|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel 54 van de Ziektewet
en artikel 3:16 van de Wet
arbeid en zorg;
Besluit:
HOOFDSTUK
1
Inleidende
bepalingen
Art.
1.
Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. UWV: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen;
b. werkgever: de werkgever in de
zin van de Ziektewet
en de werkgever in de zin van artikel 3:6
van de Wet
arbeid en zorg;
c. verzekerde: de werknemer in de
zin van de Ziektewet en de werknemer en de gelijkgestelde in de zin van artikel 3:6
van de Wet
arbeid en zorg;
d. Wazo-uitkering:
uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, adoptie of
pleegzorg, als bedoeld in de artikelen 3:7, 3:8
en
3:9
van de Wet
arbeid en zorg;
e. ongeschiktheid: de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn ¹ arbeid als gevolg van
ziekte, bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet.
1. Volgens de redactie
dient "zijn" te vervallen.
HOOFDSTUK
2
De
uitbetaling van ziekengeld en Wazo-uitkering
Art.
2.
De uitbetaling
-1. UWV
betaalt het ziekengeld en de Wazo-uitkering aan
de verzekerde. Indien de werkgever van de verzekerde eigenrisicodrager
is in de zin van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, betaalt UWV het ziekengeld aan de
werkgever.
-2. Indien dit door UWV met de werkgever
is overeengekomen, betaalt UWV het ziekengeld en de Wazo-uitkering aan
de werkgever van de verzekerde ter doorbetaling aan de verzekerde.
Verzet de verzekerde zich tegen deze betalingswijze, dan wordt het
ziekengeld en de Wazo-uitkering uitbetaald aan de verzekerde.
Art.
3.
Terugbetaling
door de werkgever
-1. Ingeval over een tijdvak ziekengeld of Wazo-uitkering
aan de werkgever is betaald en, nadat is vastgesteld dat de werkgever
het ziekengeld of de Wazo-uitkering niet aan de verzekerde betaalt, over
hetzelfde tijdvak ziekengeld of Wazo-uitkering aan de verzekerde wordt
betaald, geldt de betaling aan de werkgever als onverschuldigd.
-2. De werkgever betaalt het aan hem
onverschuldigd betaalde bedrag terug binnen een door UWV
te stellen termijn. Onverminderd het bepaalde in de vorige volzin kan
UWV het onverschuldigd betaalde bedrag verrekenen met door hem aan de
werkgever verschuldigde bedragen.
HOOFDSTUK
3
Verplichtingen
van de werkgever
Art.
4.
Melding van ongeschiktheid van de verzekerde die aanspraak maakt op
ziekengeld en van het feit dat de verzekerde een aanvraag doet
voor Wazo-uitkering
-1. De werkgever meldt de ongeschiktheid
van de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld onder opgave van de
eerste werkdag waarop de verzekerde ongeschikt is tot het verrichten van
zijn arbeid door middel van een door UWV
verstrekt en door of namens de werkgever volledig ingevuld en
ondertekend formulier. De op het formulier te verstrekken gegevens
kunnen overeenkomstig daartoe door UWV gegeven aanwijzingen worden
verstrekt met behulp van geautomatiseerd te verwerken gegevensdragers.
-2. De werkgever stuurt de aanvraag van Wazo-uitkering
van de verzekerde onder opgave van de dag waarop die uitkering moet
ingaan aan UWV door middel van een door UWV verstrekt en door of namens
de werkgever volledig ingevuld en mede ondertekend formulier. De op het
formulier te verstrekken gegevens kunnen overeenkomstig daartoe door UWV
gegeven aanwijzingen worden verstrekt met behulp van geautomatiseerd te
verwerken gegevensdragers.
-3. Indien de verzekerde aansluitend aan
de Wazo-uitkering ongeschikt of nog ongeschikt is als gevolg van de
bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, meldt de werkgever
dit op de wijze, bedoeld in het eerste lid.
-4. De werkgever verstrekt bij of na de
melding de door UWV verlangde gegevens.
Art.
5.
Melding van
gedeeltelijke werkhervatting
-1. De werkgever meldt aan UWV
door middel van een door UWV verstrekt en door of namens de werkgever
volledig ingevuld en ondertekend formulier mede namens de verzekerde de
gedeeltelijke werkhervatting van een verzekerde die aanspraak maakt op
ziekengeld. De op het formulier te verstrekken gegevens kunnen
overeenkomstig daartoe door UWV gegeven aanwijzingen worden verstrekt
met behulp van geautomatiseerd te verwerken gegevensdragers.
-2. De melding vindt uiterlijk plaats op
de dag volgend op die van de hervatting.
