BESLUIT van 4 juli 2001, Stb. 2001, 327, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 26 januari 2001 tot vaststelling van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gerechtsdeurwaarderswet) (Stb. 2001, 70) en de Wet van 26 januari 2001 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet ter nadere regeling van de gevolgen van ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders die in strijd zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat (Stb. 2001, 71)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 2 juli 2001, nr. 5106018/01/6;
     Gelet op artikel 95 van de Wet van 26 januari 2001 tot vaststelling van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gerechtsdeurwaarderswet) (Stb. 2001, 70) en artikel III van de Wet van 26 januari 2001 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet ter nadere regeling van de gevolgen van ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders die in strijd zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat (Stb. 2001, 71);

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Enig artikel.
De Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) en de Wet van 26 januari 2001 tot wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet ter nadere regeling van de gevolgen van ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders die in strijd zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat (Stb. 2001, 71) treden in werking met ingang van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.