Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 694.
Handelingen II 1999-2000, blz. 4363.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 694 (211).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering dd. 17 april 2000.

 

 

WET van 25 april 2000, Stb. 2000, 177, tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie (verruiming van mogelijkheid om nevenzittingsplaatsen van  gerechtshoven aan te wijzen en invoering van mogelijkheid om voor risicovolle zittingen lokatie aan te wijzen). Inwerkingtreding: 1 juli 2000.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de mogelijkheid te verruimen om bij algemene maatregel van bestuur nevenzittingsplaatsen van de gerechtshoven aan te wijzen, en dat het wenselijk is de mogelijkheid in te voeren om in verband met de veiligheid van personen een lokatie voor het houden van een terechtzitting door een kantongerecht, een arrondissementsrechtbank of een gerechtshof aan te wijzen, en dat het in verband daarmee nodig is de Wet op de rechterlijke organisatie te wijzigen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

Art. II.
Aan onderdeel A van de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
6. De artikelen 34, derde lid, 50, derde lid, en 60, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.