|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 39, tweede
lid, van de Ziektewet;
Besluit de navolgende
controlevoorschriften vast te stellen:
HOOFDSTUK
1
Inleidende
bepalingen
Art. 1.
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. de uitvoeringsinstelling:
de uitvoeringsinstelling die ten aanzien van de verzekerde de werkzaamheden
verricht als bedoeld in artikel 41
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
¹
b. de verzekerde: degene die
op grond van de Ziektewet verzekerd
is;
c. verzekeringsarts: een
door de uitvoeringsinstelling aangewezen arts;
d. rapporteur: een door de
uitvoeringsinstelling aangewezen medewerker;
e. ongeschiktheid: de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn ² arbeid wegens ziekte, bedoeld in
artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet;
f. eigen verklaring: een
door de verzekerde over zijn ongeschiktheid tot werken ingevuld en
ondertekend vragenformulier van de
uitvoeringsinstelling.
1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.
2. Volgens de redactie dient "zijn" te vervallen.
Art. 2.
Werkingssfeer
-1. De algemene
voorschriften, genoemd in hoofdstuk 2, zijn
van toepassing op de verzekerde
van wie op grond van artikel 38 of 38a
van de Ziektewet
een aangifte van ziekte of een ziekmelding is
ontvangen.
-2. Op de verzekerde die
aanspraak maakt op ziekengeld zijn
eveneens van toepassing de
voorschriften, genoemd in hoofdstuk 3.
-3. De voorschriften zijn van
toepassing zolang de ongeschiktheid
duurt.
-4. De artikelen 5 en 6 zijn
niet van toepassing op de verzekerde
die in het buitenland verblijft.
HOOFDSTUK
2
Algemene
voorschriften
Art. 3.
De verplichting om
op het spreekuur te verschijnen
-1. De verzekerde geeft
gevolg aan een oproep om te verschijnen op
het spreekuur van de verzekeringsarts of de rapporteur.
-2. Indien de verzekerde
verhinderd is te voldoen aan een oproep
als bedoeld in het eerste lid,
deelt hij dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling, onder opgave van de reden van de verhindering.
HOOFDSTUK
3
Voorschriften
voor de verzekerde die aanspraak
maakt op ziekengeld
Art. 4.
Eigen verklaring
De verzekerde die na de
ziekmelding van de uitvoeringsinstelling
het formulier "eigen verklaring"
ontvangt, beantwoordt de daarin
gestelde vragen zo volledig mogelijk en zendt dit op de dag van ontvangst aan
de uitvoeringsinstelling.
Art. 5.
Verplichting om
thuis te blijven
-1. De verzekerde blijft
thuis tot de eigen verklaring, bedoeld in
artikel 4, is teruggestuurd of tot de
oproep, bedoeld in artikel 3, dan
wel het eerste bezoek van de
verzekeringsarts of van de rapporteur heeft plaatsgehad. De verplichting, bedoeld in
de eerste volzin, geldt niet van 16.00
tot 18.00 uur.
-2. Na het eerste bezoek, de
verzending van de eigen verklaring of
de oproep, genoemd in het
eerste lid, kan de uitvoeringsinstelling
de verzekerde verplichten thuis te blijven gedurende maximaal twee
weken tot ’s morgens 10 uur en ’s
middags van 12.00 uur tot 14.30 uur.
-3. De verplichting om thuis
te blijven geldt niet indien de
verzekerde een bezoek brengt aan de
behandelend arts, de verzekeringsarts of
de rapporteur, dan wel indien hij zijn arbeid hervat of passende arbeid
gaat verrichten.
-4. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing
op de verzekerde die verhinderd is
te voldoen aan een oproep als bedoeld
in artikel 3, tweede lid.
Art. 6.
Controle mogelijk
maken
-1. De verzekerde is
verplicht controle mogelijk te maken door de
verzekeringsarts en de rapporteur, die zich met een daartoe strekkende
machtiging als zodanig kunnen legitimeren. Daartoe dient hij op zijn
woon- of verblijfsadres bereikbaar te zijn of er zorg voor te dragen dat de
verzekeringsarts en de rapporteur kunnen vernemen waar hij bereikbaar
is.
-2. Indien de verzekerde
verhuist, tijdelijk elders verblijft of van
verpleegadres verandert, of na een
tijdelijk verblijf elders weer thuis
verblijft, meldt hij dit binnen 24 uur
aan de uitvoeringsinstelling.
Art. 7.
Verblijf in het
buitenland
-1. De verzekerde vraagt voor
een meerdaags verblijf in het
buitenland toestemming aan de uitvoeringsinstelling.
-2. De in het buitenland
verblijvende verzekerde is verplicht
zich, binnen drie dagen na het begin van
de ongeschiktheid tot werken, te melden tot de uitvoeringsinstelling,
onder opgave van de reden van deze ongeschiktheid en waar mogelijk met
overlegging van een door een behandelend arts afgegeven verklaring
van zijn ziekte. Hij is verplicht
zich, op verzoek van de
uitvoeringsinstelling, beschikbaar te houden voor aanvullende geneeskundige controle in
zijn verblijfplaats.
Art. 8.
Hervatten bij
herstel
De verzekerde hervat zijn
arbeid zodra hij zich hiertoe in staat
acht.
Art. 9.
Niet hervatten
ondanks hersteldverklaring
-1. De verzekerde die op de dag met ingang waarvan de
verzekeringsarts hem geschikt heeft geacht
zijn arbeid te verrichten, meent niet
tot hervatting in staat te zijn, deelt dit binnen 24 uur mee aan de
uitvoeringsinstelling en verschijnt op het
eerstvolgende spreekuur van de
verzekeringsarts.
-2. Indien de verzekerde
verhinderd is op het spreekuur van de
verzekeringsarts te verschijnen, deelt hij
dit binnen 24 uur mee aan de uitvoeringsinstelling, onder opgave van
de reden van de verhindering.
Art. 10.
Inwerkingtreding
Deze controlevoorschriften
treden in werking met ingang van 1
december 2001. Met de nieuwe
controlevoorschriften vervallen de
Controlevoorschriften Ziektewet 1997.
Art.
12.¹
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald
als: Controlevoorschriften
Ziektewet 2001.
1. Volgens de redactie
dient artikel 12 te worden vernummerd tot artikel 11.
Amsterdam, 7 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|