|
7 november 2006
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
71 van de Ziektewet
en artikel 73, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen;
Besluit:
HOOFDSTUK
I
Begripsomschrijvingen
Art.
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Ziektewet;
b. vrijwillige verzekering: de
vrijwillige verzekering op grond van hoofdstuk IV
¹ van de wet;
c. UWV:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
1. Volgens de redactie
dient "hoofdstuk IV" te worden
vervangen door: hoofdstuk IV van de tweede afdeling.
HOOFDSTUK
II
Aanmelding
Art.
2.
Een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering geschiedt met
gebruikmaking van een door het UWV ter
beschikking gesteld aanvraagformulier.
Art.
3.
-1. De persoon, bedoeld in artikel
64, eerste lid, onderdeel b, van de wet,
legt bij de aanmelding voor de vrijwillige verzekering bij het UWV
een verklaring over waaruit ten genoegen van het UWV blijkt wie de
werkgever van betrokkene in het buitenland was, naar welk loon
betrokkene in het buitenland verplicht verzekerd was en wanneer de
verzekering van betrokkene daar eindigde.
-2. Bij de aanmelding voor de vrijwillige
verzekering, bedoeld in artikel 64, tweede
lid, onderdeel b en c, van de wet,
wordt een verklaring overgelegd waaruit ten genoegen van het UWV blijkt welke nationaliteit betrokkene bezit, welke werkzaamheden hij
verricht en door welke organisatie hij wordt uitgezonden.
Art.
4.
De termijn van vier weken, genoemd in artikel 66,
eerste en tweede lid, van de wet, wordt gerekend
aan te vangen voor degen,¹ die binnen de daarvoor vastgestelde termijn
een aanvraag om uitkering krachtens de Werkloosheidswet
heeft gedaan en op wiens aanvraag afwijzend is beslist, met ingang van
de dag na die waarop hij redelijkerwijze van de desbetreffende
beslissing heeft kunnen kennisnemen.
1. Volgens de redactie
dient "degen," te worden vervangen door: degene.
HOOFDSTUK
III
Aanvang en
einde vrijwillige verzekering
Art.
5.
Het UWV geeft van de op de aanvraag genomen
beslissing schriftelijk kennis aan de aanvrager onder mededeling van het
tijdstip waarop de vrijwillige verzekering een aanvang neemt.
Art.
6.
-1. Het UWV
geeft aan de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering
schriftelijk kennis van het tijdstip waarop de vrijwillige verzekering
wordt beëindigd.
-2. Het eindigen van de vrijwillige
verzekering heeft geen invloed op de uitkeringen welke krachtens die
verzekering lopen op het tijdstip waarop de verzekering een einde neemt.
HOOFDSTUK
IV
Dagloon en
premie vrijwillige verzekering
Art.
7.
-1. Onverminderd het bepaalde in artikel
68, eerste lid, onderdeel b, van de wet
kan het UWV het dagloon dat ten grondslag
ligt aan de vrijwillige verzekering van de persoon die is toegelaten tot
de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 64,
eerste en tweede lid, van de wet, herzien in de
mate waarin het in artikel 17, eerste lid,
van de Wet financiering sociale verzekeringen
bedoelde bedrag op grond van artikel 18 van
die wet wordt verhoogd of verlaagd.
-2. Het UWV kan het dagloon dat ten
grondslag ligt aan de vrijwillige verzekering van de persoon die is
toegelaten tot de vrijwillige verzekering herzien:
a. indien dat dagloon niet
overeenkomt met het loon of inkomen dat de persoon die is toegelaten
tot de vrijwillige verzekering, in geval van ziekte naar het oordeel van
het UWV derft;
b. indien het naar het oordeel van
het UWV aannemelijk is dat door een wijziging in de
wet de uitkeringsvoorwaarden zodanig zin ¹ gewijzigd dat de persoon
die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering een ander dagloon
bepaald zou hebben.
-3. De herziening, bedoeld in het eerste en
tweede lid, gaat in per 1 januari van enig jaar. De herziening, bedoeld
in het tweede lid, onderdeel a, kan eveneens plaatsvinden op
verzoek van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering.
