking hiervan
bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast
te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie
geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
c. de premie over alle overige inkomsten waarover premie verschuldigd
is, bij de verzekerde geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde
staat ingeschreven.
-5. Vervallen.
-6. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet bij een
ziekenfonds staat ingeschreven, wordt de premie geïnd door het
ziekenfonds waarbij de verzekerde laatstelijk was ingeschreven. Indien
de eerste volzin niet van toepassing is of de woonplaats van verzekerde
is gewijzigd, dan wordt de premie geïnd door het ziekenfonds waarbij de
verzekerde zich bij of krachtens artikel 5, eerste lid, van de
Ziekenfondswet dient aan te melden.
-7. Voor de toepassing van dit artikel is van overeenkomstige toepassing
artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.
-8. Onze Minister kan aan de in het vierde lid, onderdeel
b, bedoelde organen
verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de
vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de
premie.
-9. Voor de toepassing van dit artikel wordt ten aanzien van de
verzekerde die een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet
geniet en daarnaast een uitkering ontvangt ingevolge de sociale
wetgeving van een andere mogendheid in verband waarmee genoemd
ouderdomspensioen is gekort, die uitkering gelijkgesteld met een
ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, voor zover
bedoelde uitkering de vorenbedoelde op het ouderdomspensioen toegepaste
korting niet te boven gaat. Indien het een gehuwde pensioengerechtigde
betreft, wordt voor de toepassing van de vorige volzin de korting op de
toeslag ingevolge artikel 8 van de Algemene
Ouderdomswet dan wel op het
ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van de
huwelijkspartner mede in aanmerking genomen.
-10. In afwijking van het vierde lid, onderdeel
b, wordt de over een
uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand verschuldigde
premie
ingehouden door het orgaan dat die uitkering betaalbaar stelt, welk
orgaan de premie afdraagt aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 14a.
-1. Voor de verzekering van degene die een uitkering geniet ter zake van
vervroegde pensionering als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, wordt een
premie geheven tot een door Onze Minister en
Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over het gedeelte
van de uitkering dat in verband met het bereiken van de 65-jarige
leeftijd te zijner tijd zal vervallen. [Rvppsz03]
[Rvppsz04] [Rvppsz05]
Over het deel van de uitkering dat het in de vorige volzin bedoelde
bedrag te boven gaat, wordt een premie geheven tot het krachtens artikel
15, eerste lid, van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage.
-2. Behoudens nadere door Onze Minister vast te stellen
regelen wordt
de premie berekend over de uitkering, de vakantie-uitkering daaronder
begrepen.
-3. De in het eerste lid bedoelde premie over de uitkering wordt
ingehouden door het orgaan dat de uitkering betaalbaar stelt. Bedoeld
orgaan stort de premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan
bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast
te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie bij
de verzekerde geschiedt door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat
ingeschreven.
-4. Voor de toepassing van dit artikel is artikel
9, tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing.
-5. Onze Minister kan aan het in het derde lid bedoelde orgaan
verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de
vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de
premie.
Art. 14b.
-1. Degenen, bedoeld in artikel
14,
eerste lid, en artikel 14a, eerste lid, zijn verplicht aan het
orgaan dat met de premie-inhouding en -afdracht is belast, aan het
ziekenfonds, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdeel b, laatste
volzin, en onderdeel c, en in artikel 14a, derde lid, en aan degene,
bedoeld in artikel 14, zesde lid, alsmede aan de door hen
gemachtigde personen, alle gevraagde inlichtingen te verstrekken en
inzage te geven in alle boeken en bescheiden, voor zover deze zulks
voor de beoordeling van de verzekeringsplicht en de vaststelling van
de premie nodig achten.
-2. Degenen, bedoeld in artikel
14,
eerste lid, en artikel 14a, zijn verplicht het ziekenfonds, bedoeld
in artikel 14, vierde lid, onderdeel b, laatste volzin, en onderdeel
c, en
in artikel 14a, derde lid, en degene, bedoeld in
artikel 14, zesde
lid, tijdig in te lichten over wijzigingen in de inkomsten welke
van belang zijn voor de premieheffing door het ziekenfonds.
-3. Overtreding van het eerste en
tweede lid wordt aangeduid als een strafbaar feit als bedoeld in artikel
84 van de
Ziekenfondswet.
Art. 14c.
-1. Voor de verzekering van
verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel ii,
subonderdeel 1 en 2,
en jj, subonderdeel 1, wordt een premie geheven tot het krachtens het
eerste lid van artikel
15 van de
Ziekenfondswet vastgestelde percentage van het loon,
dan wel van de uitkering, dat door de verzekerde is genoten in het
tijdvak waarover de betaling loopt.
-2. artikel
15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en
16
van de
Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing. In
het geval een uitkering wordt genoten, wordt het orgaan dat de
uitkering doet als werkgever beschouwd en wordt de uitkering als
loon aangemerkt.
Art. 14d.
Voor zover de premie welke
ingevolge dit besluit verschuldigd is niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de
ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen
stellen.
