Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2005-2006, 30 453.
Handelingen II 2005-2006, blz. 6085-6086.
Kamerstukken I 2005-2006, 30 453 (A, B).
Handelingen I 2006-2007, 63-67, 72-78.

 

 

WET van 5 oktober 2006, Stb. 2006, 531, houdende regels inzake geurhinder vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven (Wet geurhinder en veehouderij). Inwerkingtreding: 1 januari 2007 (Stb. 2006, 671).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot beslissingen inzake vergunningen krachtens de Wet milieubeheer voor veehouderijen, voor zover het betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen behorende dierenverblijven;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

Art. 12.
In de bij artikel 8:5 van de Algemene wet bestuursrecht behorende bijlage wordt in onderdeel C na subonderdeel 5 een subonderdeel toegevoegd, luidende:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.