St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Ziektewet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  AFSTEMMING  BOETE  WERKGEVERS  ZW
 
 

20 februari 2003, Stcrt. 2003, 39
Inwerkingtreding: 27 februari 2003
(T.a.v. artt. 38:3 en 38a:8 ZW en 2a en 2b Bszw)

 

  
 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 38, vierde lid, en 38a, zesde lid, van de Ziektewet en de artikelen 2a en 2b van het Boetebesluit socialezekerheidswetten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Afstemming
De boete die is berekend met toepassing van de artikelen 2a of 2b van het Boetebesluit socialezekerheidswetten wordt met 50% verlaagd indien de mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden of de omstandigheden waarin hij verkeert daartoe aanleiding geven.

 

Art. 2. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 20 februari 2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[20 februari 2003]

 

Algemeen

 

     Deze beleidsregel vormt de nadere uitwerking door het UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, red.] van de bepalingen omtrent werkgeversboetes ZW/WAO, zoals die met het Koninklijk besluit van 23 augustus 2002, Stb. 2002, 456, met ingang van 11 september 2002 zijn toegevoegd aan het reeds bestaande Boetebesluit socialezekerheidswetten (Stb. 2000, 462). Deze beleidsregel bevat bepalingen over de afstemming van de hoogte van boetes die worden opgelegd op basis van de artikelen 2a en 2b van het Boetebesluit socialezekerheidswetten aan de ernst van de beboete gedraging, de mate waarin de werkgever de gedraging verweten kan worden of de omstandigheden waarin de werkgever verkeert en komt in zekere zin in de plaats van het Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002 (Besluit van 22 mei 2002 van het UWV, Stcrt. 2002, 112), waarvan de inhoud thans grotendeels in het Boetebesluit socialezekerheidswetten is opgenomen. Het besluit van 22 mei 2002 wordt nog niet ingetrokken, omdat het nog enige tijd van belang zal blijven voor de normering van boetes op grond van overtreding van artikel 71a, derde en vierde lid, WAO, zoals dat artikel luidde vóór 1 april 2002, en omdat het Boetebesluit socialezekerheidswetten ernaar verwijst. In de loop van 2003 zal het Besluit van 22 mei 2002 echter worden ingetrokken. Een nadere normering van de boetes bij het niet indienen van en het niet meewerken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan (artikel 2c van het Boetebesluit socialezekerheidswetten) is in deze beleidsregel niet opgenomen, omdat deze overtreding thans niet meer kan worden gepleegd.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Afstemming


Verwijtbaarheid

     Een overtreding is verwijtbaar als deze is veroorzaakt door een omstandigheid die binnen de invloedssfeer van de werkgever ligt, waarop hij ten onrechte niet heeft geanticipeerd of gereageerd. Hierbij kan gedacht worden aan de overschakeling op een nieuw computersysteem door de arbodienst van een werkgever: dit is voorzienbaar en de beperking of voorkoming van mogelijke gevolgen is vooraf te regelen. Bij ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid moet gedacht worden aan een situatie van overmacht waardoor de werkgever niet aan de nakoming van zijn plicht is toegekomen, zoals bijvoorbeeld het faillissement van het administratiekantoor dat de ziekmeldingen en hersteldmeldingen van een werkgever verzorgt. In zo’n geval kan gedurende een beperkte periode het geheel ontbreken van verwijtbaarheid naar aanleiding van de te late meldingen worden aangenomen. De werkgever moet dan wel zo snel mogelijk zorgen voor de inzet van eigen mensen of een andere tussenpersoon om de achterstallige meldingen te inventariseren en de meldingen alsnog te verzorgen.
     Bij een verlaging van de boete wegens verminderde verwijtbaarheid kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een startende werkgever die minder bekend is met alle op hem rustende verplichtingen en daarom de mededelingsverplichting niet is nagekomen. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien de werkgever onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt maar uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt, voordat het UWV de gepleegde overtreding heeft geconstateerd.


Omstandigheden

     In verband met "de omstandigheden waarin hij verkeert" kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een werkgever die buiten zijn schuld financiële problemen heeft en door het op grond van dit besluit opleggen van een boete nog verder in de problemen komt, waardoor de continuïteit van zijn bedrijf in gevaar zou kunnen komen. Vandaar dat in dit artikel is geregeld dat de boete wordt verlaagd indien de oplegging van die boete de werkgever in ernstige financiële problemen zou brengen. Het ligt op de weg van de werkgever om te stellen en te bewijzen dat deze bepaling op hem van toepassing is.

 

Amsterdam, 20 februari 2003.
T.H.J. Joustra,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ziektewet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x