Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Enkele nadere regelgeving:
- Besluit zorgverzekering
- Regeling gebruik burgerservicenummer in de zorg
- Regeling zorgverzekering

Relevante overige regelgeving:
- Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
- Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet
- Wet maatschappelijke ondersteuning
- Wet op de zorgtoeslag
- Wet voorzieningen gehandicapten (vervallen)
- Ziekenfondswet

 

 

Inhoudsopgave Zvw

Hoofdstuk 1 Algemene bepaling art. 1
Hoofdstuk 2 De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering artt. 2 - 9
§ 2.1x De verzekeringsplicht art. 2
§ 2.2x De acceptatieplicht artt. 3 - 4
§ 2.3x Begin en einde van de zorgverzekering artt. 5 - 9
§ 2.4x Maatregelen gericht op verzekering van onverzekerden artt. 9a - 9d
Hoofdstuk 3 De inhoud van de zorgverzekering artt. 10 - 24
§ 3.1x Het te verzekeren risico art. 10
§ 3.2x De te verzekeren prestaties artt. 11 - 15
§ 3.3x De premie en de gevolgen van het niet betalen van de premie en de bestuursrechtelijke premie artt. 16 - 18g
Afdeling 3.3.1x De premie artt. 16 - 18
Afdeling 3.3.2x De gevolgen van het niet betalen van de premie en de bestuursrechtelijke premie artt. 18a - 18g
§ 3.4x Het eigen risico artt. 19 - 22
§ 3.5x De no-claimteruggave bij beperkt zorggebruik (vervallen) art. 22
§ 3.6x Overige bepalingen artt. 23 - 24
Hoofdstuk 4 De zorgverzekeraars artt. 25 - 38
§ 4.1x De aanmelding, de statuten en het werkgebied artt. 25 - 31
§ 4.2x De vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van verzekerden voor wier verzekering bestuursrechtelijke premie verschuldigd is artt. 32 - 36
§ 4.3x De verslaglegging artt. 37 - 38
Hoofdstuk 5 Het Zorgverzekeringsfonds, de inkomensafhankelijke bijdrage, de rijksbijdragen en de belasting van gemoedsbezwaarden artt. 39 - 57
§ 5.1x Het Zorgverzekeringsfonds artt. 39 - 40
§ 5.2x De inkomensafhankelijke bijdrage artt. 41 - 47
§ 5.3x De heffing en invordering van de inkomensafhankelijke bijdrage artt. 48 - 53
§ 5.4x De rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds artt. 54 - 56
§ 5.5x De bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarden art. 57
Hoofdstuk 6 Het Zorginstituut artt. 58 - 76
§ 6.1x Algemene bepalingen artt. 58 - 63
§ 6.2x Taken en bevoegdheden, voor zover niet elders geregeld artt. 64 - 70
§ 6.3x Planning, verslaglegging en financiering artt. 71 - 76
Hoofdstuk 7 Het College toezicht (vervallen) artt. 77 - 85
§ 7.1x Algemene bepalingen (vervallen) artt. 75 - 79
§ 7.2x Taken en bevoegdheden (vervallen) artt. 80 - 84
§ 7.3x Algemene bepalingen (vervallen) art. 85
Hoofdstuk 7 Gegevensverstrekking artt. 86 - 93a
Hoofdstuk 9 Handhaving (vervallen) artt. 94 - 113
§ 9.1x Aanwijzingen aan verzekeraars (vervallen) art. 94
§ 9.2x Lasten onder dwangsom (vervallen) art. 95
§ 9.3x Bestuurlijke boeten (vervallen) artt. 96 - 113
Hoofdstuk 8 Rechtsbescherming artt. 114 - 117
Hoofdstuk 9 Overige bepalingen artt. 118 - 123a
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen artt. 124 - 128
xxxxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 763.
Handelingen II 2004-2005, blz. 2291-2322, 2323-2332, 2336-2365, 2501-2505, 2506-2507.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 763 (A, B, C, D, E, F, G, H, ...).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1183-1263, 1301-1304.

Geschiedenis:
Staatsblad 2005, 358Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2006, 79Staatsblad 2006, 415Staatsblad 2006, 605Staatsblad 2006, 629Staatsblad 2006, 644Staatsblad 2007, 376Staatsblad 2007, 480Staatsblad 2007, 490Staatsblad 2007, 540Staatsblad 2008, 164Staatsblad 2008, 277Staatsblad 2008, 271Staatsblad 2008, 526Staatsblad 2008, 606Staatsblad 2009, 108Staatsblad 2009, 384Staatsblad 2009, 265; Staatsblad 2009, 356Staatsblad 2009, 486Staatsblad 2010, 867Staatsblad 2011, 111Staatsblad 2011, 204Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2011, 561Staatsblad 2011, 562Staatsblad 2011, 591Staatsblad 2011, 596Staatsblad 2011, 639Staatsblad 2011, 642Staatsblad 2012, 77Staatsblad 2012, 381Staatsblad 2012, 544Staatsblad 2012, 679Staatsblad 2012, 669Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 316Staatsblad 2013, 522Staatsblad 2013, 560Staatsblad 2013, 578Staatsblad 2014, 105Staatsblad 2014, 259Staatsblad 2014, 280.

