|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 39, tweede
lid, van de Ziektewet;
Besluit:
HOOFDSTUK
1
Inleidende
bepalingen
Art. 1.
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt
verstaan onder:
a. UWV: het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
b. de verzekerde: degene die
op grond van de Ziektewet verzekerd
is;
c. verzekeringsarts: een
arts, werkzaam voor UWV, die ingeschreven staat in het
specialistenregister van de Sociaal-Geneeskundigen
Registratie Commissie of in opleiding
daarvoor is;
d. medewerker: een door UWV
in het kader van de
verzuimbeheersing aangewezen medewerker;
e. ziekte: de ongeschiktheid
tot het verrichten van zijn ¹ arbeid
als gevolg van ziekte, bedoeld in
artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet;
f. eigen verklaring: een
vragenformulier van UWV over de ziekte van
de verzekerde, dat door de verzekerde wordt ingevuld en
ondertekend;
g. telefonische controle:
een telefoongesprek tussen de verzekerde en de medewerker, gevoerd nadat
UWV de ziekmelding van of aangifte
van ziekte betreffende de verzekerde
heeft ontvangen.
1. Volgens de redactie
dient "zijn" te vervallen.
Art. 2.
Werkingssfeer
-1. Deze voorschriften zijn
van toepassing op de verzekerde ten aanzien
van wie UWV op grond van artikel 38, tweede lid, of
38a van de Ziektewet
een aangifte van ziekte of
van wie UWV een ziekmelding heeft ontvangen.
-2. De voorschriften zijn van
toepassing zolang de ziekte duurt.
-3. De artikelen 5 en 6 zijn
niet van toepassing op de verzekerde
die in het buitenland verblijft.
HOOFDSTUK
2
Voorschriften
Art. 3.
De verplichting
om op het spreekuur te verschijnen
-1. De verzekerde geeft
gevolg aan een oproep om te verschijnen op
het spreekuur van de
verzekeringsarts of de medewerker.
-2. Indien de verzekerde
verhinderd is om te voldoen aan een oproep
als bedoeld in het eerste lid,
deelt hij dit onverwijld en uiterlijk 24
uur vóór het tijdstip waartegen hij
is opgeroepen mee aan UWV, onder opgave van de oorzaak van de
verhindering.
Art. 4.
Eigen verklaring
De verzekerde die na de
ziekmelding of aangifte van ziekte van UWV het formulier "eigen
verklaring" ontvangt, beantwoordt de daarin
gestelde vragen zo volledig mogelijk en
stuurt het op de dag van ontvangst
terug aan UWV.
Art. 5.
Verplichting om
thuis te blijven
-1. De verzekerde blijft
thuis tot hij de oproep, bedoeld in artikel 3,
of de eigen verklaring, bedoeld in
artikel 4, heeft ontvangen, dan wel het
eerste bezoek van de
verzekeringsarts of de medewerker of de eerste telefonische controle heeft
plaatsgehad.
De verplichting, bedoeld in de vorige zin, geldt niet na 18.00 uur.
-2. UWV kan de verzekerde
verplichten om na het eerste bezoek, de terugzending van de eigen
verklaring, de ontvangst van de oproep
of de eerste telefonische controle
gedurende ten hoogste twee weken thuis
te blijven tot ‘s morgens 10.00 uur
en ’s middags van 12.00 uur tot
14.30 uur.
-3. De verplichting om thuis
te blijven geldt niet indien de
verzekerde een bezoek brengt aan de behandelend arts, de verzekeringsarts of
de medewerker, dan wel indien hij zijn
arbeid hervat of passende arbeid
als bedoeld in artikel 30 van de Ziektewet
verricht.
-4. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing
op de verzekerde die verhinderd is
te voldoen aan een oproep als bedoeld
in artikel 3, tweede lid.
Art. 6.
Controle mogelijk
maken
-1. De verzekerde is
verplicht controle mogelijk te maken door de
verzekeringsarts en de medewerker, die zich met een daartoe strekkende
machtiging als zodanig kunnen
legitimeren. Daartoe dient hij op zijn woon- of verblijfsadres bereikbaar te
zijn of er zorg voor te dragen dat de
verzekeringsarts en de medewerker op zijn woon- of verblijfsadres
kunnen vernemen waar hij bereikbaar is.
-2. De verzekerde zorgt
ervoor dat hij gedurende de uren met
betrekking waartoe hij met UWV daarover
een afspraak heeft gemaakt
telefonisch bereikbaar is op het door
hem opgegeven telefoonnummer. Indien hij met UWV heeft afgesproken dat
hij in een bepaald tijdvak zelf zal
bellen, belt hij in dat tijdvak het
door UWV opgegeven telefoonnummer.
