|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Enkele nadere
regelgeving:
- Besluit
zorgverzekering
- Regeling
gebruik burgerservicenummer in de zorg
- Regeling zorgverzekering
Relevante
overige regelgeving:
- Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten
- Invoerings- en
aanpassingswet Zorgverzekeringswet
- Wet
maatschappelijke ondersteuning
- Wet
op de zorgtoeslag
- Wet
voorzieningen gehandicapten
(vervallen)
- Ziekenfondswet
Inhoudsopgave
Zvw
| Hoofdstuk
1 |
Algemene
bepaling |
art.
1 |
| Hoofdstuk
2 |
De
plicht tot het sluiten van een zorgverzekering |
artt.
2 - 9 |
| §
2.1x |
De
verzekeringsplicht |
art.
2 |
| §
2.2x |
De
acceptatieplicht |
artt.
3 - 4 |
| §
2.3x |
Begin en
einde van de zorgverzekering |
artt.
5 - 9 |
| Hoofdstuk
3 |
De
inhoud van de zorgverzekering |
artt.
10 - 24 |
| §
3.1x |
Het te
verzekeren risico |
art.
10 |
| §
3.2x |
De te
verzekeren prestaties |
artt.
11 - 15 |
| §
3.3x |
De premie
en de gevolgen van het niet betalen van de premie |
artt.
16 - 18f |
| Afdeling
3.3.1x |
De
premie |
artt.
16 - 18 |
| Afdeling
3.3.2x |
De
gevolgen van het niet betalen van de premie |
artt.
18a - 18f |
| §
3.4x |
Het eigen
risico |
artt.
19 - 22 |
| §
3.5x |
De
no-claimteruggave bij beperkt zorggebruik (vervallen) |
art.
22 |
| §
3.6x |
Overige
bepalingen |
artt.
23 - 24 |
| Hoofdstuk
4 |
De
zorgverzekeraars |
artt.
25 - 38 |
| §
4.1x |
De
aanmelding, de statuten en het werkgebied |
artt.
25 - 31 |
| §
4.2x |
De
vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van
wanbetalers |
artt.
32 - 36 |
| §
4.3x |
De
verslaglegging |
artt.
37 - 38 |
| Hoofdstuk
5 |
Het
Zorgverzekeringsfonds, de inkomensafhankelijke bijdrage, de
rijksbijdragen en de belasting van gemoedsbezwaarden |
artt.
39 - 57 |
| §
5.1x |
Het
Zorgverzekeringsfonds |
artt.
39 - 40 |
| §
5.2x |
De
inkomensafhankelijke bijdrage |
artt.
41 - 47 |
| §
5.3x |
De heffing
en invordering van de inkomensafhankelijke bijdrage |
artt.
48 - 53 |
| §
5.4x |
De
rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds |
artt.
54 - 56 |
| §
5.5x |
De
bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarden |
art.
57 |
| Hoofdstuk
6 |
Het
College zorgverzekeringen |
artt.
58 - 76 |
| §
6.1x |
Algemene
bepalingen |
artt.
58 - 63 |
| §
6.2x |
Taken en
bevoegdheden |
artt.
64 - 70 |
| §
6.3x |
Planning,
verslaglegging en financiering |
artt.
71 - 76 |
| Hoofdstuk
7 |
Het
College toezicht (vervallen) |
artt.
77 - 85 |
| §
7.1x |
Algemene
bepalingen (vervallen) |
artt.
75 - 79 |
| §
7.2x |
Taken en
bevoegdheden (vervallen) |
artt.
80 - 84 |
| §
7.3x |
Algemene
bepalingen (vervallen) |
art.
85 |
| Hoofdstuk
8 |
Gegevensverstrekking |
artt.
86 - 93 |
| Hoofdstuk
9 |
Handhaving |
artt.
94 - 113 |
| §
9.1x |
Aanwijzingen
aan verzekeraars |
art.
94 |
| §
9.2x |
Lasten onder
dwangsom |
art.
95 |
| §
9.3x |
Bestuurlijke
boeten |
artt.
96 - 113 |
| Hoofdstuk
10 |
Rechtsbescherming |
artt.
114 - 117 |
| Hoofdstuk
11 |
Overige
bepalingen |
artt.
118 - 123a |
| Hoofdstuk
12 |
Slotbepalingen |
artt.
124 - 128 |
| xxxxxxxxxxxxxr |
|
xxxxxxxxxxxxx |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29
763.
Handelingen II 2004-2005, blz. 2291-2322, 2323-2332, 2336-2365,
2501-2505, 2506-2507.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 763 (A, B, C, D, E, F, G, H, ...).
Handelingen I 2004-2005, blz. 1183-1263, 1301-1304.
Geschiedenis:
Staatsblad 2005, 358; Staatsblad 2005, 525;
Staatsblad 2005, 708; Staatsblad
2006, 79; Staatsblad 2006, 415;
Staatsblad 2006, 605; Staatsblad
2006, 629; Staatsblad 2006, 644;
Staatsblad 2007, 376; Staatsblad
2007, 480; Staatsblad
2007, 490; Staatsblad 2007, 540;
Staatsblad 2008, 164; Staatsblad
2008, 277; Staatsblad
2008, 271; Staatsblad 2008, 526;
Staatsblad 2008, 606; Staatsblad
2009, 108; Staatsblad 2009, 384; Staatsblad 2009, 265;
Staatsblad 2009, 356; Staatsblad
2009, 486.
WET van 16 juni 2005, Stb.
2005, 358, houdende regeling van een sociale verzekering voor
geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (Zorgverzekeringswet).
Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb.
2005, 649).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is dat de gehele bevolking onder voor ieder gelijke sociale
voorwaarden verzekerd is tegen de gevolgen van behoefte aan
geneeskundige zorg;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepaling
Art. 1.
[Begripsbepalingen] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; Stb.
2005, 708; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2006, 644; Stb. 2007, 490;
Stb. 2008, 164; Stb.
2008, 606; Stb. 2009, 108;
Stb. 2009, 356]
In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verzekeraar: een
verzekeringsonderneming als bedoeld in de eerste richtlijn
schadeverzekering;
b. zorgverzekeraar: een
verzekeraar, voor zover deze zorgverzekeringen aanbiedt of uitvoert;
c. verzekeringnemer: een
persoon die met een zorgverzekeraar een zorgverzekering heeft
gesloten;
d. zorgverzekering: een
tussen een zorgverzekeraar en een verzekeringnemer ten behoeve van een verzekeringsplichtige gesloten schadeverzekering,
die voldoet aan hetgeen
daarover bij of krachtens deze wet is geregeld en waarvan de
verzekerde prestaties het bij of krachtens deze wet geregelde niet te
boven gaan;
e. verzekeringsplichtige:
degene die op grond van artikel 2 verplicht is zich krachtens een
zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren;
f. verzekerde: degene
wiens risico van behoefte aan zorg of overige
diensten,
als bedoeld in artikel 10
door een zorgverzekering wordt gedekt;
g. verplicht eigen risico: een
bedrag aan kosten van zorg of overige diensten als bedoeld bij of
krachtens artikel 11, dat voor rekening van de
verzekerde blijft;
h. vrijwillig eigen risico: een door
de verzekeringnemer met de zorgverzekeraar als onderdeel van de
zorgverzekering overeengekomen bedrag aan kosten van zorg of overige
diensten als bedoeld bij of krachtens artikel 11 dat de verzekerde voor zijn
rekening zal nemen;
i. zorgpolis: de akte waarin de tussen een verzekeringnemer en een
zorgverzekeraar gesloten zorgverzekering is vastgelegd;
j. modelovereenkomst: model van een zorgverzekering waarin een
overzicht wordt gegeven van de rechten en plichten die de
verzekeringnemer, de verzekerde en de zorgverzekeraar jegens elkaar
zullen hebben indien een overeenkomst volgens het desbetreffende model
wordt gesloten;
k.
sociaal-fiscaal nummer: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel k, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen;
l.
inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige in de zin van de Wet
op de loonbelasting 1964 dan wel in de zin van de Wet financiering sociale
verzekeringen;
m. instelling:
1º. een instelling in de zin van de Wet
toelating zorginstellingen;
2º. een in het buitenland gevestigde rechtspersoon die in het
desbetreffende land zorg verleent in het kader van het in dat land
bestaande socialezekerheidsstelsel, dan wel zich richt op het verlenen
van zorg aan specifieke groepen van publieke functionarissen;
n. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport;
o.
zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de
Wet marktordening
gezondheidszorg;
p. College zorgverzekeringen: het College voor
zorgverzekeringen,
genoemd in artikel 58, eerste lid;
q. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel
39;
r. eerste richtlijn schadeverzekering: Richtlijn nr. 73/239/EEG van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie
van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de
toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de
levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228);
s. generieke verevening: bijstelling
van het deelbedrag op basis van het verschil per zorgverzekeraar tussen
de kosten en het deelbedrag in relatie met de verschillen tussen de
kosten en het deelbedrag bij andere zorgverzekeraars, per onderscheiden
categorie van prestaties;
t. loontijdvak: het
loontijdvak, bedoeld in artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964;
u. bijdragebetalingstijdvak: het
kalenderjaar;
v. burgerservicenummer: het nummer,
bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet
algemene bepalingen burgerservicenummer;
w. het CAK: de besloten vennootschap
CAK, gevestigd te Den Haag;
x. premie:
de premie, bedoeld in afdeling 3.3.1;
y. bestuursrechtelijke
premie: de premie, bedoeld in artikel 18d.
HOOFDSTUK
2
De
plicht tot het sluiten van een zorgverzekering
§ 2.1. De
verzekeringsplicht
Art.
2.
[Verzekeringsplicht]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2007, 480]
-1. Degene die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de
daarop gebaseerde regelgeving van rechtswege verzekerd is, is verplicht
zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren
tegen het in artikel 10 bedoelde risico.
-2. In afwijking van het eerste lid is niet verzekeringsplichtig:
a. de militaire ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire
Ambtenarenwet 1931, alsmede de militair aan wie buitengewoon verlof met
behoud van militaire inkomsten is verleend;
b. de natuurlijke persoon die op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet financiering sociale
verzekeringen is ontheven van de
verplichtingen opgelegd op grond van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten.
-3. Degene die het gezag over een
minderjarige jonger dan
18 jaar
uitoefent, een curator, een bewindvoerder of een mentor als bedoeld in
de titels 16, 19 of 20 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek zorgt
ervoor dat de minderjarige verzekeringsplichtige, dan wel de onder
curatele, bewind of mentorschap gestelde verzekeringsplichtige, krachtens
een zorgverzekering verzekerd is.
§ 2.2. De
acceptatieplicht
Art.
3.
[Acceptatieplicht]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
-1. Een zorgverzekeraar is verplicht met of ten behoeve van iedere
verzekeringsplichtige die in zijn werkgebied woont, alsmede met of ten
behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in het buitenland woont,
desgevraagd een zorgverzekering te sluiten.
-2. Indien een zorgverzekeraar in een provincie verschillende varianten
van de zorgverzekering aanbiedt, kan voor iedere in die provincie
wonende verzekeringsplichtige uit alle varianten worden gekozen.
-3. De zorgverzekeraar stelt alle varianten van de zorgverzekering die
hij in een provincie aanbiedt, in de vorm van modelovereenkomsten ter
beschikking aan personen die overwegen ten behoeve van een in die
provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met die
verzekeraar te sluiten, alsmede, indien de zorgverzekeraar varianten
toevoegt of wijzigt, aan de verzekeringnemers die ten behoeve van een in
die provincie wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering met hem
hebben gesloten.
-4. In afwijking van het eerste lid is een zorgverzekeraar niet verplicht
een zorgverzekering te sluiten met of ten behoeve van een
verzekeringsplichtige wiens eerdere zorgverzekering hij of de
verzekeringnemer binnen een periode van vijf jaar gelegen onmiddellijk
voorafgaande aan het verzoek tot het sluiten van de verzekering heeft
opgezegd of ontbonden wegens:
a. opzettelijke misleiding door de verzekeringnemer of de
verzekerde; of
b. het niet betalen van de premie, bedoeld in artikel
17, vijfde lid.
-5. In afwijking van het tweede lid kan ten behoeve van een in het
buitenland wonende verzekeringsplichtige worden gekozen tussen alle
varianten van de zorgverzekering die een zorgverzekeraar in Nederland
aanbiedt.
-6. In afwijking van het derde lid worden degene die ten behoeve van een
in het buitenland wonende verzekeringsplichtige een zorgverzekering
wenst te sluiten alle modelovereenkomsten die de zorgverzekeraar in
Nederland hanteert ter beschikking gesteld en worden, indien eenmaal
een zorgverzekering is gesloten, de verzekeringnemer alle toegevoegde of
gewijzigde varianten die die zorgverzekeraar aanbiedt ter beschikking
gesteld.
Art.
4.
[Identificatie verzekerde]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2008, 164]
-1. Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het
verzoek daartoe het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan,
het sociaal-fiscaal nummer van de te verzekeren persoon.
-2. De zorgverzekeraar stelt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor
de uitvoering van de zorgverzekering en van deze wet, de identiteit van
de te verzekeren persoon vast.
-3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling geschiedt aan de hand van
documenten als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht, die de verzekeringnemer of de te verzekeren persoon
hem desgevraagd ter inzage geeft.
-4. De zorgverzekeraar neemt aard en nummer van de in het derde lid
bedoelde documenten in zijn administratie op.
-5. De zorgverzekeraar verlangt van de vreemdeling, bedoeld in de
Vreemdelingenwet
2000, voor wie hem wordt verzocht een zorgverzekering
te sluiten, een kopie van het document of de schriftelijke verklaring,
bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die
wet, dat wordt aangemerkt als
een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de
Algemene wet bestuursrecht.
§ 2.3. Begin en
einde van de zorgverzekering
Art.
5.
[Aanvang zorgverzekering]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 629]
-1. De zorgverzekering gaat in op de dag waarop de zorgverzekeraar het
verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en, indien het tweede of
vijfde lid van dat artikel van toepassing is, de aanduiding van de
variant waar de verzekeringnemer voor kiest, heeft ontvangen.
-2. Indien de zorgverzekeraar op basis van het in het eerste lid bedoelde
verzoek niet vast kan stellen of hij verplicht is voor de te verzekeren
persoon een zorgverzekering te sluiten en hij de persoon die de
verzekering wenst te sluiten in verband daarmee uitnodigt de voor deze
vaststelling noodzakelijke gegevens te verschaffen, gaat de
zorgverzekering, in afwijking van het eerste lid, in op de dag waarop
laatstbedoelde persoon aan dit verzoek heeft voldaan.
-3. De zorgverzekeraar verstrekt degene die het verzoek, bedoeld in het
eerste lid, doet en, indien dit een ander is dan degene ten behoeve van
wiens verzekering het verzoek is gedaan, laatstbedoelde persoon
onverwijld:
a. een bewijs van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, waarop de
datum van ontvangst is vermeld;
b. een bewijs van de ontvangst van gegevens, bedoeld in het tweede lid,
waarop de datum van de ontvangst is vermeld.
-4. Indien degene ten behoeve van wie de zorgverzekering wordt gesloten
op de dag waarop de zorgverzekeraar het verzoek, bedoeld in het eerste
lid, ontvangt reeds op grond van een zorgverzekering verzekerd is en de
verzekeringnemer aangeeft de zorgverzekering te willen laten ingaan op
een door hem aangegeven, latere dag dan de dag, bedoeld in het eerste of
tweede lid, gaat de verzekering op die latere dag in.
-5. De zorgverzekering werkt, zo nodig in afwijking van artikel 925,
eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, terug:
a. indien zij ingaat binnen vier maanden nadat de
verzekeringsplicht is ontstaan, tot en met de dag waarop die plicht
ontstond;
b. indien zij ingaat binnen één maand nadat een eerdere
zorgverzekering met ingang van 1 januari van een kalenderjaar of wegens
wijziging van de voorwaarden met toepassing van artikel 940, vierde lid,
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek is geëindigd door opzegging, tot
en met de dag na die waarop de eerdere zorgverzekering is geëindigd.
Art.
6.
[Eindiging zorgverzekering van rechtswege]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; Stb.
