|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op artikel 54 van de Ziektewet;
Besluit het navolgende
ziekengeldreglement vast te stellen:
HOOFDSTUK
1
Inleidende
bepalingen
Art. 1.
Begripsbepalingen
In dit reglement wordt
verstaan onder:
a. het Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk instituut
sociale verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997; ¹
b. de uitvoeringsinstelling:
de uitvoeringsinstelling die ten aanzien van de werkgever en de verzekerde
de werkzaamheden verricht als bedoeld in
artikel 41 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997; ¹
c. de werkgever: de
werkgever in de zin van de Ziektewet;
d. de verzekerde: de
werknemer in de zin van de Ziektewet;
e. aansluitingsnummer en
aansluitidentificatie: het nummer waarmee de
werkgever bij de uitvoeringsinstelling
ingeschreven staat;
f. reïntegratieplan: een
reïntegratieplan dat voldoet aan het gestelde
in het Besluit minimumeisen
reïntegratieplan 1997; ²
g. ongeschiktheid: de
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn ³ arbeid wegens ziekte, bedoeld in artikel
19 van de Ziektewet.
1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.
2. Ingevolge artikel II, onderdeel M, van de Wet verbetering
poortwachter (Stb. 2001, 628) is artikel 71a
WAO
met ingang van 1 april 2002 vervangen en zijn de bepalingen inzake het
reïntegratieplan, dat gelijktijdig met de aangifte van
arbeidsongeschiktheid van de werknemer door de werkgever aan de uitvoeringsinstelling
diende te worden overgelegd, en de werkgeversboeten geschrapt. Zie ook Besluit
boete ZW/WAO werkgevers 2002, red.
3. Volgens de redactie dient "zijn" te vervallen.
HOOFDSTUK
2
De uitbetaling
van ziekengeld
Art. 2.
De uitbetaling
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen betaalt het ziekengeld en de ingevolge artikel 59 en
87
van de Ziektewet te verstrekken
bijdragen en de bij of krachtens enige wet op het ziekengeld verschuldigde
premies aan de verzekerde.
-2. Indien zulks door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen met de
werkgever is overeengekomen, betaalt
het Landelijk instituut sociale
verzekeringen het ziekengeld aan de
werkgever van de verzekerde ter
doorbetaling aan de verzekerde. Verzet de verzekerde zich tegen deze
betalingswijze, dan wordt het ziekengeld
uitbetaald aan de verzekerde.
-3. In de gevallen, bedoeld
in het tweede lid, eerste volzin, wordt
met inachtneming van artikel 47 van de Ziektewet
het ziekengeld zoveel
mogelijk uitbetaald op de dag waarop de gewone loonbetaling plaatsvindt.
Art. 3.
Terugbetaling door
de werkgever
-1. In het geval over een
tijdvak ziekengeld aan de werkgever is betaald
en, nadat is vastgesteld dat de
werkgever het ziekengeld niet aan de
verzekerde betaalt, over hetzelfde
tijdvak ziekengeld aan de verzekerde wordt
betaald, geldt de betaling aan de werkgever als onverschuldigd.
-2. De werkgever betaalt het
aan hem onverschuldigd betaalde
bedrag terug binnen een door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen te
stellen termijn. Onverminderd het bepaalde in
de vorige volzin kan het
Landelijk instituut sociale verzekeringen het onverschuldigd betaalde bedrag verrekenen
met door hem aan de
werkgever verschuldigde bedragen.
HOOFDSTUK
3
Verplichtingen
van de werkgever
Art. 4.
Melding
ongeschiktheid van verzekerde die aanspraak
maakt op ziekengeld
-1. De werkgever meldt de
ongeschiktheid van de verzekerde die
aanspraak maakt op ziekengeld onder
opgave van de eerste werkdag van die
ongeschiktheid respectievelijk van de
aanspraak op het ziekengeld in verband
met bevalling van de verzekerde
door middel van een door de
uitvoeringsinstelling verstrekt en door of namens
de werkgever volledig ingevuld
en ondertekend formulier. De op het
formulier te verstrekken gegevens kunnen
overeenkomstig daartoe door de
uitvoeringsinstelling gestelde aanwijzingen worden verstrekt met behulp van
geautomatiseerd te verwerken gegevensdragers.
