BESLUIT van 7 november 2012, Stb. 2012, 562, tot vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel 8:10 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2012, nr. R&P/RA/2012/15297;
     Gelet op artikel 8:10, tweede lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 oktober 2012, nr. 12.12.0407);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 november 2012, nr. R&P/RA/2012-0000039175;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1. Vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel 8:10 van de Wet Wajong
Het tijdstip, bedoeld in artikel 8:10, tweede lid, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, vanaf wanneer de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan verzoeken om toekenning van het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, wordt vastgesteld op

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.