|
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken;
Gelet op
artikel 32, vierde lid, van de Ziektewet,
Besluit:
Art. 1.
Indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken wegens
ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld krachtens de Ziektewet
als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge artikel
6 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel ingevolge artikel
19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel
ingevolge deze beide artikelen, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald
voor zover het de arbeidsongeschiktheidsuitkering overtreft.
Art. 2.
-1. Indien degene die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering tevens recht heeft op
ziekengeld krachtens artikel 29a, artikel
46, vijfde lid, dan wel artikel 69, tweede lid, van de
Ziektewet, wordt het ziekengeld niet uitbetaald indien en voor zover de som van het ziekengeld en de
arbeidsongeschiktheidsuitkering overtreft het hoogste van de daglonen
welke aan het ziekengeld en de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten
grondslag liggen.
Indien in het geval als bedoeld in de vorige volzin tevens recht
bestaat op arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, wordt onder
arbeidsongeschiktheidsuitkering in die volzin verstaan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voordat het bepaalde in
artikel 46a van laatstgenoemde wet toepassing vond.
-2. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in
bijzondere gevallen van het ziekengeld een hoger bedrag uit te betalen
dan in het vorige lid is bepaald.
Art. 3.
-1. Indien degene die na afloop van het tijdvak gedurende hetwelk:
a. artikel
33 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet; of
b. artikel
44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
op hem van
toepassing is geweest, nog recht heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet
dat hem gedurende dat tijdvak is toegekend, wordt het ziekengeld slechts
uitbetaald indien en voor zover het overtreft het verschil tussen het
bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het bedrag aan
arbeidsongeschiktheidsuitkering dat laatstelijk met toepassing van het
onder a of b genoemde artikel aan hem werd uitbetaald. Indien de onder
a
en b genoemde artikelen gelijktijdig van toepassing zijn geweest, wordt
het ziekengeld slechts uitbetaald indien en voor zover het overtreft het
gezamenlijk bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen dat na
beëindiging van de toepassing van de onder a en b genoemde artikelen
wordt uitbetaald.
-2. Het bepaalde in artikel
32, tweede lid, van de Ziektewet blijft buiten toepassing ten
aanzien van degene op wie het bepaalde in het vorige lid van toepassing
is.
Art. 4.
-1. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens
artikel
32 van de Ziektewet wordt de betrokkene geacht recht te hebben op
een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel op een verhoging van
een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens die wetten, indien door
zijn toedoen die uitkering of het bedrag van die verhoging niet wordt
uitbetaald.
-2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens
artikel
32 van de Ziektewet wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet onderscheidenlijk de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van degene op wie het
bepaalde bij of krachtens artikel 36 of 43 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet onderscheidenlijk artikel
46a of 52 van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing is, in
aanmerking genomen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
voordat deze artikelen toepassing hebben gevonden.
Art. 5.
Het bepaalde in artikel 32, tweede lid, van de
Ziektewet en het bepaalde in de vorige
artikelen blijft buiten toepassing ten aanzien van degene op wie het
bepaalde in artikel 33 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet dan wel artikel
44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing
is.
Art. 6.
-1. In geval van samenloop van ziekengeld, bedoeld in
artikel
35 van de Ziektewet, met uitsluitend arbeidsongeschiktheidsuitkering,
bedoeld in artikel
44 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, en het bepaalde in artikel
32, tweede lid, van de Ziektewet direct voorafgaande aan het
overlijden toepassing vond, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald
indien en voor zover het overtreft de arbeidsongeschiktheidsuitkering,
met dien verstande dat aan ziekengeld in ieder geval wordt uitbetaald
het bedrag aan ziekengeld dat vóór het tijdstip van overlijden
betaalbaar werd gesteld.
-2. In geval van samenloop van ziekengeld als bedoeld in
artikel
35 van de Ziektewet met uitsluitend arbeidsongeschiktheidsuitkering
als bedoeld in artikel
53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, ten aanzien
waarvan het zesde lid van laatstgenoemd artikel toepassing heeft
gevonden, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald indien en voor zover
dit de arbeidsongeschiktheidsuitkering overtreft.
-3. Indien bij samenloop van ziekengeld, bedoeld in
artikel
35 van de Ziektewet, met arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in
artikel
44 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, onderscheidenlijk met
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 33 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet onderscheidenlijk artikel
44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, op het
tijdstip van overlijden toepassing vond, wordt het ziekengeld slechts
uitbetaald voor zover het meer bedraagt dan het verschil tussen de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
44 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, onderscheidenlijk de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel
53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, en de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge die wetten welke vóór het
overlijden werd uitbetaald. Bij samenloop van ziekengeld met beide in de
eerste volzin bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de daarin
bedoelde gevallen wordt het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover het
meer bedraagt dan het verschil tussen het bedrag van de gezamenlijke
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op het tijdstip van overlijden, na
toepassing van artikel 36a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en
artikel 46a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en het
gezamenlijke bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen hetwelk werd
uitbetaald voor het overlijden.
Art. 7.
De Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van
18 januari 1968, nr. 61256, (Stcrt. 1968, 19) wordt ingetrokken.
Art. 8.
Deze beschikking, die in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt
in werking op 1 oktober 1976.
's-Gravenhage, 30
september 1976.
De Staatssecretaris
voornoemd,
P.J.J.
Mertens.
|
|