-2. Indien de verzekerde
aansluitend aan het recht op ziekengeld in
verband met bevalling ¹ nog ongeschikt is
in verband met de bevalling of de
daaraan voorafgaande zwangerschap, meldt de
werkgever dit op de wijze, bedoeld in
het eerste lid.
-3. De werkgever verstrekt
bij of na de melding de door de
uitvoeringsinstelling verlangde gegevens.
-4. De uitvoeringsinstelling
kan verlangen dat ten minste de volgende
gegevens verstrekt worden:
a. het aansluitingsnummer
respectievelijk de aansluitidentificatie;
b. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
c. naam en adres van de
verzekerde;
d. het verpleegadres van de
verzekerde;
e. datum indiensttreding;
f. datum uitdiensttreding;
g. de aard van het
dienstverband;
h. het overeengekomen loon;
i. de grond waarop aanspraak
op ziekengeld wordt gemaakt;
j. de dag waarop de
verzekerde de ongeschiktheid aan zijn
werkgever gemeld heeft;
k. de eerste werkdag waarop
de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is;
l. de eerste dag waarop de
verzekerde aanspraak maakt op
ziekengeld in verband met de bevalling;
m. een verklaring van een
arts of van een verloskundige welke de
vermoedelijke datum van de bevalling
aangeeft.
1. Zie Wet
arbeid en zorg, red.
Art. 5.
Melding
gedeeltelijke werkhervatting
-1. De werkgever meldt aan de
uitvoeringsinstelling door middel van een door de uitvoeringsinstelling verstrekt
en door of namens de
werkgever volledig ingevuld en ondertekend
formulier de gedeeltelijke
werkhervatting van een verzekerde die aanspraak
maakt op ziekengeld. De op het
formulier te verstrekken gegevens kunnen overeenkomstig daartoe door de
uitvoeringsinstelling gestelde aanwijzingen worden verstrekt met behulp van
geautomatiseerd te verwerken
gegevensdragers.
-2. De melding vindt
uiterlijk plaats op de dag volgend op die van de
hervatting.
-3. De werkgever verstrekt
bij of na de melding de door de
uitvoeringsinstelling verlangde gegevens.
-4. De uitvoeringsinstelling
kan verlangen dat ten minste de volgende
gegevens verstrekt worden:
a. het aansluitingsnummer
respectievelijk de aansluitidentificatie;
b. naam en adres van de
verzekerde;
c. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
d. de dag waarop de
verzekerde gedeeltelijk hervat heeft;
e. het aantal uren per week
waarop en de arbeid waarin de
verzekerde hervat heeft;
f. het door de verzekerde te
ontvangen loon.
Art. 6. Vervallen
[zie toelichting onderaan deze pagina, red.].
Art. 7.
Aangifte van
ongeschiktheid van werknemer met recht op
loon
-1. De werkgever doet
aangifte van ongeschiktheid van de
werknemer die bij ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid recht heeft
op loon aan de uitvoeringsinstelling
door middel van een door de
uitvoeringsinstelling verstrekt formulier. De op
het formulier te verstrekken gegevens
kunnen overeenkomstig daartoe door
de uitvoeringsinstelling
gestelde aanwijzingen worden verstrekt met behulp
van geautomatiseerd te verwerken
gegevensdragers.
-2. De aangifte door de
werkgever bevat ten minste de navolgende
gegevens:
a. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
b. naam en adres van de
verzekerde;
c. de eerste dag van
ongeschiktheid tot werken.
-3. Overlegging aan de
uitvoeringsinstelling van een reïntegratieplan
als bedoeld in artikel 71a van
de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering ¹ geldt als het doen van aangifte als bedoeld in het eerste lid.
1. Ingevolge artikel II,
onderdeel M, van de Wet verbetering
poortwachter (Stb. 2001, 628)
is artikel 71a WAO met ingang van 1
april 2002 vervangen en zijn de bepalingen inzake het reïntegratieplan,
dat gelijktijdig met de aangifte van arbeidsongeschiktheid van de
werknemer door de werkgever aan de uitvoeringsinstelling
diende te worden overgelegd, en de werkgeversboeten geschrapt. Zie ook Besluit
boete ZW/WAO werkgevers 2002, red.
