|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 44 van de
Ziektewet;
Besluit:
Art. 1.
Het Lisv hanteert bij het
gebruik van de bevoegdheid om het ziekengeld geheel of gedeeltelijk te
weigeren op grond van artikel 44 van de
Ziektewet het beleid vermeld in de
bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Dit besluit treedt in
werking twee maanden na de bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant.
Het is niet van toepassing op het
gebruik van de bevoegdheid ten aanzien van
verzekerden die ongeschikt tot werken
zijn geworden vóór
inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 3.
De Circulaire 997 d.d. 30
mei 1994 van de Sociale Verzekeringsraad
wordt ingetrokken.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit ongeschiktheid bij
of kort na aanvang verzekering
Ziektewet.
Dit besluit zal met de
bijlage worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
Amsterdam, 12 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
Artikel 44 van de
Ziektewet geeft het Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid het
ziekengeld geheel of gedeeltelijk,
blijvend of geheel te weigeren indien a. de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte,
anders dan wegens
zwangerschap of bevalling, bestond op het
moment waarop de verzekering een
aanvang nam of b. binnen een halfjaar na aanvang van de verzekering is
ingetreden terwijl de
gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van de
aanvang van de verzekering het
intreden van de ongeschiktheid binnen een halfjaar kennelijk moest doen
verwachten. Van de mogelijkheid tot het
stellen van regels bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur is geen gebruik gemaakt. Doel van de
bepalingen is het weren van misbruik en het
mogelijk maken van een zekere
risicoselectie. Het Lisv acht het gewenst
dat zijn beleid inzake het gebruik
van de bevoegdheid eenduidig
kenbaar wordt gemaakt. De richtlijnen
zoals ontwikkeld door de Federatie van Bedrijfsverenigingen en in de jurisprudentie
worden in dit beleidsbesluit
voortgezet. Specifiek hiervan afwijkend
beleid van de voormalige Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid wordt
hiermee ingetrokken. Het beleid inzake weigering van ziekengeld na afloop van
ouderschapsverlof neergelegd in de Circulaire 997 van de Sociale
Verzekeringsraad is inmiddels opgenomen in de
Wet tot het wegnemen van belemmeringen
in socialeverzekeringswetten
bij onbetaald verlof op 1oktober 1998 (Stb. 1998, 412).
De richtlijnen luiden als
volgt:
• Als regel is weigering van
ziekengeld gerechtvaardigd als de
verzekerde bij aanvang van de verzekering
ongeschiktheid had kunnen verwachten, zulks naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling.
• Als de verzekerde bij
aanvang van de verzekering uitval niet had
kunnen verwachten, zulks naar het oordeel van
de uitvoeringsinstelling, wordt
ziekengeld niet geweigerd als hij
gedurende drie maanden normaal arbeid heeft
verricht.
• Als de verzekerde bij
aanvang van de verzekering naar het oordeel
van de uitvoeringsinstelling uitval
niet had kunnen verwachten en hij nog
geen drie maanden normaal arbeid heeft
verricht, wordt per geval afzonderlijk
beoordeeld of weigering gerechtvaardigd
is, met inachtneming van de volgende
aandachtspunten:
- weigering vindt niet
plaats als de verzekerde te goeder trouw een
arbeidsverhouding is aangegaan doch nog vóór de dag waarop de arbeid zou
aanvangen arbeidsongeschikt is geworden door niet-voorzienbare plotseling
aan de dag tredende gebeurtenis, bijvoorbeeld door een ongeval;
- in beginsel wordt niet
geweigerd als de uitvoeringsinstelling vóór aanvang van de arbeid heeft beslist
dat de verzekerde geschikt was voor de arbeid
of soortgelijke arbeid of als
de verzekerde vóór aanvang van de arbeid
medisch is gekeurd en goedgekeurd en hij daarbij alle relevante gegevens
heeft verstrekt;
- er is minder aanleiding
tot weigering naarmate er sinds de aanvang
van de arbeid meer tijd is
verstreken;
- er is meer aanleiding
tot weigering wanneer de verzekerde voor
het eerst aan het arbeidsleven is gaan
deelnemen;
- er is minder aanleiding
te weigeren naarmate voor toepassing van
de bevoegdheid langer
ziekengeld is verstrekt.
• Bij het gebruik van de
bevoegdheid wordt het ziekengeld
blijvend geheel geweigerd indien de
relevante omstandigheid direct wordt onderkend, en wordt het ziekengeld tijdelijk geheel
geweigerd met ingang van de
dag na de bekendmaking van de
beslissing aan de verzekerde in gevallen
waarin eerst tijdens de verstrekking van
ziekengeld de omstandigheid wordt
onderkend.
Amsterdam, 12 november 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|