Art. 108.ยน [Verplichting tot vorderen alimentatie]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 1998, 278Stb. 2003, 376Stb. 2003, 386]
De verplichting tot het instellen van een vordering tot toekenning van een uitkering tot levensonderhoud kan, onverminderd artikel 108a, slechts aan de bijstand worden verbonden indien het betreft een uitkering ten laste van de echtgenoot, de gewezen echtgenoot of de ouder, indien:
a. die vordering kan worden ingesteld samen met een verzoek tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed; of
b. de echtgenoot, de gewezen echtgenoot of de ouder buiten Nederland verblijft en de verplichting noodzakelijk is om op grond van een uitspraak van de Nederlandse rechter onderhoudsaanspraken in het buitenland geldend te maken onder toepassing van het op 20 juni 1956 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud (Trb. 1957, 121).

1. Bij Besluit van 10 oktober 2003, Stb. 2003, 386, is bepaald dat artikel 108 vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; ingevolge het Besluit van 21 januari 2005, Stb. 2005, 35, vervalt de artikel 108 met ingang van 1 februari 2005, red.