2005, 525; versie
1 januari 2006; Stb. 2006,
644]
-1. De zorgverzekering eindigt van rechtswege met ingang van de dag
volgende op de dag waarop:
a. de verzekeraar tengevolge van wijziging of intrekking van zijn
vergunning tot uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf geen
zorgverzekeringen meer mag aanbieden;
b. de verzekerde tengevolge van wijziging van het werkgebied buiten het
werkgebied van de zorgverzekeraar komt te wonen;
c. de verzekerde overlijdt;
d. de verzekeringsplicht van de verzekerde eindigt.
-2. De zorgverzekering eindigt van rechtswege met ingang van
de eerste dag
van de tweede maand volgende op de dag waarop de verzekerde, zonder dat
zijn verzekeringsplicht eindigt, tengevolge van verhuizing komt te
wonen buiten een provincie waarin zijn zorgverzekeraar de ten behoeve
van hem gesloten variant van de zorgverzekering aanbiedt of uitvoert.
-3. De zorgverzekeraar
stelt de verzekeringnemer uiterlijk twee maanden voordat een
zorgverzekering op grond van het eerste lid, onderdeel a of
b, eindigt, van dit einde op de hoogte, onder vermelding van de
reden daarvan en de datum waarop de verzekering eindigt.
-4. De verzekeringnemer stelt de zorgverzekeraar onverwijld op de hoogte
van alle feiten en omstandigheden over de verzekerde die op grond van
het eerste lid, onderdeel c of d, dan wel het tweede lid tot het einde
van de zorgverzekering hebben geleid of kunnen leiden.
-5. Indien de zorgverzekeraar op grond van de in het vierde lid bedoelde
gegevens tot de conclusie komt dat de zorgverzekering zal eindigen of
geëindigd is, deelt hij dit, onder vermelding van de reden daarvan en
de datum waarop de verzekering eindigt of geëindigd is, onverwijld aan
de verzekeringnemer mede.
Art.
7.
[Wettelijke opzeggingsmogelijkheden
verzekeringnemer]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 629; Stb.
2006, 644; Stb. 2008, 271]
-1. De verzekeringnemer kan de zorgverzekering
uiterlijk 31 december van ieder jaar
met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar opzeggen.
-2. De verzekeringnemer die een ander dan zichzelf heeft verzekerd, kan
de zorgverzekering opzeggen indien de verzekerde krachtens een andere
zorgverzekering verzekerd wordt.
-3. In afwijking van artikel 940, vierde lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek kan de verzekeringnemer niet opzeggen indien een
wijziging in de verzekerde prestaties ten nadele van de verzekeringnemer
of de verzekerde rechtstreeks voortvloeit uit een wijziging van de bij
of krachtens de artikelen 11 tot en met 14a
gestelde
regels.
-4. De opzegging, bedoeld in het tweede lid, gaat in op de eerste dag
van de tweede kalendermaand volgende op de dag waarop de
verzekeringnemer heeft opgezegd.
-5. In afwijking van het vierde lid gaat een opzegging, bedoeld in het
tweede lid, in met ingang van de dag waarop de verzekerde krachtens de
andere zorgverzekering verzekerd wordt, indien die opzegging
voorafgaande aan laatstbedoelde dag door de zorgverzekeraar is
ontvangen.
Art.
8.
[Beperking ontbindings- en opzeggingsmogelijkheden
zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; Stb.
2005, 525; versie
1 januari 2006; Stb. 2006,
644]
-1. Aan een opzegging of ontbinding van de zorgverzekering wegens het
niet betalen van de verschuldigde premie wordt geen terugwerkende
kracht verleend, noch
wordt daaraan een verplichting verbonden tot ongedaanmaking of
vergoeding van hetgeen partijen reeds ter nakoming van de
zorgverzekering jegens elkaar hebben verricht.
-2. Een zorgverzekeraar mag de zorgverzekering gedurende de periode,
bedoeld in artikel 24, niet opzeggen of ontbinden.
-3. Artikel 934 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is tevens van toepassing met betrekking
tot de eerste premie die een verzekeringnemer voor een zorgverzekering
verschuldigd is.
Art.
8a. [Geen opzegging door verzekeringnemer
bij premieschuld] [Geschiedenis:
Stb. 2007, 540; Stb.
2009, 356]
-1. Nadat de zorgverzekeraar de verzekeringnemer heeft
aangemaand tot betaling van één of meer vervallen termijnen van de
verschuldigde premie, kan de verzekeringnemer gedurende de tijd dat de
verschuldigde premie, rente en incassokosten niet zijn voldaan de
zorgverzekering niet opzeggen, tenzij de zorgverzekeraar de
zorgverzekering of de dekking daarvan heeft geschorst of opgeschort.
-2. Het eerste lid lijdt
uitzondering indien de zorgverzekeraar de verzekeringnemer binnen twee
weken te kennen geeft de opzegging te bevestigen.
Art.
9.
[Verstrekking zorgpolis en eindigingsbewijs]
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2007, 490; Stb. 2008, 164]
-1. De zorgverzekeraar verstrekt de verzekeringnemer en, indien deze een
ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde zo spoedig mogelijk na
het sluiten van de zorgverzekering en vervolgens voorafgaande aan ieder
kalenderjaar een zorgpolis.
-2. Indien de zorgverzekering eindigt, verstrekt de zorgverzekeraar de
verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer,
de verzekerde een bewijs van het einde van de zorgverzekering, waarop
worden aangetekend:
a. naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer van de verzekerde;
b. naam, adres en woonplaats van de verzekeringnemer;
c. naam, adres en woonplaats van de zorgverzekeraar;
d. de dag waarop de zorgverzekering eindigt;
e. of voor de verzekerde op die dag een vrijwillig eigen risico gold, en zo ja,
met welke ingangsdatum, voor
welk bedrag en met welke in verband daarmee verleende korting.
-3. Indien de zorgverzekering eindigt om de in
artikel 6, eerste lid,
onderdeel d, genoemde reden, wordt dat op het in het tweede lid bedoelde
bewijs aangetekend.
HOOFDSTUK
3
De
inhoud van de zorgverzekering
§ 3.1. Het te
verzekeren risico
Art.
10.
[Verzekerde risico]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Het krachtens de zorgverzekering te verzekeren risico is de behoefte
aan:
a. geneeskundige zorg, waaronder
de integrale eerstelijnszorg zoals die door huisartsen en verloskundigen
pleegt te geschieden;
b. mondzorg;
c. farmaceutische zorg;
d. hulpmiddelenzorg;
e. verpleging;
f. verzorging, waaronder de kraamzorg;
g. verblijf in verband met geneeskundige zorg;
h. vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten als bedoeld
in de onderdelen a tot en met g, dan wel in verband met een aanspraak op
grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
§ 3.2. De te
verzekeren prestaties
Art.
11.
[Zorgplicht en verzekerde prestaties]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
-1. De zorgverzekeraar heeft jegens zijn verzekerden een zorgplicht die
zodanig wordt vormgegeven dat de verzekerde bij wie het verzekerde
risico zich voordoet, krachtens de zorgverzekering recht heeft op
prestaties bestaande uit:
a. de zorg of de overige diensten waaraan hij behoefte heeft; of
b. vergoeding van de kosten van deze zorg of overige diensten alsmede,
desgevraagd, activiteiten gericht op het verkrijgen van deze zorg of
diensten.
-2. In de zorgverzekering kunnen combinaties van verzekerde prestaties
als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, worden opgenomen.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur worden de inhoud en
omvang van de in het eerste lid bedoelde prestaties nader geregeld en
kan voor bij die maatregel aan te wijzen vormen van zorg of
overige diensten worden bepaald dat een deel van de kosten voor rekening
van de verzekerde komt.
-4. In
de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald
dat bij ministeriële regeling: [Bz]
a. vormen van zorg of overige diensten kunnen worden
uitgezonderd van de in het eerste lid bedoelde of in de maatregel nader
omschreven prestaties;
b. de inhoud en omvang van de prestaties bestaande uit
zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, c en
d, nader wordt
geregeld;
c. nadere regels kunnen worden gesteld
over het deel van de kosten dat voor rekening
van de verzekerde komt.
-5. Een zorgverzekeraar kan modelovereenkomsten aanbieden
waarin, in geringe afwijking van het bepaalde bij of krachtens het
eerste en derde lid, bepaalde om ethische of levensbeschouwelijke redenen
controversiële prestaties buiten de dekking van de zorgverzekering
blijven. [Bz]
Art.
12.
[Contracteerplicht voor aangewezen vormen van
zorg] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2007, 490]
-1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van het
algemeen belang vormen van zorg of overige diensten worden aangewezen
die de zorgverzekeraar slechts verstrekt of vergoedt indien tussen hem
en de aanbieder van de desbetreffende zorg of dienst een overeenkomst
over de te leveren zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen
prijs is gesloten, dan wel indien de aanbieder bij hem in dienst is.
-2. Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens vormen van zorg
of overige diensten worden aangewezen waarvoor de zorgverzekeraar met
iedere instelling die binnen zijn werkgebied is gelegen of waarvan zijn
verzekerden naar verwachting regelmatig gebruik zullen maken, op haar
verzoek een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid sluit.
-3. Een instelling als bedoeld in artikel
1, onderdeel m, onder
1º, die
voor een in het tweede lid bedoelde vorm van zorg of dienst een
overeenkomst met een zorgverzekeraar heeft gesloten, is verplicht
desgevraagd met een andere zorgverzekeraar een gelijke overeenkomst te
sluiten.
-4. Het tweede en het derde lid gelden niet indien de zorgverzekeraar
respectievelijk instelling ernstige bezwaren heeft tegen het sluiten van
een overeenkomst met de instelling respectievelijk zorgverzekeraar die
om die overeenkomst vraagt.
Art.
13.
[Vergoeding zorg van niet-gecontracteerde
zorgaanbieder] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 644]
-1. Indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde
vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder
met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst
en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een
aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of
andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, heeft hij
recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor
deze zorg of dienst gemaakte kosten.
-2. De zorgverzekeraar neemt de wijze waarop hij de vergoeding berekent
in de modelovereenkomst op.
-3. Indien bij of krachtens de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, is bepaald dat een deel van de kosten van een
bepaalde vorm van zorg of van een bepaalde andere dienst voor rekening
van de verzekerde komt, verwerkt de zorgverzekeraar dit in de wijze
waarop hij de vergoeding voor de desbetreffende vorm van zorg of dienst
berekent.
-4. De wijze waarop de vergoeding wordt berekend, is voor alle
verzekerden, bedoeld in het eerste lid, die in een zelfde situatie een
zelfde vorm van zorg of dienst behoeven gelijk.
-5. Indien een overeenkomst tussen een zorgverzekeraar en een aanbieder
als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd, houdt een verzekerde die
op het moment van beëindiging van de overeenkomst zorg ontvangt van deze
aanbieder recht op zorgverlening door die aanbieder voor rekening van deze
zorgverzekeraar.
Art.
14.
[Beoordeling recht op verzekerde prestatie] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 629; Stb.
2006, 644; Stb. 2008, 164;
Stb. 2008, 271]
-1. De vraag of een verzekerde behoefte heeft aan een bepaalde vorm van zorg
of een bepaalde andere dienst wordt slechts op basis van
zorginhoudelijke criteria beantwoord.
-2. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat
geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, met
uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing door
in die overeenkomst aangewezen categorieën zorgaanbieders, waaronder in
ieder geval de huisarts.
-3.
De vraag of een jeugdige als bedoeld in de Wet
op de jeugdzorg wegens een psychiatrische aandoening behoefte heeft aan
een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst wordt met
overeenkomstige toepassing van de bij en krachtens artikel
9b, vierde en vijfde lid, van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten gestelde regels beantwoord door een
stichting als bedoeld in de Wet op de jeugdzorg respectievelijk een arts
of andere behandelaar van de jeugdige.
-4. In de regels, bedoeld in het derde lid, kunnen voor de in dat lid bedoelde indicatie afzonderlijke regels
worden gesteld en kunnen vormen van zorg of andere diensten worden
aangewezen waarvoor het derde lid niet geldt.
-5. Op een stichting als bedoeld in het
derde lid is, met uitzondering van de bewaartermijn als omschreven in artikel
86, eerste lid, het bepaalde bij of krachtens de artikelen
4, tweede tot en met vijfde lid, en 86 van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot de indicatie, bedoeld in
het derde lid.
-6. Voor zover een verzekerde ingevolge zijn zorgverzekering toestemming
behoeft van de zorgverzekeraar dan wel een verwijzing of een recept van
een deskundige is vereist voor het verkrijgen van de verzekerde
prestaties en de verzekerde in het bezit is van deze toestemming, deze
verwijzing of dit recept, geldt die toestemming, die verwijzing of dat
recept als titel voor het verkrijgen van de verzekerde prestaties
gedurende de periode waarvoor de toestemming is verleend of de
verwijzing of het recept geldig is en verlangt een nieuwe
zorgverzekeraar niet nogmaals dat toestemming wordt gevraagd of dat een
verwijzing of recept wordt overgelegd.
Art.
14a. Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
Art.
15.
[Buitentoepassingverklaring artikelen BW] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. De artikelen 941, eerste lid, en
957 van Boek 7
van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.
-2. Zo nodig in afwijking van artikel
952 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is de zorgverzekeraar niet bevoegd een verzekerde
prestatie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien het intreden van het
verzekerde risico aan de verzekerde is te wijten.
§ 3.3. De premie
en de gevolgen van het niet betalen van de premie
Afdeling
3.3.1. De premie
Art.
16.
[Verschuldigdheid premie] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2009, 356]
-1. Krachtens de zorgverzekering is de verzekeringnemer premie
verschuldigd.
-2. In afwijking van artikel 925 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en van het eerste lid:
a. is geen premie verschuldigd tot
de eerste dag van de kalendermaand volgende op de kalendermaand waarin
een verzekerde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
b. is geen premie verschuldigd over
de periode, bedoeld in artikel 18d, eerste
lid.
Art.
17.
[Grondslag en hoogte premie] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 629; Stb.
2009, 356]
-1. De zorgverzekeraar stelt voor iedere variant van de zorgverzekering
die hij aanbiedt de grondslag van de premie en de bij die variant
behorende premiekorting of premiekortingen vast en neemt deze in de
modelovereenkomst op.
-2. De
grondslag van de premie is gelijk voor varianten die wat betreft de te
verzekeren prestaties als bedoeld in artikel 11,
eerste lid, of de keuzemogelijkheden tussen aanbieders van zorg of van
overige diensten als bedoeld in dat lid, niet van elkaar verschillen.
-3. Indien de
zorgverzekeraar gebruik maakt van zijn bevoegdheid,
bedoeld in artikel 11, vijfde lid, is de grondslag van de premie gelijk
aan de grondslag die hij heeft of zou hebben vastgesteld voor een
modelovereenkomst met volledige dekking.
-4. De grondslag van de premie is de premie indien geen premiekorting
als bedoeld in artikel 18, vierde lid, of artikel
20 geldt of zou gelden.
-5. De verschuldigde premie is gelijk aan de grondslag van de premie
behorende bij de variant van de zorgverzekering die de verzekeringnemer
gekozen heeft, verminderd met de premiekortingen, bedoeld in de artikelen
18, vierde lid, of 20, indien deze van toepassing zijn.
-6. De zorgverzekeraar geeft de wijze waarop de verschuldigde premie van
de grondslag van de premie wordt afgeleid in de modelovereenkomst weer
en neemt de wijze waarop de door de verzekeringnemer verschuldigde
premie van de grondslag van de premie is afgeleid in de zorgpolis op.
-7. Een wijziging in de grondslag van de premie treedt niet eerder in
werking dan zes weken na de dag waarop deze aan de verzekeringnemer is
medegedeeld.
Art.
18.
[Collectiviteitskorting op premie] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 644]
-1.
De zorgverzekeraar kan met een werkgever overeenkomen
dat hij een geldelijk voordeel verstrekt indien diens werknemers, voormalige
werknemers of hun
gezinsleden verzekerd worden op basis van een in die overeenkomst aan te wijzen
modelovereenkomst.
-2. Het voordeel
bedraagt per persoon die op basis van
de desbetreffende modelovereenkomst verzekerd wordt niet meer dan 10% van
de grondslag van de bij die modelovereenkomst behorende
premie.