-3. Indien de verzekerde
verhuist, tijdelijk elders verblijft of van
verpleegadres verandert, of na een
tijdelijk verblijf elders weer thuis
verblijft, meldt hij dit binnen 24 uur
aan UWV.
Art. 7.
Verblijf in het
buitenland
-1. De zieke verzekerde heeft
voor een meerdaags verblijf in het
buitenland toestemming nodig van UWV.
-2. De in het buitenland
verblijvende verzekerde met aanspraak op
ziekengeld die een werkgever heeft, is verplicht zich, binnen drie dagen
nadat hij daar ziek is geworden,
ziek te melden bij zijn werkgever. Indien hij geen werkgever heeft, meldt
hij zich binnen drie dagen ziek bij
UWV.
-3. De in het buitenland
verblijvende verzekerde die daar ziek is
geworden, wendt zich binnen drie dagen voor controle op het bestaan van
ongeschiktheid tot het bevoegde
socialeverzekeringsorgaan van het land waar hij verblijft. Bevindt hij
zich in een land waarin geen
socialeverzekeringsorgaan bevoegd is, dan dient hij
zich na terugkomst in Nederland
te melden bij UWV, zo mogelijk met overlegging van een door een behandelend arts afgegeven verklaring
over zijn ziekte.
Art. 8.
Hervatten bij
herstel
De verzekerde hervat zijn
arbeid zodra hij zich hiertoe in
staat acht.
Art. 9.
Niet hervatten
ondanks hersteldverklaring
De verzekerde die op de dag
met ingang waarvan de
verzekeringsarts hem geschikt heeft geacht
zijn arbeid te verrichten, meent niet
tot hervatting in staat te zijn, deelt dit
onverwijld telefonisch mee aan UWV. Tot controle door UWV heeft
plaatsgevonden, is de verzekerde verplicht thuis te blijven.
HOOFDSTUK
3
Slotbepalingen
Art. 10.
Intrekking
Het besluit
Controlevoorschriften Ziektewet 2001 wordt
ingetrokken.
Art. 11.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Art. 12.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald
als: Controlevoorschriften
Ziektewet 2004.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 6 december 2004.
J.M. Linthorst, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[6 december 2004]
Algemeen
Op grond van
artikel 39,
tweede lid, van de Ziektewet stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(UWV) ter uitvoering van de controle op het bestaan
van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid controlevoorschriften
vast, die voor één of meer bepaalde
groepen van werknemers kunnen
verschillen. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen (Lisv) heeft op 7 december 2001 de Controlevoorschriften
Ziektewet 2001 vastgesteld (Stcrt. 2001, 245). In verband met
de inwerkingtreding van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op 1 januari 2002 dienen
deze voorschriften thans door UWV te worden vastgesteld. Inhoudelijk
bevatten de nieuwe voorschriften geen
grote wijzigingen ten opzichte van die van 7 december 2001. Wel is de
werkingssfeer van de controlevoorschriften aangepast aan de Wet
verbetering poortwachter, volgens welke
wet UWV met ingang van 1 april
2002 geen taak meer heeft ten
opzichte van de controle van verzekerden
die bij ziekte recht hebben op
loondoorbetaling van hun werkgever en geen
aanspraak op ziekengeld hebben. Ook wordt thans een plaats
ingeruimd voor de telefonische
controle, die in het werkproces van UWV bij
de uitvoering van de Ziektewet een steeds grotere
plaats is gaan
innemen.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat enkele
definities. Omwille van de leesbaarheid
is het wettelijke begrip "ongeschiktheid
tot het verrichten van zijn
arbeid als rechtstreeks en objectief
medisch vast te stellen gevolg van ziekte" samengevat in: ziekte.
Artikel
2. Werkingssfeer
Dit artikel geeft aan op
welke verzekerden de controlevoorschriften van toepassing zijn.
Op grond van artikel 39,
eerste lid, van de Ziektewet verricht UWV
bij verzekerden van wie op grond
van artikel 38, tweede lid, of 38a
een aangifte van ziekte of van wie een
ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van ongeschiktheid
tot werken wegens ziekte. Dit betekent
dat UWV ten deze alleen bevoegd
is ten aanzien van verzekerden die
aanspraak hebben op ziekengeld,
waartoe ook verzekerden in dienst
van een werkgever die in geval van
ziekte verplicht is het loon door te betalen,
kunnen behoren, en ten aanzien van
verzekerden wier dienstbetrekking gedurende een ziekteperiode
eindigt. Deze groepen verzekerden worden wel aangeduid als vangnetters, omdat
de Ziektewet ten aanzien van
hen als vangnet fungeert. Ten aanzien van deze vangnetters zijn de
controlevoorschriften van toepassing zolang de ziekte duurt.
