Art. 42. [Definitie middelen]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2000, 571Stb. 2003, 376]      [JurisprudentieLJN AA3468AA3503AA4624AA8961AA9587AB2256AB2260AD8171AE2699AE3952AE6820AE7159]
Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen, bedoeld in de eerste zin, behoort in elk geval de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.