 

 

WET van 16 juni 2005, Stb. 2005, 358, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet). Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb. 2005, 649).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de gehele bevolking onder voor ieder gelijke sociale voorwaarden verzekerd is tegen de gevolgen van behoefte aan geneeskundige zorg;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepaling

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisMvTversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525Stb. 2005, 708versie 1 januari 2006Stb. 2006, 415Stb. 2006, 644Stb. 2007, 490Stb. 2008, 164Stb. 2008, 606Stb. 2009, 108Stb. 2009, 356Stb. 2011, 111Stb. 2011, 288 + bisStb. 2011, 561Stb. 2012, 77Stb. 2012, 679Stb. 2013, 316Stb. 2013, 560Stb. 2013, 578 + bis + bisStb. 2014, 259]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verzekeraar: een verzekeringsonderneming als bedoeld in de eerste richtlijn schadeverzekering;
b. zorgverzekeraar: een verzekeraar, voor zover deze zorgverzekeringen aanbiedt of uitvoert;
c. verzekeringnemer: een persoon die met een zorgverzekeraar een zorgverzekering heeft gesloten;
d. zorgverzekering: een tussen een zorgverzekeraar en een verzekeringnemer ten behoeve van een verzekeringsplichtige gesloten schadeverzekering, die voldoet aan hetgeen daarover bij of krachtens deze wet is geregeld en waarvan de verzekerde prestaties het bij of krachtens deze wet geregelde niet te boven gaan;
e. verzekeringsplichtige: degene die op grond van artikel 2 verplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren;
f. verzekerde: degene wiens risico van behoefte aan zorg of overige diensten, als bedoeld in artikel 10 door een zorgverzekering wordt gedekt;
g. verplicht eigen risico: een bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of krachtens artikel 11, dat voor rekening van de verzekerde blijft;
h. vrijwillig eigen risico: een door de verzekeringnemer met de zorgverzekeraar als onderdeel van de zorgverzekering overeengekomen bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of krachtens artikel 11 dat de verzekerde voor zijn rekening zal nemen;
i. zorgpolis: de akte waarin de tussen een verzekeringnemer en een zorgverzekeraar gesloten zorgverzekering is vastgelegd;
j. modelovereenkomst: model van een zorgverzekering waarin een overzicht wordt gegeven van de rechten en plichten die de verzekeringnemer, de verzekerde en de zorgverzekeraar jegens elkaar zullen hebben indien een overeenkomst volgens het desbetreffende model wordt gesloten;
k. vervallen;
l. inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 dan wel de werkgever in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen;
m. instelling:
1º. een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;
2º. een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij en krachtens artikel 11;
n. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
o. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
p. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid;
q. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel 39;
r. eerste richtlijn schadeverzekering: Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228);
s. vervallen;
t. loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;
u. inspecteur: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij regeling van Onze Minister van Financiën is aangewezen;
v. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
w. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
x. premie: de premie, bedoeld in afdeling 3.3.1;
y. bestuursrechtelijke premie: de premie, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
z. professionele standaard: richtlijnen, modules, normen, zorgstandaarden dan wel organisatiebeschrijvingen die betrekking hebben op het gehele zorgproces of een deel van een specifiek zorgproces en die vastleggen wat noodzakelijk is om vanuit het perspectief van de cliënt goede zorg te verlenen;
aa. meetinstrument: een middel waarmee een indicatie kan worden verkregen van de kwaliteit van de geleverde zorg.

 

 

HOOFDSTUK  2

De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering

 

§ 2.1.  De verzekeringsplicht

 

Art. 2. [Verzekeringsplicht]  [GeschiedenisMvT + bisversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525versie 1 januari 2006Stb. 2007, 480]
-1. Degene die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de daarop gebaseerde regelgeving van rechtswege verzekerd is, is verplicht zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren tegen het in artikel 10 bedoelde risico.
-2. In afwijking van het eerste lid is niet verzekeringsplichtig:
a. de militaire ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire Ambtenarenwet 1931, alsmede de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend;
b. de natuurlijke persoon die op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen is ontheven van de verplichtingen opgelegd op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
-3. Degene die het gezag over een minderjarige jonger dan 18 jaar uitoefent, een curator, een bewindvoerder of een mentor als bedoeld in de titels 16, 19 of 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zorgt ervoor dat de minderjarige verzekeringsplichtige, dan wel de onder curatele, bewind of mentorschap gestelde verzekeringsplichtige, krachtens een zorgverzekering verzekerd is.

