|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen
38, vierde lid, en 38a,
zesde lid, van de Ziektewet en de artikelen 2a
en 2b van het Boetebesluit
socialezekerheidswetten;
Besluit:
Art.
1. Afstemming
De boete die is berekend met toepassing van de artikelen 2a
of 2b van het Boetebesluit
socialezekerheidswetten wordt met 50% verlaagd indien de mate waarin
de werkgever de gedraging verweten kan worden of de omstandigheden
waarin hij verkeert daartoe aanleiding geven.
Art.
2. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit
besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 20 februari
2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[20 februari 2003]
Algemeen
Deze beleidsregel vormt de nadere uitwerking door het UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
red.] van de bepalingen omtrent werkgeversboetes ZW/WAO,
zoals die met het Koninklijk besluit van 23 augustus 2002, Stb.
2002, 456, met ingang van 11 september 2002 zijn toegevoegd aan het
reeds bestaande Boetebesluit
socialezekerheidswetten (Stb. 2000, 462). Deze beleidsregel
bevat bepalingen over de afstemming van de hoogte van boetes die worden
opgelegd op basis van de artikelen 2a
en 2b van het Boetebesluit
socialezekerheidswetten aan de ernst van de beboete gedraging, de
mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden of de
omstandigheden waarin de werkgever verkeert en komt in zekere zin in de
plaats van het Besluit boete ZW/WAO
werkgevers 2002 (Besluit van 22 mei 2002 van het UWV, Stcrt.
2002, 112), waarvan de inhoud thans grotendeels in het Boetebesluit
socialezekerheidswetten is opgenomen. Het besluit van 22 mei 2002 wordt
nog niet ingetrokken, omdat het nog enige tijd van belang zal blijven
voor de normering van boetes op grond van overtreding van artikel 71a,
derde en vierde lid, WAO, zoals dat artikel
luidde vóór 1 april 2002, en omdat het Boetebesluit
socialezekerheidswetten ernaar verwijst. In de loop van 2003 zal het
Besluit van 22 mei 2002 echter worden ingetrokken. Een nadere normering
van de boetes bij het niet indienen van en het niet meewerken aan het
opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan (artikel 2c
van
het Boetebesluit socialezekerheidswetten)
is in deze beleidsregel niet opgenomen, omdat deze overtreding thans
niet meer kan worden gepleegd.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Afstemming
Verwijtbaarheid
Een
overtreding is verwijtbaar als deze is veroorzaakt door een
omstandigheid die binnen de invloedssfeer van de werkgever ligt, waarop
hij ten onrechte niet heeft geanticipeerd of gereageerd. Hierbij kan
gedacht worden aan de overschakeling op een nieuw computersysteem door
de arbodienst van een werkgever: dit is voorzienbaar en de beperking of
voorkoming van mogelijke gevolgen is vooraf te regelen. Bij ontbreken
van elke vorm van verwijtbaarheid moet gedacht worden aan een situatie
van overmacht waardoor de werkgever niet aan de nakoming van zijn plicht
is toegekomen, zoals bijvoorbeeld het faillissement van het
administratiekantoor dat de ziekmeldingen en hersteldmeldingen van een
werkgever verzorgt. In zo’n geval kan gedurende een beperkte periode
het geheel ontbreken van verwijtbaarheid naar aanleiding van de te late
meldingen worden aangenomen. De werkgever moet dan wel zo snel mogelijk
zorgen voor de inzet van eigen mensen of een andere tussenpersoon om de
achterstallige meldingen te inventariseren en de meldingen alsnog te
verzorgen.
Bij een verlaging van de boete wegens
verminderde verwijtbaarheid kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een
startende werkgever die minder bekend is met alle op hem rustende
verplichtingen en daarom de mededelingsverplichting niet is nagekomen.
Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien de
werkgever onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt maar uit
eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt, voordat het UWV
de gepleegde overtreding heeft geconstateerd.
Omstandigheden
In
verband met "de omstandigheden waarin hij verkeert" kan
bijvoorbeeld gedacht worden aan een werkgever die buiten zijn schuld
financiële problemen heeft en door het op grond van dit besluit
opleggen van een boete nog verder in de problemen komt, waardoor de
continuïteit van zijn bedrijf in gevaar zou kunnen komen. Vandaar dat
in dit artikel is geregeld dat de boete wordt verlaagd indien de
oplegging van die boete de werkgever in ernstige financiële problemen
zou brengen. Het ligt op de weg van de werkgever om te stellen en te
bewijzen dat deze bepaling op hem van toepassing is.
Amsterdam, 20 februari
2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV.
|