Art. 8.
Hersteldmelding
-1. De werkgever doet de
hersteldmelding van zijn werknemer door
middel van een door de
uitvoeringsinstelling verstrekt en door of namens de
werkgever volledig ingevuld en ondertekend formulier. De op het formulier te
verstrekken gegevens kunnen overeenkomstig daartoe door de
uitvoeringsinstelling gestelde aanwijzingen worden verstrekt met behulp van
geautomatiseerd te verwerken gegevensdragers.
-2. De werkgever verstrekt
bij of na de melding de door de
uitvoeringsinstelling verlangde gegevens.
-3. De uitvoeringsinstelling
kan verlangen dat ten minste de volgende
gegevens verstrekt worden:
a. het aansluitingsnummer
respectievelijk de aansluitidentificatie;
b. naam en adres van de
verzekerde;
c. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
d. de dag waarop de
verzekerde weer geschikt was tot het
verrichten van zijn arbeid.
HOOFDSTUK
4
Verplichtingen
van de verzekerde
Art. 9.
Meldingen door
verzekerden zonder werkgever
-1. De verzekerde die geen
werkgever heeft, meldt de
ongeschiktheid aan de uitvoeringsinstelling.
Desgevraagd verstrekt hij op een door de
uitvoeringsinstelling verstrekt formulier de door
de uitvoeringsinstelling
verlangde gegevens.
-2. De uitvoeringsinstelling
kan verlangen dat ten minste de volgende
gegevens verstrekt worden:
a. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
b. naam en adres van de
verzekerde;
c. het verpleegadres van de
verzekerde;
d. naam en adres van de
laatste werkgever;
e. datum uitdiensttreding;
f. de aard van het
dienstverband;
g. de grond waarop aanspraak
op ziekengeld wordt gemaakt;
h. het laatstelijk met een
werkgever overeengekomen loon;
i. de eerste werkdag waarop
de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is
tot het verrichten van zijn
arbeid;
j. de eerste dag waarop de
verzekerde aanspraak maakt op
ziekengeld in verband met de bevalling; ¹
k. een verklaring van een
arts of van een verloskundige welke de
vermoedelijke datum van de bevalling
aangeeft.
-3. In het geval de
verzekerde die geen werkgever heeft, na een
melding van ongeschiktheid, geschikt is
tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij
de eerste dag van die
geschiktheid zo spoedig mogelijk, doch in elk geval
niet later dan op de tweede dag
van die geschiktheid, aan de
uitvoeringsinstelling. Hij verstrekt bij of na de
melding de door de
uitvoeringsinstelling verlangde gegevens.
-4. De uitvoeringsinstelling
kan verlangen dat ten minste de volgende
gegevens verstrekt worden:
a. naam en adres van laatste
werkgever;
b. naam en adres van de
verzekerde;
c. sociaal-fiscaal nummer
van de verzekerde;
d. de dag waarop de
verzekerde weer geschikt was tot het
verrichten van zijn arbeid.
1. Zie Wet
arbeid en zorg, red.
Art. 10.
Inkomsten
verzekerde
-1. De verzekerde die
aanspraak maakt op ziekengeld en die tevens
loon, inkomsten uit arbeid anders
dan in dienstbetrekking of
ouderdomspensioen ontvangt, deelt dit schriftelijk mee aan de uitvoeringsinstelling.
-2. De mededeling bevat een
opgave van het bedrag van het loon, de
inkomsten of het ouderdomspensioen
alsmede de dagen waarvoor dat loon, die
inkomsten of dat pensioen bestemd is
of zijn.
-3. De uitvoeringsinstelling
kan met de verzekerde aan wie
ziekengeld is toegekend en die zijn eventuele
aanspraken naar burgerlijk recht
geldend tracht te maken, overeenkomen dat de
uitvoeringsinstelling wordt gemachtigd voor de ontvangst van die
aanspraken,
indien en voor zover deze
aanspraken betrekking hebben op de
periode waarover ziekengeld is betaald en tot
ten hoogste het bedrag van het
uitgekeerde ziekengeld.
HOOFDSTUK
5
Invordering
Art. 11.