Art. 14e.
-1. Indien blijkt dat voor de
verzekering van de persoon, bedoeld in artikel
3, eerste lid, onderdeel b of d, van de
Ziekenfondswet, die
gelijktijdig verzekerd is ingevolge artikel
3, eerste lid, onderdeel a of b, van de
Ziekenfondswet of één of
meer onderdelen van artikel 1 van dit besluit over in totaal een
hoger bedrag premie is betaald dan het bedrag, bedoeld in artikel
9,
tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering, wordt de
premie, betaald over het bedrag dat hoger is dan het hiervoor
bedoelde bedrag, terugbetaald volgens nader te stellen regelen.
-2. De in het eerste lid bedoelde
regelen worden vastgesteld door het College zorgverzekeringen. Het College zorgverzekeringen
kan daarbij bepalen door en aan wie die
premie wordt terugbetaald en zo nodig aan die regelen terugwerkende
kracht verlenen.
-3. Artikel 13, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering is van overeenkomstige toepassing.
Art. 15.
-1. Verzekerd is voorts, met
inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, en voor zover de
betrokkene de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en zijn
woonplaats hier te lande heeft:
a. vervallen;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. vervallen;
e. degene die een rente of
uitkering ontvangt op grond van het bepaalde in artikel 14 van
de Liquidatiewet
ongevallenwetten;
f. degene die krachtens
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is geweest
van een publiekrechtelijk lichaam en wegens ziekte of ongeval,
in verband met deze dienstbetrekking ontstaan, een uitkering
op de voet van de bepalingen van de Ongevallenwet 1921
ontvangt, welke is berekend naar een verlies van geschiktheid
tot werken van 50% of meer;
g. de weduwe en de wezen van
de onder f bedoelde personen, die op grond van het overlijden
van de betrokkene, tengevolge van de ziekte of het ongeval
een uitkering op de voet van de bepalingen van de
Ongevallenwet 1921 ontvangen.
-2. Het eerste lid, onderdeel e, f
en g, is met
inachtneming van het bepaalde bij het derde lid slechts van
toepassing op degene die op de dag voorafgaande aan het in werking
treden van dit besluit
verplicht verzekerd was ingevolge het
Ziekenfondsenbesluit op grond van zijn aanspraak op een rente,
uitkering onderscheidenlijk pensioen als genoemd in het eerste lid,
onderdeel e, f en g, voor de duur van deze aanspraak, mits hij bij het
in werking treden van dit besluit niet krachtens enige andere bepaling
verplicht verzekerd is overeenkomstig het bepaalde in de
Ziekenfondswet en tot aan het tijdstip waarop hij krachtens enige andere bepaling
verzekerd wordt overeenkomstig het bepaalde in de Ziekenfondswet
of van de verzekering wordt uitgezonderd wegens toepassing van de
inkomensgrens, bedoeld in het tweede lid van artikel
3 van de
Ziekenfondswet, dan wel het bepaalde in het derde lid
op hem toepassing vindt.
-3. Het eerste lid is niet van
toepassing op degene die krachtens een arbeidsverhouding deelnemer
is aan een door Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse
Zaken aan te wijzen publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor
ambtenaren en die aan deze ziektekostenregeling recht kan ontlenen
op geneeskundige verzorging of op een vergoeding van kosten van
geneeskundige verzorging.
Art. 15a.
-1. Degenen die:
a. als overheidswerknemer in
de zin van artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
een WAO-uitkering ontvangen;
dan wel
b. een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen genieten, berekend naar een
invaliditeit van minder dan 45%, en die op het tijdstip van
inwerkingtreding van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen
1998 verzekerd waren op grond van artikel 1, onderdeel r of w, zoals die onderdelen tot vorenbedoeld
tijdstip luidden, blijven verzekerd onder de voorwaarden zoals
die op dat tijdstip golden.
-2. De belanghebbende, bedoeld in
artikel 17, eerste lid, van de Wet
privatisering ABP, die aanspraak
heeft op het diensttijdpensioen, bedoeld in artikel 19, eerste lid,
van die wet, doch niet een WAO-uitkering als bedoeld in het eerste
lid ontvangt, en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet
op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 verzekerd was op
grond van artikel 1, onderdeel w, zoals dat onderdeel tot vorenbedoeld
tijdstip luidde, blijft verzekerd onder de voorwaarden zoals die op
dat tijdstip golden.
-3.
a. Voor de verzekering van de
verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het
tweede lid, wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid
van artikel 15 van de Ziekenfondswet
vastgestelde percentage van de uit te betalen WAO-uitkering die in het
tijdvak waarover de betaling loopt door de verzekerden is genoten. Het
bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen
15, derde tot en met vijfde lid, en 16
van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige
toepassing.
b. Met betrekking tot de
vaststelling, de invordering en de afdracht van de premie voor de
verzekering van verzekerden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b,
is artikel 11b van overeenkomstige toepassing.
Art. 15b.
