blz. 1  

Kamerstukken II 2008-2009, 31 751

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en enkele andere wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Voorbereiding van het wetsvoorstel
3 Aanpassing van de beslistermijn voor de bezwaarprocedure in de Awb (artikel 7:10)
4 Aanpassing van de beslistermijn voor aanvragen op grond van de Wob (artikel 6)
5 Gevolgen voor de bestuursrechter; administratieve lasten
6 Gevolgen voor het bestuur
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m XXXI
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Op 20 november 2007 is het initiatiefvoorstel-Wolfsen/Luchtenveld tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen door bestuursorganen (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen) (Kamerstukken I 2005-2006, 29 934, A) door de Eerste Kamer aangenomen. Op grond van dat wetsvoorstel (hierna verder aan te duiden als: de Wet dwangsom) verbeuren bestuursorganen na ingebrekestelling van de aanvrager een dwangsom indien zij beslistermijnen overschrijden.
     De Wet dwangsom gaat ervan uit dat bestuursorganen die hun organisatie goed op orde hebben de in de wet geregelde beslistermijnen in alle gevallen moeten kunnen halen.
     Uit een eerste snelle inventarisatie, die het kabinet na aanvaarding van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer onder de departementen heeft laten verrichten, blijkt dat bij de meeste beslistermijnen geen grote problemen zijn te verwachten.
     Uit de snelle inventarisatie kwam naar voren dat dit in twee gevallen echter anders ligt, namelijk bij de termijn om te beslissen op een bezwaarschrift krachtens de Algemene wet bestuursrecht (artikel 7:10 van de Awb) en bij de termijn om te beslissen op een verzoek om informatie krachtens de Wet openbaarheid van bestuur (artikel 6 van de Wob). Deze termijnen worden in zeer brede kring ervaren als te krap en te uniform. In de praktijk worden deze termijnen in een groot aantal gevallen niet gehaald, terwijl organisatorische maatregelen lang niet altijd een oplossing bieden.
     Het vorenstaande vormde de grond voor de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 maart 2008 (Kamerstukken II 2007-2008, 29 934, nr. 24). Daarin is bericht dat de Koningin eerst wordt verzocht de Wet dwangsom te bekrachtigen indien verzekerd is dat tegelijk met de inwerkingtreding van de Wet dwangsom de hiervoor bedoelde beslistermijnen zijn aangepast, met dien verstande dat de regeling uiterlijk 1 januari 2010 in werking treedt. Dit wetsvoorstel voorziet in die aanpassing. Het wetsvoorstel wordt mede namens de Minister van Justitie toegelicht vanwege diens medebetrokkenheid bij de Algemene wet bestuursrecht.
     In genoemde brief van 6 maart 2008 is ook aangekondigd dat nog een  blz. 2  uitvoeriger "schouw" naar wettelijke termijnen zou plaatsvinden en dat

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.