Invordering
-1. Ingeval het Landelijk instituut
sociale verzekeringen op
grond van artikel 39a, vierde en
vijfde lid, van de Ziektewet kosten in
rekening brengt, voldoet de werkgever de in
rekening gebrachte kosten binnen een
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen te stellen termijn.
-2. Onverminderd het bepaalde
in het eerste lid kan het Landelijk
instituut sociale verzekeringen de in rekening gebrachte kosten in
mindering brengen op door hem aan de werkgever
verschuldigde bedragen.
HOOFDSTUK
6
Slotbepalingen
Art. 12.
Onvoorziene
gevallen
In alle gevallen waarin dit
ziekengeldreglement niet voorziet, beslist de uitvoeringsinstelling.
Art. 13.
Intrekking
ziekengeldreglementen bedrijfsverenigingen
De ziekengeldreglementen van
de bedrijfsverenigingen die
krachtens artikel 7 van de Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
gelden als besluiten van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen worden
ingetrokken.
Art. 14.
Inwerkingtreding
Dit ziekengeldreglement
treedt in werking met ingang van 1 september
1997. Indien de Staatscourant
waarin dit besluit wordt geplaatst,
wordt uitgegeven na 30 augustus 1997, treedt
dit besluit in werking met
ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het
wordt geplaatst.
Art. 15.
Citeertitel
Dit reglement wordt
aangehaald als: Ziekengeldreglement 1997.
Dit reglement zal met
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Amsterdam, 18 juni 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[18 juni 1997]
Algemeen
Op grond van
artikel 54 van
de Ziektewet stelt het Landelijk
instituut sociale verzekeringen [Lisv, zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] een
ziekengeldreglement vast. Met dit
ziekengeldreglement wordt een regeling van het (berichten)verkeer tussen de werkgever
respectievelijk de verzekerde en de
uitvoeringsinstelling beoogd.
Met het oog op de invoering
van Wet uitbreiding
loondoorbetalingsplicht bij ziekte per 1 maart 1996
heeft het Tijdelijk instituut voor coördinatie
en afstemming [de rechtsvoorganger van het Lisv, red.] voor de bedrijfsverenigingen een model
ziekengeldreglement vastgesteld. De bedrijfsverenigingen hebben dit model gevolgd bij het
vaststellen van hun
ziekengeldreglementen. In verband met de inwerkingtreding van
de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en de Invoeringswet
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
worden de ziekengeldreglementen van
de bedrijfsverenigingen
ingetrokken en vervangen door dit ziekengeldreglement. Praktisch komt de vervanging
erop neer dat "de
bedrijfsvereniging" telkens wordt vervangen door "het
Landelijk instituut sociale
verzekeringen" en "de uitvoeringsinstelling".
Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Ziektewet, doch heeft de
feitelijke werkzaamheden uitbesteed aan
de uitvoeringsinstellingen. Omdat het gaat om nadere uitwerking van
regels in verband met het (berichten)verkeer
tussen de uitvoeringsinstelling en
de werkgever of de verzekerde, wordt dan
ook in plaats van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen telkens de uitvoeringsinstelling genoemd.
In verband met wijziging van
de werkwijze rond de indiening en de
beoordeling van reïntegratieplannen op
grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering ¹ en vervanging van het Besluit minimumeisen
reïntegratieplan door het Besluit minimumeisen reïntegratieplan
1997 is dit
ziekengeldreglement ook inhoudelijk gewijzigd
ten opzichte van het model van
het Tijdelijk instituut voor coördinatie
en afstemming. De regeling inzake de verstrekking van rapportages over de
verzuimbegeleiding in de 26e
en 39e week van ongeschiktheid tot
werken is komen te vervallen.
Opgenomen is een bepaling dat indiening van
een reïntegratieplan geldt als ziekteaangifte. Tot slot zijn enkele redactionele of
technische wijzigingen
aangebracht.
1. Ingevolge artikel II,
onderdeel M, van de Wet verbetering
poortwachter (Stb. 2001, 628)
is artikel 71a WAO met ingang van 1
april 2002 vervangen en zijn de bepalingen inzake het reïntegratieplan,
dat gelijktijdig met de aangifte van arbeidsongeschiktheid van de
werknemer door de werkgever aan de uitvoeringsinstelling
diende te worden overgelegd, en de werkgeversboeten geschrapt. Zie ook Besluit
boete ZW/WAO werkgevers 2002, red.
