|
BESLUIT van 19 juni 1970 tot vaststelling van een algemene maatregel van
bestuur als bedoeld in artikel 87, eerste lid, der Ziektewet (Ziekengelduitkering
bij bijzondere werktijdregeling)
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van
Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid van 12 mei 1970, Directoraat-Generaal
voor Sociale Voorzieningen, Directie Soc. Verz., Afd. W.V., nr. 52235;
Gelet op artikel 87, eerste lid, der Ziektewet;
De Raad van State gehoord (advies van 27 mei 1970, nr.
9);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid van 12 juni 1970, Directoraat-Generaal voor Sociale
Voorzieningen, Directie Soc. Verz., Afd. W.V., nr. 52613;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd ten aanzien
van bepaalde groepen van bij hem verzekerde werknemers voor wie
laatstelijk vóór het intreden van de ongeschiktheid tot werken een
werktijdregeling gold krachtens welke een werkweek van meer dan vijf
dagen van toepassing was, regelen te stellen tengevolge waarvan:
a. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet ziekengeld wordt toegekend over de
zaterdagen en zondagen waarop volgens de in de aanhef bedoelde
werktijdregeling door de tot bedoelde groepen behorende werknemers zou
zijn gewerkt, zo de ongeschiktheid tot werken niet was ingetreden;
b. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet geen ziekengeld wordt toegekend over
de dagen waarop volgens de in de aanhef bedoelde werktijdregeling door
de tot bedoelde groepen behorende werknemers niet zou zijn gewerkt, zo
de ongeschiktheid tot werken niet was ingetreden;
c. in afwijking van het bepaalde in artikel
9, eerste lid, tweede volzin, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering
voor de berekening van het ziekengeld het dagloon, hetwelk bij een
zesdaagse werkweek meer dan 5/6 en bij een zevendaagse werkweek meer dan
5/7 bedraagt van het in die volzin bedoelde bedrag, voor dat meerdere
buiten beschouwing wordt gelaten.
Art. 2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is eveneens bevoegd ten
aanzien van bepaalde groepen van bij hem verzekerde werknemers die
laatstelijk vóór het intreden van de ongeschiktheid tot werken in
ploegendienst werkzaam waren ingevolge een werktijdregeling krachtens
welke volgens een vast rooster op bepaalde dagen door de tot bedoelde
groepen behorende werknemers geen arbeid werd verricht, regelen te
stellen tengevolge waarvan:
a. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet ziekengeld wordt toegekend over de
zaterdagen en zondagen waarop volgens het in de aanhef bedoelde rooster
door de werknemers zou zijn gewerkt, zo de ongeschiktheid tot werken
niet was ingetreden;
b. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet geen ziekengeld wordt toegekend over
de dagen waarop volgens het in de aanhef bedoelde rooster door de
werknemers niet zou zijn gewerkt, zo de ongeschiktheid tot werken niet
was ingetreden;
c. in afwijking van het bepaalde in artikel
9, eerste lid, tweede volzin, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering
voor de berekening van het ziekengeld over in eenzelfde kalenderweek
gelegen dagen het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het vijfvoud van
het in genoemde volzin bedoelde bedrag gedeeld door het aantal dagen
waarop volgens het in de aanhef bedoelde rooster in die kalenderweek
door de werknemers zou zijn gewerkt, zo de ongeschiktheid tot werken
niet was ingetreden, voor dat meerdere buiten beschouwing wordt gelaten.
Art. 3.
In de regelen als bedoeld in artikel 1 kunnen ten aanzien van werknemers
voor wie laatstelijk vóór het intreden van de ongeschiktheid tot
werken een werktijdregeling gold krachtens welke op vijf dagen per week
werd gewerkt, waaronder de zaterdag en/of de zondag, bepalingen worden
opgenomen tengevolge waarvan:
a. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet ziekengeld wordt toegekend over
zaterdagen en zondagen waarop volgens de in de aanhef bedoelde
werktijdregeling door de werknemers zou zijn gewerkt, zo de
ongeschiktheid tot werken niet was ingetreden;
b. in afwijking van het bepaalde in artikel
29, tweede lid, der Ziektewet geen ziekengeld wordt toegekend over
dagen waarop volgens de in de aanhef bedoelde werktijdregeling door de
werknemers niet zou zijn gewerkt, zo de ongeschiktheid tot werken niet
was ingetreden.
Art. 4.
Voor de toepassing van artikel 46, eerste lid, onderdeel a, tweede en
vijfde lid, der Ziektewet wordt over dagen waarover volgens het bij dit besluit bepaalde geen
ziekengeld wordt toegekend, de verzekering geacht voort te duren.
Art. 5. Vervallen.
Art. 6.
Voor de bepaling van het aantal dagen, bedoeld in artikel
46, eerste
lid, onderdeel b, der Ziektewet,
wordt een werknemer aan wie ingevolge het bij dit besluit bepaalde over
meer dan wel over minder dan vijf dagen per kalenderweek ziekengeld wordt
toegekend, geacht over vijf dagen per kalenderweek ziekengeld te zijn
toegekend.
Art. 7.
Ons besluit van 30 juni 1967, Stb. 1967, 360, wordt ingetrokken.
Onze Minister
van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit
besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan
afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 19 juni 1970
JULIANA
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
B. Roolvink
Uitgegeven de zevende juli 1970
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
|
|