St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Ziektewet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  VOORSCHOTVERSTREKKING  ZW
 
 

18 april 2000, Stcrt. 2000, 89
Inwerkingtreding: 11 mei 2000
(T.a.v. art. 47a:1 ZW)

 

  
 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 47a, eerste en tweede lid, van de Ziektewet;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van de betaling en terugvordering van voorschotten een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Deze regeling is van toepassing op voorschotbeslissingen die zijn afgegeven op of na de inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Het Besluit opschorting, schorsing en voorschotverstrekking ZW 1999 wordt per deze datum ingetrokken.

 

Art. 4.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorschotverstrekking ZW.

 

 

     Deze regeling zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

Voorschotverstrekking


1. Op grond van artikel 47a van de Ziektewet kan ziekengeld als voorschot verstrekt worden indien onzekerheid bestaat over het recht op of de hoogte van ziekengeld of de hoogte van het te betalen bedrag aan ziekengeld.
     Géén voorschotverstrekking vindt plaats indien er onzekerheid bestaat omtrent het recht op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Voorschotten kunnen verstrekt worden aan werknemers in de zin van de Ziektewet als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van de Ziektewet.
     Ook aan werknemers in de zin van de Ziektewet als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f en g, van de Ziektewet kan tot voorschotverstrekking worden overgegaan, mits er bij deze personen geen sprake is van betaling door de werkgever.
3. Indien en zolang er onzekerheid bestaat over het recht op loondoorbetaling door de werkgever wordt er geen voorschot verstrekt.
4. Een voorschot als bedoeld in artikel 47a van de Ziektewet wordt spontaan verstrekt door de uitvoeringsinstellingen.
     Hierdoor wordt zoveel mogelijk voorkomen dat betrokkene een beroep moet doen op de Algemene bijstandswet of eventueel de Werkloosheidswet.
5. Indien door de uitvoeringsinstelling niet verwacht wordt dat binnen vier weken na ontvangst van de ziekmelding het recht op of de hoogte van de uitkering definitief kan worden vastgesteld, wordt een voorschot verstrekt. Is de ziekmelding tijdig gedaan, dan wordt het voorschot verstrekt met ingang van de dag als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet waarop ziekengeld zou worden uitgekeerd indien het recht op ziekengeld zou vaststaan. Is de ziekmelding niet tijdig, dan vindt voorschotverstrekking plaats vanaf datum van ontvangst van de melding.
6. Het voorschot wordt vastgesteld op de te verwachten hoogte van de uitkering.
     Dit betekent dat rekening gehouden moet worden met een eventuele boete, maatregel, anticumulatie en evenredige vermindering. Dit kan betekenen dat de hoogte van het voorschot nihil is. Mocht volstrekt onduidelijk zijn hoe hoog het dagloon is, wordt dit gerelateerd aan het geldend minimumloon.
7. Mocht op het moment van voorschotverstrekking nog twijfel zijn welke maatregel zou moeten worden opgelegd, wordt bij de voorschotverstrekking uitgegaan van de zwaarste te verwachten maatregel.
8. Staat vrijwel vast dat er geheel geen recht op uitkering is, wordt niet tot voorschotverstrekking overgegaan, dan wel wordt een verzoek om voorschot (indien dat er ligt) afgewezen. Betrokkene wordt, afhankelijk van de situatie, verwezen naar zijn werkgever of naar de gemeente voor mogelijke uitkering op grond van de Algemene bijstandswet.
     Een schriftelijke berichtgeving volgt met daarin de overwegingen om geen voorschotten of uitkering te verstrekken.
     Indien er naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling mogelijk recht op een andere uitkering bestaat, wordt betrokkene gewezen op de mogelijkheid die andere uitkering aan te vragen.
9. Betaalbaarstelling van het voorschot vindt binnen de genoemde vier weken plaats. Daaraan vooraf gaat een beslissing dat tot voorschotverstrekking wordt overgegaan.
10. Indien er een voorschot wordt verstrekt, wordt betrokkene er uitdrukkelijk op gewezen dat het recht op of de hoogte van de uitkering nog niet vaststaat en dat het ten onrechte of te veel verstrekte voorschot teruggevorderd zal worden indien blijkt dat geen recht op de uitkering bestaat of dat recht bestaat op een lager bedrag dan aan voorschot is betaald.
11. Indien tijdens de uitkering voorschotten worden verstrekt, wordt betrokkene daarover en over de daaraan voorafgaande schorsing van de uitkering onverwijld schriftelijk ingelicht.
12. Zodra definitieve vaststelling van de uitkering ingevolge de Ziektewet heeft plaatsgevonden, wordt de voorschotverstrekking gestaakt.
13. Het voorschot wordt vervolgens ingetrokken met ingang van de dag waarop het is toegekend en wordt teruggevorderd. Wordt over dezelfde periode als waarin het voorschot is verstrekt een uitkering ingevolge de Ziektewet of een andere uitkering toegekend, dan wordt eerst verrekend met die toegekende uitkering.
     Dit geldt ook ten aanzien van de gelden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Ziekengeldreglement 1997. Een eventueel resterend deel van het voorschot wordt teruggevorderd.
14. Bij het verstrekken van voorschotten vindt dezelfde voorlichting plaats als bij een reguliere uitkering. Dat wil zeggen dat ook bij voorschotverlening betrokkene gewezen wordt op de verplichtingen en de consequenties bij overtreding daarvan.

 

 

 

TOELICHTING
[18 april 2000]

 

     Het Besluit schorsing, opschorting en voorschotverstrekking ZW 1999 van 25 november 1998 (Stcrt. 1998, 237) wordt ingetrokken op dezelfde dag dat deze regeling in werking treedt. Het schorsings- en opschortingsbeleid ZW is niet meer opgenomen in deze regeling. De Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen bevat schorsings- en opschortingsbeleid voor de Ziektewet.

 

Nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 18 april 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Ziektewet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x