Verzekerd is degene die hier te lande woonachtig is en die op 31 december
1997 65 jaar of ouder was en op grond van een door Nederland met één
of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid of op
grond van een verordening van de Raad van de Europese Unie dan wel de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als gezinslid
aanspraak kon doen gelden op de in beginsel ten laste van een orgaan
van een andere verdragsstaat respectievelijk van een andere lidstaat
van de Europese Unie dan wel de Europese Economische Ruimte door een
Nederlands ziekenfonds te verlenen verstrekkingen, tenzij ingevolge de
desbetreffende verdragsbepalingen het recht op medische zorg als
gezinslid bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet wordt beëindigd.
Art. 15c.
-1. Tot de eerste dag van de maand
waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd
de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf
houdt als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de
Vreemdelingenwet, voor zover en
zolang betrokkene op grond van artikel
XXIII, tweede lid, van de Wet van 26 maart
1998 tot wijziging van de
Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van
vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen,
voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen
aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (Stb.
1998, 203) algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 20 of 21 van de
Wet werk en bijstand.
-2. Tot de eerste dag van de maand
waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, is verzekerd
de vreemdeling die op 1 juli 1998 rechtmatig hier te lande verblijf
houdt als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 5, van de Vreemdelingenwet, voor zover en
zolang betrokkene op grond van artikel
XXIII, tweede lid, van de Wet van 26 maart
1998 tot wijziging van de Vreemdelingenwet
en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen
jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen,
uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het
rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland algemene
bijstand ontvangt met toepassing van artikel 23
van de Wet werk en bijstand.
-3. Verzekerd is met ingang van de
eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt,
degene die op de laatste dag van de daaraan voorafgaande maand
ingevolge het eerste of tweede lid verzekerd was, zolang en voor
zover betrokkene algemene bijstand ontvangt met toepassing van de artikelen 22 of 23 van de
Wet werk en bijstand.
Art. 15d.
Indien hij daartoe de wens te kennen geeft, is tot de eerste dag van
de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene
die hier te lande woonachtig is en die op 30 september 1990 jonger was
dan 65 jaar en die op die datum verzekerd was ingevolge artikel
15,
eerste lid, aanhef en onder a of b, in verbinding met het tweede en
derde lid, van dit besluit zoals dit op genoemd tijdstip luidde,
verzekerd overeenkomstig de bepalingen van de
Ziekenfondswet.
Art.
15e. Vervallen.
Art. 16.
-1. Voor de verzekering van degenen,
bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel e, f en g, wordt een premie
geheven tot het krachtens artikel
15, tweede lid, van de
Ziekenfondswet door de verzekerde
verschuldigde premiepercentage, berekend van de rente, de uitkering,
onderscheidenlijk het pensioen als bedoeld in het eerste lid van
artikel 15, met dien verstande dat de premie ten minste €|1,00
per
maand bedraagt, tenzij de rente, de uitkering, onderscheidenlijk het
pensioen als vorenbedoeld minder bedraagt dan dit bedrag, in welk
geval de premie gelijk is aan het bedrag van de rente, de uitkering,
onderscheidenlijk het pensioen.
-2. Het orgaan, belast met de
uitbetaling van de rente, de uitkering onderscheidenlijk het
pensioen, houdt de premie daarop in en stort deze in de Algemene
Kas, bedoeld in artikel 1q
van de
Ziekenfondswet. Onze Minister
kan voorschriften geven
met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en
de verantwoording van de premie.
Art. 16a.
-1. Onverminderd hetgeen krachtens dit
besluit omtrent de procentuele premie is bepaald, wordt voor de
verzekering van de verzekerde, bedoeld in de artikelen
1, onderdeel d, e, f, g, h, i, j, k,
l, m, n, q, r, s, t, u, v,
x, subonderdeel 1, z, aa, bb, ff, hh,
ii, jj en kk, 9, 12a,
14, 15, 15a,
15b, 15c, eerste
en derde lid, en 15d, van 18 jaar of ouder en zijn medeverzekerde,
bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de
Ziekenfondswet, een jaarlijkse nominale
premie geheven. Met betrekking tot deze nominale premie zijn de
regelen die bij of krachtens artikel 17, eerste tot en met zesde lid, van de
Ziekenfondswet zijn
gesteld van toepassing.
-2. Onze Minister
kan met betrekking
tot de in dit artikel bedoelde nominale premie verschuldigd voor de
verzekering van door hem aan te wijzen groepen van personen die
krachtens artikel 3, eerste lid, onderdeel b, c of d, van de
Ziekenfondswet verzekerd
zijn en die naar de omstandigheden beoordeeld woonachtig zijn op het
grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Economische
Gemeenschap, dan wel een andere staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat
waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft
gesloten, andere regelen stellen.
Art. 16b. Vervallen.
Art. 17.
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw.
Art. 18.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1966.
Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in
het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden
gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 23 december 1965
JULIANA
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
G.M.J. Veldkamp
Uitgegeven de
dertigste december 1965
De Minister van
Justitie,
Samkalden
|
|