-3. In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt
ten minste bepaald:
a. de hoogte van het voordeel, waarbij die hoogte mag
variëren al naargelang het aantal volgens de desbetreffende
modelovereenkomst verzekerde personen;
b. de verdeling van het voordeel over de werkgever en de
volgens de desbetreffende modelovereenkomst verzekerde personen.
-4. Indien het voordeel of een deel daarvan aan de
verzekeringnemer wordt verstrekt, geschiedt dit in de vorm van een korting
op de grondslag van de premie.
-5. Het eerste tot en met vierde lid zijn tevens van
toepassing ten aanzien van een rechtspersoon, niet zijnde een werkgever,
met betrekking tot de verzekering van natuurlijke personen wier belangen
die rechtspersoon behartigt.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, om te
voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan het sociale karakter van de
verzekering, nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
Afdeling
3.3.2. De gevolgen van het niet betalen van de premie
Art.
18a. [Aanbod betalingsregeling] [Geschiedenis:
Stb. 2007, 490 + bis;
Stb. 2009, 356 + bis]
-1. Uiterlijk tien werkdagen nadat ten
aanzien van een zorgverzekering een achterstand in de betaling van de
verschuldigde premie ter hoogte van twee maandpremies is geconstateerd,
doet de zorgverzekeraar de verzekeringnemer een aanbod tot het treffen
van een betalingsregeling.
-2. De betalingsregeling bestaat ten minste
uit de volgende elementen:
a. een machtiging van de
verzekeringnemer aan de zorgverzekeraar tot maandelijkse automatische
incasso van nieuw vervallende termijnen van de premie dan wel een
opdracht aan een derde van wie de verzekeringnemer periodieke betalingen
ontvangt om namens hem en onder inhouding van de desbetreffende bedragen
op deze betalingen periodiek rechtstreeks aan de zorgverzekeraar het
bedrag van nieuw vervallende termijnen van de premie te betalen;
b. afspraken inzake de afwikkeling
van de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden van de
verzekeringnemer aan de zorgverzekeraar, inclusief rente en
incassokosten, en de termijnen waarbinnen betaling zal plaatsvinden; en
c. een toezegging van de
zorgverzekeraar, inhoudende dat hij de zorgverzekering of de dekking
daarvan gedurende de looptijd van de betalingsregeling niet om reden van
het bestaan van de schulden, bedoeld in onderdeel b, zal beëindigen,
schorsen of opschorten, zolang de verzekeringnemer de machtiging of de
opdracht, bedoeld in onderdeel a, niet intrekt en de afspraken,
bedoeld in onderdeel b, nakomt.
-3. Indien de verzekeringnemer een ander
heeft verzekerd en ten aan zien van diens verzekering een
premieachterstand als bedoeld in het eerste lid is ontstaan, omvat het
aanbod, bedoeld in het eerste lid, tevens een bereidverklaring opzegging
van deze verzekering met ingang van de dag waarop de betalingsregeling
van kracht wordt te aanvaarden, mits:
a. de verzekerde zichzelf uiterlijk
met ingang van dezelfde dag krachtens een andere zorgverzekering
verzekerd heeft; en
b. deze, indien deze zorgverzekering
bij dezelfde zorgverzekeraar is gesloten, ter zake van de premie voor
deze verzekering een volmacht of opdracht als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel a, heeft gegeven.
-4. Tegelijk met het aanbod deelt de
zorgverzekeraar de verzekeringnemer schriftelijk mee dat deze een
termijn van vier weken heeft om het te aanvaarden, waarbij de
verzekeraar bovendien aangeeft wat de gevolgen zullen zijn indien het
aanbod niet wordt aanvaard en de premieschuld, rente en incassokosten
buiten beschouwing gelaten, tot zes of meer maandpremies zal zijn
opgelopen, en wijst hij de verzekeringnemer op de mogelijkheid van
schuldhulpverlening, waarbij hij tevens informatie verstrekt over de
vormen hiervan en wijze waarop deze kan worden verzocht.
-5. Indien het derde lid van toepassing is,
zendt de zorgverzekeraar de verzekerde tegelijk met de verzending van de
in het eerste tot en met vierde lid bedoelde stukken aan de
verzekeringnemer, afschriften van deze stukken.
Art.
18b. [Voornemen tot melding premieschuld
aan CVZ] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1. Zo spoedig mogelijk nadat ten aanzien
van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing
latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie ter
hoogte van vier maandpremies is geconstateerd, deelt de zorgverzekeraar
de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de
verzekeringnemer, de verzekerde mee dat hij voornemens is over te gaan
tot de melding, bedoeld in artikel 18c, zodra
de premieschuld de daar bedoelde hoogte zal hebben bereikt, tenzij de
verzekeringnemer of de verzekerde hem uiterlijk vier weken na ontvangst
van de mededeling heeft laten weten het bestaan van de schuld of de
hoogte ervan te betwisten.
-2. In geval van tijdige betwisting als
bedoeld in het eerste lid deelt de zorgverzekeraar, indien deze na
onderzoek zijn standpunt handhaaft, de verzekeringnemer en, indien deze
een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde mee dat hij het
voornemen tot melding tot uitvoering zal brengen zodra de premieschuld
de in artikel 18c, eerste lid, bedoelde hoogte
zal hebben bereikt, tenzij de verzekeringnemer of de verzekerde binnen
een termijn van vier weken na ontvangst van de in dit lid bedoelde
mededeling een geschil hierover heeft voorgelegd aan een onafhankelijke
instantie als bedoeld in artikel 114 of aan de
burgerlijke rechter.
-3. Indien een betalingsregeling als
bedoeld in artikel 18a ingaat nadat ten
aanzien van de zorgverzekering, rente en incassokosten buiten
beschouwing latend, een achterstand in de betaling van de verschuldigde
premie ter hoogte van vier maandpremies is ontstaan, laat de
zorgverzekeraar de in het eerste lid bedoelde melding achterwege zolang
de nieuw vervallende termijnen van de premie worden voldaan.
Art.
18c. [Melding premieschuld aan CVZ] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1. Indien ten aanzien van een
zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een
premieschuld ter hoogte van zes of meer maandpremies is ontstaan, meldt
de zorgverzekeraar dit, onder vermelding van de voor de heffing van de
bestuursrechtelijke premie alsmede voor de uitvoering van artikel
34a noodzakelijke persoonsgegevens van de verzekeringnemer en
de verzekerde, aan het College zorgverzekeringen,
de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de
verzekeringnemer, aan de verzekerde.
-2. De melding geschiedt niet:
a. in geval van tijdige betwisting
als bedoeld in artikel 18b, eerste lid, zolang
de zorgverzekeraar zijn standpunt dienaangaande niet aan de
verzekeringnemer en, indien dit een ander dan de verzekeringnemer is,
aan de verzekerde heeft kenbaar gemaakt;
b. gedurende de termijn, genoemd in artikel
18b, tweede lid;
c. in geval van tijdige voorlegging
van het geschil aan een onafhankelijke instantie of aan de burgerlijke
rechter als bedoeld in artikel 18b, tweede
lid, zolang op het geschil niet onherroepelijk is beslist;
d. in geval de verzekeringnemer zich
heeft aangemeld bij een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van
de Wet op
het consumentenkrediet en aantoont dat hij in het kader daarvan een
schriftelijke overeenkomst tot stabilisatie van zijn schulden heeft
gesloten.
-3. Onderdeel van de melding vormt een
verklaring van de zorgverzekeraar, inhoudende dat hij artikel
18b en het tweede lid in acht heeft genomen.
Art.
18d. [Bestuursrechtelijke premie] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1. De verzekeringnemer is aan het College
zorgverzekeringen een bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf
de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin dat college de
melding, bedoeld in artikel 18c, heeft
ontvangen tot de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de
datum, bedoeld in het derde lid, ligt.
-2. De bestuursrechtelijke premie bedraagt
per maand 130% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie,
bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag.
-3. De zorgverzekeraar stelt het College
zorgverzekeringen, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan
de verzekeringnemer, de verzekerde met het oog op de toepassing van het
eerste lid onverwijld op de hoogte van de datum waarop:
a. de uit de zorgverzekering
voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of tenietgaan;
b. de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen, bedoeld in de Faillissementswet,
op de verzekeringnemer van toepassing wordt; of
c. door tussenkomst van een
schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet
op het consumentenkrediet een overeenkomst als bedoeld in artikel
18c, tweede lid, onderdeel d, is gesloten of een
schuldregeling tot stand is gekomen waarin, naast de verzekeringnemer,
ten minste zijn zorgverzekeraar deelneemt.
-4. In afwijking van het eerste tot en met
derde lid is de verzekeringnemer wederom aan het College
zorgverzekeringen bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de
eerste dag van de maand volgende op de maand:
a. waarin de toepassing van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 350,
derde lid, onderdeel c, d, e, f of g,
van de Faillissementswet
is beëindigd;
b. waarin hij zich, blijkens een
mede door de schuldhulpverlener ondertekende melding van zijn
zorgverzekeraar, aan deelname aan de in het derde lid, onderdeel c,
bedoelde regeling heeft onttrokken voordat hij de in die regeling
neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is nagekomen.
Art.
18e. [Inning bestuursrechtelijke premie] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1. Het College
zorgverzekeringen heft en int de bestuursrechtelijke premie.
-2. In opdracht van het College
zorgverzekeringen houdt de inhoudingsplichtige de bestuursrechtelijke
premie geheel of voor een door dat college te bepalen gedeelte in op
door hem aan de verzekeringnemer verschuldigd loon als bedoeld in de Wet
op de loonbelasting 1964, waarna hij het ingehouden bedrag aan het
college afdraagt.
-3. De inhouding geschiedt onmiddellijk
nadat de krachtens een ander wettelijk voorschrift of krachtens een
arbeidsovereenkomst verplicht in te houden belastingen, premies of
andere bijdragen zijn ingehouden, met dien verstande dat bij ministeriële
regeling op socialezekerheidsuitkeringen te verrichten inhoudingen of
verrekeningen kunnen worden aangewezen waarvoor een andere volgorde
geldt. [Rz]
-4. Een inhoudingsplichtige die het door
het College zorgverzekeringen aan te geven bedrag niet of niet geheel
heeft ingehouden, is gehouden het gehele bedrag aan dat college af te
dragen, zonder dat het niet-ingehouden bedrag alsnog op de
verzekeringnemer kan worden verhaald.
-5. Indien op loon waarop
bestuursrechtelijke premie is ingehouden tevens derdenbeslag ligt, is
het bedrag dat de inhoudingsplichtige ten minste aan de verzekeringnemer
uitbetaalt gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d
van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, verminderd met het in opdracht van
het College zorgverzekeringen ingehouden bedrag.
-6. In opdracht van het College
zorgverzekeringen wordt een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit
te betalen zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de
zorgtoeslag of een voorschot daarop, in afwijking van artikel 25,
eerste lid, van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen, als tegemoetkoming in de
bestuursrechtelijke premie aan het College zorgverzekeringen uitbetaald.
-7. Het College zorgverzekeringen kan de
bestuursrechtelijke premie of het door de werkgever af te dragen bedrag,
bedoeld in het vierde lid, bij dwangbevel invorderen.
-8. Het College zorgverzekeringen heeft ter
zake van de bestuursrechtelijke premie die op andere wijze dan bij wege
van inhouding wordt geïnd een voorrecht op alle goederen van de
verzekeringnemer, welk voorrecht onmiddellijk na het voorrecht, bedoeld
in artikel 21 van de Invorderingswet
1990, kan worden uitgeoefend.
-9. Indien het College zorgverzekeringen
ter zake van de inning van de bestuursrechtelijke premie beslag laat
leggen onder een derde die de verzekeringnemer periodieke betalingen,
niet zijnde periodieke betalingen ter zake van het levensonderhoud van
diens kinderen, verschuldigd is, is de derde-beslagene verplicht om,
zolang het College dit verlangt, het door het College aangegeven
achterstallige bedrag en telkens de nieuw vervallende termijnen van de
bestuursrechtelijke premie of door het College te bepalen gedeelten
daarvan, tot welker verhaal het beslag is gelegd, aan het College uit te
betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden wegens vorderingen
van hogere of gelijke rang.
-10. Indien een beslag als bedoeld in het
negende lid is gelegd op een vordering tot een periodieke betaling als
bedoeld in artikel 475c van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de beslagvrije voet, bedoeld
in artikel 475d van die
wet, louter ten aanzien van de vordering van het College
zorgverzekeringen ter zake waarvan het beslag is gelegd, in aanvulling
op het vijfde lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel
verlaagd met het verschil tussen de bestuursrechtelijke premie en het
reeds ingehouden bedrag van die premie.
-11. De derde die meer aan het College
zorgverzekeringen heeft betaald dan waarop deze recht heeft, is jegens
de verzekeringnemer bevrijd, voor zover dat voortvloeit uit artikel 34
van Boek 6 van
het Burgerlijk Wetboek.
Art.
18f. [Gebruik BSN | Kwijtschelding
restschuld] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1. Het College
zorgverzekeringen gebruikt het burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer van de in artikel
18c, eerste lid, bedoelde personen, met het doel te
waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van deze afdeling en artikel
34a te verwerken persoonsgegevens op die personen betrekking
hebben.
-2. Bij gegevensuitwisseling tussen het
College zorgverzekeringen en de in de artikelen 18e,
88 en 89 bedoelde personen en
instanties wordt, voor de uitvoering van deze afdeling en voor zover die
personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer gebruikt.
-3. Het College zorgverzekeringen is
bevoegd schulden ter zake van de bestuursrechtelijke premie die hem nog
niet zijn voldaan nadat artikel 18d niet meer
op de verzekeringnemer van toepassing is, kwijt te schelden.
-4. Bij ministeriële regeling worden
nadere regels gesteld over de wijze waarop het College zorgverzekeringen
de bestuursrechtelijke premie int. [Rz]
§ 3.4. Het eigen
risico
Art.
19. [Verplicht eigen risico]
[Bz]
[Geschiedenis:
Stb. 2007, 490 + bis;
Stb. 2009, 356]
-1. Iedere
verzekerde van 18 jaar of ouder heeft een verplicht eigen risico van €|155,00
per kalenderjaar.¹
-2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid,
wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het verschil in geraamde
uitgaven voor de zorg en overige diensten, bedoeld in artikel
11, tussen het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico
betrekking zal hebben en vergelijkbare uitgaven voor het jaar
voorafgaand aan dat kalenderjaar.
-3. Indien het geïndexeerde bedrag naar
beneden afgerond €|5,00 of een veelvoud
daarvan verschilt van het in het eerste lid genoemde bedrag, wordt dit
bedrag bij ministeriële regeling gewijzigd, waarna het in die regeling
genoemde bedrag in de plaats treedt van het in het eerste lid genoemde
bedrag.
-4. Rekeningen voor kosten van zorg of
overige diensten worden slechts op het verplicht eigen risico in
mindering gebracht indien deze door de zorgverzekeraar zijn ontvangen
voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dag van het
kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verplicht eigen
risico betrekking heeft.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald op welke wijze het verplicht eigen risico in mindering
wordt gebracht.
1. Ingevolge artikel 1 van
de Regeling van 10 november 2008, Stcrt. 2008, 842, is het
verplicht eigen risico met ingang van 1 januari 2009 met €|5,00
verhoogd naar €|155,00 per kalenderjaar, red.
Art.
20.
[Premiekorting bij vrijwillig eigen risico]
[Bz]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2007, 490; Stb.
2009, 356]
-1. De zorgverzekeraar biedt van iedere zorgverzekering met een bepaalde
combinatie van te verzekeren prestaties als bedoeld in artikel
11,
eerste lid, een variant zonder vrijwillig eigen risico aan.
-2. De zorgverzekeraar kan voor de verzekering van een persoon van
18 jaar of ouder varianten van de zorgverzekering aanbieden met
een vrijwillig eigen risico van €|100,00, €|200,00, €|300,00, €|400,00 of €|500,00 per
kalenderjaar, waartegenover hij een korting op de grondslag van de
premie verleent.
-3. De korting mag afhangen van:
a. de omvang van het voor de verzekerde gekozen vrijwillig eigen risico;
b. het aantal kalenderjaren waarvoor een
vrijwillig eigen risico voor de verzekerde
gegolden heeft.