Artikelsgewijs
Artikel
2. De uitbetaling van
ziekengeld
Omdat de werknemer als
verzekerde recht heeft op ziekengeld,
wordt de regel vooropgesteld dat de
uitvoeringsinstelling in principe het ziekengeld
aan de werknemer uitbetaalt. De
werkgeversbetalingen worden geregeld in het tweede lid. Het gaat hier om
het ziekengeld in verband met
ongeschiktheid wegens zwangerschap en in
verband met bevalling ¹, en ziekengeld
betaald ten behoeve van herintredende
(voormalig) gedeeltelijk arbeidsongeschikten (artikel 29b
ZW) en ten behoeve van
orgaandonoren.
1. Zie Wet
arbeid en zorg, red.
Artikel
3. Terugbetaling door
de werkgever
Het kan gebeuren dat over
dezelfde periode ziekengeld ten
behoeve van dezelfde werknemer
rechtstreeks is betaald aan de werknemer en
aan de werkgever. De betaling aan
de werkgever wordt dan als onverschuldigd
aangemerkt en het bedrag wordt teruggevorderd of verrekend met door de uitvoeringsinstelling aan de
werkgever verschuldigde bedragen.
Artikel
4. Melding
ongeschiktheid respectievelijk recht op ziekengeld in
verband met bevalling
In het eerste
lid is aangegeven dat de uitvoeringsinstelling
naast een melding door middel van
een formulier ook andere wijzen van melden kan overeenkomen met de
werkgever. Hierbij kan gedacht worden
aan aanleveren op diskette of elektronische
meldingen.
In het tweede lid is
geregeld dat de werkgever de
uitvoeringsinstelling eveneens moet melden indien de
vrouwelijke verzekerde na eindiging van
het reguliere zwangerschaps- en bevallingsverlof nog steeds ongeschikt is in
verband met die zwangerschap of bevalling. De uitvoeringsinstelling kan
dan beoordelen of de ongeschiktheid zijn
oorzaak vindt in de bevalling of de
daaraan voorafgaande zwangerschap.
Op grond van het vierde lid
kan de uitvoeringsinstelling verlangen dat de werkgever de eerste werkdag
aangeeft waarop de werknemer wegens
ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Met deze dag wordt
bedoeld het begrip, genoemd in
artikel 29, derde lid, van de Ziektewet of in
de op dit artikellid gebaseerde regels
van het Landelijk instituut
sociale verzekeringen. Melding van de datum van
uitdiensttreding kan worden verlangd omdat op grond van artikel
29, tweede
lid, onderdeel c, van de Ziektewet ziekengeld moet worden uitgekeerd indien de
dienstbetrekking binnen het tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot
werken eindigt.
Voorts kan de
uitvoeringsinstelling ook gegevens over de
arbeidsovereenkomst verlangen. Dit voor de
beoordeling of er aanspraak kan worden
gemaakt op ziekengeld.
Als grond waarop aanspraak
op ziekengeld wordt gemaakt, kan
bijvoorbeeld worden aangegeven zwangerschap/bevalling ¹,
herintreden door een (voorheen)
gedeeltelijk arbeidsongeschikte,
orgaandonatie en einde dienstverband.
1. Zie Wet
arbeid en zorg, red.
Artikel
5. Melding
gedeeltelijke werkhervatting
Op grond van
artikel 31 van
de Ziektewet is de verzekerde
die gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte loon of
inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking ontvangt en aanspraak maakt
op ziekengeld, verplicht hiervan schriftelijk mededeling en opgave te doen
aan het Landelijk instituut
sociale verzekeringen. Met deze bepaling in het
ziekengeldreglement wordt
beoogd de werkgever te verplichten
schriftelijk mededeling te doen aan de
uitvoeringsinstelling ingeval de werknemer
gedeeltelijk hervat in arbeid in
dienstbetrekking tot de werkgever. De werkgever moet namelijk beter dan de
werknemer in staat worden geacht
opgave te doen van het door de werknemer te
ontvangen loon. Deze verplichting van
de werkgever komt niet in de
plaats van de in de Ziektewet neergelegde verplichting van de werknemer tot het melden van zijn inkomsten
uit arbeid. De verplichting voor de
werknemer is nader uitgewerkt in artikel
9 van dit reglement. De werkgever is
verplicht de opgave op grond van artikel
6 van dit reglement onverwijld te doen
na de hervatting door de werknemer, waarbij
hij gebruik dient te maken van
een door de uitvoeringsinstelling ter
beschikking gesteld formulier of elektronische gegevensdragers. Met de door de werkgever te verstrekken gegevens kan
worden vastgesteld of en tot welk
bedrag het ziekengeld tot uitbetaling
kan komen. Daarnaast kunnen de gegevens
aanleiding zijn voor een nadere beoordeling van de ongeschiktheid tot
werken.
