Art. 39. [Algemene bepalingen voor recht op bijzondere bijstand | Verhoging met loonbelasting en premies]  [GeschiedenisMvT + bisversie 12 april 1995Stb. 1997, 193;  Stb. 2001, 426Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3611AA3716AA4022AA4131AA4888AA5390AA5397AA6778AA6934AA7188AA8508AA8962AB0577AB1792AB6634AD3427AD3656AD3836AD7103AD7123AD7718AD8232AE0174AE2489AE3712AE3723AE3724AE3732AE3799AE3803AE4069AE4212AE4370AE4985AE6365AE6409AE8232AE8636AE8637AE9790AF0905AF1186AF1409AT0123AT0173AT0309]
-1. Onverminderd hoofdstuk II heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, bedoeld in afdeling 1, paragraaf 2 en 3, en de aanwezige draagkracht.
-2. In afwijking van artikel 6, onderdeel b, kan bijzondere bijstand ook aan een persoon behorend tot een bepaalde categorie worden verleend, zonder dat behoeft te worden nagegaan of ten aanzien van die persoon de hierna bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.
-3. Voor zover de gemeente krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, wordt de bijstand verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, alsmede met de over die bijstand verschuldigde ziekenfondspremie.