In het derde lid worden
enkele artikelen van de controlevoorschriften
uitgesloten ten aanzien van verzekerden die in het buitenland
verblijven. Deze artikelen betreffen de
verplichting om thuis te blijven en controle
aan huis mogelijk te maken. Aangezien
doorgaans geen controle op het
verblijfadres in het buitenland
plaatsvindt, gelden deze verplichtingen
niet voor de hier bedoelde
verzekerden.
Artikel
3. De verplichting
om op het spreekuur te verschijnen
Hoewel de verplichting om te
voldoen aan een oproep om te
verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts of de medewerker in de
Ziektewet zelf is geregeld (artikel
28,
eerste lid), is deze verplichting ook in de
controlevoorschriften opgenomen. Artikel 45,
eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet bepaalt dat
UWV een
maatregel oplegt indien zonder
deugdelijke grond niet aan de oproep
wordt voldaan. Om te kunnen beoordelen of
er sprake is van een
deugdelijke grond, is het noodzakelijk dat de betrokkene de oorzaak van de
verhindering opgeeft. Nu de verplichting
om de oorzaak van de verhindering op te geven niet in de wet is
geregeld, is dit expliciet in de
controlevoorschriften opgenomen.
De term "verhindering"
geeft aan dat het voor de verzekerde
effectief onmogelijk moet zijn om aan
de oproep te voldoen; hierbij
moet gedacht worden aan een vorm
van overmacht. Alleen als het
voor de verzekerde echt onmogelijk
was om aan de oproep te voldoen,
kan gezegd worden dat het hem niet te verwijten is dat hij daar niet aan
heeft voldaan en zal er geen maatregel
wegens overtreding van het voorschrift van het eerste lid van dit artikel
worden opgelegd.
Artikel
4. Eigen verklaring
In veel gevallen krijgen
verzekerden die aanspraak maken op
ziekengeld in eerste instantie een
formulier "eigen verklaring" toegezonden.
De verzekerde moet dit formulier zo
volledig mogelijk invullen en het nog op de dag van ontvangst aan UWV
terugsturen. Aan de hand van de
antwoorden kan UWV het recht op ziekengeld beoordelen dan wel bepalen
of verdere controle
noodzakelijk is.
Artikel
5. Verplichting om
thuis te blijven
Onder
"thuis" is in dit
verband te verstaan: op het adres waar de verzekerde woont dan wel waar hij tijdelijk verblijft en dat hij als
zodanig heeft opgegeven bij zijn
ziekmelding of bij een latere mededeling als
bedoeld in artikel 6, derde lid.
In principe blijft de
verzekerde thuis tot hij bericht van UWV heeft ontvangen. Dat kan zijn de ontvangst van de oproep voor het
spreekuur of van de eigen verklaring, een
bezoek van de verzekeringsarts of
de medewerker, of een telefonische
controle. Hierna kan UWV de verzekerde
nog een beperkte
thuisblijfplicht opleggen gedurende ten hoogste twee
weken. Tijdens de vastgestelde uren
moet de verzekerde in beginsel
bereikbaar zijn. De verplichting om thuis te
blijven geldt niet in de gevallen
die in het derde lid zijn genoemd.
Onder "de behandelend arts" wordt
niet alleen de huisarts verstaan, maar
eventueel ook één of meer specialisten.
Ook als de verzekerde zijn woon- of
verblijfplaats moet verlaten in verband met medisch noodzakelijk
onderzoek (bijvoorbeeld bezoek aan een laboratorium voor bloedonderzoek) of
behandeling (bijvoorbeeld fysiotherapie
of bestraling), geldt de
thuisblijfplicht niet. Dit betekent een versoepeling ten opzichte van de tot
dusver bestaande regeling.
Artikel
6. Controle mogelijk
maken
De verzekerde moet ervoor
zorg dragen dat controle door de
verzekeringsarts en de medewerker mogelijk is. Als er iets bijzonders
aan de hand is, bijvoorbeeld een defecte
bel, of er is niemand thuis die de deur kan opendoen, moet de verzekerde
maatregelen treffen waardoor controle toch mogelijk is. Dit geldt
alleen gedurende de tijdvakken
waarin de verzekerde verplicht is
thuis te blijven.
