Art. 23a. [Bijstand voor voorbereidingskosten zelfstandige]  [GeschiedenisStb. 1999, 542Stb. 2003, 376]
-1. Bijstand als bedoeld in artikel 8, zesde lid, onderdeel c, heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening.
-2. Indien de belanghebbende in aansluiting op de voorbereidingsperiode:
a. geen bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een bedrag om niet;
b. een bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een rentedragende geldlening. De bij en krachtens artikel 22 gestelde regels zijn op deze geldlening van overeenkomstige toepassing.