|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel
47a, eerste
en tweede lid, van de Ziektewet;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voert ter zake van de
betaling en terugvordering van
voorschotten een beleid als weergegeven
in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Deze regeling is van
toepassing op voorschotbeslissingen die
zijn afgegeven op of na de inwerkingtreding
van dit besluit.
Art. 3.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Het Besluit opschorting,
schorsing en voorschotverstrekking ZW
1999 wordt per deze datum
ingetrokken.
Art. 4.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling
voorschotverstrekking ZW.
Deze regeling zal met de
bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
Voorschotverstrekking
1. Op grond van artikel 47a
van de Ziektewet kan ziekengeld als voorschot verstrekt worden indien
onzekerheid bestaat over het recht op of de hoogte van ziekengeld of
de hoogte van het te betalen bedrag
aan ziekengeld.
Géén voorschotverstrekking
vindt plaats indien er onzekerheid
bestaat omtrent het recht op
loondoorbetaling als bedoeld in artikel 629
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek.
2. Voorschotten kunnen
verstrekt worden aan werknemers in de
zin van de Ziektewet als bedoeld in
artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van de Ziektewet.
Ook aan werknemers in de zin
van de Ziektewet als bedoeld in
artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f
en g, van de Ziektewet kan tot
voorschotverstrekking worden overgegaan, mits er
bij deze personen geen sprake is
van betaling door de werkgever.
3. Indien en zolang er
onzekerheid bestaat over het recht op
loondoorbetaling door de werkgever wordt er geen voorschot verstrekt.
4. Een voorschot als bedoeld
in artikel 47a van de Ziektewet wordt
spontaan verstrekt door de uitvoeringsinstellingen.
Hierdoor wordt zoveel
mogelijk voorkomen dat betrokkene een beroep moet doen op de Algemene
bijstandswet of eventueel de Werkloosheidswet.
5. Indien door de
uitvoeringsinstelling niet verwacht wordt dat
binnen vier weken na ontvangst van de
ziekmelding het recht op of de hoogte
van de uitkering definitief kan worden vastgesteld, wordt een voorschot
verstrekt. Is de ziekmelding tijdig gedaan, dan wordt het
voorschot verstrekt met ingang van de dag als bedoeld in artikel
29,
tweede lid, van de Ziektewet waarop
ziekengeld zou worden uitgekeerd indien het
recht op ziekengeld zou vaststaan. Is
de ziekmelding niet tijdig, dan vindt
voorschotverstrekking plaats vanaf datum van ontvangst van de
melding.
6. Het voorschot wordt
vastgesteld op de te verwachten hoogte
van de uitkering.
Dit betekent dat rekening
gehouden moet worden met een
eventuele boete, maatregel, anticumulatie en evenredige vermindering. Dit
kan betekenen dat de hoogte van
het voorschot nihil is. Mocht
volstrekt onduidelijk zijn hoe hoog
het dagloon is, wordt dit gerelateerd
aan het geldend minimumloon.
7. Mocht op het moment van
voorschotverstrekking nog twijfel zijn welke maatregel zou moeten
worden opgelegd, wordt bij de
voorschotverstrekking uitgegaan van de zwaarste te verwachten maatregel.
8. Staat vrijwel vast dat er
geheel geen recht op uitkering is,
wordt niet tot voorschotverstrekking
overgegaan, dan wel wordt een verzoek om voorschot (indien dat er
ligt) afgewezen. Betrokkene wordt,
afhankelijk van de situatie, verwezen
naar zijn werkgever of naar de
gemeente voor mogelijke uitkering op grond
van de Algemene bijstandswet.
Een schriftelijke
berichtgeving volgt met daarin de overwegingen
om geen voorschotten of uitkering te
verstrekken.
Indien er naar het oordeel
van de uitvoeringsinstelling mogelijk recht op een andere uitkering bestaat,
wordt betrokkene gewezen op de mogelijkheid
die andere uitkering aan te
vragen.
9. Betaalbaarstelling van
het voorschot vindt binnen de genoemde
vier weken plaats. Daaraan vooraf gaat een beslissing dat tot
voorschotverstrekking wordt overgegaan.
10. Indien er een voorschot
wordt verstrekt, wordt betrokkene
er uitdrukkelijk op gewezen dat het recht op of de hoogte van de
uitkering nog niet vaststaat en dat het
ten onrechte of te veel verstrekte
voorschot teruggevorderd zal worden indien blijkt dat geen recht op de
uitkering bestaat of dat recht bestaat op een
lager bedrag dan aan voorschot is
betaald.
11. Indien tijdens de
uitkering voorschotten worden verstrekt, wordt betrokkene daarover en over
de daaraan voorafgaande schorsing van
de uitkering onverwijld schriftelijk ingelicht.
12. Zodra definitieve
vaststelling van de uitkering ingevolge de Ziektewet heeft plaatsgevonden, wordt
de voorschotverstrekking gestaakt.
13. Het voorschot wordt
vervolgens ingetrokken met ingang van
de dag waarop het is toegekend en
wordt teruggevorderd. Wordt over
dezelfde periode als waarin het voorschot is verstrekt een uitkering
ingevolge de Ziektewet of een andere
uitkering toegekend, dan wordt eerst
verrekend met die toegekende
uitkering.
Dit geldt ook ten aanzien
van de gelden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Ziekengeldreglement
1997. Een eventueel resterend deel van
het voorschot wordt teruggevorderd.
14. Bij het verstrekken van
voorschotten vindt dezelfde voorlichting plaats als bij een reguliere
uitkering. Dat wil zeggen dat ook bij
voorschotverlening betrokkene gewezen wordt op de verplichtingen en de
consequenties bij overtreding daarvan.
TOELICHTING
[18 april 2000]
Het Besluit schorsing,
opschorting en voorschotverstrekking ZW
1999 van 25 november 1998 (Stcrt.
1998, 237) wordt ingetrokken op
dezelfde dag dat deze regeling in
werking treedt. Het schorsings- en
opschortingsbeleid ZW is niet meer opgenomen in deze regeling. De
Regeling schorsing, opschorting,
herziening en intrekking uitkeringen bevat schorsings- en opschortingsbeleid voor
de Ziektewet.
Nadere inlichtingen kunnen
worden verkregen bij het Landelijk
instituut sociale verzekeringen,
postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|
|