-4. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op welke
premiekorting bij welk vrijwillig eigen risico voor welk aantal kalenderjaren
geldt.
-5. Indien de zorgverzekeraar één of meer van de door hem aangeboden
vrijwillige eigen risico’s laat vervallen, geeft de zorgverzekeraar de
verzekeringnemers die een zorgverzekering met zo’n vrijwillig eigen risico
hebben
afgesloten de mogelijkheid om te kiezen voor een
zorgverzekering met een lager of zonder vrijwillig eigen risico.
Art.
21. [Nadere regelgeving vrijstelling eigen
risico]
[Bz] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2007, 490 + bis;
Stb. 2009, 356]
-1. Het percentage van de kosten van zorg
of overige diensten dat ten laste gaat van het verplicht eigen risico
wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
-2. In afwijking van het eerste lid kunnen
bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten
worden aangewezen waarvoor de kosten geheel, gedeeltelijk of in het
geheel niet onder het verplicht eigen risico vallen.
-3. In afwijking van het eerste lid kunnen
bij algemene maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten
worden aangewezen waarvan de zorgverzekeraar, onder bij die maatregel te
bepalen voorwaarden, kan bepalen dat de kosten geheel of gedeeltelijk
buiten het verplicht eigen risico vallen.
-4. De zorgverzekeraar kan vormen van zorg
of overige diensten aanwijzen waarvan de kosten niet onder het
vrijwillig eigen risico vallen, met dien verstande dat bij algemene
maatregel van bestuur vormen van zorg of overige diensten kunnen worden
aangewezen waarvan de kosten geheel of gedeeltelijk buiten het
vrijwillig eigen risico vallen.
Art.
22.
[Wijziging eigen risico tijdens kalenderjaar]
[Bz]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2007, 490; Stb. 2009, 356]
-1. Indien een zorgverzekering niet op 1 januari van een kalenderjaar
ingaat of eindigt, is het in dat kalenderjaar voor die overeenkomst
geldende bedrag van het verplicht eigen risico en indien dat van
toepassing is, vrijwillig eigen risico gelijk aan het voor het gehele
kalenderjaar geldende bedrag, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de
teller gelijk is aan het aantal dagen in dat kalenderjaar waarover de
zorgverzekering zal lopen of heeft gelopen en de noemer aan het aantal
dagen in het desbetreffende kalenderjaar.
-2. In afwijking van het eerste lid wordt het in het kalenderjaar
geldende bedrag van het vrijwillig eigen risico indien dat gedurende het
kalenderjaar wijzigt en de verzekeringnemer onmiddellijk voorafgaande
aan die wijziging reeds een zorgverzekering met de zorgverzekeraar had
gesloten, als volgt berekend:
a. ieder bedrag aan vrijwillig eigen risico dat in het desbetreffende kalenderjaar
heeft gegolden of zal gelden, wordt vermenigvuldigd met het aantal in
dat jaar gelegen dagen waarvoor dat risico gold of zal gelden;
b. de op grond van onderdeel a berekende bedragen worden bij elkaar
opgeteld;
c. het op grond van onderdeel b berekende bedrag wordt gedeeld door het
aantal dagen in het kalenderjaar.
-3. Het op grond van het eerste of tweede lid berekende bedrag wordt
afgerond op hele euro’s.
§ 3.5. De
no-claimteruggave bij beperkt zorggebruik
Vervallen
Art. 22.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2007, 490 + bis]
§ 3.6. Overige
bepalingen
Art.
23.
[Toerekening zorgkosten] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2007, 490 + bis
+ bis; Stb.
2009, 356]
-1. Kosten
van zorg of een andere dienst worden toegerekend aan het kalenderjaar
waarin de zorg of dienst is genoten, met dien verstande dat de kosten van
zorg of een andere dienst die in twee achtereenvolgende kalenderjaren is
genoten en door de zorgaanbieder of andere dienstverlener in één bedrag
in rekening zijn gebracht, worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin
de zorg of dienst is aangevangen.
-2. Bedragen als bedoeld
in artikel 11, derde of vierde lid, die voor rekening
van de verzekerde komen, of kosten als bedoeld in artikel 13,
eerste lid, voor zover zij voor rekening van de verzekerde blijven, worden
bij de beantwoording van de vraag of een voor zijn verzekering geldend
verplicht of vrijwillig eigen risico wordt overschreden buiten aanmerking
gelaten.
-3. Een
zorgverzekeraar brengt kosten van zorg of overige diensten die zowel ten
laste van het verplicht als het vrijwillig eigen risico kunnen komen,
eerst ten laste van het verplicht eigen risico.
Art.
24.
[Opschorting zorgverzekering bij detentie] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn van rechtswege
opgeschort gedurende de periode waarover Onze Minister van Justitie in
het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak
verantwoordelijk is voor de verstrekking van geneeskundige zorg aan een
verzekerde.
-2. De verzekeringnemer of de verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag
waarop de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt.
HOOFDSTUK
4
De
zorgverzekeraars
§ 4.1. De
aanmelding, de statuten en het werkgebied
Art.
25.
[Aanmelding bij NZa en overlegging
modelovereenkomsten] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
-1. Een verzekeraar meldt het voornemen zorgverzekeringen aan te bieden
en uit te voeren schriftelijk aan de zorgautoriteit, onder vermelding
van de dag met ingang waarvan hij zorgverzekeringen zal aanbieden.
-2. De verzekeraar voegt bij de melding alle modelovereenkomsten volgens
welke hij zorgverzekeringen wenst aan te bieden.
-3. Een zorgverzekeraar legt wijzigingen in zijn modelovereenkomsten of
nieuwe modelovereenkomsten voordat deze ingaan aan de zorgautoriteit over.
Art.
26.
[Ontvangst melding en modelovereenkomsten] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2008, 164]
-1. De zorgautoriteit
tekent de datum van ontvangst aan op het
geschrift waarmee de melding, bedoeld in artikel 25, eerste lid, is
gedaan, alsmede op de modelovereenkomsten of wijzigingen daarvan,
bedoeld in artikel 25, tweede en derde lid.
-2. De zorgautoriteit
zendt de verzekeraar onverwijld een bewijs van
ontvangst, waarin die datum is vermeld.
-3. De zorgautoriteit
zendt het College zorgverzekeringen onverwijld
een afschrift van de melding, de modelovereenkomsten of de wijzigingen
in de modelovereenkomsten, onder vermelding van de datum van ontvangst
ervan.
-4. Het College toezicht ¹ zendt de beheerder
van het register van zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 14 van de Wet
gebruik burgerservicenummer in de zorg, onverwijld een afschrift van
de melding onder vermelding van de datum van ontvangst ervan.
1. Volgens de redactie
dient "Het College toezicht" te worden vervangen door: De
zorgautoriteit.
Art.
27.
[Schadevergoeding aan verzekeringnemer bij
onterechte zorgverzekering] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Een verzekeraar die ten onrechte een verzekering als zorgverzekering
aanbiedt of uitvoert, is gehouden de schade die een
verzekeringsplichtige of degene die hem heeft verzekerd dientengevolge
lijdt te vergoeden.
Art.
28.
[Vereisten statuten zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. De statuten van een zorgverzekeraar:
a. voorzien in toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene
gang van zaken in de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming;
b. bieden waarborgen voor een redelijke mate van invloed van de
verzekerden op het beleid; en
c. sluiten iedere verplichting van de verzekeringnemers, verzekerden,
gewezen verzekeringnemers of gewezen verzekerden tot het doen van een
bijdrage in tekorten van de rechtspersoon uit.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
de mate van invloed die verzekerden ten minste op het beleid van een
zorgverzekeraar dienen te hebben.
Art.
29.
[Werkgebied] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het werkgebied van een zorgverzekeraar is Nederland.
-2. In afwijking van het eerste lid kan een zorgverzekeraar zijn
werkgebied tot één of meer gehele provincies van Nederland beperken
zolang bij hem minder dan 850 000 verzekerden op basis van een
zorgverzekering verzekerd zijn.
-3. Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in het tweede
lid, wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal verzekerden in het tweede
jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bepaling geschiedt.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze
waarop het aantal verzekerden wordt bepaald indien de zorgverzekeraar in
het tweede of eerste jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bepaling
geschiedt rechtsopvolger is geweest van, gefuseerd is met of
afgesplitst is van een andere zorgverzekeraar dan wel indien deze
verzekeraar zorgverzekeringen van een andere zorgverzekeraar heeft
overgenomen.
Art.
30.
[Afmelding bij NZa] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
-1. Een zorgverzekeraar die geen zorgverzekeringen meer wenst aan te
bieden of uit te voeren, meldt het voornemen hiertoe schriftelijk aan de zorgautoriteit, onder vermelding van de dag met ingang waarvan hij
geen zorgverzekeringen meer zal uitvoeren.
-2. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.
Art.
31.
[Voldoening vorderingen door CVZ bij
betalingsonmacht zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 605]
-1. Indien jegens een
zorgverzekeraar of een voormalige zorgverzekeraar de noodregeling is
uitgesproken krachtens afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel
toezicht of
een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het
College zorgverzekeringen aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar
of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een
recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel
b,
of artikel 13.
-2. De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van
subrogatie op het College zorgverzekeringen over voor zover dat college
deze heeft voldaan.
-3. Het Rijk is tegenover het College zorgverzekeringen aansprakelijk
voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid.
§ 4.2.
De vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van
wanbetalers
Art.
32.
[Hoogte vereveningsbijdrage] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
kent een zorgverzekeraar die voldaan
heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 25, voor ieder
kalenderjaar waarin hij zorgverzekeringen aanbiedt en uitvoert een
bijdrage toe.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels omtrent de
berekening van de bijdragen gesteld. [Bz]
-3. De regels, bedoeld in het tweede lid, bepalen ten minste dat de
hoogte van de bijdrage wordt berekend op basis van bij die maatregel te
bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijke criteria, waaronder in ieder
geval het aantal verzekerden bij een zorgverzekeraar en een aantal
verzekerdenkenmerken. [Bz]
-4. Bij ministeriële regeling:
[Rz]
a. wordt vóór 1 oktober van ieder jaar bepaald welk bedrag in totaal
voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de zorgverzekeraars kan worden
toegekend;
b. kan worden bepaald dat in aanvulling op de criteria, bedoeld in het
derde lid, voor de berekening van de hoogte van de bijdragen eenmalig
rekening wordt gehouden met een bij die regeling te bepalen, voor alle
zorgverzekeraars gelijk criterium;
c. wordt statistisch onderbouwd aan elk criterium als bedoeld in het
derde lid of aan een criterium als bedoeld in onderdeel b een bijdrage
gekoppeld;
d. worden nadere regels omtrent de berekening van de bijdragen gesteld
en wordt geregeld hoe de op grond van het eerste lid toegekende
bijdragen door het College zorgverzekeringen worden betaald.
-5. Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks
vóór 15 oktober
beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing
wordt gegeven aan de in het vierde lid bedoelde regels.
-6. De toekenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt
vóór 1 november
van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage wordt
gegeven.
-7. De beleidsregels, bedoeld in het vijfde lid, behoeven de goedkeuring
van Onze Minister.
Art.
33.
[Tussentijdse bijdrage bij ramp] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Bij ministeriële regeling kunnen, in
geval van een kernexplosie of natuurramp of andere buitengewone
gebeurtenissen die niet tot het normale bedrijfsrisico van
zorgverzekeraars kunnen worden gerekend, na aanvang van het kalenderjaar
middelen voor bijdragen aan één of meer zorgverzekeraars beschikbaar
worden gesteld.
-2. Het College zorgverzekeringen
kent de bijdragen aan de bij de
ministeriële regeling aangewezen zorgverzekeraars toe.
-3. Bij ministeriële regeling worden regels omtrent de berekening van de
bijdragen gesteld en wordt geregeld hoe de toegekende bijdragen door het
College zorgverzekeringen worden betaald.
-4. Artikel 32, vijfde en zevende lid, zijn, met uitzondering van de in
het vijfde lid genoemde datum, van overeenkomstige toepassing.
Art.
34.
[Vaststelling vereveningsbijdrage] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
-1. Uiterlijk in het tweede jaar volgende op het kalenderjaar waarvoor de
bijdragen, bedoeld in artikel 32 en 33, zijn toegekend, stelt het
College zorgverzekeringen de bijdrage vast.
-2. De vaststelling van een bijdrage als bedoeld in
artikel 32 houdt in
ieder geval in een herberekening van de bijdrage op basis van het
werkelijke aantal verzekerden dat de zorgverzekeraar in het
desbetreffende jaar had en de werkelijke verdeling van de
verzekerdenkenmerken als bedoeld in artikel 32, derde lid, over die
verzekerden, voor zover de daartoe benodigde gegevens tijdig bij het
College zorgverzekeringen zijn aangeleverd.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
omtrent de berekening van de bijdragen gesteld,
met dien verstande dat generieke verevening slechts tot en met 31 december 2010
mogelijk is. [Bz]
-4. Het College zorgverzekeringen stelt beleidsregels op waarin wordt
aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het derde
lid bedoelde regels en op welke wijze een vergoeding voor rentekosten
wordt verleend respectievelijk in rekening wordt gebracht.
-5. Indien de vastgestelde bijdrage hoger is dan de toegekende bijdrage,
betaalt het College zorgverzekeringen de zorgverzekeraar of diens
rechtsopvolger het verschil, vermeerderd met de rentekosten, en indien
de vastgestelde bijdrage lager is dan de toegekende bijdrage, vordert het
College zorgverzekeringen het verschil, vermeerderd met de rentekosten,
van de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger terug.
-6. Het College zorgverzekeringen is bevoegd het bedrag dat na toepassing
van het eerste en vijfde lid aan de zorgverzekeraar dient te worden
betaald respectievelijk van de zorgverzekeraar dient te worden
teruggevorderd, te verrekenen met een toekenning van een bijdrage als
bedoeld in artikel 32 of 33 over een later jaar.
Art.
34a. [Bijdrage CVZ voor verzekerd houden
wanbetalers] [Geschiedenis:
Stb. 2009, 356]
-1.
Het College zorgverzekeringen verstrekt een
zorgverzekeraar een bijdrage indien hij verzekerden voor wier
zorgverzekering de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is,
onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering heeft gehouden.
-2.
De bijdrage wordt slechts verstrekt indien de zorgverzekeraar:
a.
zich heeft gehouden aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel
18a, 18b en 18c,
tweede en derde lid;
b.
voorafgaande aan de melding, bedoeld in artikel 18c,
ook naast de op incasso gerichte inspanningen, bedoeld in de artikelen
18a en 18b, voldoende inspanningen
tot inning van de premie heeft geleverd; en
c.
zich houdt aan zijn verplichting, bedoeld in artikel 18d,
derde lid, en desgevraagd voldoende medewerking verleent aan
activiteiten van de verzekeringnemer of derden, gericht op aflossing van
de jegens de zorgverzekeraar bestaande, uit de zorgverzekering
voortvloeiende schuld.
-3.
De periode waarover de bijdrage wordt verstrekt en de hoogte ervan,
alsmede de wijze waarop deze wordt verstrekt, worden bij ministeriële
regeling bepaald.
[Rz]
-4.
Het College zorgverzekeringen is bevoegd de te verstrekken bijdrage te
verrekenen met van de zorgverzekeraar terug te vorderen bedragen aan
vereveningsbijdrage.
Art.
35.
[Administratie CVZ t.b.v. vereveningsbijdrage] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2008, 164]
-1. Het College zorgverzekeringen
draagt zorg voor het inrichten en in stand houden van een administratie
waarin van iedere verzekerde wordt opgenomen:
a. het burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer;
b. de zorgverzekeraar waarbij de
verzekerde verzekerd is;
c. de persoonsgegevens, waaronder
persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de berekening van
aan de zorgverzekeraar toekomende bijdragen als bedoeld in de artikelen
32 tot en met 34.
-2. De zorgverzekeraar meldt het College
zorgverzekeringen, onder vermelding van de ingangsdatum ervan, iedere door
hem gesloten zorgverzekering, alsmede, indien de zorgverzekering is
geëindigd, de datum waarop deze eindigde.