Artikel
6. Reïntegratieplan
inzake werknemer met aanspraak op ziekengeld ¹
Op grond van
artikel 39 van de
Ziektewet beoordeelt het Landelijk instituut
sociale verzekeringen bij
gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met betrekking tot
verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.
Voor de werknemers die bij
ongeschiktheid tot werken aanspraak maken op
loon is in artikel 71a Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering geregeld dat de werkgever een reïntegratieplan overlegt
nadat de ongeschiktheid
dertien weken heeft geduurd. Ten aanzien
van de werknemers die aanspraak
maken op ziekengeld is dit niet
geregeld. In deze leemte wordt voorzien in dit ziekengeldreglement. Op de werkgever van een werknemer met aanspraak
op ziekengeld rust een zelfde verplichting
tot verzuimbegeleiding als op
een werkgever van een werknemer die geen
aanspraak heeft op ziekengeld, maar op loon. Voor de verzekerden
die aanspraak maken op ziekengeld in verband met zwangerschap of
bevalling geldt in beginsel niet de
verplichting een reïntegratieplan over te leggen, omdat zij
niet verplicht kunnen worden
passende arbeid te aanvaarden. Voor
degene die na afloop van het normale
bevallingsverlof nog aanspraak maakt op
ziekengeld in verband met
ongeschiktheid wegens de zwangerschap of
bevalling moet de werkgever wel een
reïntegratieplan overleggen, omdat van belang wordt geacht dat terugkeer
in arbeid wordt bevorderd.
Dit artikel regelt tevens de
gevolgen voor de werkgever indien hij
niet aan zijn verplichtingen voldoet.
In tegenstelling tot artikel 71a van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt geen boete opgelegd,
maar wordt het ziekengeld ten laste van
de werkgever gebracht.
1. Zie toelichting onderaan
deze pagina, red.
Artikel
7. Aangifte van
ongeschiktheid van werknemer met recht op
loon
De aangifte van ongeschiktheid
door de werkgever van een werknemer
met recht op loondoorbetaling
geschiedt evenals de overige meldingen
aan de uitvoeringsinstelling. Omdat
geen ziekengeld wordt toegekend, kan in het algemeen volstaan worden met
vermelding van slechts enkele gegevens.
Geregeld is voorts dat tijdige
indiening van een reïntegratieplan geldt
als een ziekmelding. Het is dan niet nodig dat
een afzonderlijk formulier wordt
ingediend voor de ziekmelding.
Artikel
8. Hersteldmelding
¹
Deze bepaling regelt de hersteldmelding
door de werkgever van een
verzekerde. De wet gaat ervan uit dat de
verzekerde die aanspraak maakt op
ziekengeld altijd zelf hersteld meldt aan de uitvoeringsinstelling. Voor de werknemer die een werkgever heeft, ligt het
meer voor de hand dat de hersteldmelding
door de werknemer wordt gedaan aan
de werkgever en dat de werkgever de
hersteldmelding aan de uitvoeringsinstelling doet.
In het eerste lid is
aangegeven dat de uitvoeringsinstelling naast
een melding door middel van een
formulier ook andere wijzen van melden kan
overeenkomen met de werkgever. Hierbij
kan gedacht worden aan
aanleveren op diskette of elektronische hersteldmeldingen.
1. Zie toelichting onderaan
deze pagina, red.
