MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt) / Parlementaire documenten

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 2005-2006, 2006-2007, 29 702.
Handelingen II 2006-2007, blz. 4056-4074, 4085-4091, 4711-4717, 4909-4909.
Kamerstukken I 2006-2007, 2007-2008, 2008-2009, 29 702 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1597-1619, 1619-1647.

Geschiedenis:
Staatsblad 2009, 264Staatsblad 2009, 265.

 

 

WET van 25 juni 2009, Stb. 2009, 264, tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht). Inwerkingtreding: 1 juli 2009 (Stb. 2009, 266).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet, wenselijk is de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen inzake bestuursrechtelijke geldschulden, inzake bestuurlijke handhaving, in het bijzonder de bestuurlijke boete, en inzake attributie;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. [Wijziging Awb]  [MvT]
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1:1 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. De vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan treffen de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort.
B. [MvT]
Artikel 4:52 komt te luiden:
Art. 4:52.
-1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.
-2. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan bij de subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, een van artikel 4:87, eerste lid, afwijkende termijn voor de betaling van het subsidiebedrag worden vastgesteld.
C. [MvT]
De artikelen 4:54 en 4:55 vervallen.
D. [MvT]
Artikel 4:57 komt te luiden:
Art. 4:57.
-1. Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen. [MvT]
-2. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. [MvT]
-3. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidieontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander tijdvak. [MvT]
-4. Terugvordering van een subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken. [MvT]
E. [MvT]
Na titel 4.3 wordt een titel ingevoegd, luidende:
TITEL 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden
AFDELING 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Art. 4:85. [MvT]
-1. Deze titel is van toepassing op geldschulden die voortvloeien uit:
a. een wettelijk voorschrift dat een verplichting tot betaling uitsluitend aan of door een bestuursorgaan regelt; of
b. een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep. [MvT]
-2. Deze titel is niet van toepassing op verplichtingen tot betaling van een geldsom voor het in behandeling nemen van een aanvraag. [MvT]
-3. Deze titel is niet van toepassing op verplichtingen tot betaling die bij uitspraak van de administratieve rechter zijn opgelegd. [MvT]
Art. 4:86. [MvT]
-1. De verplichting tot betaling van een geldsom wordt bij beschikking vastgesteld. [MvT]
-2. De beschikking vermeldt in ieder geval:
a. de te betalen geldsom;
b. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. [MvT]
Art. 4:87. [MvT]
-1. De betaling geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. [MvT]
-2. Bij of krachtens wettelijk voorschrift kan een andere termijn voor de betaling worden vastgesteld. [MvT]
Art. 4:88. [MvT]
-1. Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat een geldsom moet worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. [MvT]
-2. In dat geval wordt tevens bepaald binnen welke termijn de betaling moet plaatsvinden. [MvT]
-3. Indien de belanghebbende binnen redelijke termijn daarom verzoekt, wordt de op het bestuursorgaan rustende verplichting tot betaling zo spoedig mogelijk alsnog bij beschikking vastgesteld. [MvT]
Art. 4:89. [MvT]
-1. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt betaling door bijschrijving op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. [MvT]
-2. Betaling geschiedt in

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.