De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan alleen
plaatsvinden op verzoek van de persoon die is toegelaten tot de
vrijwillige verzekering. Dit verzoek wordt ingediend vóór 1 oktober
voorafgaand aan het jaar waarin de herziening ingaat. Het UWV kan een
herziening als bedoeld in het tweede lid, ook op een ander tijdstip
laten ingaan indien naar zijn oordeel sprake is van een aanzienlijke
wijziging van het loon, inkomen of dagloon.
1. Volgens de redactie
dient "zin" te worden vervangen door: zijn.
Art.
8.
-1. De premie is per kalendermaand bij
vooruitbetaling verschuldigd door degene die op eigen verzoek is
toegelaten tot de vrijwillige verzekering en wordt door of namens de verzekerde voldaan op de door de het UWV
aangegeven wijze.
-2. Het UWV deelt bij zijn beslissing,
bedoeld in artikel 7, mede welke premie de aanvrager
verschuldigd is en binnen welke termijn en op welke wijze de betaling
dient te geschieden.
-3. Indien het premiepercentage wijziging
ondergaat, deelt het UWV zo spoedig mogelijk het gewijzigde premiebedrag
aan de verzekerde mede.
-4. Over volle kalenderweken waarover een
vrijwillige verzekerde ziekengeld ontvangt krachtens de vrijwillige
verzekering is geen premie verschuldigd.
HOOFDSTUK
V
Ziekmelding
Art.
9.
-1. De verzekerde is in geval van
ongeschiktheid tot het verrichten van hem passende arbeid als gevolg van
ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later
dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden aan het UWV.
-2. Een ziekmelding gedaan door of namens
de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel
64, tweede lid, van de wet, is tijdig
indien deze heeft plaatsgevonden binnen de termijn, bedoeld in het
eerste lid.
HOOFDSTUK
VI
Recht op
uitkering
Art.
10.
Voor de toepassing van artikel 68, tweede lid,
van de wet wordt onder het dagloon, bedoeld in artikel
68, eerste lid, van de wet, verstaan dat
dagloon, herzien of bepaald overeenkomstig artikel 7
van dit besluit.
Art.
11.
-1. Indien zowel krachtens de vrijwillige
verzekering als krachtens de verplichte verzekering aanspraak op
ziekengeld bestaat, wordt het ziekengeld krachtens de vrijwillige
verzekering slechts uitbetaald voor zover dit het ziekengeld krachtens
de verplichte verzekering overtreft.
-2. Het bepaalde in het eerste lid blijft
buiten toepassing indien de vrijwillige verzekering is gebaseerd op artikel
64, eerste lid, onderdeel d, e en i, van de
wet.
Art.
12.
Artikel 46 van de wet
is niet van overeenkomstige toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel
67a, onderdeel e en f, van de
wet.
HOOFDSTUK
VII
Overige
bepalingen
Art.
13.
Behoudens de vrijwillige verzekering gesloten door degene, bedoeld in artikel
64, eerste lid, onderdeel d, e en i, van de
wet, welke voor zover het de toepassing van artikel
44, eerste lid, onderdeel a, van de wet
betreft met betrekking tot het tijdstip waarop de verzekering een
aanvang nam als een afzonderlijke verzekering wordt aangemerkt, wordt
de vrijwillige verzekering als een voortzetting van de verplichte
verzekering beschouwd.
Art.
14.
Het ziekengeld, de in artikel 59 van de
wet bedoelde bijdrage en de ingevolge enige wet over het ziekengeld
en de bijdrage verschuldigde premies of toeslagen worden uitgekeerd,
verstrekt of voldaan door het UWV.
HOOFDSTUK
IX ¹
Slotbepalingen
1. Volgens de redactie
dient "HOOFDSTUK IX" te worden vervangen door:
HOOFDSTUK VIII.
Art.
15.
De Regels vrijwillige ziekengeldverzekering 1993 worden ingetrokken.
Art.
16.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 2006.
Art.
17.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Regels vrijwillige
ziekengeldverzekering 2006.
Amsterdam, 7 november
2006.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[7 november 2006]
Dit
besluit is noodzakelijk geworden door de wijzigingen die met ingang van
1 januari 2006 in het kader van de invoering van de Wet
financiering sociale verzekeringswetten (Wfsv) hebben
plaatsgevonden. Tevens werd in het besluit van 1993 nog melding gemaakt
van de bedrijfsvereniging, terwijl dit al sinds 2002 het UWV
is. Het betreft dus een aantal wijzigingen van technische aard.
De voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|