-3. De werkgever verstrekt bij of na de
melding de door UWV verlangde gegevens.
Art.
6.
Aangifte van
ongeschiktheid van werknemer met recht op
loon zonder aanspraak op uitbetaling van ziekengeld
De werkgever doet bij UWV aangifte van
ongeschiktheid van de werknemer die bij ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid recht heeft op loon terwijl geen aanspraak
bestaat op uitbetaling van ziekengeld, door middel van een door UWV
verstrekt formulier. De op het formulier te verstrekken gegevens kunnen
overeenkomstig daartoe door UWV gegeven aanwijzingen worden verstrekt
met behulp van geautomatiseerd te verwerken gegevensdragers.
Art.
7.
Hersteldmelding
De werkgever doet de hersteldmelding van zijn werknemer door middel van
een door UWV verstrekt en door of namens
de werkgever volledig ingevuld en ondertekend formulier. De op het
formulier te verstrekken gegevens kunnen overeenkomstig daartoe door UWV
gegeven aanwijzingen worden verstrekt met behulp van geautomatiseerd te
verwerken gegevensdragers.
HOOFDSTUK
4
Verplichtingen
van de verzekerde
Art.
8.
Meldingen door
verzekerden zonder werkgever
-1. De verzekerde die geen werkgever
heeft, meldt zijn ongeschiktheid aan UWV.
Desgevraagd verstrekt hij op een door UWV verstrekt formulier de door
UWV verlangde gegevens.
-2. Ingeval de verzekerde die geen
werkgever heeft, na een melding van ongeschiktheid, geschikt is tot het
verrichten van zijn arbeid, meldt hij de eerste dag van die geschiktheid
uiterlijk op de tweede dag van die geschiktheid aan UWV.
Art.
9.
Melding van
inkomsten door verzekerde
-1. De verzekerde die aanspraak heeft op
ziekengeld en die tevens loon, inkomsten uit arbeid anders dan in
dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt, deelt dit schriftelijk
mee aan UWV. De vorige zin is niet van
toepassing voor zover het loon betreft, ontvangen van de eigen werkgever
van de verzekerde, waarover UWV al op grond van artikel
5 is ingelicht.
-2. De mededeling bevat een opgave van het
bedrag van het loon, de inkomsten of het ouderdomspensioen alsmede de
dagen waarop dat loon, die inkomsten of dat pensioen betrekking heeft.
HOOFDSTUK
5
Slotbepalingen
Art.
10.
Onvoorziene
gevallen
In alle gevallen waarin dit ziekengeldreglement niet voorziet, beslist
de Raad van bestuur.
Art.
11.
Intrekking
Het besluit Ziekengeldreglement 1997
wordt ingetrokken.
Art.
12.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Art.
13.
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Ziekengeldreglement 2004.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 6 december
2004.
J.M. Linthorst, voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[6 december 2004]
Algemeen
Op grond van
artikel 54 van
de Ziektewet stelt
UWV een
ziekengeldreglement vast. Met dit ziekengeldreglement wordt een regeling van het
(berichten)verkeer tussen
enerzijds de werkgever en de verzekerde
en anderzijds UWV beoogd.
Het Ziekengeldreglement
1997 van 18 juni 1997 van het
toenmalige Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv), gepubliceerd in de Staatscourant van 1997, nr.
137, en gewijzigd bij Besluit van 12
maart 1998, Staatscourant 1998, nr.
58, wordt aangepast aan de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen, die op 1 januari
2002 in werking is getreden. Dit
betekent dat de vermeldingen van het Lisv
en van de voormalige uitvoeringsinstellingen moeten worden vervangen door
vermeldingen van UWV.
Daarnaast is op 1 december
2001 de Wet
arbeid en zorg in
werking getreden, als gevolg waarvan onder andere werknemers en
gelijkgestelden op grond van de artikelen 3:6
tot en met 3:16 van die wet aanspraak hebben
op uitkering in verband met
zwangerschap en bevalling, adoptie en
pleegzorg. Artikel 3:16, eerste lid,
onderdeel h, van de Wet
arbeid en zorg verklaart onder andere
[... ., red.] Dit
ziekengeldreglement regelt tevens het berichtenverkeer tussen
enerzijds de werkgever en de verzekerde
en anderzijds het UWV met betrekking tot deze uitkeringen.
Het derde lid van artikel
9 [van het Ziekengeldreglement
1997, red.],
dat handelde over stille verpanding door
de verzekerde aan UWV van zijn loonvordering op de werkgever, is geschrapt omdat het in
strijd is met artikel 47a, tweede lid, van
de Ziektewet.
