Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

26. Berechting ambtsmisdrijven

 

 

ONTWERP VAN RIJKSWET (eerste lezing)

rblz.|3| 

Kamerstukken II 1979-1980, 16 164 (R 1147) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 930 (R 1178) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 26)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de berechting van ambtsmisdrijven

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

1 Inleiding
2 Huidige grondwettelijke regeling inzake de berechting van ambtsmisdrijven
3 Advies staatscommissie
4 Behandeling ontwerp van rijkswet 13 932 (R 1037) in Tweede Kamer
5 De regeling voorgesteld in artikel 6.7
6 Berechting van delicten van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen
7x Vervallen van artikel 178, tweede lid, Grondwet
 

 

 

1. Inleiding


     Het onderhavige ontwerp van rijkswet betreft die bepaling van het hoofdstuk "Rechtspraak" welke handelt over de berechting van ambtsmisdrijven van leden van de Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen. Dit ontwerp heeft de vorm van een ontwerp van rijkswet.
     Artikel 5, derde lid, van het Statuut schrijft voor dat wetsontwerpen tot wijziging van de Grondwet houdende bepalingen inzake koninkrijksaangelegenheden, alsmede de desbetreffende overwegingsontwerpen, de procedure van een ontwerp van rijkswet dienen te volgen. In dit wetsontwerp gaat het om wijziging van artikel 178 Grondwet, dat handelt over de rechtsmacht van de Hoge Raad ten aanzien van de ambtsmisdrijven van onder meer de Gouverneur der Nederlandse Antillen.
     Voor de algemene toelichting op de voorgestelde bepalingen voor het hoofdstuk "Rechtspraak", verwijzen wij naar de memorie van toelichting op het wetsontwerp houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de justitie.
     Er zij overigens ook nog gewezen op het ontwerp van rijkswet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden.

 

2. Huidige grondwettelijke regeling inzake de berechting van ambtsmisdrijven


    
In artikel 178 van de huidige Grondwet is een regeling neergelegd inzake de berechting van ambtsmisdrijven van bepaalde hoge ambtsdragers, te weten de leden van de Staten-Generaal, de ministers, de Gouverneurs van Suriname Ļ en van de Nederlandse Antillen, de leden van de Raad van State en de commissarissen des Konings. Deze regeling geldt in geval van ambtsmisdrijven gepleegd door genoemde ambtsdragers.≤ Wat betreft de Nederlandse ambtsdragers behoren tot de ambtsmisdrijven de delicten voortvloeiende uit artikel 1 Wet ministeriŽle verantwoordelijkheid en nader omschreven in de artikelen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvR 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x