UWV kan ook proberen met de
verzekerde in contact te komen door hem op te bellen, als het
over diens telefoonnummer beschikt. De
verzekerde is niet verplicht
telefonisch bereikbaar te zijn, maar als
hij wél telefonisch bereikbaar is,
kan controle eenvoudig plaatsvinden door
een telefoongesprek. Als UWV er aanvankelijk niet in slaagt de verzekerde
aan te telefoon te spreken te
krijgen, kan UWV hem schriftelijk benaderen om een afspraak te maken over
een tijdvak waarin hij wél telefonisch
bereikbaar zal zijn dan wel over een
tijdvak waarin hij zelf UWV zal opbellen. Het tweede lid van dit
artikel regelt dat de verzekerde zich aan
zo’n afspraak dient te houden.
De verzekerde moet ervoor
zorgen dat UWV op de hoogte is van
zijn verblijfsadres. Bij
verhuizing, verandering van verblijf- of
verpleegadres (bijvoorbeeld opname in of
ontslag uit een ziekenhuis) dient de verzekerde dit binnen 24 uur aan UWV
mee te delen.
Artikel
7. Verblijf in het
buitenland
Het vereiste van toestemming
voor een meerdaags verblijf in
het buitenland is onder meer noodzakelijk
om te kunnen beoordelen of een
dergelijk verblijf met inbegrip van de
heen- en terugreis de genezing van de verzekerde niet belemmert.
Het tweede lid van dit
artikel heeft betrekking op de ziekmelding
ingeval de verzekerde in het
buitenland ziek is geworden. Als de
verzekerde een werkgever heeft, meldt hij
zich ziek bij zijn werkgever. Heeft
hij geen werkgever, dan meldt hij
zich ziek bij UWV.
Het derde lid handelt over
de controle op het bestaan van ziekte.
De ziek geworden verzekerde wendt
zich tot het bevoegde
socialeverzekeringsorgaan van het land waar hij zich bevindt.
Bevoegde
socialeverzekeringsorganen bestaan in de lidstaten van
de Europese Economische Ruimte (EER) en in landen waarmee Nederland een verdrag inzake
sociale zekerheid heeft gesloten.
Bevindt de verzekerde zich in een land
waar geen bevoegd
socialeverzekeringsorgaan bestaat, dan meldt hij zich
na terugkeer in Nederland bij UWV, zo mogelijk met een verklaring
van de buitenlandse arts die hij in
verband met zijn ziekte
geconsulteerd heeft.
Artikel
8. Hervatten bij
herstel
Zodra de verzekerde zich in
staat acht zijn arbeid te
hervatten, dient hij dat, zonder daartoe een
opdracht af te wachten, te doen.
Artikel
9. Niet hervatten
ondanks hersteldverklaring
Dit artikel geeft aan hoe de
verzekerde dient te handelen wanneer
hij op de dag met ingang waarvan de verzekeringsarts hem geschikt heeft geacht
om weer aan het werk te
gaan, meent daartoe niet in staat te zijn. De verzekerde dient dit dan onverwijld
telefonisch aan UWV te melden. Tijdens dit telefoongesprek kan een
afspraak gemaakt worden over het
tijdstip waarop de verzekerde zich op
het spreekuur van de verzekeringsarts dient te melden. Tot de
verzekerde op weg gaat naar het spreekuur
van de verzekeringsarts is hij
verplicht om thuis te blijven (zie de
toelichting op artikel 5). Is de verzekerde vervolgens niet in staat om het
spreekuur van de verzekeringsarts te
bezoeken, dan is artikel 3, tweede lid, van
overeenkomstige toepassing.
Als de verzekeringsarts de
verzekerde hersteld heeft verklaard
tegen een toekomstige datum ("ik verwacht dat u maandag weer aan het werk
zult kunnen gaan") en hij daaraan
heeft toegevoegd dat de verzekerde, mocht
deze op die dag menen toch nog
niet aan het werk te kunnen, zich op
het spreekuur dient te melden,
dan is op deze (voorwaardelijke)
oproeping artikel 3 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel
10. Intrekking
Het besluit
Controlevoorschriften Ziektewet 2001 (Stcrt. 2001,
245) wordt door UWV als
rechtsopvolger van het Lisv ingetrokken.
Amsterdam, 6 december 2004.
J.M. Linthorst, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
|