 

 

§ 2.2.  De acceptatieplicht

 

Art. 3. [Acceptatieplicht]  [GeschiedenisMvT + bisversie 16 juni 2005Stb. 2005, 525versie 1 januari 2006Stb. 2011, 111]
-1. Een zorgverzekeraar is verplicht met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in zijn werkgebied woont, alsmede met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in het buitenland woont, desgevraagd een zorgverzekering te sluiten.
-2. Indien een zorgverzekeraar in een provincie verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, kan voor iedere in die provincie wonende verzekeringsplichtige uit alle varianten worden gekozen.
-3. De zorgverzekeraar stelt alle varianten van de zorgverzekering die hij in een provincie aanbiedt, in de vorm van modelovereenkomsten ter beschikking aan personen die overwegen ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met die verzekeraar te sluiten, alsmede, indien de zorgverzekeraar varianten toevoegt of wijzigt, aan de verzekeringnemers die ten behoeve van een in die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met hem hebben gesloten.
-4. In afwijking van het eerste lid is een zorgverzekeraar niet verplicht een zorgverzekering te sluiten met of ten behoeve van een verzekeringsplichtige:
a. die reeds krachtens een zorgverzekering verzekerd is; of
b. wiens eerdere zorgverzekering hij of de verzekeringnemer binnen een periode van vijf jaar gelegen onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek tot het sluiten van de verzekering heeft opgezegd of ontbonden wegens:
1º. opzettelijke misleiding door de verzekeringnemer of de verzekerde; of
2º. het niet betalen van de premie, bedoeld in artikel 17, vijfde lid.
-5. In afwijking van het tweede lid kan ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige worden gekozen tussen alle varianten van de zorgverzekering die een zorgverzekeraar in Nederland aanbiedt.
-6. In afwijking van het derde lid worden degene die ten behoeve van een in het buitenland wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering wenst te sluiten alle modelovereenkomsten die de zorgverzekeraar in Nederland hanteert ter beschikking gesteld en worden, indien eenmaal een zorgverzekering is gesloten, de verzekeringnemer alle toegevoegde of gewijzigde varianten die die zorgverzekeraar aanbiedt ter beschikking gesteld.

 

Art. 4. [Identificatie verzekerde]  [GeschiedenisMvT + bisversie 16 juni 2005versie 1 januari 2006Stb. 2008, 164Stb. 2011, 111Stb. 2013, 316]
-1. Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe het burgerservicenummer van de te verzekeren persoon, indien deze persoon daarover beschikt.
-2. De zorgverzekeraar stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de zorgverzekering en van deze wet, de identiteit van de te verzekeren persoon vast.
-3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling geschiedt aan de hand van documenten als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, die de verzekeringnemer of de te verzekeren persoon hem desgevraagd ter inzage geeft.
-4. De zorgverzekeraar neemt aard en nummer van de in het derde lid bedoelde documenten in zijn administratie op.
-5. De zorgverzekeraar verlangt van de vreemdeling, bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, voor wie hem wordt verzocht een zorgverzekering te sluiten, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die wet, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

 

 

§ 2.3.  Begin en einde van de zorgverzekering

 

Art. 5. [Aanvang zorgverzekering]  [GeschiedenisMvT + bisversie 16 juni 2005versie 1 januari 2006Stb. 2006, 629]
-1. De zorgverzekering gaat in op de dag waarop de zorgverzekeraar het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en, indien het tweede of vijfde lid van dat artikel van toepassing is, de aanduiding van de variant waar de verzekeringnemer voor kiest, heeft ontvangen.
-2. Indien de zorgverzekeraar op basis van het in het eerste lid bedoelde verzoek niet vast kan stellen of hij verplicht is voor de te verzekeren persoon een zorgverzekering te sluiten en hij de persoon die de verzekering wenst te sluiten in verband daarmee uitnodigt de voor deze vaststelling noodzakelijke gegevens te verschaffen, gaat de zorgverzekering, in afwijking van het eerste lid, in op de dag waarop laatstbedoelde persoon aan dit verzoek heeft voldaan.
-3. De zorgverzekeraar verstrekt degene die het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doet en, indien dit een ander is dan degene ten behoeve van wiens verzekering het verzoek is gedaan, laatstbedoelde persoon onverwijld:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.