-3. Indien het College zorgverzekeringen constateert dat een verzekerde
bij twee of meer zorgverzekeraars verzekerd is, stelt hij de betrokken
zorgverzekeraars daarvan, onder vermelding van de namen van alle
zorgverzekeraars waarbij de verzekerde verzekerd is, terstond op de
hoogte.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen: [Rz]
a. regels worden gesteld over de in de administratie van het College
zorgverzekeringen op te nemen persoonsgegevens als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel c;
b. regels worden gesteld over de inrichting van de administratie van het
College zorgverzekeringen, bedoeld in het eerste lid.
Art.
36.
[Buitentoepassingverklaring subsidiebepalingen Awb] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen in deze
paragraaf geregeld is, is titel 4.2 van de
Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
§ 4.3. De
verslaglegging
Art.
37.
[Jaarrekening en jaarverslag] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2006, 605]
-1. De zorgverzekeraar zendt binnen zes maanden na afloop van het
boekjaar twee exemplaren van zijn jaarrekening en van zijn jaarverslag
aan de zorgautoriteit.
-2. Een zorgverzekeraar die artikel 403 van
Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek toepast, zendt de jaarrekening, het jaarverslag en de
geconsolideerde jaarrekening onverwijld na de neerlegging van het
jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening ten kantore van het
handelsregister, in tweevoud aan de zorgautoriteit.
-3. De zorgverzekeraar voegt
bij de stukken, bedoeld in het eerste of tweede lid, twee afschriften
van de accountantsverklaring die hij op grond van het Burgerlijk
Wetboek of de Wet op het financieel
toezicht over deze stukken dient te laten
opstellen.
-4. De zorgautoriteit
zendt het College zorgverzekeringen
onverwijld
één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde
stukken.
Art.
38. [Uitvoeringsverslag] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
-1. De zorgverzekeraar zendt vóór 1 juli aan
de zorgautoriteit in
tweevoud een uitvoeringsverslag waarin hij:
a. rapporteert over de uitvoering van deze wet in het voorafgaande
kalenderjaar; en
b. een overzicht geeft van zijn voornemens met betrekking tot de
uitvoering van deze wet in het lopende kalenderjaar en het
daaropvolgende kalenderjaar.
-2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld
omtrent de inhoud van het uitvoeringsverslag. [Rz]
-3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, kunnen in het bijzonder
betrekking hebben op naleving van een in de regeling aan te wijzen
gedragscode.
-4. De zorgverzekeraar voegt bij het uitvoeringsverslag twee exemplaren
van een verslag met bevindingen van een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek over de vraag of:
a. het uitvoeringsverslag overeenkomstig de daarvoor geldende regels is
opgesteld;
b. de uitvoering is geschied overeenkomstig de verplichtingen die bij of
krachtens deze wet in het voorafgaande kalenderjaar op de
zorgverzekeraar rustten.
-5. Artikel 37, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK
5
Het Zorgverzekeringsfonds, de inkomensafhankelijke
bijdrage, de
rijksbijdragen en de belasting van gemoedsbezwaarden
§ 5.1. Het
Zorgverzekeringsfonds
Art.
39.
[Instelling, inkomsten en uitgaven
Zorgverzekeringsfonds] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2006, 644; Stb. 2007, 490
+ bis + bis;
Stb. 2007, 540; Stb.
2008, 606; Stb. 2009, 265;
Stb. 2009, 356]
-1. Er is een Zorgverzekeringsfonds.
-2. Ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds komen:
a. de inkomensafhankelijke bijdragen, bedoeld in paragraaf
5.2, alsmede
de daarmee verband houdende bestuurlijke boeten en renten;
b. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel
54;
c. een rijksbijdrage als bedoeld in de
artikelen 55 of 56;
d.
een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 70,
gelijk aan:
1º. jaarlijks: de helft van de
bijdragevervangende belastingen die degenen wier bijdragevervangende
belastingen op die rekening werden gestort over het voorafgaande
kalenderjaar gezamenlijk verschuldigd waren, of zoveel minder als het
saldo bedraagt;
2º. voor iedere tot een huishouding als
bedoeld in artikel 70, tweede lid, behorende
gemoedsbezwaarde die alsnog verzekeringsplichtig wordt dan wel
overlijdt: het saldo van de rekening gedeeld door het aantal tot de
huishouding behorende gemoedsbezwaarden;
3º. indien de rekening met toepassing van artikel
70, zevende lid, wordt opgeheven: het saldo van de rekening;
e. aan het College zorgverzekeringen
betaalde bedragen ter gehele
of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel
31, tweede lid;
f. de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel
69;
g. de
bestuursrechtelijke premies, bedoeld in artikel 18d;
h. de inkomsten die in verband met
deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
i. de door de zorgautoriteit
van verzekeraars op grond van artikel 83 van de Wet marktordening
gezondheidszorg geïnde dwangsommen, de
ingevorderde bestuurlijke boeten als
bedoeld in de artikelen 86 tot en met 89 van die
wet, alsmede de ingevorderde bestuurlijke boeten als bedoeld in artikel 96 van deze wet, nadat deze zijn
verminderd met de in het zesde lid van dat artikel bedoelde vergoeding.
-3. Ten laste van het
Zorgverzekeringsfonds komen:
a. de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32,
33, 34 en 34a;
b. subsidies als bedoeld in artikel
68, inclusief vergoedingen als
bedoeld in het tweede lid van dat artikel;
c. door het College zorgverzekeringen voldane vorderingen als bedoeld in
artikel 31, eerste lid;
d. uitgaven in verband met molest als bedoeld in
artikel 55, inclusief
vergoedingen als bedoeld in het derde lid van dat artikel;
e. de uitgaven die in verband met deze wet voortvloeien uit
internationale overeenkomsten;
f. uitkeringen als bedoeld in artikel
118a en de met de uitvoering van dat artikel gepaard gaande
beheerskosten van het CAK;
g. subsidies als bedoeld in
artikel 123a.
-4. Uit het Zorgverzekeringsfonds
kunnen, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, middelen
worden gebruikt voor het vormen en in
stand houden van een voor de doelstelling van het fonds noodzakelijke reserve.
[Rz]
Art.
40.
[Beheer en administratie Zorgverzekeringsfonds
door CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 708; versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
beheert en administreert afzonderlijk
het Zorgverzekeringsfonds.
-2. Het College zorgverzekeringen houdt de financiële middelen die deel
uitmaken van het Zorgverzekeringsfonds in rekening-courant bij Onze
Minister van Financiën.
-3. Het College zorgverzekeringen kan, voor de uitvoering van zijn
wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in
rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhoudt.
-4. In afwijking van het tweede lid kan het College zorgverzekeringen een
deel van de in dat lid bedoelde financiële middelen buiten de in dat
lid bedoelde rekening-courant houden.
-5. Onze Minister stelt in overeenstemming
met Onze Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, de omvang van
het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast. [Rz]
-6. Bij een tekort aan financiële middelen maakt het College
zorgverzekeringen uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die
door Onze Minister van Financiën worden verleend.
-7. Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het College
zorgverzekeringen ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met
betrekking tot:
a. de slotstanden per dag;
b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de
rekening-courant.
-8. Het College zorgverzekeringen informeert Onze Minister van Financiën
ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de
prognoses van de saldi van de rekening-courant.
-9. Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de
rekening-courant geen kosten in rekening.
-10. Onze Minister stelt in overeenstemming
met Onze Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels omtrent
de rente die over de saldi van de in het tweede lid bedoelde
rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt
gebracht. [Rz]
-11. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze
Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels stellen
omtrent het tweede, zevende en achtste lid. [Rz]
§ 5.2. De
inkomensafhankelijke bijdrage
Art.
41.
[Verplichte inkomensafhankelijke bijdrage] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
De verzekeringsplichtige is een inkomensafhankelijke bijdrage
verschuldigd.
Art.
42.
[Grondslag inkomensafhankelijke bijdrage] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
De inkomensafhankelijke bijdrage over een jaar wordt geheven over het
bijdrage-inkomen van dat jaar.
Art.
43.
[Hoogte bijdrage-inkomen] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; Stb.
2005, 708; versie
1 januari 2006; Stb. 2007, 376]
-1. Het bijdrage-inkomen van een jaar is het gezamenlijke bedrag van
hetgeen door de verzekeringsplichtige in dat jaar is genoten aan:
a. belastbaar loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de
loonbelasting, verminderd met de ingevolge artikel 46 genoten vergoeding
en met uitzondering van loon als bedoeld in artikel 31,
eerste lid, onderdeel b tot en met h, van de Wet
op de loonbelasting 1964 waarover de belasting op grond van artikel 27a, eerste lid, van
die wet
is verschuldigd door de inhoudingsplichtige en het hierdoor voor de
werknemer in de zin van die wet ontstane voordeel,
en vermeerderd met loon, bepaald volgens de regels
van artikel 3.82 van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
b. belastbare winst uit onderneming, bepaald volgens de regels van
afdeling 3.2 van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
c. belastbaar resultaat uit overige
werkzaamheden, bepaald volgens de
regels van afdeling 3.4 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, met
uitzondering van de in de artikelen 3.91 en 3.92 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 bedoelde werkzaamheden;
d. belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, bepaald volgens
de regels van afdeling 3.5 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
-2. Het bijdrage-inkomen wordt ten minste op nihil gesteld en wordt tot
geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met
Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en Onze
Minister van Financiën, vastgestelde bedrag. [Rz]
-3. Bij
de berekening van het bijdrage-inkomen blijft het van dezelfde
inhoudingsplichtige ontvangen loon als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel a, buiten aanmerking voor zover dat meer bedraagt dan
een bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister
van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het
bijdragebetalingstijdvak.
-4. In de gevallen, bedoeld in artikel 26b, eerste
volzin, van de Wet
op de loonbelasting 1964 en artikel 19
van de Wet financiering sociale verzekeringen,
blijven het tweede en het derde lid buiten toepassing bij de berekening
van het als bijdrage-inkomen in aanmerking te nemen loon dat van de
inhoudingsplichtige is genoten.
Art.
44.
[Herziening maximumbijdrage-inkomen] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644]
-1. Het bedrag, bedoeld in artikel
43, tweede lid, wordt jaarlijks bij
beschikking van Onze Minister, in overeenstemming met
Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze
Minister van Financiën,
herzien, waarbij met inachtneming van het bij en krachtens het tweede
lid bepaalde het laatstelijk vastgestelde bedrag wordt verhoogd of
verlaagd overeenkomstig het procentuele verschil tussen het indexcijfer
der lonen op 31 juli daaraan voorafgaande en het indexcijfer dat bij de
laatste herziening is gehanteerd.
-2. Onder indexcijfer der lonen wordt verstaan het indexcijfer van de
CAO-lonen per maand inclusief bijzondere uitkeringen, sector
particuliere bedrijven, zoals dat op basis van het jaar 2000 wordt
berekend door het Centraal bureau voor de statistiek naar de stand op de
laatste werkdag van elke kalendermaand en voor de eerste maal, al dan
niet voorlopig, wordt gepubliceerd in het Statistisch Bulletin van het
Centraal bureau voor de statistiek.
-3. Het in het tweede lid genoemde jaartal kan bij regeling van Onze
Minister worden gewijzigd.
-4. Bij de eerstvolgende herziening nadat een in het derde lid bedoelde
regeling is getroffen, wordt, in afwijking van het eerste lid, het
procentuele verschil gehanteerd tussen het indexcijfer der lonen op 31
juli daaraan voorafgaande en het indexcijfer dat bij de laatste
herziening zou zijn gehanteerd, ware de indexcijferreeks reeds op het
gewijzigde jaartal gebaseerd.
-5. Indien daartoe een bijzondere aanleiding bestaat, kan bij algemene
maatregel van bestuur van de in het eerste en tweede lid aangegeven
aanpassingsmethode worden afgeweken.
-6. Indien een wijziging ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari,
vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van
Financiën en kunnen daarbij regels worden gesteld omtrent de wijze van
berekening van de bijdrage over het gehele kalenderjaar.
Art.
45.
[Bijdragepercentage] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. De inkomensafhankelijke bijdrage bedraagt een percentage van het
bijdrage-inkomen.
-2. Het in het eerste lid bedoelde bijdragepercentage wordt bij regeling
van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en Onze
Minister van Financiën, vastgesteld. [Rz]
-3. Voor daarbij aan te geven bestanddelen van het bijdrage-inkomen kan
een afwijkend bijdragepercentage worden vastgesteld.
-4. De bijdragepercentages worden zodanig
vastgesteld dat de som van de
inkomensafhankelijke bijdragen gelijk is aan 50% van de som van bij
ministeriële regeling te bepalen, ten gunste van het
Zorgverzekeringsfonds of van de zorgverzekeraars komende inkomsten. [Rz]
-5. Na afloop van het kalenderjaar vastgestelde verschillen tussen de
bedragen van de inkomsten die in de ministeriële regeling, bedoeld in
het vierde lid, in aanmerking waren genomen en de werkelijke bedragen
van die inkomsten, worden verrekend bij de vaststelling van het
bijdragepercentage in een volgend jaar.
-6. Indien een wijziging van het bijdragepercentage ingaat op een ander
tijdstip dan 1 januari, vindt de vaststelling plaats in overeenstemming
met Onze Minister van Financiën en kunnen daarbij regels worden gesteld
omtrent de wijze van berekening van de bijdrage over het gehele
kalenderjaar.
Art.
46.
[Vergoeding door inhoudingsplichtige] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Een verzekeringsplichtige die bij regeling van
Onze Minister aan te
wijzen loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting
geniet, heeft recht op een volledige vergoeding door de
inhoudingsplichtige van de inkomensafhankelijke bijdrage over dit deel
van het bijdrage-inkomen. [Rz]
-2. Voor de toepassing van het eerste lid is
artikel 43, tweede lid, van
overeenkomstige toepassing.
Art.
47. [Nadere regelgeving]
[Rz] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met
Onze
Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, kunnen
nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze paragraaf.
§ 5.3. De heffing
en invordering van de inkomensafhankelijke bijdrage
Art.
48.
[Heffing door belastingdienst] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
De rijksbelastingdienst heft de inkomensafhankelijke bijdrage.
Art.
49.
[Heffing via inhouding of aanslag] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644]
-1. Voor zover het bijdrage-inkomen bestaat uit loon als bedoeld in
artikel 43, eerste lid, onderdeel a, dat van een inhoudingsplichtige
wordt genoten, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage bij wijze van
inhouding geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing
van de loonbelasting geldende regels.
-2. Voor zover het bijdrage-inkomen bestaat uit andere dan de in het
eerste lid bedoelde bestanddelen, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage
bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor
de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering
van artikel 3.154 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
-3. Bij de vaststelling van
de ingevolge het tweede lid op te leggen aanslag over een jaar wordt
als bijdrage-inkomen ten hoogste in aanmerking genomen een
bedrag gelijk aan het bijdrage-inkomen dat op grond van artikel
43, tweede
lid, ten hoogste in aanmerking wordt genomen, verminderd met het bijdrage-inkomen dat ingevolge het eerste
lid ten aanzien van de
verzekeringsplichtige over het jaar reeds in aanmerking is genomen.
Art.
50.
[Te veel betaalde bijdrage] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; Stb.
2005, 708; versie
1 januari 2006; Stb. 2006,
644]
-1. Indien over het
bijdrage-inkomen inkomensafhankelijke bijdrage is ingehouden over een hoger
bijdrage-inkomen dan het bedrag, bedoeld in artikel
43, tweede lid,
stelt de inspecteur, bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen,
bij voor bezwaar vatbare beschikking het bedrag van de te veel betaalde
bijdrage vast.
-2. Indien het bijdrage-inkomen waarover inkomensafhankelijke bijdrage is
ingehouden van verschillende inhoudingsplichtigen is ontvangen, wordt
het bedrag van de te veel ingehouden bijdrage als bedoeld in het eerste
lid naar evenredigheid toegerekend aan de door deze inhoudingsplichtigen
ingehouden bijdrage.
-3. In afwijking in zoverre van de vorige leden wordt het bedrag van
te veel ingehouden bijdrage voor zover mogelijk toegerekend aan de
inkomensafhankelijke bijdrage over het bijdrage-inkomen waarop artikel
46, eerste lid, niet van toepassing is.