Als gevolg van het vervallen
van artikel 39a van de Ziektewet
kan
artikel 11 van het oude ziekengeldreglement
vervallen.
Tot slot zijn enkele
redactionele of technische wijzigingen
aangebracht.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Begripsbepalingen
Dit artikel bevat enkele
definities.
Artikel
2. De uitbetaling
Omdat de werknemer als
verzekerde recht heeft op ziekengeld,
wordt de regel vooropgesteld dat UWV in principe het ziekengeld en de
Wazo-uitkering aan de werknemer uitbetaalt. Hierop bestaat één
wettelijke uitzondering: als de werkgever
eigenrisicodrager is in de zin van de WAO, wordt het ziekengeld
uitbetaald aan de werkgever (artikel 11a,
eerste lid, van de Ziektewet).
In veel gevallen wordt het
ziekengeld echter, op grond van een
overeenkomst met de werkgever, uitbetaald aan de werkgever, die het
dient door te betalen aan de werknemer.
Deze werkgeversbetalingen worden geregeld in het tweede lid. Het gaat
bij deze werkgeversbetalingen om:
- ziekengeld verstrekt aan verzekerden van wie de arbeidsverhouding
op grond van artikelen 4 of 5
van de Ziektewet
als dienstbetrekking wordt beschouwd (artikel 29,
tweede lid, onderdeel a, van de Ziektewet);
- ziekengeld verstrekt aan
verzekerden die wegens orgaandonatie
ongeschikt zijn tot het verrichten van
hun arbeid (artikel 29, tweede
lid, onderdeel e, van de Ziektewet);
- ziekengeld verstrekt aan
verzekerden die voorafgaand aan hun zwangerschaps- en bevallingsverlof ongeschikt
zijn tot het verrichten van
hun arbeid, waarbij die
ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap (artikel
29a, eerste lid,
van de Ziektewet);
- ziekengeld verstrekt aan
verzekerden die na afloop van hun zwangerschaps- en bevallingsverlof aansluitend
ongeschikt zijn tot het
verrichten van hun arbeid, waarbij die
ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan
voorafgaande zwangerschap (artikel 29a,
vierde lid, van de Ziektewet);
- ziekengeld verstrekt aan
verzekerden die onmiddellijk
voorafgaande aan hun dienstbetrekking arbeidsgehandicapte waren en binnen vijf jaren
daarna ongeschikt tot werken
zijn geworden (artikel 29b van de Ziektewet); en
- Wazo-uitkering verstrekt
aan verzekerden die in een arbeidsrelatie
staan tot een werkgever.
Artikel
3. Terugbetaling
door de werkgever
Indien over dezelfde periode
ziekengeld of Wazo-uitkering ten
behoeve van dezelfde werknemer rechtstreeks is betaald aan de werknemer
en aan de werkgever, wordt de
betaling aan de werkgever als onverschuldigd aangemerkt en wordt het bedrag
teruggevorderd of verrekend met bedragen die UWV
aan de werkgever
verschuldigd is.
Artikel
4. Melding van
ongeschiktheid van de verzekerde die
aanspraak maakt op ziekengeld en van
het feit dat de verzekerde een
aanvraag doet van Wazo-uitkering
In dit artikel wordt
aangegeven dat UWV naast een melding door
middel van een formulier ook een
andere wijze van melding met de
werkgever kan overeenkomen. Hierbij
kan gedacht worden aan
aanlevering op diskette of elektronische
melding. Het eerste lid heeft betrekking
op de melding van ongeschiktheid tot werken, het tweede lid op de
aanvraag van Wazo-uitkering. Het derde
lid heeft betrekking op de aangifte
van ongeschiktheid indien de verzekerde na afloop van haar zwangerschaps- en bevallingsverlof nog
ongeschikt is als gevolg van de zwangerschap
of de bevalling.
Op grond van het vierde lid
kan UWV verlangen dat de
werkgever de eerste werkdag aangeeft
waarop de werkgever wegens ziekte
ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Met deze dag wordt bedoeld
de dag, genoemd in artikel 29, derde
lid, van de Ziektewet
of in de op dat
lid gebaseerde regels van UWV (Regeling
bepaling eerste werkdag, besluit van het Lisv van 23 augustus
2000, Staatscourant 2000, nr.
170). Melding van de datum van
uitdiensttreding kan naast de gegevens die
behoren tot een eigenlijke ziekteaangifte worden verlangd omdat op grond van
artikel 29, tweede lid,
onderdeel c, van de Ziektewet
na beëindiging
van de dienstbetrekking ziekengeld
moet worden uitgekeerd indien de
dienstbetrekking binnen het tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot
werken eindigt. Ook kan UWV
gegevens omtrent het dienstverband
verlangen, met het oog op de
beoordeling of terecht aanspraak wordt
gemaakt op ziekengeld.
