Art. 24. [Bijstand in de vorm van geldlening/borgtocht in overige situaties]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1998, 742Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AB1309AB1806AD7123AD9031]
Bijstand kan eveneens worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, indien:
a. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
b. de noodzaak tot bijstandverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
c. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft; dan wel
d. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.