-4. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met
Onze
Minister van Financiën, kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden
gesteld. [Rz]
-5. In afwijking van de artikelen 25b,
27f,
27j, derde lid, en 29i van
de Algemene
wet inzake rijksbelastingen verleent de inspecteur een
teruggave van een ingehouden bedrag aan inkomensafhankelijke bijdrage
over loon als bedoeld in artikel 46, eerste lid, aan de
inhoudingsplichtige.
Art.
51.
[Invordering door belastingdienst] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. De rijksbelastingdienst
vordert de inkomensafhankelijke bijdrage in.
-2. Bij de invordering van de bijdrage zijn,
naargelang
artikel 49,
eerste lid dan wel tweede lid, van toepassing is, de regels geldende
voor de invordering van de loonbelasting, met uitzondering van artikel
38, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet
1990,
onderscheidenlijk de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing.
Art.
52. [Nadere regelgeving bijdrageafdracht
aan Zorgverzekeringsfonds]
[Rz] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Bij regeling van Onze Minister en Onze
Minister van Financiën worden
regels gesteld met betrekking tot de afdracht van de
inkomensafhankelijke bijdragen alsmede van de daarmee verband houdende
bestuurlijke boeten en renten door de rijksbelastingdienst
aan het
Zorgverzekeringsfonds.
Art.
53. [Nadere regelgeving]
[Rz] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met
Onze
Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, kunnen
nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze paragraaf.
§ 5.4. De
rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds
Art.
54.
[Rijksbijdrage voor zorgverzekering minderjarigen] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Onze Minister
verleent jaarlijks aan het Zorgverzekeringsfonds een
bijdrage in de financiering van de zorgverzekering voor verzekerden
jonger dan 18 jaar.
-2. De bijdrage is gelijk aan het bedrag dat daarvoor in de wet tot
vaststelling van de begroting van zijn ministerie voor dat jaar is
toegestaan.
-3. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.
Art.
55.
[Rijksbijdrage bij molest] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644]
-1. Onze Minister
kan, in overeenstemming met Onze
Minister van Financiën, een bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds verlenen ter
gehele of gedeeltelijke betaling van zorg of overige diensten als
bedoeld in artikel 10, ingeval de behoefte aan die zorg of diensten is
veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog,
opstand, binnenlandse onlusten, oproer, muiterij of terrorisme.
-2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald:
a. welke vormen van zorg of overige diensten voor welk gedeelte met de
bijdrage worden betaald;
b. ten behoeve van welke personen de bijdrage wordt betaald;
c. onder welke voorwaarden en op welke wijze deze zorg of overige
diensten door het College zorgverzekeringen
worden betaald.
-3. In een regeling als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat
zorgverzekeraars het College zorgverzekeringen bijstand verlenen bij het
uitvoeren van de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, en
welke vergoeding daar voor de zorgverzekeraars tegenover staat.
Art.
56.
[Rijksbijdrage bij betalingsonmacht
zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Indien de situatie, bedoeld
in artikel 31, eerste lid, zich heeft voorgedaan, verstrekt
Onze Minister een
bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds ter hoogte van het verschil
tussen het bedrag aan voldane vorderingen, als bedoeld in artikel
31,
eerste lid, en het bedrag dat het College zorgverzekeringen
ter zake van de vorderingen, bedoeld in
artikel 31,
tweede lid, heeft ontvangen.
§ 5.5. De
bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarden
Art.
57.
[Bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarden] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
-1. Van de persoon die op
grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, niet verzekeringsplichtig
is, wordt met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 5 van de
Wet
financiering sociale verzekeringen en artikel 58 van die
wet belasting geheven tot het bedrag van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 43, tweede lid, dat de persoon verschuldigd zou zijn als
ware hij verzekeringsplichtig.
-2. Indien de in het eerste
lid bedoelde belasting wordt geheven over op grond van artikel
46, eerste
lid, aangewezen loon, is artikel 46 van overeenkomstige toepassing.
-3.
De rijksbelastingdienst stort de belasting,
bedoeld in het eerste lid, op de rekening, bedoeld in artikel
70, eerste dan wel tweede lid.
HOOFDSTUK
6
Het
College zorgverzekeringen
§ 6.1. Algemene
bepalingen
Art.
58.
[Instelling, vestigingsplaats, taken en
vertegenwoordiging CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Er is een College voor
zorgverzekeringen, dat rechtspersoonlijkheid bezit.
-2. Het College zorgverzekeringen
is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
-3. Het College
zorgverzekeringen is belast met de taken die hem bij of krachtens wet of
internationale overeenkomst zijn opgedragen.
-4. Het College
zorgverzekeringen wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
Art.
59.
[Samenstelling CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2006, 605; Stb. 2007, 540]
-1. Het College zorgverzekeringen
bestaat uit
ten hoogste drie leden, onder
wie de voorzitter.
-2. Onze Minister
benoemt,
schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden.
-3. Benoeming vindt plaats op
grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de
taken van het College zorgverzekeringen alsmede op grond van
maatschappelijke kennis en ervaring.
-4. De leden worden benoemd
voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens
voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
-5. Het lidmaatschap van het
College zorgverzekeringen is onverenigbaar met het lidmaatschap van de zorgautoriteit of van het bestuur
van De Nederlandsche Bank NV.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen andere functies of werkzaamheden dan die, genoemd in het
vijfde lid, worden aangewezen die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap
van het College zorgverzekeringen.
-7. Het lidmaatschap eindigt
tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
-8. Van een besluit tot
benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
-9. Onze Minister stelt de
bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden
van het College zorgverzekeringen vast. [Rbbbv]
[Rz]
Art.
59a. [Adviescommissie Pakket] [Geschiedenis:
Stb. 2007, 540]
-1. Het College
zorgverzekeringen heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld in
artikel 66 voorbereidt.
-2. De commissie bestaat uit
een oneven aantal van ten hoogste negen leden, waaronder de leden
van het College zorgverzekeringen.
-3. Artikel 59, tweede,
derde, vierde, zevende en achtste lid, zijn op de leden van de commissie die
niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hun benoeming
plaatsvindt op grond van de deskundigheid die nodig is voor de
uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke
kennis en ervaring.
-4. Bij ministeriële
regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan
de leden van de commissie die niet tevens leden van het College
zorgverzekeringen zijn, vastgesteld.
Art.
60.
[Bestuursreglement en vergaderingen CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2007, 540]
-1. Het College zorgverzekeringen
stelt een bestuursreglement vast.
-2. Vergaderingen van het
College zorgverzekeringen zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het
bestuursreglement anders is bepaald.
-3. In het bestuursreglement
legt het College zorgverzekeringen in ieder geval vast hoe hij voldoet
aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de
Algemene wet bestuursrecht.
-4. Het bestuursreglement
behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
Art.
61.
[Rechtspositie personeel CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Op de rechtspositie van
het personeel van het College zorgverzekeringen
zijn de
regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries
van toepassing, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid
is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt
uitgeoefend door het College zorgverzekeringen.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan worden afgeweken van de in het eerste lid bedoelde
regels.
Art.
62.
[Beleidsregels uitvoering taken CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Onze Minister kan
beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening
van de taken van het College zorgverzekeringen.
Art.
63.
[Vernietiging besluit CVZ] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Een besluit van het College zorgverzekeringen
kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
-2. Van een besluit tot
vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
§ 6.2. Taken en
bevoegdheden
Art.
64.
[Bevordering eenduidige uitleg te verzekeren
prestaties] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
bevordert de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van
de prestaties, bedoeld in artikel 11.
-2. Het College
zorgverzekeringen kan de zorgverzekeraars met het oog hierop richtlijnen geven.
Art.
65.
[Voorlichting over te verzekeren prestaties] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Het College zorgverzekeringen geeft aan zorgverzekeraars, aan zorgaanbieders en aan
burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de prestaties,
bedoeld in artikel 11.
Art.
66.
[Rapportage en signalering aan minister] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
rapporteert Onze Minister desgevraagd over voorgenomen
beleid inzake aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld
in artikel 11.
-2. Het College
zorgverzekeringen signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke
ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de aard,
inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
Art.
67.
[Afstemming met andere terreinen] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Het College zorgverzekeringen bevordert de afstemming van de uitvoering:
a. van en tussen de
zorgverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten; en
b. van deze verzekeringen
met de uitvoering van het beleid op andere terreinen van de
volksgezondheid en op andere terreinen van sociale zekerheid.
Art.
68.
[Nadere regelgeving tijdelijke subsidies] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat het College zorgverzekeringen
overeenkomstig in die regeling gestelde regels tijdelijk subsidies verstrekt voor
zorg of andere diensten ten aanzien waarvan het voornemen bestaat deze te
doen opnemen in de te verzekeren prestaties. [Rz]
-2. In een regeling als
bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat zorgverzekeraars het College
zorgverzekeringen bijstand verlenen bij de verstrekking van subsidies
behorende tot een in die regeling genoemde categorie en welke
vergoeding zij daarvoor ontvangen. [Rz]
-3. Onze Minister
kan
jaarlijks voor een categorie van subsidies het subsidieplafond voor het
komende jaar bekendmaken. [Rz]
-4. In een regeling als
bedoeld in het eerste lid kan aan het College zorgverzekeringen worden
opgedragen nadere regels te stellen. [Rz]
-5. Nadere regels als bedoeld
in het vierde lid behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
-6. Goedkeuring kan slechts
worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de volksgezondheid.
Art.
69.
[Administratie en bijdragebetaling in buitenland
wonende niet-verzekerden] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; Stb.
2005, 708; versie
1 januari 2006; Stb. 2007, 490
+ bis; Stb.
2007, 540 + bis + bis;
Stb. 2008, 277; Stb.
2009, 384; Stb.
2009, 265]
-1. In het
buitenland wonende personen die met
toepassing van een verordening van de Raad van de Europese
Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de
overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een
verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan
zorg recht hebben op zorg
of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de
wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland,
melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn,
bij het College zorgverzekeringen aan.
-2. De in het eerste lid
bedoelde personen zijn een bij
ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd die voor een bij
die regeling te bepalen gedeelte, voor de toepassing van de Wet
op de zorgtoeslag als premie voor een zorgverzekering wordt
beschouwd. [Rz]
-3. Indien de melding niet is geschied binnen vier maanden nadat het
recht, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan, legt het College
zorgverzekeringen degene die de melding had moeten doen een bestuurlijke
boete
op
die gelijk is aan 130% van een bij ministeriële regeling te bepalen
gedeelte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, over een periode
gelijk aan de periode gelegen tussen de dag waarop het recht ontstond en
de dag waarop de melding is geschied, maar met een maximum van vijf
jaren.
-4. Het College
zorgverzekeringen is belast met de administratie voortvloeiend uit het eerste
lid en de daar genoemde internationale regels, alsmede met het nemen van
beschikkingen over de
heffing en de inning van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid.
-5. Indien tegen een door het
College zorgverzekeringen op grond van dit artikel genomen
beschikking bezwaar wordt gemaakt:
a. kan dat college, in
afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet
bestuursrecht, van het horen
van een belanghebbende afzien, tenzij deze binnen een door het college
gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het
recht te worden gehoord;
b. beslist dat college, in
afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht,
binnen dertien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn
voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
-6. Het College
zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het
burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer van de in het eerste lid bedoelde personen.
-7. Bij ministeriële
regeling: [Rz]
a. kan worden bepaald dat organen
die pensioen of rente verschuldigd zijn, in opdracht van het College
zorgverzekeringen werkzaamheden verrichten ter voorbereiding of
uitvoering van beschikkingen als bedoeld in het vierde lid, waarbij kan
worden bepaald dat die organen de bijdragen, bedoeld in het tweede lid,
op het pensioen of de rente inhouden en aan het Zorgverzekeringsfonds
afdragen;
b. kunnen regels worden
gesteld over de wijze waarop het College zorgverzekeringen zijn taak,
bedoeld in het vierde lid, uitoefent of de organen, bedoeld in
onderdeel a, de in dat onderdeel bedoelde werkzaamheden uitvoeren.
Art.
70. [Gemoedsbezwaarden] [Geschiedenis:
versie 16 juni 2005; Stb.
2005, 525; versie
1 januari 2006; Stb. 2007, 490;
Stb. 2007, 540 + bis
+ bis]
-1. Het College zorgverzekeringen
opent voor iedere gemoedsbezwaarde, bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onderdeel b, een rekening waarop de geheven
bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57,
eerste lid, wordt gestort.
-2. In afwijking van het eerste lid opent of houdt het College
zorgverzekeringen één rekening in stand indien twee of meer
gemoedsbezwaarden als bedoeld in artikel 2, tweede lid,
onderdeel b, een gezamenlijke huishouding voeren en worden op die
rekening de belastingen van ieder van deze gemoedsbezwaarden gestort.
-3. Tot de rekening is geen ander begunstigd dan het College
zorgverzekeringen.
-4. Het saldo wordt door het College zorgverzekeringen gebruikt voor het
doen van:
a. uitkeringen ter vergoeding van kosten van zorg of overige
diensten als bedoeld in artikel 11, voor zover deze
zijn verleend aan een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand
wordt gehouden of aan een tot zijn huishouding behorend kind jonger dan
18 jaar;
b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39,
tweede lid, onderdeel d.
-5. Uitkeringen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a,
worden slechts op verzoek van een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening
in stand wordt gehouden, gedaan.
-6. De kosten van zorg of overige diensten worden niet vergoed voor
zover deze voor een verzekerde op grond van de regels gesteld bij of
krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel
11, derde of vierde lid, voor eigen rekening blijven.
-7. Het College zorgverzekeringen heft een rekening op indien alle
gemoedsbezwaarden voor wie de rekening in stand werd gehouden
verzekeringsplichtig zijn geworden dan wel zijn overleden.
-8. Indien een gemoedsbezwaarde een gezamenlijke huishouding is gaan
vormen met een andere gemoedsbezwaarde, heft het College
zorgverzekeringen één van de twee rekeningen op, onder overmaking van
het saldo naar de overblijvende rekening.
-9. Het College zorgverzekeringen zorgt per gemoedsbezwaarde of
huishouding, bedoeld in het tweede lid, voor een ordentelijke
administratie van de stortingen op en de uitkeringen ten laste van de
rekening.
-10. Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van het bepaalde in het
eerste tot en met negende lid nadere regels en uitvoeringsregels worden
gegeven. [Rz]
-11. Het College zorgverzekeringen is bevoegd de werkzaamheden, bedoeld
bij of krachtens het eerste tot en met tiende lid, onder vergoeding van
de daarmee gepaard gaande kosten, uit te besteden aan één of meer
zorgverzekeraars.
-12. Het College
zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het
burgerservicenummer of, bij ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer van de gemoedsbezwaarde.
§ 6.3. Planning,
verslaglegging en financiering
Art.
71.
[Jaarplan] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een jaarplan
voor het volgende kalenderjaar.
-2. Het jaarplan omvat:
a. een werkprogramma met een
beschrijving van de activiteiten die het College zorgverzekeringen voornemens is ter uitvoering van zijn taken te
verrichten;
b. een begroting van de
beheerskosten voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; en
c. een meerjarenraming voor
de vier kalenderjaren volgend op het begrotingsjaar.
Art.
72.
[Vaststelling budget beheerskosten] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Onze Minister
stelt
jaarlijks vóór 1 december het budget voor de beheerskosten van het College zorgverzekeringen
voor het volgende kalenderjaar vast.
-2. Onze Minister kan
besluiten het budget voor de beheerskosten van het College
zorgverzekeringen te wijzigen.
-3. Indien gedurende het jaar
aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen
de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College
zorgverzekeringen daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder
vermelding van de oorzaak van de verschillen.
-4. Het College
zorgverzekeringen gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en
doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het
vastgestelde budget voor de beheerskosten.
-5. Indien het budget voor de
beheerskosten niet is vastgesteld vóór 1 januari van het
kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College zorgverzekeringen
bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over
ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor
hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
-6. Onze Minister kan
besluiten dat het College zorgverzekeringen in een geval als bedoeld in het
vijfde lid kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het
budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
-7. Het door Onze Minister
vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College
zorgverzekeringen wordt gedekt uit ’s Rijks kas.
Art.
73.