Artikel
9. Meldingen door
verzekerden zonder werkgever
In het
eerste lid wordt geregeld op welke wijze de
verzekerde die geen werkgever heeft zich ziek moet melden. Voor hem gelden
dezelfde verplichtingen als voor de werkgever, opgenomen in artikel 5 van
dit reglement. De verplichting tot
ziekmelding is geregeld in artikel 38a,
eerste lid, van de Ziektewet.
Voorts is in het derde lid
bepaald dat werknemers die geen
werkgever hebben, na een melding van
ongeschiktheid, zich geschikt moeten melden
bij de uitvoeringsinstelling. Een dergelijke bepaling is namelijk niet in
artikel 38a van de Ziektewet opgenomen.
Het is echter wel van belang dat
dit gegeven verstrekt wordt; de
uitbetaling van ziekengeld dient dan immers
stopgezet te worden. Ook indien er
geen arbeid meer beschikbaar is, dient de
werknemer die geen werkgever heeft
zich geschikt te melden. De
verplichting die de werknemer wordt opgelegd,
kan beschouwd worden als een
nadere invulling van artikel 49 van
de Ziektewet. In afwijking van artikel 49
van de Ziektewet wordt echter niet vereist dat de geschiktmelding
onverwijld geschiedt; hier wordt
aangesloten bij de tekst van artikel 38, derde
lid, van de Ziektewet waar de
geschiktmelding door de werkgever is geregeld.
Artikel
10. Inkomsten
verzekerde
In artikel 31 van de
Ziektewet is
bepaald dat de verzekerde die aanspraak
maakt op ziekengeld en tevens loon,
inkomsten uit arbeid anders dan in
dienstbetrekking of ouderdomspensioen
ontvangt, verplicht is hiervan op door
het Landelijk instituut
sociale verzekeringen in zijn reglement te bepalen
wijze mededeling te doen. In dit artikel van
het ziekengeldreglement is de wijze waarop de mededeling gedaan dient te
worden, geregeld, alsmede de inhoud
van de mededeling.
Het vierde lid doelt op de
situatie waarin de werknemer aan wie
ziekengeld is toegekend, zijn
loonaanspraken geldend tracht te maken. In
dat geval kan met de werknemer worden overeengekomen dat bijvoorbeeld door
middel van een akte tot
stille verpanding het alsnog door de werkgever
na te betalen loon
rechtstreeks aan de uitvoeringsinstelling wordt betaald.
Artikel
11. Invordering
In
dit artikel is aangegeven dat de
uitvoeringsinstelling kan bepalen binnen welke
termijn de werkgever kosten betaald
dient te hebben. Tevens is aangegeven dat de uitvoeringsinstelling deze kosten kan verrekenen
met door hem aan de werkgever verschuldigde
bedragen.
Amsterdam, 18 juni 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
bij het Besluit
van 12 maart 1998 tot wijziging van het Ziekengeldreglement 1997, Stcrt.
1998, 58
In de
Veegwet SZW 1997
(Kamerstukken 25 641) is per 1 januari
1998 voorzien in:
1. het indienen van een
reïntegratieplan voor de werknemer met
aanspraak op ziekengeld en recht op
loondoorbetaling; ¹
2. het doen van een
hersteldmelding door de werkgever, nadat hij
eerder een ziekmelding heeft gedaan, in
de situatie dat de verzekerde zich
hersteld meldt bij de werkgever. Deze bepalingen zijn nu
opgenomen in respectievelijk artikel 6 en
artikel 8, eerste lid, van het Ziekengeldreglement 1997. Met de
inwerkingtreding van de Veegwet SZW 1997 zijn deze bepalingen niet meer nodig.
De inwerkingtreding van het
besluit werkt terug tot en met 1 januari 1998 aangezien per die datum de
Veegwet SZW 1997 in werking is
getreden.
1. Ingevolge artikel II,
onderdeel M, van de Wet verbetering
poortwachter (Stb. 2001, 628)
is het bij Veegwet SZW 1997 gewijzigde artikel 71a
WAO
met ingang van 1 april 2002 vervangen en zijn de bepalingen inzake de reïntegratieplannen
en de werkgeversboeten geschrapt. Zie ook Besluit
boete ZW/WAO werkgevers 2002, red.
Amsterdam, 12 maart 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|