Artikel
5. Melding van
gedeeltelijke werkhervatting
Op grond van
artikel 31 van
de Ziektewet is de verzekerde
die gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte loon of
inkomsten uit arbeid anders dan in
dienstbetrekking ontvangt en aanspraak maakt
op ziekengeld, verplicht
hiervan schriftelijk mededeling te doen aan UWV. Met deze bepaling in het
ziekengeldreglement wordt
beoogd de werkgever te verplichten
schriftelijk mededeling te doen aan UWV ingeval de werknemer gedeeltelijk
hervat in arbeid in dienstbetrekking
tot de werkgever. De werkgever moet namelijk beter dan de werknemer in
staat worden geacht opgave te doen
van het door de werknemer te ontvangen loon. Deze verplichting van
de werkgever komt niet in de plaats van
de in de Ziektewet
neergelegde
verplichting van de werknemer tot het
melden van zijn inkomsten uit arbeid;
aangenomen wordt dat de werkgever zijn mededeling mede namens de
werknemer verricht. De werkgever is
verplicht de opgave op grond van
artikel 5 van dit reglement
onverwijld na de hervatting door de werknemer
te doen, waarbij hij gebruik
dient te maken van een door UWV ter beschikking gesteld
formulier of elektronische gegevensdragers. Met de door de werkgever te
verstrekken gegevens kan worden
vastgesteld of, en zo ja, tot welk bedrag
het ziekengeld tot uitbetaling kan komen. Daarnaast kunnen de gegevens
aanleiding zijn tot een nadere
beoordeling van de ongeschiktheid tot
werken.
Artikel
6. Aangifte van
ongeschiktheid van werknemer met recht op
loon zonder aanspraak op uitbetaling van ziekengeld
De werkgever doet aangifte
van ongeschiktheid van een werknemer met recht op loondoorbetaling,
terwijl geen recht op uitbetaling
van ziekengeld bestaat, uiterlijk op de
eerste dag nadat de ongeschiktheid van
de werknemer dertien weken heeft geduurd, aan UWV
(artikel
38, eerste
lid, van de Ziektewet). Omdat er geen
ziekengeld wordt toegekend, kan in het algemeen volstaan worden met
vermelding van slechts enkele gegevens.
Artikel
7. Hersteldmelding
Deze bepaling regelt de
hersteldmelding door de werkgever van een
verzekerde. Deze hersteldmelding dient plaats te hebben:
- met betrekking tot een
verzekerde met aanspraak op ziekengeld:
uiterlijk op de tweede dag nadat de
verzekerde zich bij hem hersteld heeft
gemeld (artikel 38a, vijfde lid,
van de Ziektewet); en
- met betrekking tot een
verzekerde die bij ziekte recht heeft
op loondoorbetaling, zonder recht op uitbetaling van ziekengeld, uiterlijk op
de achtentwintigste dag nadat de verzekerde zich bij hem hersteld heeft
gemeld (artikel 38, derde lid, van
de Ziektewet.
Artikel
8. Meldingen door
verzekerden zonder werkgever
In het eerste lid van dit
artikel wordt geregeld op welke wijze de
verzekerde die geen werkgever heeft
zich ziek moet melden. De verplichting
tot ziekmelding is geregeld in
artikel 38a, eerste lid, van de Ziektewet.
Het tweede lid van dit
artikel regelt de hersteldmelding door de
verzekerde die geen werkgever heeft.
Deze verzekerde dient zich bij UWV hersteld te melden, en wel uiterlijk
op de tweede dag van zijn
geschiktheid (artikel 38a, vierde lid,
van de Ziektewet).
Artikel
9. Melding van
inkomsten door verzekerde
In artikel 31 van de
Ziektewet is bepaald dat de verzekerde
die aanspraak maakt op ziekengeld en
tevens loon, inkomsten uit arbeid
anders dan in dienstbetrekking of
ouderdomspensioen ontvangt, verplicht is hiervan op door UWV
te
bepalen wijze mededeling te doen. In
dit artikel van het ziekengeldreglement
is de wijze waarop de mededeling
gedaan dient te worden geregeld,
alsmede de inhoud van de mededeling.
Artikel
11. Intrekking
Het besluit
Ziekengeldreglement 1997 (Stcrt. 1997, 137;
laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 12 maart
1998, Stcrt. 1998, 58) wordt door UWV
als rechtsopvolger van het Lisv
ingetrokken.
Amsterdam, 6 december 2004.
J.M. Linthorst, voorzitter
Raad van bestuur UWV.
|