[Jaarverantwoording] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
zendt jaarlijks vóór 15 maart aan Onze Minister
een
jaarverantwoording over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van
bevindingen, bedoeld in het zesde lid.
-2. De jaarverantwoording
omvat:
a. een jaarrekening; en
b. een jaarverslag omtrent
het door het College zorgverzekeringen gevoerde beleid, de
doeltreffendheid van dat beleid, de bedrijfsvoering en de uitvoering van het
werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar.
-3. Het College
zorgverzekeringen legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige
toepassing van titel 9 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek wordt
ingericht, rekening en verantwoording af over zijn beheerskosten en over
de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het afgelopen kalenderjaar.
-4. De jaarrekening gaat
vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door
een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven
in zijn controlewerkzaamheden.
-5. De verklaring heeft mede
betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen
door het College zorgverzekeringen.
-6. De accountant voegt bij
de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer
en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid,
ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid.
Art.
74.
[Jaarrekening Zorgverzekeringsfonds] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Het College zorgverzekeringen
zendt jaarlijks vóór 15 maart aan Onze Minister
met betrekking tot
het Zorgverzekeringsfonds een jaarrekening over het afgelopen
kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het vijfde lid.
-2. Het College
zorgverzekeringen legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige
toepassing van titel 9 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek wordt
ingericht, rekening en verantwoording af over de baten en lasten van het
Zorgverzekeringsfonds en de toestand van dat fonds per 31 december, alsmede over de rechtmatigheid en doelmatigheid
van het beheer van dat fonds
in het afgelopen kalenderjaar.
-3. De jaarrekening gaat
vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door
een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven
in zijn controlewerkzaamheden.
-4. De verklaring heeft mede
betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen
van het Zorgverzekeringsfonds.
-5. De accountant voegt bij
de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer
en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid,
ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid.
Art.
75.
[Goedkeuring stukken door minister] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644; Stb. 2008, 271]
-1. De onderdelen "werkprogramma" en
"begroting" van het jaarplan, bedoeld in artikel
71, het
onderdeel "jaarrekening" van de jaarverantwoording, bedoeld
in artikel 73, en de jaarrekening, bedoeld in artikel
74, behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
-2. Het eerste lid geldt niet
voor wijzigingen in een goedgekeurde begroting, mits:
a. de totale omvang van de
begroting geen wijziging ondergaat; en
b. de wijziging per groep
van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende
begrotingsjaar, een bedrag van 5% van het in artikel 72 bedoelde budget
niet te boven gaat.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en de inrichting van:
[Rbbbv]
[Rz]
a. het jaarplan, bedoeld in
artikel 71;
b. de jaarverantwoording,
bedoeld in artikel 73;
c. de jaarrekening, bedoeld
in artikel 74;
d. de verklaringen, bedoeld
in de artikelen 73, vierde lid, en 74, derde lid, de verslagen van
bevindingen, bedoeld in artikel 73, zesde lid, en 74, vijfde lid, alsmede het aan
die verklaringen en verslagen ten grondslag liggende onderzoek.
-4. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder
het budget, bedoeld in artikel 72, wordt vastgesteld.
[Rbbbv]
[Rz]
Art.
76.
[Verkrijgbaarstelling jaarstukken
Zorgverzekeringsfonds] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Na de goedkeuring,
bedoeld in artikel 75, eerste lid, stelt het College zorgverzekeringen
het
jaarplan, de jaarverantwoording en de jaarrekening van het
Zorgverzekeringsfonds algemeen verkrijgbaar.
-2. Onze Minister
brengt zijn
oordeel over het functioneren van het College zorgverzekeringen
ter kennis van beide kamers der Staten-Generaal.
HOOFDSTUK
7
Het
College toezicht
Vervallen
§ 7.1. Algemene
bepalingen
Vervallen
Art.
77. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
78. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
79. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
§ 7.2. Taken en
bevoegdheden
Vervallen
Art.
80.
Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
Art.
81. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
Art.
82. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
Art.
83. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
Art.
84. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT
+ bis + bis;
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
§ 7.3. Planning,
verslaglegging en financiering
Vervallen
Art.
85. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
HOOFDSTUK
8
Gegevensverstrekking
Art.
86.
[Opname BSN in administratie zorgverzekeraar;
gegevensuitwisseling] [Rgbz]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2008, 164; Stb.
2008, 271]
-1. De zorgverzekeraar neemt
het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer van zijn verzekerden en, gedurende
zeven jaren na het einde van de verzekering, van zijn gewezen verzekerden
met het oog op de uitvoering van de zorgverzekering en van deze
wet in zijn administratie op.
-2.
De zorgverzekeraar stelt bij de eerste opname in zijn administratie en
vervolgens indien daartoe aanleiding is het burgerservicenummer van de
verzekerde vast met overeenkomstige toepassing van artikel 7 van de Wet gebruik
burgerservicenummer in de zorg. Bij het ontbreken van het
burgerservicenummer verifieert de zorgverzekeraar het sociaal-fiscaal
nummer van de verzekerde indien daartoe aanleiding is.
-3. De zorgverzekeraar gebruikt het
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer van de verzekerde met het doel te waarborgen dat de in het kader
van de verzekering van zorg te verwerken persoonsgegevens op die
verzekerde betrekking hebben.
-4.
Bij gegevensuitwisseling tussen de zorgverzekeraars en de stichtingen,
bedoeld in artikel 14, derde lid, alsmede tussen de
zorgverzekeraars en de in de artikelen 88 en 89
genoemde personen en instanties wordt, voor zover die stichtingen,
personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het
burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal
nummer gebruikt.
-5. Het vierde lid is van overeenkomstige
toepassing op de gegevensuitwisseling tussen de zorgverzekeraars en de
zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars in de zin van de Wet gebruik
burgerservicenummer in de zorg die niet in de artikelen
88 en 89 zijn genoemd.
-6. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot
het eerste en tweede lid.
-7. Bij ministeriële regeling kan worden
bepaald aan welke beveiligingseisen de gegevensverwerking, bedoeld in het
eerste, vierde en vijfde lid, voldoet.
-8. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen regels gesteld worden over de bij de gegevensuitwisseling,
bedoeld in het vierde en vijfde lid, te verwerken feiten of gegevens met
betrekking tot verzekerden van wie het vaststellen van het
burgerservicenummer of het sociaal-fiscaal nummer onmogelijk blijkt of een
onevenredige inspanning kost. Bij of krachtens die maatregel kan worden
bepaald aan welke beveiligingseisen de verwerking van die feiten of
gegevens voldoet.
-9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen
vormen van zorg of andere diensten als bedoeld in artikel 11,
alsmede categorieën van zorgverzekeraars, van stichtingen als bedoeld in artikel
14, derde lid, en van in de artikelen 88 en 89
genoemde personen en instanties worden uitgezonderd van de toepassing van
het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het achtste lid.
Art.
87.
[Gegevensverstrekking door zorgaanbieder;
geheimhoudingsplicht] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2007, 490 + bis;
Stb. 2007, 540]
-1. Een zorgaanbieder die aan
een verzekerde zorg of andere diensten, bedoeld in artikel
11, heeft verleend en die de kosten daarvan krachtens een door hem met de
zorgverzekeraar gesloten overeenkomst rechtstreeks bij die zorgverzekeraar in
rekening brengt, verstrekt die zorgverzekeraar of een door
die zorgverzekeraar aangewezen persoon de persoonsgegevens van de
verzekerde, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid
als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor
de uitvoering van de zorgverzekering of van deze wet, dan wel
stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van
afschrift ter beschikking.
-2. Een zorgaanbieder die aan
een verzekerde zorg of andere diensten, bedoeld in artikel
11, heeft
verleend en die de kosten daarvan bij de verzekerde in rekening
brengt, verstrekt hem de persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens
betreffende zijn gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die voor zijn zorgverzekeraar
noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de zorgverzekering of van deze wet.
-3. De zorgaanbieder, bedoeld
in het eerste of tweede lid, verstrekt een door Onze Minister
aangewezen persoon kosteloos bij ministeriële regeling omschreven, voor de
uitvoering van deze wet noodzakelijke persoonsgegevens, waaronder
persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de
Wet bescherming persoonsgegevens. [Rz]
-4. Personen werkzaam ten
behoeve van een zorgaanbieder als bedoeld in het eerste of tweede lid verstrekken die zorgaanbieder de persoonsgegevens
die hij nodig heeft om te
kunnen voldoen aan zijn verplichtingen, bedoeld in het eerste,
tweede en derde lid.
-5. Personen werkzaam bij de
zorgverzekeraar, bij een door de zorgverzekeraar aangewezen
persoon als bedoeld in het eerste lid of bij de door Onze Minister
aangewezen persoon als bedoeld in het derde lid voor wie niet reeds uit
hoofde van ambt of beroep een geheimhoudingsplicht geldt, zijn verplicht
tot geheimhouding van de gegevens als bedoeld in het eerste, tweede of
derde lid, behoudens voor zover enig
wettelijk voorschrift hen mededeling toestaat.
-6.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald: [Rgbz]
[Rz]
a. tot welke gegevens de
verplichting, bedoeld in het eerste of tweede lid, zich in ieder geval
uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens,
bedoeld in het eerste of tweede lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische
standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
d. aan welke
beveiligingseisen gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen
gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worden verwerkt met
het oog op de uitvoering van de zorgverzekering of een
aanvullende ziektekostenverzekering, voor zover deze gegevens niet worden
gebruikt voor het beoordelen en accepteren van een aspirant-verzekerde
voor een aanvullende verzekering en bovendien noodzakelijk zijn
voor:
1º. de betaling aan een
zorgaanbieder of de vergoeding van zorgkosten aan een verzekerde;
2º. de vaststelling van eigen bijdragen of nog openstaand
verplicht of vrijwillig eigen risico;
3º. het uitoefenen van het
verhaalsrecht; of
4º. het verrichten van
controle of fraudeonderzoek.
Art.
88.
[Gegevensverstrekking aan zorgverzekeraars en
publiekrechtelijke uitvoerders] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2008, 271]
-1. Een ieder verstrekt op
verzoek aan de zorgverzekeraars, het College zorgverzekeringen,
de zorgautoriteit, Onze Minister, de rijksbelastingdienst, het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de
Sociale verzekeringsbank, het college van
burgemeester en wethouders of aan een daartoe door of vanwege
één van deze zorgverzekeraars of instanties aangewezen
persoon kosteloos alle
inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze
wet.
-2. De in het eerste lid
bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in
schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen
een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het
eerste lid bedoelde verzoek.
-3. Een ieder geeft op
verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid inzage in alle
bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking
voor het nemen van afschrift en verleent de ter zake verlangde
medewerking, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet door
de desbetreffende zorgverzekeraars of instanties.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste,
tweede of derde lid. [Rgbz]
[Rz]
Art.
89.
[Gegevensuitwisseling tussen zorgverzekeraars en
publiekrechtelijke uitvoerders] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
-1. De in artikel 88, eerste
lid, bedoelde zorgverzekeraars en instanties zijn bevoegd uit eigen
beweging en verplicht op verzoek binnen een bij dat verzoek genoemde
termijn, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan
elkaar, aan een daartoe door of vanwege hen aangewezen persoon of aan
een door Onze Minister aangewezen persoon, kosteloos, de
gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.
-2. Een zorgverzekeraar
verleent op verzoek van het College zorgverzekeringen
dan wel
van de zorgautoriteit aan door het desbetreffende bestuursorgaan aangewezen personen inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers,
stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en
verleent de ter zake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende
bestuursorgaan dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
-3. Alle ambtenaren tot
afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn
verplicht aan een in artikel 88, eerste lid, bedoelde zorgverzekeraar of
instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos
toe te zenden.
-4. Griffiers van colleges,
geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek,
kosteloos, aan een zorgverzekeraar, aan het College zorgverzekeringen of
aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels
uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de zorgverzekeraar of het
desbetreffende bestuursorgaan.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over
de verstrekking van gegevens door de rijksbelastingdienst aan de
zorgverzekeraars.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste of
tweede lid. [Bz] [Rgbz]
[Rz]
Art.
90.
[Nadere regelgeving periodieke
gegevensverstrekking door zorgverzekeraars] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
-1. De zorgautoriteit,
onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen,
kan na overleg met het
College zorgverzekeringen, onderscheidenlijk de zorgautoriteit, bij
regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de
zorgverzekeraars moeten worden verstrekt.
-2. De regels kunnen mede
omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen
moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de
verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt.
-3. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald welke statistische gegevens de zorgverzekeraars
verzamelen betreffende vormen van zorg en andere diensten.
Art.
91.
[Gegevensverstrekking CVZ en NZa aan minister,
College bouw en College sanering] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
-1. Het College zorgverzekeringen
en de zorgautoriteit verstrekken Onze Minister
uit eigen
beweging inlichtingen over ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen
leiden dat ten behoeve van verzekerden niet vrij kan worden gekozen tussen
zorgverzekeraars en de door hen aangeboden varianten van de
zorgverzekering of die een rechtmatige en volledige uitvoering van
zorgverzekeringen jegens de verzekeringnemers of verzekerden in gevaar kunnen
brengen.
-2. Het College
zorgverzekeringen en de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan Onze Minister of aan het College bouw of het College
sanering, bedoeld in de Wet
toelating zorginstellingen, de voor de
uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens.
-3. Het College
zorgverzekeringen en de zorgautoriteit verlenen aan door Onze Minister of door
een bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, aangewezen personen
toegang tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat
voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Art.
92.
[Elektronische gegevensuitwisseling] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Een zorgverzekeraar maakt
voor de verstrekking of ontvangst van gegevens aan of van
personen, aan te wijzen door het College zorgverzekeringen, gebruik
van een elektronische infrastructuur.
-2. Het College
zorgverzekeringen kan met betrekking tot het eerste lid regels stellen over:
a. de aard en omvang van de
gegevens en de voorschriften waaraan de verstrekking of ontvangst
ten minste moet voldoen;
b. de wijze waarop de
verstrekking of ontvangst van gegevens plaatsvindt, waaronder
begrepen de aansluiting van zorgverzekeraars op de infrastructuur;
c. de wijze waarop het
gebruik van de infrastructuur wordt georganiseerd en beheerd, waaronder
begrepen de inrichting en instandhouding van een gemeenschappelijke
database;
d. de financiering van het
gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de kosten ervan
worden verdeeld.
Art.
93.
[Geheimhoudingsplicht] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2006, 605 + bis; Stb.
2009, 265]
-1. Het is een ieder die uit
hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft
vervuld,
verboden van vertrouwelijke
gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel
5.2 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn verstrekt of verkregen
of van De Nederlandsche Bank
NV of de Stichting Autoriteit
Financiële Markten zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan
verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn
taak of bij of krachtens deze wet wordt geëist.
-2. In afwijking van het
eerste lid kunnen de zorgautoriteit en het College zorgverzekeringen
met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen
verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet,
mededelingen doen indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke
personen of ondernemingen.
-3. In afwijking van het
eerste lid en in overeenstemming
met artikel 1:89 van de Wet op het financieel
toezicht zijn de zorgautoriteit, het College zorgverzekeringen, De Nederlandsche Bank
NV en de Stichting Autoriteit Financiële
Markten, voor zover dat voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan
elkaar en aan Onze Minister vertrouwelijke gegevens of inlichtingen
omtrent afzonderlijke verzekeraars te verschaffen.
-4. Het eerste lid laat, ten
aanzien van degene op wie dat lid van toepassing is, onverlet:
a. de toepasselijkheid van
de bepalingen van het Wetboek
van Strafvordering welke
betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van
een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling
van de ingevolge deze wet opgedragen taak;
b. de toepasselijkheid van
de bepalingen van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet
welke betrekking hebben op
het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als
deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens
of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet
opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen
omtrent een verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard
of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden;
c. de bevoegdheden van de
Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 91 van de Comptabiliteitswet
2001, voor zover deze niet bij artikel 121 zijn beperkt.
-5. Het vierde lid, onderdeel b, geldt niet voor gegevens of inlichtingen
die betrekking hebben op verzekeraars die betrokken zijn of zijn geweest
bij een poging de
desbetreffende verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten.
