Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2015   Wijziging Stcrt. 2014, 34049 Stcrt. 2014, 34049
01-01-2010   Wijziging Stcrt. 2009, 20086 Stcrt. 2009, 20086
  Wijziging Stcrt. 2009, 19487 Stb. 2009, 581
01-12-2009   Wijziging Stcrt. 2009, 18184 Stb. 2008, 341
29-12-2005   Wijziging Stcrt. 2005, 249 Stcrt. 2005, 249
01-01-2004   Wijziging Stcrt. 2003, 244 Stcrt. 2003, 244
08-09-2002   Wijziging Stcrt. 2002, 171 Stcrt. 2002, 171
01-01-2002   Wijziging Stcrt. 2001, 214,
supplement
Stcrt. 2001, 214,
supplement
01-01-2001   Wijziging Stcrt. 2000, 246 Stcrt. 2000, 246
31-12-1997   Nieuwe regeling Stcrt. 1997, 250 Stb. 1997, 789

 

 

REGELING houdende vaststelling van het bedrag als bedoeld in artikel 78b van de Algemene bijstandswet en enige andere wetten (Regeling terugvordering geringe bedragen)

22 december 1997/nr. SV/UB/97/4302
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 78b van de Algemene bijstandswet, 25b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 25b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 36 van de Werkloosheidswet, 33 van de Ziektewet, 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, 20 van de Toeslagenwet, 24 van de Algemene Ouderdomswet, 24 van de Algemene Kinderbijslagwet, 53 van de Algemene nabestaandenwet, 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 55 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. [Geen verplichte terugvordering tot €|113,00 op jaarbasis]
Het bedrag als bedoeld in de artikelen 36 van de Werkloosheidswet, 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 33 van de Ziektewet, 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 77 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 48 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, 20 van de Toeslagenwet, 24 van de Algemene Ouderdomswet, 24 van de Algemene Kinderbijslagwet, 53 van de Algemene nabestaandenwet, 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 2:59 of 3:56 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 35 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is €|113,00 op jaarbasis.

 

Art. 1a. [Grondslag regeling]
Deze regeling berust mede op artikel 35, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

 

Art. 2. [Inwerkingtreding]
Indien het bij koninklijke boodschap van 29 september 1997 ingediende voorstel van wet houdende nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten en enige andere wetten, houdende wijziging/intrekking van de Wet Werkloosheidsvoorziening, eenvormige definiëring van de term gezamenlijke huishouding en technische alsmede enige andere wijzigingen (Veegwet SZW 1997) (Kamerstukken II 1997-1998, 25 641), tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.¹

1. Ingevolge artikel LXXII, eerste lid, van de Veegwet SZW 1997 is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 31 december 1997, red.

 

Art. 3. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling terugvordering geringe bedragen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 22 december 1997.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[22 december 1997]

 


     In de Veegwet SZW 1997 (Kamerstukken II 1997-1998, 25 641) is in hoofdstuk IV een wijziging van een aantal wetten opgenomen, houdende dat gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid hebben om van de verplichte terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. Voor de gemeenten gaat het om een formalisering van een reeds bestaande praktijk die gebaseerd is op de circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 september 1992 (nr. AUB/14218). Voor de SVB en het Lisv gaat het om een nieuwe bevoegdheid.
     In deze regeling wordt bepaald dat de gemeenten, de SVB en het Lisv van verplichte terugvordering af mogen afzien indien het terug te vorderen bedrag het bedrag van ƒ250,- (op jaarbasis) niet te boven gaat. Uitgangspunt blijft dat een uitvoeringsorgaan gehouden is om onverschuldigd betaalde uitkeringen terug- en in te vorderen en daartoe ook zijn incassomogelijkheden aanwendt. Indien terug- en invordering onder de ƒ250,- niet mogelijk dan wel ondoelmatig blijkt te zijn, kan het uitvoeringsorgaan besluiten van terugvordering af te zien. Het moment waarop in het uitvoeringsproces gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om van terugvordering af te zien, is ter beoordeling aan het uitvoeringsorgaan. De uitvoeringsorganen dienen in dit verband zorg te dragen voor een adequate debiteurenadministratie.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.