Art. 110. [Verplichtingen m.b.t. geldlening en vestiging krediethypotheek]  [GeschiedenisMvTversie 12 april 1995Stb. 2003, 376]
-1. Burgemeester en wethouders verbinden aan de verlening van bijstand onder verband van hypotheek als bedoeld in artikel 20 de verplichting dat de belanghebbende aan de vestiging van de hypotheek meewerkt. Indien de belanghebbende deze verplichting niet nakomt, is de verleende bijstand terstond opeisbaar.
-2. Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening, anders dan door vestiging van een hypotheek als bedoeld in het eerste lid, verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.