-6. De Algemene Rekenkamer is
bij het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 91, elfde
tot en met veertiende lid, van de Comptabiliteitswet
2001, verplicht tot
geheimhouding, voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die
haar ingevolge het vierde lid, onderdeel c, bekend zijn geworden.
HOOFDSTUK
9
Handhaving
§ 9.1. Aanwijzingen
aan verzekeraars
Art.
94. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
§ 9.2. Lasten onder
dwangsom
Art.
95. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
§ 9.3. Bestuurlijke
boeten
Art.
96.
[Bestuurlijke boete bij te late verzekering] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644; Stb. 2009, 265]
-1. Het College
zorgverzekeringen legt de verzekerde een bestuurlijke boete op,
indien:
a. de zorgverzekering niet binnen
vier maanden na het ontstaan van de verzekeringsplicht is ingegaan; of
b. een verzekeringsplichtige niet
met ingang van de dag volgende op de dag waarop een zorgverzekering is
geëindigd op grond van een andere zorgverzekering verzekerd is.
-2. In
afwijking van het eerste lid:
a. wordt geen bestuurlijke boete opgelegd indien de
verzekerde op de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand
waarop de zorgverzekering ingaat jonger dan 18 jaar was;
b. wordt de bestuurlijke boete indien artikel 2,
derde lid, van toepassing is, opgelegd aan de curator, de bewindvoerder of
de mentor.
-3. De hoogte van de bestuurlijke boete is
gelijk aan 130% van de premie, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, over
een periode gelijk aan de periode gelegen tussen de dag waarop de
verzekeringsplicht ontstond en de dag waarop de zorgverzekering inging, dan
wel gelegen tussen de dag waarop de zorgverzekering eindigde en
de dag waarop een nieuwe zorgverzekering inging.
-4. Indien de periode,
bedoeld in het derde lid, langer is dan vijf jaren, wordt zij op vijf jaren
gesteld.
-5. De voorbereiding en de
uitvoering van boetebeschikkingen wordt namens het College
zorgverzekeringen door de zorgverzekeraars verricht.
-6. De zorgverzekeraars
hebben als vergoeding voor hun werkzaamheden, bedoeld in het vijfde lid,
recht op een door het College zorgverzekeringen te bepalen
percentage van de door hen ingevorderde bestuurlijke boeten.
-7. De te betalen geldsom van de opgelegde
bestuurlijke boeten komt onder aftrek van de vergoeding, bedoeld in het
vijfde lid, toe aan het Zorgverzekeringsfonds.
Art.
97. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
98. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
99. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415]
Art.
100. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
101.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2009, 265]
Art.
102.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2009, 265]
Art.
103.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
Art.
104.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
Art.
105.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2006, 644;
Stb. 2009, 265]
Art.
106.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
Art.
107.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
Art.
108.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006;
Stb. 2006, 415; Stb.
2009, 265]
Art.
109.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2009, 265]
Art.
110.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
Art.
111.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2009, 265]
Art.
112.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2009, 265]
Art.
113.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2009, 265]
HOOFDSTUK
10
Rechtsbescherming
Art.
114.
[Onafhankelijke klachtbehandeling] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
Stb. 2005, 525; versie 1 januari 2006]
-1. De zorgverzekeraar zorgt
ervoor dat zijn verzekeringnemers en verzekerden geschillen over
de uitvoering van de zorgverzekering kunnen voorleggen aan een
onafhankelijke instantie.
-2.
De onafhankelijke instantie neemt een geschil slechts in behandeling
nadat de verzekeringnemer of de verzekerde de zorgverzekeraar heeft
verzocht zijn beslissing te heroverwegen en deze niet binnen redelijke
termijn of niet naar tevredenheid van de verzekeringnemer of verzekerde
heeft gereageerd.
-3. De onafhankelijke instantie vraagt advies aan het College zorgverzekeringen
indien het geschil betrekking
heeft op de zorg of de overige diensten, bedoeld in artikel
11, dan wel de vergoeding van die zorg of diensten.
-4. Het College
zorgverzekeringen zendt zijn advies binnen vier weken na
ontvangst van de adviesaanvraag aan de onafhankelijke instantie.
Art.
115. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Art.
116.
[Beroep bij ABRvS tegen besluit minister of CVZ;
reikwijdte] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415; Stb. 2006, 644;
Stb. 2009, 356]
-1. Tegen een op grond van
deze wet genomen besluit van Onze Minister of van het
College zorgverzekeringen kan een belanghebbende beroep
instellen bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State.
-2. Het eerste lid geldt
niet:
a. voor een
beschikking als bedoeld in artikel 18d, 18e,
18f, 69, 70
of 96;
b. voor een beschikking
genomen jegens een persoon die behoort tot het personeel van het
College zorgverzekeringen.
Art.
117.
[Aanvullende regels beroepsprocedure tegen boete] [Geschiedenis:
MvT
+ bis; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 644; Stb. 2009, 265]
-1. Indien beroep is
ingesteld tegen een bestuurlijke boete, is, in afwijking van de artikelen
8:27 en 8:28 van de Algemene wet bestuursrecht, de partij aan wie de
bestuurlijke boete is opgelegd niet verplicht omtrent de overtreding
verklaringen af te leggen.
-2. Vóór de rechtbank deze
partij ondervraagt, deelt zij haar mede dat zij niet verplicht is tot
antwoorden.
-3. Indien de rechtbank een
beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete
vernietigt, neemt zij een beslissing omtrent het opleggen van de
bestuurlijke boete en
bepaalt zij dat haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de
vernietigde beschikking.
HOOFDSTUK
11
Overige
bepalingen
Art.
118.
[Identificatieplicht jegens zorgaanbieder]
[Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2008, 164]
-1. Een verzekerde die voor
rekening van zijn zorgverzekering bij ministeriële regeling aan
te wijzen zorg of andere diensten als bedoeld in artikel 11 wenst te
genieten, verstrekt aan de persoon of instelling die die zorg of dienst verleent ter
inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
de Wet op de
identificatieplicht of een ander bij ministeriële regeling aan
te wijzen document waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld. [Rz]
-2. Indien het
identiteitsbewijs niet onmiddellijk ter inzage kan worden verstrekt, kan de persoon of
instelling toestaan dat uiterlijk binnen een termijn van veertien dagen
aan deze verplichting wordt voldaan.
-3. De persoon of instelling
stelt aan de hand van het ter inzage verstrekte document de
identiteit vast van degene aan wie de in het eerste lid bedoelde zorg of dienst
wordt verleend en neemt het met inachtneming van artikel 7 van de Wet
gebruik burgerservicenummer in de zorg vastgestelde burgerservicenummer van de verzekerde in zijn administratie
op.
-4. De persoon of instelling
vermeldt het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het
sociaal-fiscaal nummer van de verzekerde op de declaratie
van de door hem aan die verzekerde verleende zorg of andere diensten.
Art.
118a. [Compensatie verplicht eigen risico
voor chronisch zieken en gehandicapten | Gegevensverstrekking aan CAK] [Geschiedenis:
Stb. 2007, 490 + bis;
Stb. 2008, 606; Stb.
2009, 356; Stb. 2009, 486]
-1. Verzekerden van 18 jaar of ouder:
a. met meerjarige, onvermijdbare
zorgkosten; of
b. die in een instelling als bedoeld
in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
verblijven;
hebben, indien zij behoren tot bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen groepen, jegens het CAK vóór het einde van het kalenderjaar recht op een jaarlijkse uitkering
ter hoogte van het bedrag, genoemd in artikel 19,
eerste lid, verminderd met het geraamde gemiddelde bedrag dat een
verzekerde die geen recht heeft op de in dit lid bedoelde uitkering naar
verwachting in dat kalenderjaar ingevolge artikel 19 betaalt.
-2. Het CAK neemt
het sociaal-fiscaal nummer van de personen, bedoeld in het eerste lid,
met het oog op de uitvoering van dit artikel in zijn administratie op.
-3. Zorgverzekeraars verstrekken aan het
CAK de persoonsgegevens van de personen,
bedoeld in het eerste lid, waaronder persoonsgegevens betreffende de
gezondheid als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn ter uitvoering
van het eerste lid.
-4. Bij ministeriële regeling kan worden
bepaald:
a. tot welke gegevens de
verplichting, bedoeld in het derde lid, zich uitstrekt;
b. op welke wijze gegevens, bedoeld
in het derde lid, worden verwerkt;
c. volgens welke technische
standaarden gegevensverwerking plaatsvindt;
d. aan welke beveiligingseisen
gegevensverwerking voldoet;
e. in welke gevallen gegevens,
bedoeld in het derde lid, verder worden verwerkt met het oog op de
uitvoering van het uitkeren van het bedrag, bedoeld in het eerste lid.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald op welke wijze het College
zorgverzekeringen de beheerskosten, bedoeld in artikel
39, derde lid, onderdeel f, vaststelt.
Art.
119.
[Verval aanvullendeverzekeringspolis bij
uitbreiding Zvw-pakket] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
-1. Een overeenkomst met
betrekking tot de verzekering van geneeskundige zorg of de kosten
daarvan,
gesloten voor een verzekerde met of ten behoeve van wie tevens
een zorgverzekering is gesloten, vervalt met ingang van de dag waarop de
bij en krachtens artikel 11 te verzekeren prestaties worden
uitgebreid, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden
ontleend
gelijkwaardig aan die welke vanaf dat moment uit de zorgverzekering
voortvloeien.
-2. De premie die voor de op
grond van het eerste lid geheel of gedeeltelijk vervallen
overeenkomst is vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naargelang
van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek
van ten hoogste 25% van het terug te betalen bedrag.
Art.
120. [Verbod beëindiging aanvullende
verzekering bij sluiten zorgverzekering met andere zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
versie 16 juni 2005; Stb.
2005, 525; versie
1 januari 2006]
Een beding van een verzekeraar die een ziektekostenverzekering ter
aanvulling van de zorgverzekering aanbiedt inhoudende dat de
ziektekostenverzekering eindigt of door de verzekeraar
mag worden opgezegd indien met of ten behoeve van de
verzekerde een zorgverzekering met een andere zorgverzekeraar wordt
gesloten, is nietig.
Art.
121.
[Beperking bevoegdheden ARK jegens zorgverzekeraar] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
De bevoegdheden die artikel
91 van de Comptabiliteitswet
2001 de Algemene Rekenkamer
verschaft ten aanzien van rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel d, van dat artikel gelden niet ten aanzien van de wijze waarop
zorgverzekeraars de opbrengst van bij of krachtens deze wet
ingestelde heffingen aanwenden.
Art.
122.
[Zekerstelling mededingingstoezicht] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Een zorgverzekeraar wordt,
voor zover deze niet kan worden aangemerkt als onderneming in de zin
van artikel 81 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap, voor de toepassing van de Mededingingswet
aangemerkt
als onderneming in de zin van artikel 1 van die
wet.
Art.
122a. [Compensatie inkomstenderving zorg aan
vreemdelingen] [Geschiedenis:
Stb. 2008, 526]
-1. Het College
zorgverzekeringen verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten
derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan:
a. vreemdelingen als bedoeld in
artikel 8, onderdeel f of h, van de Vreemdelingenwet
2000, voor zover het betreft vreemdelingen die in afwachting zijn van
een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van die
wet, dan wel vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing
op een bezwaarschrift of een beroepschrift naar aanleiding van een
beslissing als hiervoor bedoeld en deze procedure krachtens de Vreemdelingenwet
2000 of op grond van een rechterlijke beslissing in Nederland mogen
afwachten; en
b. vreemdelingen als bedoeld in
artikel 10 van de Vreemdelingenwet
2000.
-2. Onder medisch noodzakelijke zorg wordt
verstaan zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11
van deze wet of in artikel 6 van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten, met uitzondering van bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van zorg of diensten,
en slechts voor zover de zorgaanbieder verstrekking ervan, gezien de aard
van de prestaties en de verwachte duur van het verblijf van de
vreemdeling, medisch noodzakelijk acht.
-3. Geen bijdrage wordt verstrekt voor zover
de kosten voor de verleende zorg:
a. op de vreemdeling of een
verzekeraar van de vreemdeling kunnen worden verhaald;
b. op grond van een andere wettelijke
bepaling kunnen worden vergoed; of
c. hoger zijn dan in de Nederlandse
marktomstandigheden in redelijkheid passend is.
-4. Indien zorg is verleend die aan
verzekerden doorgaans zonder verwijzing, recept of zonder indicatie als
bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
wordt verleend, bedraagt de bijdrage:
a. 100% van de kosten die verband
houden met zwangerschap en bevalling; en
b. 80% van de kosten in de overige
gevallen;
voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of
kunnen worden betaald of buiten beschouwing dienen te blijven.
-5. In bijdragen als bedoeld in het eerste
lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt
voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het
College zorgverzekeringen en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten.
-6. Indien een zorgaanbieder zowel in zorg
als bedoeld in het vierde lid als in zorg als bedoeld in het vijfde lid
kan voorzien, kan een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid zich
tevens uitstrekken over de in het vierde lid bedoelde zorg en kunnen in
die overeenkomst van het vierde lid afwijkende afspraken worden gemaakt.
-7. Het College zorgverzekeringen zendt
jaarlijks vóór 1 oktober aan Onze Minister
een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid,
voor het volgende kalenderjaar.
-8. Het voor de bijdragen in een kalenderjaar
beschikbare bedrag wordt vóór 1 december van het daaraan voorafgaande
jaar door Onze Minister vastgesteld.
-9. Het bedrag, bedoeld in het achtste lid,
wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het College
zorgverzekeringen afzonderlijk beheerd en geadministreerd.
-10. De artikelen 40,
tweede tot en met elfde lid, 72, tweede tot en met zesde
lid, 73 en 75 zijn van overeenkomstige
toepassing.
-11. De zorgaanbieder die in aanmerking wenst
te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel verstrekt het
College zorgverzekeringen of door dat college aangewezen, bij de
uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling
te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van
een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor
dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.
[Rz]
-12. In afwijking van artikel
116 kan een zorgaanbieder tegen een op grond van dit artikel genomen
besluit van het College zorgverzekeringen beroep instellen bij het College
van Beroep voor het bedrijfsleven.
Art.
123.
[Nadere regelgeving taakverwaarlozing CVZ of NZa] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006; Stb.
2006, 415]
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke
voorzieningen worden getroffen voor het geval het College zorgverzekeringen
of de zorgautoriteit zijn uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar
behoren nakomt.
Art.
123a. [Subsidies aan academische
ziekenhuizen] [Geschiedenis:
Stb. 2007, 540]
Onze Minister draagt door het verstrekken
van subsidies bij aan een voldoende aanbod van topreferente zorg,
innovatie en ontwikkeling van zorg in academische ziekenhuizen of in een
daarmee gelijk te stellen ziekenhuis.
HOOFDSTUK
12
Slotbepalingen
Art.
124. [Voorhangprocedure AMvB] [Geschiedenis:
versie 16 juni 2005; Stb.
2005, 525; versie
1 januari 2006; Stb. 2007, 490;
Stb. 2009, 356]
De voordracht voor een krachtens de artikelen 11, derde
of vierde lid, 19, vijfde en zesde lid, 21
en 32, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan
beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Art.
125.
[Evaluatiebepaling] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Onze Minister zendt binnen
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal
een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Art.
126.
[Nadere regelgeving bij AMvB] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
Voor de uitvoering van deze
wet kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden
gesteld.
Art.
127.
[Inwerkingtreding] [Geschiedenis:
MvT; versie 16 juni 2005;
versie 1 januari 2006]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
1. Ingevolge artikel
2 van het Besluit van 9 december 2005, Stb.
2005, 649, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari
2006, met uitzondering van de artikelen
14, derde en
vierde lid, en 14a, die met ingang van
1 januari 2007 in werking treden, en artikel
118, derde lid,
voor zover het betreft de verplichting het sociaal-fiscaal nummer van de
verzekerde in de administratie op te nemen, en artikel
118, vierde lid, die in werking treden na de
inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet gebruik burgerservicenummer in de
zorg, red.
Art.
128. [Citeertitel] [Geschiedenis:
versie 16 juni 2005; versie 1 januari 2006]
Deze wet wordt aangehaald
als: Zorgverzekeringswet.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
16 juni 2005
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de veertiende
juli 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|